Enkele weken geleden nam de Major League Soccer de wijze beslissing twee clubs uit de staat Florida op te doeken. De financiële vooruitzichten van Miami Fusion en Tampa Bay Mutiny waren heel zorgwekkend. Fusion had een gebrek aan supporters en sponsoring en geen tv-contract, bij Mutiny was er zelfs geen eigenaar meer. Mutiny was de club waar Carlos Valderama op zijn laatste voetbalbenen liep en toen gemiddeld voor meer dan dertigduizend toeschouwers speelde. Dat cijfer viel eind vorig jaar terug op iets meer dan tienduizend. Bij de Fusion, nochtans gelegen in de brede Spaanssprekende gemeenschap van Miami, geraakte El Futbol...

Enkele weken geleden nam de Major League Soccer de wijze beslissing twee clubs uit de staat Florida op te doeken. De financiële vooruitzichten van Miami Fusion en Tampa Bay Mutiny waren heel zorgwekkend. Fusion had een gebrek aan supporters en sponsoring en geen tv-contract, bij Mutiny was er zelfs geen eigenaar meer. Mutiny was de club waar Carlos Valderama op zijn laatste voetbalbenen liep en toen gemiddeld voor meer dan dertigduizend toeschouwers speelde. Dat cijfer viel eind vorig jaar terug op iets meer dan tienduizend. Bij de Fusion, nochtans gelegen in de brede Spaanssprekende gemeenschap van Miami, geraakte El Futbol nooit echt van de grond. Ook al omdat de wedstrijden op de lokale radio uitsluitend in het Engels werden verslagen. Met nog slechts tien profclubs is de MLS teruggevallen op het aantal waarmee het in 1996 begon. Het verlies sindsdien wordt op ongeveer 290 miljoen euro geschat. Don Garbner, de nieuwe directeur-generaal, vermoedt dat deze nieuwe tegenvaller voor velen betekent dat het einde van het profvoetbal in de VS nabij is. Maar hij voegt daar aan toe dat het niet de eerste keer is dat zoiets wordt beweerd : "Dit is integendeel een nieuwe start. De MLS wordt in de toekomst sterker en sterker." Deze optimistische bewering is volkomen in strijd met de realiteit. De beste Noord-Amerikaanse profs spelen al lang niet meer in de pover betalende MSL, maar in Azië of in Europa. De tijd is al lang voorbij dat Pelé, Beckenbauer, Cruijff en Best tegen rijkelijke vergoedingen werden vastgelegd om de intussen verdwenen Cosmos (New York), Rowdies (Tampa Bay) en Redskins (Washington) op gang te trekken. De vraag blijft of voetbal in Noord-Amerika, ondanks de uitzonderlijke promotiecampagnes en de organisatie van het WK in 1994, ooit een voldoende populariteitsgraad zal bereiken. The New York Times formuleerde een negatief antwoord op die vraag. Andrès Martinez schreef dat de wereldwijd verspreide Amerikaanse cultuur inzake literatuur, muziek en cinema, stopt bij de sport. Pogingen om baseball, American Football en ijshockey naar andere continenten te brengen, mislukten. In de laatste dertig jaar is voetbal in de VS er nochtans sterk op vooruit gegaan. Maar dan vooral bij de jeugd en de vrouwen, die zich de beste van de wereld mogen noemen. De mannen doen het ook goed, want ze plaatsten zich voor de derde opeenvolgende keer voor een WK-eindronde. Nergens echter laat dat de massa zo onverschillig als in de VS. De oorzaak van de allergie voor het voetbal moet dus in het verleden worden gezocht. Deze vreemde sport werd in de jaren dertig immers gewraakt, toen de eerste wereldse culturele stromingen in de Nieuwe Wereld tot stand kwamen. Voetbal, aanvankelijk beschouwd als een louter mannelijke, ruwe en proletarische bedoening, werd naar de armere stadswijken weggedrumd. Daar kon de jeugd de sport op het asfalt nooit tot ontwikkeling laten komen. Nu wordt het wel aanvaard, maar gemarginalizeerd. Soccer wordt zelf door de meest optimistische Amerikaan afgekeurd vanwege een groot tekort aan acties, veel tijdverlies, spelbederf en weinig doelpunten. De recente ontwikkeling van de voetbalsport in Europa, waar meer aandacht wordt besteed aan het fysieke aspect, kan in deze Amerikaanse zienswijze misschien verandering brengen. Dan kunnen de Yankees ooit de rest van de wereld nog eens verslaan in hun eigen spel. door Mick Michels