Het past op het eerste gezicht niet bij een snel overkokende club als Standard: de storm die na het ontslag van Guy Luzon over de club raasde, is opmerkelijk snel gaan liggen. Eerst heette het dat voorzitter Roland Duchâtelet spoorslags naar Engeland zou reizen om daar Bob Peeters te strikken, vervolgens werd een blik met Franse trainers opengetrokken en omdat makelaars in deze periode hun werk doen, werd er kwistig met andere namen gestrooid. Standard bleef rustig: het wil drie weken de tijd nemen om alles te evalueren. Vaak doet Roland Duchâtelet het omgekeerde van hetgeen je verwacht.
...

Het past op het eerste gezicht niet bij een snel overkokende club als Standard: de storm die na het ontslag van Guy Luzon over de club raasde, is opmerkelijk snel gaan liggen. Eerst heette het dat voorzitter Roland Duchâtelet spoorslags naar Engeland zou reizen om daar Bob Peeters te strikken, vervolgens werd een blik met Franse trainers opengetrokken en omdat makelaars in deze periode hun werk doen, werd er kwistig met andere namen gestrooid. Standard bleef rustig: het wil drie weken de tijd nemen om alles te evalueren. Vaak doet Roland Duchâtelet het omgekeerde van hetgeen je verwacht. Het gemok van de achterban is voorlopig gesust. Een bemoedigend gelijkspel tegen Sevilla en vooral de onverwachte 0-2-zege op Anderlecht toont waar het in momenten van crisis om gaat: je zet in de eerste plaats een organisatie neer. Vreemd dat Guy Luzon dat dit seizoen maar één keer deed: in de Europese wedstrijd op Feyenoord. Hij roemde achteraf die compacte manier van voetballen, maar hamerde er vervolgens nooit meer op. Natuurlijk moeten deze resultaten bevestigd worden en zou het van kortzichtigheid getuigen om na 180 minuten voetbal te concluderen dat Standard moet doorgaan met Ivan Vukomanovic. Andere wedstrijden krijg je als de Rouches zelf het initiatief moeten nemen. Dan volstaat het niet om alleen een blok te vormen, dan is er creativiteit en inventiviteit nodig om een muur te slopen. Die ideeën waren er zondag bij Anderlecht niet. Paars-wit, nochtans bij momenten knap voetballend tegen Arsenal, speelde in een onthutsend laag tempo en schiep amper kansen. Het worstelt niet alleen met een spitsenprobleem, ook in de defensie zitten hiaten. Dat twee offensieve voetballers als Najar en Acheampong achteraan noodgedwongen op de flanken moeten worden gezet, bevordert de cohesie niet. Na dat soort nederlagen wil er weleens verwezen worden naar de Europese wedstrijd die vier dagen eerder werd gespeeld. Ook Besnik Hasi refereerde er even aan. Net zoals Michel Preud'homme dat terloops deed na de wedstrijd tussen Club Brugge en AA Gent, ook al had hij in zijn team vijf wijzigingen aangebracht. Het is vreemd dat je dat soort verontschuldigingen al jaren hoort. Zouden trainers zich al eens hebben afgevraagd hoe het komt dat hun ploeg zo moeilijk twee wedstrijden per week verteert? Hein Vanhaezebrouck heeft dat probleem op dit moment niet. Hij sleep bij AA Gent een offensieve manier van voetballen in de ploeg en bewijst zijn Grote Gelijk. Vanhaezebrouck hoedt zich ervoor te veel druk te leggen. Zo wil hij de te grote emotionaliteit die van oudsher rond de club hangt bannen. Ook al omdat AA Gent in een leerproces zit. Het heeft het moeilijk in thuiswedstrijden omdat spelers, zoals de trainer het verwoordt, de ruimtes moeten leren zien. Dat kostte zeven punten in zes matchen. Dat gaat beter buitenshuis. Zoals ook zondag op Club Brugge bleek. AA Gent combineerde bij momenten uitstekend, voetbalde fris, maar miste slagvaardigheid in de zestien meter. Maar de progressie die de ploeg onder Vanhaezebrouck maakte, is opmerkelijk. In de schaduw van de topclubs stunt Dennis van Wijk al het hele seizoen met Westerlo, maar na een overwinning laat hij zich nooit verleiden tot euforie. Dan wil hij eerder aandacht besteden aan de minpunten. Toen Westerlo een paar weken geleden met 1-2 op Cercle Brugge won, sakkerde Van Wijk omdat zijn ploeg er zelden in slaagt de nul vast te houden. En afgelopen zaterdag merkte hij na de zege tegen KV Kortrijk op dat zijn team het altijd moeilijk heeft om geconcentreerd aan een wedstrijd te beginnen. Weinig trainers die in alle omstandigheden de prestaties van hun ploeg zo kritisch onder het licht leggen als Van Wijk. Maar hij heeft ook een trotse kant. Als er hem na een overwinning op persconferenties amper vragen worden gesteld, kan hij het niet laten daar een opmerking over te maken. Dat duidt op een gevoeligheid die niet past bij iemand die in het rauwe Amsterdam is opgegroeid. En er zit een vreemd dualisme in die attitude. Tot twee keer toe ging Van Wijk de voorbije maanden niet in op een verzoek van dit blad voor een interview. Daar had hij, zo sprak hij, echt geen behoefte aan. Een man met een handleiding, Dennis van Wijk. DOOR JACQUES SYSVaak doet Duchâtelet het omgekeerde van hetgeen je verwacht.