Na Matthijs de Ligt, Frenkie de Jong en Donny van de Beek dient zich met onder anderen Ryan Gravenberch, Devyne Rensch en Jurriën Timber alweer een nieuwe lichting talenten aan bij Ajax, dat afgelopen weekend thuis tegen FC Emmen kampioen werd. Toch zijn het niet enkel de talenten - die in Amsterdam maar blijven opkomen - die de ploeg terug in Europa en in eigen land op een straatlengte voorsprong van PSV en Feyenoord hebben gezet. Een beleidskeuze uit 2017 zorgde na jaren van - bestuurlijke - onrust voor de ommekeer.
...

Na Matthijs de Ligt, Frenkie de Jong en Donny van de Beek dient zich met onder anderen Ryan Gravenberch, Devyne Rensch en Jurriën Timber alweer een nieuwe lichting talenten aan bij Ajax, dat afgelopen weekend thuis tegen FC Emmen kampioen werd. Toch zijn het niet enkel de talenten - die in Amsterdam maar blijven opkomen - die de ploeg terug in Europa en in eigen land op een straatlengte voorsprong van PSV en Feyenoord hebben gezet. Een beleidskeuze uit 2017 zorgde na jaren van - bestuurlijke - onrust voor de ommekeer. De laatste landstitel dateert dan al van 2014 en in het oog van de storm maakt Edwin van der Sar een moedige keuze. In oktober van 2017 besluit hij uit Ajax' zogenaamde 'technisch hart' te stappen en daar een advies- in plaats van een beslissingsorgaan van te maken. Zelf zal hij als algemeen directeur de eindverantwoordelijke blijven, met directeur voetbalzaken Marc Overmars aan zijn zijde. Een belangrijke beslissing, zo zal later blijken, maar er is ook de symboliek. Het orgaan werd namelijk ooit door Johan Cruijff opgericht om te voorkomen dat een technisch directeur alle zaken alleen zou beslissen; oud-spelers met praktijkkennis moesten het beleid maken en daarbij diende er overleg te zijn in de burelen, zaken moesten worden gecontroleerd. Een nobel idee, maar in een opportunistische wereld vol ego's zoals die van het voetbal blijkt het niet haalbaar. De democratische besluitvoering leidt ook hier tot meningsverschillen en politiek en die onrust betaalt de club al die jaren cash op het veld: al vier jaar geen landskampioen is Ajax onwaardig. Een jaar later krijgt die keuze een vervolg met het afscheid van Dennis Bergkamp, een gekend Cruijffadept. Hij maakt tot dan deel uit van het technisch hart en is de cultuurbewaker en Van der Sar heeft steeds diens kant gekozen, onder meer wanneer Peter Bosz na het seizoen 2016/2017 - waarin Ajax prompt de finale van de Europa League haalt - nieuwe assistenten wil aanstellen en zo van onder andere Bergkamp afscheid wenst te nemen. Het is echter Bosz die halsoverkop vertrekt (naar Borussia Dortmund) en de Amsterdammers volgen het advies van zijn assistent Bergkamp: Marcel Keizer wordt hoofdtrainer. Wanneer die niet blijkt te voldoen, wordt de trainer midden in het seizoen 2017/2018 ontslagen, waarbij nu wél met Bergkamp wordt gebroken. Zo lijken de banden met het beleid van Cruijff definitief te zijn doorgesneden. Niet veel later wordt Erik ten Hag aangesteld als nieuwe coach van Ajax en hij moet de club in dat jaar nog naar de landstitel zien te leiden. Dat lukt niet - PSV wordt kampioen - en die zomer wordt er opnieuw een belangrijke keuze gemaakt die mee aan de basis staat van het stabiele Ajax van vandaag. De club weet zijn talenten al jaren goed door te verkopen - aan geld geen gebrek in Amsterdam - maar de aankopen zijn tot dan niet altijd even gelukkig. Overmars wordt verweten te veel op de centen te zitten en ook die prijs betaalt de ploeg op het veld: het gemor en de onrust houden aan waarop de club in de zomer van 2018 besluit het salarisplafond van zijn spelers omhoog te trekken. Zodoende kan Ajax spelers als Dusan Tadic en Daley Blind van respectievelijk Southampton en Manchester United naar Amsterdam halen om het overvolle vat met talenten bij te staan. Het is dat jaar dat Ajax de halve finale van de Champions League haalt. Aan het begin van het seizoen ziet het er daar echter allesbehalve naar uit. PSV loopt uit op de Amsterdammers en Ten Hag komt dusdanig onder vuur te liggen dat hij ieder moment ontslagen kan worden. Plots is hij het boertje uit het oosten die niet uit zijn woorden komt en zijn voetbal deugt niet; er worden zelfs petities getekend om hem de laan uit te sturen. De druk in Amsterdam is altijd groot, maar wordt nu immens: de club dreigt na alle harde en financieel zware beslissingen opnieuw de plank mis te slaan. De leiding houdt echter vast aan haar trainer en de moeizame start blijkt uiteindelijk niet meer te zijn dan een groeipijntje. Enkele maanden later heeft Ten Hag zijn ploeg aan het draaien gekregen; ze pakt inderdaad de titel en staat op letterlijk een seconde van de finale van de Champions League, nadat het eerder in het toernooi Juventus en Real Madrid al sterretjes had laten zien. Ten Hag is dan ineens een toptrainer die zijn team het voetbal laat spelen dat meer dan ooit aan Cruijff doet terugdenken - niemand die het nog over zijn hakkelende taal heeft. Van die bewierookte ploeg uit 2019 spelen De Ligt, De Jong, Van de Beek en Hakim Ziyech inmiddels bij de top van Europa, maar Tadic en Blind vormen met Nicolás Tagliafico en - tot voor zijn schorsing - André Onana nog altijd het geraamte van het huidige team, aangevuld met nieuw talent, zowel aangekocht als uit de eigen opleiding. Zo spectaculair als de ploeg in 2019 was, is het Ajax van vandaag dan wel niet, maar dat kan ook niet. Het team presteerde in dat jaar op de toppen van zijn kunnen door een lichting ongekend talent, die perfect werd aangevuld met ervaring; alle puzzelstukjes vielen dat seizoen op hun plek. En hoewel ook talenten als Rensch, Gravenberch en Timber een grote toekomst wordt voorspeld, valt nog te bezien of zij van het niveau zijn van de generatie voor hen. Hoe dan ook: de groei die Ajax in drie jaar doormaakte, is ongekend. Door onder meer de toegenomen inkomsten uit dat succesvolle Champions Leagueseizoen en de transfers die daaruit voortkwamen, zijn de Amsterdammers in eigen land weggestoven van de concurrentie. Nadat het in 2018 vier jaar lang naast de titel had gegrepen, is het nu niet langer de vraag óf Ajax kampioen wordt, maar wanneer... Het Bayern München van Nederland vindt dan ook vooral in Europa zijn uitdaging en dat het dit jaar niet overwinterde in het kampioenenbal en een treetje lager door AS Roma werd uitgeschakeld in de kwartfinale wordt gezien als een bittere pil. De ploeg was tweemaal beter dan de Italianen en na de eerdere (halve) finaleplekken in Europa spreekt men in Amsterdam nu dan ook van een grote teleurstelling. Een heus luxeprobleem, als je bekijkt waar de club drie jaar geleden stond.