Dé uitdaging van 2011 voor de Pro League wordt het vinden van een competitieformule waar alle clubs zich in kunnen vinden. In december 2010 stemden 12 van de 16 clubs - Anderlecht, Club Brugge, AA Gent en Racing Genk niet - voor een terugkeer naar de competitieformule zonder play-offs en mét 18 teams. Het pleit is nog geenszins beslecht. Hoe leg je de teams trouwens uit dat er in de loop van het seizoen een aanpassing van het reglement zou worden doorgevoerd? En ook de G4 is nog niet uitgeteld. Zij bereiden hun tegenvoorstel voor en hopen dat het gezond verstand zal zegevieren.
...

Dé uitdaging van 2011 voor de Pro League wordt het vinden van een competitieformule waar alle clubs zich in kunnen vinden. In december 2010 stemden 12 van de 16 clubs - Anderlecht, Club Brugge, AA Gent en Racing Genk niet - voor een terugkeer naar de competitieformule zonder play-offs en mét 18 teams. Het pleit is nog geenszins beslecht. Hoe leg je de teams trouwens uit dat er in de loop van het seizoen een aanpassing van het reglement zou worden doorgevoerd? En ook de G4 is nog niet uitgeteld. Zij bereiden hun tegenvoorstel voor en hopen dat het gezond verstand zal zegevieren. De Jupiler Pro League is niet de enige competitie waar er geëxperimenteerd wordt met nieuwe formules. Ook andere kleine(re) competities zoeken een manier om weer te kunnen concurreren met teams uit de grote vijf in Europese bekercompetities en op vlak van tv-inkomsten. Die grote vijf - Spanje, Engeland, Italië, Duitsland en Frankrijk - spelen in een traditioneel format met een relatief lange winterstop, afhankelijk van het klimaat en de traditie. Ook de Scandinavische landen (Zweden, Finland en Noorwegen), Portugal en Turkije opteren nog steeds voor de traditionele formule. Net zoals de Oostbloklanden trouwens. In Tsjechië, Polen, Bulgarije, Kroatië, Servië en Bosnië-Herzegovina treden er telkens 16 ploegen aan en in Rusland en Roemenië beginnen er 18 ploegen aan de competitie. Sommige andere competities proberen nieuwe formats uit. Een overzicht. Onze noorderburen worden vaak als referentie gezien. Enerzijds omdat het een buurland is en anderzijds omdat de oppervlakte en het bevolkingsaantal vergelijkbaar zijn. In Nederland werd er twee jaar lang geëxperimenteerd met play-offs op alle niveaus. Enkel het team dat kampioen werd was vrijgesteld van deelname aan play-offs. In Nederland gaven de play-offs dus uitsluitsel over de Europese tickets en de degradatiestrijd. Na amper twee seizoenen werden de play-offs echter afgevoerd. Sinds het seizoen 2008/09 wordt er bij onze noorderburen weer volgens het traditionele format gevoetbald. Alleen de nummers zes tot en met negen spelen op het einde van het seizoen nog een soort nacompetitie voor het laatste Europa Leagueticket. Die nacompetitie zal ook dit seizoen en volgend seizoen nog van toepassing zijn. Ook voor het bepalen van de promotie van tweedeklassers hebben de Nederlanders een ietwat apart systeem. De eindronde wordt daar naar een best of three gespeeld. De ploeg die twee wedstrijden wint, is dus de winnaar van de confrontatie. Indien de eerste twee wedstrijden op een gelijkspel zouden eindigen, wordt de beslissende wedstrijd gespeeld op het veld van de ploeg die het vaakst buitenshuis scoorde. Na een 1-1 en een 2-2 zal dus de ploeg die uit speelde in de wedstrijd waarin het 2-2 werd uiteindelijk het thuisvoordeel krijgen. Wint ploeg A met 3-0 in de eerste wedstrijd en ploeg B met 2-1 in de tweede wedstrijd, dan wordt de beslissende wedstrijd op het terrein van ploeg A afgewerkt. In Griekenland wordt er met 16 ploegen (30 wedstrijden) gespeeld en van die 16 zakken er drie. Net zoals in Nederland is de winnaar van de reguliere competitie meteen ook kampioen. De nummers 2 tot en met 5 bekampen elkaar in een play-off waarin het tweede Champions Leagueticket de inzet is. Die vier ploegen spelen zes wedstrijden, en daarbij krijgt het nummer 2 vier punten extra, het nummer 3 drie punten en de nummers 4 en 5 respectievelijk één punt en nul punten. De 12 clubs treffen elkaar drie keer (33 wedstrijden). Na de reguliere competitie spelen de nummers 1 tot en met 6 nog een keer tegen elkaar en hetzelfde geldt voor de nummers 7 tot 12. Zo treffen Celtic Glasgow en de Glasgow Rangers elkaar praktisch elk seizoen vier keer. Elk team speelt dus in totaal 38 wedstrijden en er degradeert en promoveert telkens slechts één team. De Schotse formule is ook hier van kracht (12 clubs die elkaar drie keer ontmoeten), maar dan zonder de vierde ontmoeting tussen de eerste zes en de laatste zes in de stand. Het is een eenvoudig format, al zouden er - indien het bij ons zou worden toegepast - wel een paar bedenkingen te maken zijn. Bijvoorbeeld: waarom mocht Anderlecht twee keer AA Gent ontvangen en moest het zich maar één keer naar Gent verplaatsen terwijl voor Standard het omgekeerde waar was? In deze vier landen werd lang gespeeld volgens een formule die de favoriete formule van Herman Wijnants was. Zowel eerste als tweede klasse telde er 12 teams en na de reguliere competitie volgde er een tweede ronde met drie groepen van acht ploegen. De nummers 1 tot en met 8 uit eerste klasse streden om de titel, de nummers 9 tot en met 12 werden geconfronteerd met de nummers 1 tot en met 4 uit tweede klasse met promotie/degradatie als inzet. In groep 3 speelden de nummers 5 tot en met 12 uit tweede klasse om de degradatie te vermijden. Sinds enkele jaren wordt er evenwel nog slechts met tien teams gespeeld die elkaar vier keer per seizoen (36 wedstrijden) bekampen. 14 teams werken er 26 wedstrijden af tijdens de reguliere competitie. De nummers 1 tot en met 4 spelen tijdens de play-offs voor de titel. Nummers 5 tot en met 8 strijden voor niets meer of minder dan de sportieve eer. De nummers 9, 10, 11 en 12 maken onder elkaar uit wie er als derde team degradeert - nummer 13 en 14 degraderen rechtstreeks. Net zoals in België worden ook in Israël en Malta de punten aan het eind van het seizoen gehalveerd. Israël telt eveneens 16 teams in competitie waarvan de eerste zes elkaar bekampen in een play-off. De nummers 7 tot en met 10 spelen evenwel niet voor een Europa Leagueticket en de nummers 11 tot en met 16 hopen in de laatste vijf wedstrijden de degradatie te vermijden. De competitie in Malta telt slechts tien teams en wordt opgesplitst in twee delen. De eerste zes ploegen strijden voor de titel, Europese tickets en de ereplaatsen terwijl de laatste vier clubs er alles aan doen om niet te degraderen. 15 ploegen, verdeeld in een groep van acht en een groep van zeven. De ploegen spelen telkens een heen- en terugwedstrijd tegen de andere teams uit hun groep - dat maakt dus respectievelijk 14 en 12 wedstrijden. Nadien spelen ze telkens één wedstrijd tegen elke ploeg van de andere groep. Wat het totaal aantal wedstrijden dus op 21 en 19 brengt. Daarna volgen de 'gekruiste' play-offs, wat betekent dat de nummers 2 en 3 van elke groep elkaar partij geven. Vervolgens volgt het duel tussen de twee winnaars van die duels en de winnaar van dat duel neemt het dan weer op tegen de winnaar van de wedstrijd tussen de beide winnaars van hun groep. Zo komen ze in San Marino na acht rondes - volgt u nog? - tot een grote finale. De klassieke formule wordt hier gehanteerd. Al gingen de Welshmen in 2010 wel over van 18 naar 12 teams, wat dus betekende dat er zes dalers en geen enkele promovendus was dat jaar. Traditionele competitie met 14 ploegen. Kampioenschap met slechts acht teams waarvan de eerste vier voor de titel strijden en de laatste vier de enige degradatieplaats proberen te vermijden. Elk team speelt 20 wedstrijden en de punten blijven behouden. DOOR DANIEL DEVOSEr zijn slechts twee andere competities waar de punten gehalveerd worden: Israël en Malta.