De grote held uit de kindertijd van Maxime Les-tienne was zijn neef Giovanni Seynhaeve, die de promotie van Moeskroen naar eerste klasse hielp bewerkstellingen en in die gouden jaren vaak een basisplaats had. "Ik ging al kijken toen ik nog op de schoot van mijn vader moest blijven zitten. Ik had toen alleen oog voor mijn neef en ik zwoer bij mezelf dat ik zelf ook ooit in de eerste ploeg zou staan. Van bij de jeugd bleek dat ik altijd meekon in een hogere leeftijdscategorie. Prof worden was dan ook snel het doel waar ik alles voor overhad."
...

De grote held uit de kindertijd van Maxime Les-tienne was zijn neef Giovanni Seynhaeve, die de promotie van Moeskroen naar eerste klasse hielp bewerkstellingen en in die gouden jaren vaak een basisplaats had. "Ik ging al kijken toen ik nog op de schoot van mijn vader moest blijven zitten. Ik had toen alleen oog voor mijn neef en ik zwoer bij mezelf dat ik zelf ook ooit in de eerste ploeg zou staan. Van bij de jeugd bleek dat ik altijd meekon in een hogere leeftijdscategorie. Prof worden was dan ook snel het doel waar ik alles voor overhad." Uit de jaren bij de jeugd herinnert hij zich vooral de afgunst van de tegenstanders bij het zien van de accommodatie van Futurosport. "Ik denk dat enkel Genk bij de jeugd over een even aantrekkelijke infrastructuur beschikt als wij." Lestienne speelt er bijna altijd als linkermiddenvelder. "Nu zet Djukic me ook vaak in de spits. Misschien omdat hij er minder concurrentie ziet voor mij. Maar ik zoek nog een beetje naar het juiste evenwicht. Op de flank kan ik mijn kleine gestalte, vinnigheid, snelheid en onvoorspelbaarheid maximaal uitspelen. Vooraan is het toch lastiger. Zeker als ik moet optornen tegen 'kleerkasten'. Ik zal nog veel spiermassa moeten kweken om in de duels mijn mannetje te staan." Op zijn 16e tekende Lestienne bij Moeskroen een contract als semiprof. Hij trad daarmee in de voetsporen van Jonathan Blondel en Daan Van Gijseghem, andere jeugdproducten van Futurosport. "Maar tot ik achttien ben, kan ik niet aan het geld dat ik verdien. Enkel mijn ouders kunnen eraan. Ze geven me af en toe wat zakgeld." Tijdens de voorbereiding had hij nooit durven denken dat hij zo veel speelkansen zou krijgen, zeker omdat er veel nieuwkomers waren. "Miroslav Djukic zei dat ik op training harder moest werken om speelkansen te krijgen. Ik heb dat goed opgepikt en ben assertiever geworden. En sindsdien is het goed beginnen te lopen. Ik had twee maanden geleden nooit durven dromen dat ik al zover zou staan. Zeker als je al die Spanjaarden hier zag binnenkomen. Als jonge gast vraag je je dan toch af of die invasie ooit zal ophouden. Spaans is hier zowat de voertaal. Dat was wat raar in het begin, maar nu ben ik het gewoon." Lestienne maakte overigens al in december 2008, toen hij nog niet eens zestien en een half was, zijn debuut in eerste klasse. "Dat was een droom, temeer omdat we die dag Club Brugge - eigenlijk mijn favoriete club na Excel - met 5-1 klopten. Ik had nog maar een week met de eerste ploeg getraind en bij mijn eerste balcontact dribbelde ik twee tegenstanders en zag ik de hele tribune rechtveren: dat blijft een onvergetelijke herinnering. En ik zal Enzo Scifo natuurlijk dankbaar blijven dat hij me die kans gaf. Ik bewaar goede herinneringen aan hem, ook omdat hij de nadruk legde op de offensieve aspecten van het voetbal. Aan de aanpak van onze nieuwe trainer kun je toch zien dat hij altijd een verdediger is geweest." In september 2009 werd Lestienne met een goal op het veld van Zulte Waregem op de leeftijd van 17 jaar en 92 dagen de jongste doelpuntenmaker ooit bij Moeskroen. Maar daar heeft hij nooit bij stilgestaan: "Echt waar? Ik wist dat helemaal niet", reageert hij verrast. Hij blijft met de voeten op de grond al weet hij dat ook buitenlandse clubs hem in de gaten houden. "Bij de jeugd heb ik veel toernooien gespeeld. Rijsel is me zo op het spoor gekomen. Twee jaar geleden kreeg ik het voorstel om naar hun befaamde opleidingscentrum te gaan. Gezien de sterke reputatie van dat opleidingscentrum klonk het verleidelijk, maar ik voelde me goed bij Moeskroen. Mijn vader zat toen ook zonder werk en als ik zou blijven, mocht hij onderhoudsman worden op Futurosport. Dat heeft meegespeeld." Ondertussen beschikt Lestienne met de Deen Mikkel Beck over een heuse manager. "Hij heeft er alles aan gedaan om me in zijn portefeuille op te nemen. Dat streelt mijn ijdelheid, want bij clubs als Lyon, Portsmouth en Lens heeft die man toch een formidabele carrière achter de rug. Hij bracht me ook in contact met scouts van Manchester City. Ze nodigden me uit om een bezoek aan de club te brengen, maar omdat ik net hier mijn eerste contract had getekend, ben ik niet op dat voorstel ingegaan. De jeugdopleiding is in België ook niet slecht. Bij de nationale ploeg van de min-18-jarigen speelde ik met Thomas Kaminski, de tweede doelman van Germinal Beerschot, Paul-José Mpoku, die op het punt staat om door te dringen tot de A-kern van Tottenham, en met Florent Cuvelier, die ook van Moeskroen komt, een profcontract heeft getekend bij Portsmouth en in de Engelse pers vergeleken wordt met Steven Gerrard! Twee jaar geleden en vorig jaar was er ook interesse van Anderlecht, maar ik wil geen stappen overslaan in mijn ontwikkeling." Geen onverstandige praat voor iemand die op zijn 13e besliste om zich vanaf dan op school niet al te fanatiek meer in te spannen. "Ik was gewoon niet gelukkig op school. Ik had het gevoel dat mijn dag pas begon als ik 's avonds op training kwam. Zowel het tweede als het vierde middelbaar heb ik gedubbeld. Nu zit ik in het vierde beroeps in de richting sanitair, kwestie van misschien toch een klein kansje te hebben op een diploma. Op mijn 18e stop ik hoe dan ook met school. Natuurlijk besef ik dat dit risico's inhoudt, omdat ik geen garanties heb in het voetbal. Dat is een reden temeer om er volop voor te gaan, want als ik niet slaag in mijn sport zal ik de pineut zijn." Maxime Lestienne heeft geleerd om voor zichzelf op te komen in de wijk Nouveau Monde, tussen het stadhuis en de Franse grens, een wijk die al een aantal keren in het nieuws is geweest, onder meer met in brand gestoken wagens. "Onlangs waren een paar vrienden van me nog betrokken bij een vechtpartij met gasten uit Doornik", zegt hij. "Een aantal onder hen heeft een nachtje in de cel moeten doorbrengen. Zelf heb ik nooit ingebroken of iets gestolen, maar in onze wijk mag je niet op je kop laten zitten. Ik vecht terug en daarom heb ik ook enkele nachten in de cel geslapen. Ondertussen ben ik al veel kalmer geworden. Ook dankzij mijn ouders. Die konden niet lachen met mijn fratsen. Telkens als ik iets had uitgehaald, kreeg ik huisarrest en mocht ik de computer niet gebruiken. Op den duur leer je het dan wel." door pierre danvoyeIn onze wijk mag je niet op je kop laten zitten.