Hugo Broos heeft woord gehouden. Anderlecht, zei hij vóór het seizoen, moet niet altijd voor spektakel zorgen en soms onbeschaamd voor de punten durven gaan. Hoe hij dat zou verwezenlijken, zei de nieuwe trainer er niet bij, maar goed, laat staan spectaculair is het geleverde spel zelden geweest. Dat ook de resultaten zouden tegenvallen, had Broos niét voorspeld. Europees flirtte zijn ploeg drie ronden lang met de uitschakeling, tot tegen een Grieks-Poolse combinatie alle geluk bleek te zijn opgebruikt. In de nationale beker waren de kwartfinales het eindstation, en in de competitie komt Anderlecht met moeite boven de smalle subtop uit.
...

Hugo Broos heeft woord gehouden. Anderlecht, zei hij vóór het seizoen, moet niet altijd voor spektakel zorgen en soms onbeschaamd voor de punten durven gaan. Hoe hij dat zou verwezenlijken, zei de nieuwe trainer er niet bij, maar goed, laat staan spectaculair is het geleverde spel zelden geweest. Dat ook de resultaten zouden tegenvallen, had Broos niét voorspeld. Europees flirtte zijn ploeg drie ronden lang met de uitschakeling, tot tegen een Grieks-Poolse combinatie alle geluk bleek te zijn opgebruikt. In de nationale beker waren de kwartfinales het eindstation, en in de competitie komt Anderlecht met moeite boven de smalle subtop uit. "Er is de voorbije week veel slechts gezegd, héél veel", sprak Hugo Broos een beetje aangedaan na de 2-0 tegen Panathinaikos donderdagavond. "Vandaag is bewezen wat ik al maanden zeg : dat als iedereen in dezelfde richting kijkt, Anderlecht grootse prestaties kan leveren. Vandaag stond er een ploeg op het veld die zich heeft willen revancheren voor de kritiek, en die, denk ik, dit ook een beetje voor mij heeft willen doen." Hoe broos die uitspraak was, bleek drie dagen later al uit de magere vertoning tegen Sporting Charleroi. Veel meer lijkt Broos' verdediging dan ook weg te hebben gehad van een amechtig zoeken naar zelfbevestiging. Het zijn doorgaans geen van zelfvertrouwen overlopende trainers die zich aan zulke woorden wagen. Wie stevig in zijn schoenen staat, heeft ze niet nodig."Ik kan hier elke week voor spektakel zorgen," parafraseerde Hugo Broos vóór het uitduel tegen Club Brugge in december zijn blasfemische beleidsverklaring, "maar dan zullen de supporters moeten leren verliezen." Verliezen dóén ze, maar dan zonder de balsem van de schoonheid en leren zullen ze het nooit. De verdediger die Broos als speler was, gelooft niet dat door attractief voetbal na te streven, het resultaat automatisch volgt. Het is de bevestiging van de weg die Anderlecht eerder met Aimé Anthuenis was ingeslagen. Met zijn aanstelling deed het Nieuwe Realisme zijn intrede in Brussel. Bij monde van voorzitter Roger Vanden Stock bekende Het Instituut dat te lang een huisstijl in stand was gehouden, die niet meer van deze tijd is. Fysiek, organisatie en mentale sterkte, daar gaat het om vandaag, zei hij toen. Met die fysiek was, ondanks Anthuenis' reputatie, van alles mis, meende Broos al na enkele weken in zijn nieuwe werkomgeving te mogen vaststellen. En ook tactisch, gaf hij toe, had hij een hoger niveau verwacht. Dat deed denken aan de oneliner waarvoor Arie Haan, de trainer, altijd herinnerd zal worden in Brussel. Haan vond dat de spelers van Anderlecht onvoldoende het voetbal-ABC beheersten. Straffe taal was dat van een coach die uiteindelijk werd ontslagen wegens liever lui dan moe. Ook Broos' grootste kwaliteit is het, een pak praktijkervaring ten spijt, zeker niet gebleken een rist individualisten in een systeem in te passen. Aan gerichte training in functie van de wedstrijden of op automatismen komt hij niet toe. Kon Franky Vercauteren, de hulptrainer aan wie Anthuenis gaandeweg het veldwerk overliet, dat nog enigszins rechttrekken in het verleden, van Broos lijkt hij die vrijheid niet te krijgen. Zijn tactische standvastigheid is Broos inmiddels ook al kwijt. Voor het eerst in zijn trainerscarrière zwoer hij het dogma van de 4-4-2 af. Over wat er in de plaats moest komen, waren zijn ideeën veel minder duidelijk. Hij experimenteerde er in de wedstrijden duchtig op los, wisselde van concept en namen als ging het om een soort tombola en nam, net als zijn voorganger Anthuenis, zelfs zijn toevlucht tot een libero (en steigerde toen journalisten hem daar vragen over stelden). Na acht maanden staat hij nog altijd nergens. Zelfs de winstpartij tegen Panathinaikos bracht weinig tactische vooruitgang aan het licht. Tegen tien man viel het eerste doelpunt pas in zeventigste minuut, op een stilstaande fase bovendien, net als de tweede goal, waarna tegen négen Grieken met name Aruna zich vooral met soloacties te pletter liep en er opvallend veel balverlies geleden werd. Zonder veel overleg creëerde Anderlecht in de laatste zeven minuten ondanks het overtal geen doelgevaar meer. Zoals wel vaker wanneer een trainer het niet meer weet, leidde Broos de aandacht van het veld af en spitste hij de discussie toe op het gebrek aan mentale hardheid en eenheid bij de spelers. Ontegenzeglijk zit daar een kern van waarheid in. Natúúrlijk struikel je in Anderlecht over de overbetaalde en aan zelfoverschatting leidende voetballers, van wie er sommigen hun vak bovendien niet altijd even ernstig nemen. En natúúrlijk zorgde een ondoordachte aankooppolitiek er afgelopen zomer voor dat de verdeeldheid en de apathie die de spelers al onder Aimé Anthuenis hadden aangestoken, verder aan omvang wonnen. Maar dat wíst Broos toen hij zijn contract tekende, dus het telt niet als alibi. Problemen zijn het trouwens, die een trainer het hoofd hoort te bieden. Het heeft er alle schijn van dat Broos op dat mentale vlak tekort schiet. Uit zijn lichaamstaal spreekt niet de bezieling die de spelers het heilige vuur moet inblazen. Hij maakt vooral een plichtmatige indruk, en naar dat beeld voetbalt zijn ploeg.Wie een budget heeft dat een veelvoud is van waar de meeste van zijn concurrenten het mee stellen, moet érgens het verschil maken. Dat doet Anderlecht niet. Behalve dat op sportief vlak de interessante ontwikkelingen zich elders voordoen, is de club ook in commercieel opzicht niet meer toonaangevend. Het mag een detail lijken, maar dat Michel Verschueren voor de bekerwedstrijd tegen Turnhout vergat de seathouders uit te nodigen, is misschien een indicatie dat het allemaal wat veel wordt voor één, intussen toch al 71-jarige man. Met de jaren is Verschueren almaar vaker achterom dan vooruit gaan kijken. Nog altijd spreekt hij graag de spelers toe en houdt hen dan de palmares voor van de club. Zoals begin vorige maand, enkele weken nog voor de afgang in Athene. Als Anderlecht dit seizoen naast Europees voetbal grijpt, zei hij hen, dus buiten de eerste twee plaatsen eindigt, zal dat een exploitatieverlies van 2 à 300 miljoen oude frank tot gevolg hebben. "En daar zullen zij dan allemaal de gevolgen van dragen in hun contracten," dreigde hij toen, "zo simpel is dat. Ze hebben dat goed begrepen, moet ik zeggen."Een beetje verbaal de spierballen rollen is altijd Verschuerens sterke kant geweest, zoals die van Roger Vanden Stock stilaan het realiseren van twijfelachtige transfers is. Maar precies dát maakt hem, en bij uitbreiding de hele club, dan weer sympathiek. De beoogde terugkeer van Pär Zetterberg is voor de familie Vanden Stock noch meer noch minder die van een zoon. En wat is er menselijker dan een verloren kind weer liefdevol in de armen sluiten ? Alleen : professioneel is het nu weer net niet. En zo doet iedereen een beetje zijn ding in het naar de 89-jarige Constant Vanden Stock genoemde stadion, tot de dag dat de voorzitter en zijn neef, twee golfende fils à papa die zomaar een voetbalclub in de handen geduwd kregen, elkaar het licht in de ogen niet meer zullen gunnen. Althans, zo wordt in voetbalmiddens gretig gespeculeerd. Het gaat niet zo goed met Anderlecht en het zal 'm niet alleen aan de trainer liggen. Dat de naam van Emilio Ferrera al gevallen zou zijn voor het geval dat en anderen menen te weten dat Constant Vanden Stock vorige zomer ook met Paul Put aan de lijn hing, toevallig of niet de twee succestrainers van het moment, is naar Anderlechts gebruik niet ondenkbaar, maar allicht voorbarig. Ook al is uit het huidige spelerspotentieel nog niet het beste gehaald, de club zit wel verlegen om nieuwe impulsen. Op het veld, op het bankje, maar vooral in de bestuurskamer. door Jan HauspieZoals wel vaker wanneer een trainer het niet meer weet, leidde Broos de aandacht van het veld af.Broos maakt vooral een plichtmatige indruk, en naar dat beeld voetbalt zijn ploeg.