De reactie van Jos Vaessen op de aanstelling van René Vandereycken als bondscoach klonk als een Wiedergutmachung tegenover de trainer die hij zelf een half jaar eerder had ontslagen in Genk. Vaessen zei dat hij Vandereycken persoonlijk had aanbevolen bij Michel Preud'homme en noemde hem iemand met de juiste kwaliteiten voor een bondscoach. Geen woord over zijn kwaliteiten als clubcoach.
...

De reactie van Jos Vaessen op de aanstelling van René Vandereycken als bondscoach klonk als een Wiedergutmachung tegenover de trainer die hij zelf een half jaar eerder had ontslagen in Genk. Vaessen zei dat hij Vandereycken persoonlijk had aanbevolen bij Michel Preud'homme en noemde hem iemand met de juiste kwaliteiten voor een bondscoach. Geen woord over zijn kwaliteiten als clubcoach. Verwonderlijk was dat niet : Vaessen en Vandereycken hadden nooit een werkbare relatie. Al op de allereerste trainingsdag vorig seizoen was elke basis voor een goede samenwerking tussen de voorzitter en zijn nieuwe trainer verdwenen. Vandereycken sprak zijn spelers toe en legde hen uit dat hij in een eerste fase met een beperkte kern aan de slag wilde. Daarop zette hij enkele intern nogal hoog ingeschatte jongeren terug naar de wachtkamer. Voor Vaessen, niet geholpen door een juiste beoordeling van hun voetbalkwaliteiten, een onbegrijpelijke beslissing : eigen jeugd kansen geven is één van zijn stokpaardjes. Nog dezelfde dag hield hij crisisberaad. Het vertrouwen tussen voorzitter en trainer was meteen gedeukt. Het was hun lot. Na het dubbele ontslag van Sef Vergoossen en Jos Daerden in april 2004 was Genk in een sportief machtsvacuüm terechtgekomen. Zowat iedereen in het Fenixstadion deed jonge talenten beloftes die nergens op waren gebaseerd. Het vertrek van algemeen directeur Paul Heylen, van wie Vandereycken naderhand alleen maar tegenkanting scheen te ondervinden, had daar ook mee te maken. Heylen stond altijd erg dicht bij spelers, ouders en makelaars. Voor Vandereycken echter tellen alleen voetbalkwaliteiten. En hij is voor een duidelijke scheiding van bevoegdheden : voorzitters hebben in zijn ogen andere competenties dan zich te bemoeien met sportieve keuzes. Vaessen heeft het daar moeilijk mee. Meer dan een correcte maar zeer koele relatie zat er nadien niet meer in tussen beide mannen. Ontslag was onvermijdelijk. Ook enkele Genkse internationals lieten zich al lovend uit over de benoeming van de 52-jarige Vandereycken. Begrijpelijk uiteraard, ook al zouden vorig seizoen in Genk een aantal spelers, en niet van de minsten, binnenskamers te verstaan hebben gegeven dat zij niet met hem verder wilden. Acht jaar geleden gebeurde precies hetzelfde in Anderlecht. Ook toen klaagden spelers over Vandereyckens slappe trainingen en een te losse aanpak. Opwarming, trapvormen en partijtjes balbezit : er was in Genk niet veel veranderd in vergelijking met zijn korte Anderlechtse periode. In de partijtjes loopt hij er nog altijd graag zelf tussen. Dat drukt het tempo wel wat, maar Vandereycken weet wat hij doet : hij vindt niet dat je speelt zoals je traint. Een voetballer moet er staan in het weekend, niet tijdens de week, is zijn stelling. De feiten gaven hem gelijk in Genk : de conditionele terugval waaraan iedereen zich verwachtte, kwam er niet. Integendeel, vaak maakte de ploeg het verschil in de slotfase. Vandereycken bleek zijn elftal perfect te hebben gefinetuned. Hard trainen is het laatste wat van een bondscoach wordt verwacht. Finetunen des te meer. Vaessen heeft gelijk : Vandereycken lijkt geknipt voor zijn nieuwe job. Verwacht wordt nu dat hij zich uiterst kieskeurig zal opstellen bij de invulling van zijn staf. Bij Anderlecht destijds werd die op zijn wenken uitgebreid met een looptrainer, een psycholoog, een tweede dokter en een nieuwe keeperstrainer. Met de psycholoog werkte hij eerder ook samen bij AA Gent en RWDM, in een tijd dat dit nog vreemd werd gevonden en alleen ook Frank Vercauteren er een had bij KV Mechelen. Met Vercauteren heeft Vandereycken gemeen dat hij zijn spelers niet beschikbaar stelt voor interviews daags voor een wedstrijd. Het wordt beide om hun zogenaamde professionaliteit bekendstaande trainers niet altijd in dank afgenomen. Net als Vercauteren was Vandereycken zijn tijd vooruit : als debuterend trainer kreeg hij in Gent direct de media over zich heen omdat hij hen de toegang tot de kleedkamer ontzegde. In België was dit not done. Ondertussen is het - gelukkig - algemeen aanvaard. Vandereycken deed het in Genk uiteindelijk met de staf die voorhanden was. Hij dacht aan Luc Nilis als spitsentrainer, maar voerde dat idee zelf af. En verwijzend naar Sef Vergoossen, die met Jos Daerden en Pierre Denier over twee adjuncten had beschikt, schoof hij Stéphane Demol naar voor. Maar Demol kwam niet en Vandereycken maakte er geen punt van. Des te harder stelde hij zich op naar de medische staf. Genk heeft drie kinesisten in een goed functionerend beurtrolsysteem, waardoor er te allen tijde twee beschikbaar zijn. Vandereycken wilde er maar één op de bank en altijd dezelfde. Maandenlang kwam hij erop terug - op zíjn manier : niet door met zijn vuist op tafel te slaan, maar door te blijven zeuren. Tot hij zijn zin kreeg. Het wordt afwachten hoe soepel de bondscoach zich zal kunnen opstellen tegenover Marc Goossens. De bijzonder gewaardeerde ploegdokter van de Rode Duivels maakt wegens zijn drukke beroepspraktijk zelden de hele voorbereiding op een interland mee. Dat lijkt niet te stroken met Vandereyckens opvattingen over beschikbaarheid en professionalisme. Ook Jacky Munaron past er niet in : een clubtrainer als nationaal keeperstrainer staat nooit boven alle partijen verheven. Allicht kan hier een zinvollere invulling worden gegeven aan het werk van Filip De Wilde voor de voetbalbond. En met Eddy Snelders zou Vandereycken nooit hoog hebben opgelopen. Sommigen denken dat hij zijn goede vriend Jempi Stijnen (oud-speler van Berchem en later hulptrainer van Antwerp) zal meebrengen, maar dat lijkt buiten zijn strakke principes gerekend. De mogelijkheid dat hij ooit Club Bruggedoelman Stijn Stijnen moet oproepen, volstaat voor Vandereycken om zich niet met diens vader te omringen. Vandereycken onder contract leggen was het makkelijkste aan de opdracht van Michel Preud'homme. Andere koek wordt de invulling van de onder Aimé Anthuenis ingedommelde entourage van de nationale ploeg. Januari wordt een maand van knopen doorhakken. Voor René Vandereycken betekent het bondscoachschap niet de bekroning van een carrière. Die moet nog komen. Als speler voetbalde hij twee jaar in Italië, al kwam hij door een knieblessure amper in actie in zijn tweede seizoen bij Genoa. Het was de tijd nog dat er een strenge buitenlandersbeperking gold in de Serie A, waardoor de weinige buitenlanders die er toen rondliepen, vandaag nog steeds op handen worden gedragen. Die populariteit hoopt Vandereycken ooit nog te verzilveren. Is Italië zijn grote liefde, ook tegen een Duitse topclub zou hij geen neen zeggen. Vandereycken speelde één seizoen degradatievoetbal met Blau Weiss Berlin en zijn trainersbestaan later bij Mainz 05 in de tweede Bundesliga was een nog korter leven beschoren : hij begon het kampioenschap met vijf opeenvolgende nederlagen. Na twaalf speeldagen volgde ontslag. Maar ze kennen er hem en zoals hij vloeiend Italiaans spreekt, gaat ook het Duits hem gemakkelijk af. Vandereycken is slim. Ook slim genoeg om in te zien dat zijn visitekaartje nog te mager is opdat Europese topclubs voor hem zouden aanschuiven. Daarom zijn de Rode Duivels de ideale springplank. Doet hij het goed, kan hij nadien overal terecht. Zijn talen ként hij. Op dit moment verdiept hij zich in een cursus Spaans. l René VandereyckenVOOR VANDEREYCKEN ZIJN DE RODE DUIVELS EEN SPRINGPLANK NAAR EEN EUROPESE TOPCLUB. HARD TRAINEN IS HET LAATSTE WAT VAN EEN BONDSCOACH WORDT VERWACHT. FINETUNEN DES TE MEER.