Toen er al na amper een twintigtal matchen een einde kwam aan de samenwerking tussen KRC Genk en Felice Mazzu, werden er veel dingen gezegd, geschreven en gelezen over de motieven van de scheiding. De Limburgers betreurden het vooral dat de ex-coach van Charleroi zijn eigen stempel niet had gedrukt en te veel respect had getoond voor de mannen en de ideeën die Philippe Clement de nationale titel hadden bezorgd. Toen hij de supercup won, liet de voormalige Zebra het niet na om eer te betuigen aan zijn voorganger. Hij probeerde op die manier mee te surfen op de goede flow en vergat daarbij dat de zomerse transferperiode een einde had gemaakt aan een Genkse dynastie.
...

Toen er al na amper een twintigtal matchen een einde kwam aan de samenwerking tussen KRC Genk en Felice Mazzu, werden er veel dingen gezegd, geschreven en gelezen over de motieven van de scheiding. De Limburgers betreurden het vooral dat de ex-coach van Charleroi zijn eigen stempel niet had gedrukt en te veel respect had getoond voor de mannen en de ideeën die Philippe Clement de nationale titel hadden bezorgd. Toen hij de supercup won, liet de voormalige Zebra het niet na om eer te betuigen aan zijn voorganger. Hij probeerde op die manier mee te surfen op de goede flow en vergat daarbij dat de zomerse transferperiode een einde had gemaakt aan een Genkse dynastie. Enkele weken na het vertrek van Alejandro Pozuelo en enkele maanden voor dat van Sander Berge, forceerde de Oekraïner Roeslan Malinovski een transfer naar Atalanta Bergamo. De linkspoot was daarmee de tweede speerpunt van de Limburgse driehoek die de Luminus Arena verliet. De funderingen brokkelden af en de wederopbouw werd uiteindelijk toevertrouwd aan Hannes Wolf. Die vond niet de psychologische touwtjes om zijn troepen te sturen, maar neigde al wel meer naar verticaal voetbal, dat zich minder afspeelde rond de middencirkel en sneller de aanvallende sector opzocht. Omdat Genk lange tijd niet kon beschikken over Bryan Heynen, de verbindingsman tussen de verdediging en de aanval, zocht het dus meer directe wegen naar voren. De eerste sleutel werd aangereikt door Jess Thorup, met een 3-4-2-1 waarin de beste route om voorbij de middencirkel te geraken, die via de voeten van Joakim Maehle was, die op het tactisch bord rechts stond, maar op het terrein eigenlijk de spelmaker was. Het vervolg was in handen van Heynen en John van den Brom, die de verrassende Kristian Thorstvedt, de revelatie van het seizoenseinde, aanstelde om zijn magisch aanvalstrio met de rest van de ploeg te verbinden.Dat deze denkoefening nodig is, komt omdat het zwaartepunt van Racing Genk verlegd is naar de voorhoede. Het is een machtswissel die - alle proporties in acht genomen - wat doet denken aan de revolutie die FC Barcelona meemaakte in het vorige decennium. Het vertrek van Pep Guardiola viel toen nagenoeg samen met de komst van Neymar en nadien Luis Suárez. Waar Camp Nou eerder de heilige grond was van het balbezit en van de middenvelders, werd Barça begin 2015 een ploeg die gemaakt was om haar spitsen te bevoorraden. Die waren in staat om geheel autonoom te scoren en zodoende hun bescheiden defensieve inbreng te compenseren. Terwijl het Genk van de titel geheel geconcipieerd was rond het buitengewone talent op het middenveld, zag de ploeg dit seizoen de macht verschuiven naar de aanvallende trojka. Die kan fenomenale cijfers voorleggen: na het vertrek van Hannes Wolf hadden Paul Onuachu, Théo Bongonda en Junya Ito een voet (doelpunt of assist) in 69 van de 74 goals die de Limburgers in de competitie maakten. Met andere woorden: 93 procent van de goals zijn rechtstreeks te danken aan het offensieve geweld van een trio dat dit seizoen in Europa zijn gelijke niet kent. Zoals Barcelona zijn MSN had ( Messi - Suárez - Neymar) en Real Madrid zijn BBC ( Bale - Benzema - Cristiano Ronaldo), zo schittert Genk dankzij zijn BIO. Een drieloopsgeweer dat alle defensies van het land angst inboezemt en er zelfs in slaagde om Club Brugge een pak slaag te geven in de play-offs (3-0). Het was blauw-zwart sinds de komst van Simon Mignolet niet meer overkomen dat het drie goals moest slikken in een Belgisch onderonsje - Anderlecht zou hen dat nadien trouwens ook nog eens lappen. Hoe dan ook is het een straffe demonstratie van een aanval die niet alleen zeer complementair is maar ook alle vakjes van het offensieve arsenaal aankruist. Het vraagstuk hoe je moet verdedigen tegen de drie Genkse aanvallers, lijkt onoplosbaar. Het eerste plan is de voornaamste schutter uitschakelen, Paul Onuachu, die zo'n hoog ritme aanhield dat hij de meest trefzekere spits in onze competitie is sinds Erwin Vandenbergh, die er 38 maakte in 1979/80. De Nigeriaan is ijzersterk in de grote rechthoek, zeker wanneer de voorzetten vanop rechts komen, en maakte een derde van zijn goals met het hoofd. Qua positionering kent hij zijn gelijke niet. De logische redenering om zijn vuurkracht te verminderen, is dus om de verdedigende linie hoog genoeg te zetten zodat hij niet te dicht bij zijn favoriete zone komt. Hoe hij ook op een verdediging weegt, als hij vijftig meter van het doel staat kan hij niet scoren. Het probleem is dat die strategie enorm veel ruimte openlaat en er is in ons land geen geschiktere speler om daarin te duiken dan Junya Ito. De Japanner heeft een grote stap vooruitgezet dit seizoen. Hij bezat al de capaciteit om slim af te haken en ook om de bal diep te vragen, en daar voegde hij nu nog de kwaliteit aan toe om steeds gemakkelijker het verschil te maken met de bal aan de voet. Van zodra Ito in de diepte wordt gestuurd, kan hij de actie op zijn eentje afmaken, of hij kan vanop rechts een gouden voorzet versturen naar Onuachu. De samenwerking tussen beide mannen, met zes assists van de Japanner op de Nigeriaan, is trouwens de beste van 1A dit seizoen. Aangezien Onuachu meer op zijn gemak is wanneer hij aangespeeld wordt in beweging en het best is om verdedigers te verzamelen tussen de rechterflank en het doel om Ito tegen te houden, is de oplossing dan niet om een maximaal aantal mensen bijeen te brengen in de verdediging en een dubbele grendel op de deur te zetten? Wanneer de voornaamste toegangswegen naar het doel afgesloten zijn, is het aan Théo Bongonda op zijn beurt om een route te vinden tussen een bos van benen. Hij behoort tot de beste tien dribbelkonten van het land, met 8,31 pogingen per wedstrijd, en is in staat om zijn acties ook af te ronden (zes doelpunten van buiten de zestien meter dit seizoen - niemand doet beter in de Pro League). De linkspoot lijkt het vrije elektron van het trio te zijn. Hij is misschien de meest onregelmatige tijdens een wedstrijd, maar vooral ook degene die beter dan wie ook voor breekijzer kan spelen wanneer de wedstrijd op slot zit. Volgens de opstelling op papier staat Bongonda op de linkerflank en Ito op de rechterflank, maar alleen de positie van Onuachu als top van de Genkse piramide is een zekerheid bij de Limburgers. Rond de Nigeriaan verplaatsen de twee vleugelspelers zich met een totale vrijheid over de breedte van het veld. Dat was al zo in de 3-4-2-1 van Thorup en het werd voortgezet onder Van den Brom, die het meer voor bepaalde spelers heeft dan voor een spelsysteem. De bewegingen van de beide wingers zijn eerder ingegeven door hun intrinsieke flair dan door overeenstemmende looplijnen en beantwoorden zo aan een eigen logica. Bongonda wordt aangetrokken door het centrum en bestrijkt bijna nooit de linkerflank. Het gebeurt heel zelden dat hij zijn actie afrondt met een voorzet, want zodra zijn ploeg in balbezit komt, speelt hij veeleer als een nummer 10. Hij loopt het meeste van de tijd centraal, behalve wanneer zijn ploeg balverlies lijdt en hij op de zijkant de deur moet dichtdoen. Junya Ito is beweeglijker in de breedte en schuwt het avontuur langs de zijlijn niet. Soms op links, de ideale zone om een overtal te creëren en tussen de lijnen te combineren met Bongonda. Soms op rechts, waar hij vooral zijn snelheid uitbuit en zijn capaciteit om een voorzet te trappen. De supersonische rechtspoot heeft een zodanig compleet profiel dat hij heel moeilijk in te schatten is voor de tegenstander en belichaamt op die manier op zijn eentje de chaos van de Genkse aanval, die onvoorspelbaar is, tenzij hij op Onuachu steunt. Niet dat het op de Nigeriaan makkelijk verdedigen is, want iedereen weet wel ongeveer wat hij gaat doen wanneer hij de bal krijgt, maar hem aanvallen wanneer hij de bal afschermt of hem in het luchtruim belagen, blijft wegens zijn postuur een hele opgave. Omdat ze zelf zo'n grote impact hebben op het spel van hun ploeg, bepalen de drie mannen indirect ook de bewegingen van de zeven medeveldspelers rondom hen. Omdat de linkerflank vaak open komt te liggen door de centripetale bewegingen van Bongonda, verkoos Van den Brom daar de zeer offensieve Gerardo Arteaga boven de meer behoudsgezinde Jere Uronen. Aan de overzijde is Daniel Muñoz zowel in staat om over Ito heen te gaan en een voorzet te trappen (al vier assists op Onuachu dit seizoen) als de Japanner in de diepte te sturen. De laatste vondst van de Nederlandse coach om de bewegingen van zijn ploeg te vervolledigen was de integratie van Thorstvedt op de positie van derde middenvelder, waar we eigenlijk eerder de doorbraak van de creatieve Bastien Toma hadden verwacht. De Noor is een kilometervreter en speelt goed verticaal. Hij is in staat om de ruimte in de rug van Onuachu in te nemen als die afhaakt. Die zone wordt vaak ontvlucht door Ito en Bongonda, die liever centraal met de bal aan de voet doorbreken omdat ze beiden tot de vijftien beste progressive runners van eerste klasse behoren. Daardoor kunnen Bryan Heynen en Patrik Hrosovsky, die vóór de verdediging spelen, zich bijna beperken tot het doorspelen van de bal naar de aanval. Ze moeten alleen steun en een afspeelmogelijkheid aanbieden wanneer een van de drie tovenaars er niet in slaagt om voor een mirakel te zorgen. Maar zal het voetbal van Genk, aangezien het - logischerwijze maar wel op een buitensporige manier - leunt op dat uitzonderlijke trio, de verwachte ontmanteling komende zomer wel overleven? Eén vertrekker - wie dat ook moge zijn - en Genk moet onvermijdelijk terug naar de tekentafel. Ook daar kan het voorbeeld van Barcelona als een alarmsignaal fungeren. Want met het vertrek van Neymar verloren de Catalanen niet hun beste speler, maar ze misten opeens wel een ongrijpbaar ingrediënt van hun offensieve toverformule. De zoektocht naar een nieuw collectief evenwicht heeft in Camp Nou nog altijd geen happy end gekregen. En in tegenstelling tot de blaugrana heeft Racing Genk niet het geluk dat het de beste speler ter wereld kan opstellen.