Soms zit de belangrijkste transfer gewoon op de bank. Met Hein Vanhaezebrouck heeft de Cristal Arena weer een echte leider aan het sportieve roer. Met zijn aanstekelijke enthousiasme doet de nieuwe trainer de hoop opleven dat het na twee rampseizoenen allemaal beter wordt. Hij legde de spelersgroep een stevig trainingsregime op en introduceerde zijn van bij KV Kortrijk gekende 3-4-3-systeem. Spelers die afgeschreven leken leven op ( Hans Cornelis en Daniel Tözsér), twijfelgevallen worden betrouwbare titularissen ( Daniel Pudil en Tiago), en jong talent krijgt nog steeds kansen ( Kevin De Bruyne). Na de financiële uitspattingen van vorig se...

Soms zit de belangrijkste transfer gewoon op de bank. Met Hein Vanhaezebrouck heeft de Cristal Arena weer een echte leider aan het sportieve roer. Met zijn aanstekelijke enthousiasme doet de nieuwe trainer de hoop opleven dat het na twee rampseizoenen allemaal beter wordt. Hij legde de spelersgroep een stevig trainingsregime op en introduceerde zijn van bij KV Kortrijk gekende 3-4-3-systeem. Spelers die afgeschreven leken leven op ( Hans Cornelis en Daniel Tözsér), twijfelgevallen worden betrouwbare titularissen ( Daniel Pudil en Tiago), en jong talent krijgt nog steeds kansen ( Kevin De Bruyne). Na de financiële uitspattingen van vorig seizoen (zomer én winter) hield Genk de vinger op de knip. De vier aanwinsten zijn jong of hebben weinig ervaring op het hoogste niveau, maar hebben iets gemeen wat 'progressiemarge', 'groeimogelijkheden' of 'potentieel' wordt genoemd. Tussen de palen verandert er niets. Davino Verhulst blijft de titularis, met jonge doublures achter zich. De driemansdefensie met Cornelis, João Carlos en Tiago is qua leeftijd de oudste sector in het team. Genk en Cornelis hadden al afscheid van elkaar genomen, tot Vanhaezebrouck beide partijen overtuigde tot een verlengd verblijf. In een steeds jonger wordende groep schat hij Cornelis' ervaring en leiderschap hoog in. Zelfs in een viermansdefensie - Vanhaezebrouck houdt niet mordicus vast aan 3-4-3 - lijkt de ex-aanvoerder zich te handhaven in zijn nieuwe rol als centrumverdediger. Anele (of Dimitri Daeseleire) wordt dan de rechtsachter. De soms wat onbezonnen Eric Matoukou is centraal een goede wissel. Voor Torben Joneleit wordt het afwachten hoe de blessuregevoelige Tiago het er afbrengt. In Anele, de revelatie van vorig seizoen, ziet Vanhaezebrouck een offensieve flankspeler. De trainer is gecharmeerd door zijn loopacties en scorend vermogen. Die vindt hij ook terug bij Pudil, de openbaring op links. De vorig jaar aangetrokken Tsjech kreeg toen de lachers op zijn hand door zijn onbeholpen optredens als linksachter. Dat is weg nu. Centraal krijgt de stijlvolle Tözsér opvallend veel vertrouwen, net als de meer verdedigend ingestelde David Hubert. Met ook nog Balazs Tóth en Ederson zijn hier meerdere combinaties denkbaar. De diepe spits was vorig seizoen de probleempositie. Dat is ze nog steeds. Moussa Koïta heeft zoals verwacht tijd nodig om zich aan te passen aan het niveau. Van de gestalterijke Fransman wordt verwacht dat hij doet wat Adam Nemec en Goran Ljubojevic (allebei bij het ter perse gaan nog steeds niet weg) verzuimden: potten breken met het hoofd. Marvin Ogunjimi is zijn alternatief, maar een blessure houdt hem aan de kant. Dus is het voorlopig behelpen met Stein Huysegems, al is ook Jelle Vossen een mogelijkheid diep voorin. Elyaniv Barda (geplaagd door een oude blessure) is dat niet volgens Vanhaezebrouck. Hij moet vooral kunnen wat op dit moment Fabien Camus erg goed doet: vanop links (of rechts) voor creativiteit zorgen en acties maken. Idem voor Istvan Bakx. Kevin De Bruyne scherpt de concurrentie nog verder aan. De pas achttien geworden Oost-Vlaming is een rastalent, mét een neus voor doelpunten. De ambitie van de bekerwinnaar is onveranderd gebleven: top vier in de rangschikking en structureel tot de top drie van België gaan behoren. Dat laatste is een werk van lange adem. Tot het andere moet Vanhaezebrouck nu al zeker in staat worden geacht. Met hem staat er een trainer naar wie de spelers opkijken. Dat haalt het beste uit hen naar boven. Misschien, zo zal dan ook blijken, is niet alles aan het transferbeleid van de voorbije paar jaar zo slecht geweest. Als het enthousiasme op het veld ook weer afstraalt op het publiek zou dit RC Genk wel eens een aangenaam seizoen tegemoet kunnen gaan. DOOR JAN HAUSPIE