Het was in december 1990, precies 25 jaar geleden. Voor ons zusterblad Knack interviewden we Eric De Vlaeminck,die toen net aan een periode als bondscoach van de veldrijders was begonnen. De Vlaeminck praatte zoals hij dat altijd deed: openhartig en onverbloemd. Tussendoor gaf hij wat kritiek op de Wielerbond. Het was een verfrissend gesprek. De dag nadien belde De Vlaeminck ons op. Hij had het verhaal nagelezen en slecht geslapen, hij wilde er nog eens over praten en omdat de deadline al was overschreden kwam hij onmiddellijk naar het huis van de journalist. Uiteindelijk werden er twee korte passages geschrapt. Door een technische fout verschenen die toch. Hoe je ook probeerde uit te leggen wat er mis was gelopen, de woedende De Vlaeminck liet weten dat we hem nooit meer iets hoefden te vragen. Ook niet nadat we naar de toenmalige BWB-voorzitter Ernest De Vuyst hadde...

Het was in december 1990, precies 25 jaar geleden. Voor ons zusterblad Knack interviewden we Eric De Vlaeminck,die toen net aan een periode als bondscoach van de veldrijders was begonnen. De Vlaeminck praatte zoals hij dat altijd deed: openhartig en onverbloemd. Tussendoor gaf hij wat kritiek op de Wielerbond. Het was een verfrissend gesprek. De dag nadien belde De Vlaeminck ons op. Hij had het verhaal nagelezen en slecht geslapen, hij wilde er nog eens over praten en omdat de deadline al was overschreden kwam hij onmiddellijk naar het huis van de journalist. Uiteindelijk werden er twee korte passages geschrapt. Door een technische fout verschenen die toch. Hoe je ook probeerde uit te leggen wat er mis was gelopen, de woedende De Vlaeminck liet weten dat we hem nooit meer iets hoefden te vragen. Ook niet nadat we naar de toenmalige BWB-voorzitter Ernest De Vuyst hadden gebeld om het hele verhaal in zijn juiste context te schetsen. De anekdote typeert Eric De Vlaeminck: als hij zich door iemand onheus behandeld voelde, was het afgelopen. Die koppigheid en rechtlijnigheid kenmerkten de Oost-Vlaming als renner en als bondscoach. Het was de rode draad in een woelig leven met één constante: zijn hartstochtelijke liefde voor het veldrijden. Herhaaldelijk werd Eric De Vlaeminck in zijn actieve periode gevraagd om zich op de weg toe te leggen, maar daar voelde hij niets voor. Wanneer het veldritseizoen in september begon, werd hij een ander mens. Het ruisen van de bladeren, het fietsen in de natuur, het gaf hem een heel apart gevoel. Hij hield van het acrobatische en het brutale in deze sport. Hindernissen nemen, over grachten en greppels springen, jezelf een beetje geweld aandoen, hij kreeg er een kick van. Lenigheid, uithouding en een groot atletisch vermogen leidden Eric De Vlaeminck tussen 1966 en 1973 naar zeven wereldtitels. Hij was de eerste veldrijder die met zijn fiets over een balk wipte en beheerste deze discipline in de stijl van een veldheer. De Vlaeminck pochte met zijn behendigheid. Dan vertelde hij dat hij met zijn fiets honderd meter op een spoorrail kon rijden en dat hij zelfs een bundel stro van 45 centimeter hoog gezwind nam. Eric De Vlaeminck won meer dan 200 veldritten, vaak met een verpletterend overwicht. Hij leek zorgeloos door het leven te fladderen maar trainde verschrikkelijk hard. Eric De Vlaeminck was net geen 28 jaar toen hij zijn zevende en laatste wereldtitel behaalde. Een financieel dispuut met zijn sponsor Flandria, wilde verhalen over drank en doping, De Vlaeminck werd zelfs in psychiatrische klinieken opgenomen. Op een paar sporadische opflakkeringen na bleven verdere uitslagen uit. Maar ook in die zwarte periode verloor Eric De Vlaeminck, die na zijn carrière een tijdje als metser en ijzervlechter werkte, nooit echt de binding met de sport die hij vroeger op zo'n gedreven manier had beoefend. Toen hij in 1989 een aanbod kreeg om bondscoach van de veldrijders te worden, was dat voor hem een geschenk uit de hemel. Over het traumatische verleden wilde Eric De Vlaeminck niet meer praten. Wel over de prestaties die hij als renner had neergezet. Dan vertelde hij dat hij de beste veldrijder aller tijden was en dat er niemand zou komen die nog maar tot aan zijn enkels reikte. Van tragedies blijft hij niet bespaard. Tijdens een cross in Heist-op-den-Berg overlijdt zijn zoon Geert in november 1993 aan een hartstilstand. Ook na zijn actieve carrière heeft Eric De Vlaeminck zijn stempel op het veldrijden gedrukt. Hij gaf zelfs routiniers tal van tips en zette jonge renners naar zijn hand. En omdat hij ook parcoursen mocht keuren, probeerde hij het veldrijden zijn oorspronkelijke gezicht terug te geven. De snelheid moest primeren, de slijkstroken dienden beperkt te worden. Vaak zorgden zijn eigenzinnige meningen voor botsingen, maar dat nam hij er dan maar bij. Eric De Vlaeminck was geen diplomaat, een compromis bestond voor hem niet. Ook daardoor kwam er in 2002 een einde aan zijn periode als bondscoach. Onvoorspelbaar is Eric De Vlaeminck heel zijn leven geweest. De afgelopen jaren zag je hem niet meer. Hij trok zich terug in de stilte van zijn boerderij in het West-Vlaamse polderdorpje Schore. Tot hij ziek werd. De Vlaeminck leed aan parkinson en alzheimer. Zijn dood kwam niettemin onverwacht. DOOR JACQUES SYS - FOTO BELGAIMAGEWanneer het veldritseizoen begon, werd Eric De Vlaeminck een ander mens.