Lang, heel lang had Pierre Denier, het absolute boegbeeld van KRC Genk, moeite toen hij de vroegere en later door onkruid overwoekerde thuishaven van Winterslag passeerde. De herinneringen dreven boven, het was voor hem alsof de draad met het verleden werd doorgeknipt. Die sentimenten en emoties overheersten toen Waterschei en Winterslag 25 jaar geleden fusioneerden en KRC Genk het levenslicht zag. Het was een poging om water en vuur te verzoenen. In alle kranten stonden toen foto's van spelers van Waterschei en Winterslag die elkaar de hand drukten, als teken van eendracht, als symbool voor een nieuwe toekomst.
...

Lang, heel lang had Pierre Denier, het absolute boegbeeld van KRC Genk, moeite toen hij de vroegere en later door onkruid overwoekerde thuishaven van Winterslag passeerde. De herinneringen dreven boven, het was voor hem alsof de draad met het verleden werd doorgeknipt. Die sentimenten en emoties overheersten toen Waterschei en Winterslag 25 jaar geleden fusioneerden en KRC Genk het levenslicht zag. Het was een poging om water en vuur te verzoenen. In alle kranten stonden toen foto's van spelers van Waterschei en Winterslag die elkaar de hand drukten, als teken van eendracht, als symbool voor een nieuwe toekomst. Heel omzichtig werd er te werk gegaan bij de samenstelling van de nieuwe selectie. De zachte en zeer bescheiden Duitser Ernst Künnecke werd de trainer, nadat hij Winterslag op de valreep in eerste klasse had gehouden en eerder ook voor Waterschei werkte. En de van Hamburg overgekomen Gérard Plessers moest het uithangbord worden van de ploeg en model staan voor een Limburgse identiteit. Hij kreeg het gezelschap van een andere Belg uit de Bundesliga: doelman Bobby De Keyser werd weggeplukt bij Bayern München, waar hij de nummer twee was achter Jean-Marie Pfaff. Hij zou maar twee matchen spelen, maar bracht het later met zijn zakelijk inzicht wel tot een gefortuneerd man: vanuit New York runt hij tegenwoordig het exclusieve, zelf opgerichte meubelbedrijf Dedon. Zakelijke overwegingen lagen ook aan de grondslag van een fusie die in het belang was van het voetbal in Limburg. Tegen de achtergrond van de sluiting van de Limburgse mijnen regisseerde Thyl Gheyselinck, de topman van de Kempische Steenkoolmijnen, een samensmelting die een einde moest maken aan de voetbalcrisis in deze provincie. Maar de bestuurders zaten aanvankelijk niet op dezelfde lijn en rolden net niet schimpend over straat. Het wederzijdse wantrouwen werkte verlammend en de sportieve successen bleven uit. KRC Genk verloor zijn allereerste match, thuis tegen Anderlecht, met 0-3, onder meer door twee goals van Luc Nilis, een ex-speler van Winterslag. Dat er doorheen de receptiezaal van het stadion van Winterslag, waar het eerste jaar werd gevoetbald, achteraf obers in smoking slalomden en de champagne rijkelijk vloeide, illustreerde op een zeer brutale manier de stijlbreuk. Uitgerekend deze primitieve accommodatie, met kleedkamers van vier meter op vier en spelers die rechtstreeks vanuit de mijn met zwarte gezichten kwamen trainen, refereerde naar een verleden waarin er op een slecht veld vooral moddervoetbal was opgevoerd. De hoge verwachtingen kregen een forse deuk toen KRC Genk het eerste seizoen degradeerde, Ernst Künnecke was op dat moment al lang ontslagen. Verkeerde beslissingen volgden elkaar op, KRC Genk bewoog zich op een mijnenveld. Pas in oktober 1995 kwam de ommekeer toen Aimé Anthuenis trainer werd. Het was in goed zeven jaar al de tiende trainerswissel. Onder Anthuenis ging de borstel door de veel te grote selectiegroep, werden de eerste titels behaald en kwam het vooral tot een goeie interne werkstructuur waarin alle competenties eindelijk werden gebundeld en onder dezelfde noemer gebracht. Aimé Anthuenis en niemand anders geldt dan ook als de architect van de Genkse sportieve successen. Fusies dreigen de identiteit van clubs te verkrachten en zijn zelden een reddingsboei. Clubs hebben hun specifieke achterban en de cultuur van de verenigingen valt zelden met elkaar te verenigen. Het verhaal van KRC Genk is de uitzondering op de regel, al ging het hier aanvankelijk wel om een relatief kleinschalig project. Winterslag redde zich net in eerste, Waterschei zou naar derde klasse tuimelen. Na een aantal Europese veldslagen was er niets meer overgebleven van hun vroegere aura, een bestaan in de duisternis dreigde. Vandaag is KRC Genk een stabiele vereniging met een trouwe supportersschare en de juiste sportieve krijtlijnen. Telkens weer wordt daarbij de aandacht voor de jeugd geaccentueerd, zonder te vervallen in opgezwollen verklaringen die zo eigen zijn aan dit wereldje. Na drie titels en vier bekers wil KRC Genk verder groeien. En het deken van provincialisme dat nog boven de club hangt definitief afgooien. Het is de laatste hindernis op weg naar een échte plaats in de top van ons voetbal. door jacques sysEen bestaan in de duisternis dreigde.