De scouts van Club Brugge leken lange tijd vrij spel te hebben op de vruchtbare Colombiaanse bodem. Met Carlos Bacca en José Izquierdo, die aan hun veroveringstocht door Europa begonnen in het Venetië van het Noorden, hadden ze bovendien een grote goudader gevonden. Het onbegrip bij Ivan Leko was dus groot toen hij met Germán Mera een verdediger zag neerstrijken in het Jan Breydelstadion waarvan de kwaliteiten totaal niet overeenstemden met het type speler dat hij nodig had voor zijn spelsysteem. En dat terwijl Genk zich verzekerde van de diensten van Jhon Lucumí.
...

De scouts van Club Brugge leken lange tijd vrij spel te hebben op de vruchtbare Colombiaanse bodem. Met Carlos Bacca en José Izquierdo, die aan hun veroveringstocht door Europa begonnen in het Venetië van het Noorden, hadden ze bovendien een grote goudader gevonden. Het onbegrip bij Ivan Leko was dus groot toen hij met Germán Mera een verdediger zag neerstrijken in het Jan Breydelstadion waarvan de kwaliteiten totaal niet overeenstemden met het type speler dat hij nodig had voor zijn spelsysteem. En dat terwijl Genk zich verzekerde van de diensten van Jhon Lucumí. De Limburgers maakten met veel trompetgeschal hun intrede op de Colombiaanse markt. Want een jaar na zijn komst, werd de linksvoetige kolos de onbetwistbare partner van Sébastien Dewaest in het hart van de verdediging van de landskampioen. Genk kon zich afgelopen zomer zelfs de luxe veroorloven om een toenaderingspoging af te schieten van een club die vijftien miljoen euro veil had. Voor een jonge, super begaafde, linksvoetige centrale verdediger zullen clubs ongetwijfeld in de rij staan. Maar Lucumí bleef Limburg trouw en kreeg er zelfs het gezelschap van zijn landgenoot Carlos Cuesta. De twee waren kamergenoten bij de jeugdploegen van Los Cafeteros en zijn zowel in het dagelijkse leven als op het veld buren. Met dank aan Felice Mazzu, die onlangs besliste om zijn aanvoerder Dewaest te declasseren en de twee Colombianen aan elkaar te koppelen in de achterhoede. Net zoals in het dossier van Ianis Hagi moest Genk enkele prestigieuze tegenstanders dribbelen om een verdediger te halen die al enkele seizoenen beschouwd wordt als een van de meest veelbelovende centrale verdedigers van Latijns-Amerika. In de lente is Carlos Cuesta met Colombia, waarvan hij captain is, te gast in Polen voor het WK U20. Een zekere Esteban Escobar, die zich achter een bril met vierkante monturen verstopt en door zijn immens voorhoofd een lookalike is van François Hollande, is ook van de partij. De man in kwestie is de directeur transferzaken van Atlético Nacional, een club die zich op enkele jaren tijd een voortrekkersrol heeft toegeëigend in Colombia en dankzij zijn overwinning in de Copa Libertadores in 2016 ook op continentaal vlak serieuze referenties kan voorleggen. Escobar is niet toevallig mee afgereisd naar Polen: hij bereidt in alle stilte de verkoop voor van hun meest waardevolle speler. Naast Braziliaanse clubs informeren ook enkele Europese teams naar de transfervoorwaarden van Cuesta. Standard neemt poolshoogte, maar gaat op de rem staan door de prijs en de kleine gestalte van de verdediger ( 1,79 meter, nvdr). Ajax, dat bevoorrechte contacten heeft in Zuid-Amerika, heeft een directe lijn met de directie sinds de transfer van Davinson Sánchez enkele jaren daarvoor, en volgt het dossier van dichtbij op. Ook Everton meldt zich via Director of Football Marcel Brands die bekendstaat voor de import van enkele Zuid-Amerikaanse talenten tijdens zijn dienstjaren bij PSV. Maar het is Genk dat het pleit wint door tegemoet te komen aan de vraagprijs van iets minder dan vier miljoen euro. De aanwezigheid van Lucumí is een troef voor het opzetten van het huwelijk tussen Cuesta en Genk. Cuesta krijgt van zijn landgenoot te horen hoe gezapig het leven is in Genk en welke kansen jonge talenten krijgen bij de titelverdediger. Genk van zijn kant baseert zich op het geslaagde experiment met Lucumí om door te drukken. Nochtans was Lucumí een risicotransfer gezien de aanpassingsperiode die Zuid-Amerikanen nodig hebben om te wennen aan de Europese levensstijl. Cuesta verteert de oversteek van de Atlantische Oceaan razendsnel: in juli, in de Supercup, heeft hij zijn plaats al te pakken naast Dewaest. De advocatenzoon uit Medellín is een waaghals zo wordt gezegd. Op zijn 13e laat hij zelfs een voorstel van Boca Juniors liggen om te kunnen uitblinken in zijn thuisstad. Zijn debuut volgt drie jaar later tegen Alianza Petrolera in de Liga Águila en in oktober van datzelfde jaar krijgt Cuesta in Brazilië, in het broeierig hete stadion van Coritiba, een nieuwe basisplaats in de kwarfinales van de Copa Sudamericana ( Zuid-Amerikaanse equivalent van de Europa League, nvdr). Hij mag na een half uur het veld op na de uitsluiting van de ervaren aanvoerder Francisco Nájera en hij valt op met zijn dynamiek, koelbloedigheid en heldhaftige optredens bij één-op-éénacties. Die eigenschappen komen helemaal tot uiting tijdens het WK U20. Colombia struikelt in de kwartfinales, maar het tornooi is voor Cuesta de toegangspoort naar Genk en de Champions League. Ondanks zijn kleine lichaamsbouw, wat in principe een zware handicap is om achterin stand te kunnen houden in de Jupiler Pro League, haalt Cuesta zelfs de pronostieken van Dimitri de Condé helemaal onderuit. De sportief directeur van Genk had zijn Colombiaan namelijk geklasseerd in de categorie van talenten die ruim de tijd zouden krijgen om zich te onderscheiden. Voor het aanbreken van de internationale break van oktober hadden de jonge rekruten Ianis Hagi, Benjamin Nygren en Stephen Odey niet meer dan 500 minuten op het veld gestaan, maar de teller van Cuesta stond in alle competities samen al op 709 minuten. Met inbegrip van zijn eerste pasjes op het kampioenenbal tegen Napoli, een wedstrijd waarin hij Dewaest naar de bank degradeerde. Cuesta werd in eerste instantie gezien als een wissel op de toekomst, maar die veronderstelling is intussen achterhaald. Door zijn summiere kennis van het Engels en zijn onervarenheid had hij nochtans het profiel van de voetballer die een lange inloopperiode nodig zou hebben om te voldoen aan een competitie die op fysiek en tactisch vlak veeleisender is dan wat hij in Colombia gewoon was. Zijn onzorgvuldigheden - voornamelijk te wijten aan zijn kinderlijke naïviteit bij het verdedigen - gaven sommige aanvallers in België de kans om in de ruimtes te duiken. Maar zijn leiderschap en cool zijn een verademing in vergelijking met zijn voorganger Joseph Aidoo die soms gekweld werd door zijn onbezonnenheid. Indien hij enkele seizoenen kan doorbrengen in de couveuse van Genk, dan staat niets een vertrek naar een toonaangevende competitie in de weg. En dat zal andermaal gepaard gaan met een lucratieve bankoverschrijving richting Genk.