Roland Duchâtelet, voorzitter van STVV, heeft zich als een luis genesteld in de pels van zijn collega's Roger Vanden Stock (Anderlecht) en Michel D'Hooghe (Club Brugge) en de hele voetbalbond. Hij houdt al langer een lijst bij van wedstrijden waarin betwiste fases een beslissende invloed hadden op het resultaat. Met Club Brugge-Westerlo, waarin Club scoorde na een onterecht toegekende vrijschop, Westerlo een penalty niet kreeg en doelm...

Roland Duchâtelet, voorzitter van STVV, heeft zich als een luis genesteld in de pels van zijn collega's Roger Vanden Stock (Anderlecht) en Michel D'Hooghe (Club Brugge) en de hele voetbalbond. Hij houdt al langer een lijst bij van wedstrijden waarin betwiste fases een beslissende invloed hadden op het resultaat. Met Club Brugge-Westerlo, waarin Club scoorde na een onterecht toegekende vrijschop, Westerlo een penalty niet kreeg en doelman Ronny Gaspercic rood kreeg na een schwalbe van Bosko Balaban, was voor hem de maat vol. "Het ergste is dat de grootste schuldige geen kritiek krijgt", schrijft hij in een open brief. "Balaban zal, als er naar de oude zeden en gebruiken van onze voetbalbond wordt gehandeld, niet gestraft worden. Als je de voetbalbond zijn normale gangetje laat gaan, dan wordt Gaspercic nog twee zondagen geschorst. Zo kan het echt niet verder." Het is geen verwijt, maar een feit dat scheidsrechters grote clubs onbewust makkelijker krediet verlenen. "Dit leidt tot een soort van competitievervalsing die ongewild en onwillekeurig is, maar wel ten gunste van clubs die de pretentie hebben veel beter te zijn dan de anderen, maar vergeten dat ze tien punten per seizoen cadeau krijgen." Duchâtelet besluit zijn open brief met een oproep : "Zou Club Brugge, waarvan de voorzitter in de top van de Uefa zit, er niet goed aan doen Westerlo aan te bieden om de match te herspelen, aangezien de winst het gevolg is van verwerpelijk onsportief gedrag dat door de Uefa wordt veroordeeld ? Zo zou Brugge zijn omschrijving als 'grote' club ten volle verdienen."Het stoort Duchâtelet ook enorm dat de kleine clubs als het probleem van het Belgische voetbal worden voorgesteld. Hij maakte samen met de Antwerpse sporteconoom Stefan Késenne een studie, waaruit de onzinnigheid van een eerste klasse met veertien ploegen en play-offs moet blijken. Volgens hen komen supporters vooral naar het stadion als hun ploeg wint : "Een eenvoudige simulatie op basis van de resultaten van vorig seizoen toont aan dat, bij een vermindering van het aantal clubs, het percentage gewonnen wedstrijden van alle overblijvende clubs terugloopt. Het is dus zeer de vraag of het gemiddeld aantal toeschouwers per wedstrijd, door de verbeterde kwaliteit van de tegenstanders, in voldoende mate zal toenemen om het negatieve effect van de afname van het winpercentage te compenseren." JH