J akob Piil, een 31-jarige Deen, ex-pistier die het op de weg waarmaakt : Deens kampioen, ritwinnaar in de Tour van 2003 en ook al twee keer tweede in zo'n Tourrit. Jens Voigt, een 32-jarige Duitser, een door Telekom vergeten allrounder die vooral in Frankrijk successen oogst : twee keer het Internationaal Wegcriterium, de Grand Prix des Nations en een rit in de Tour van 2001. Die met aankomst in Sarrin, voor het riante optrekje van monsieur le présidentJacques Chirac. Wat Mary Pierce is in het tennis, is Voigt in de koers : The Body.
...

J akob Piil, een 31-jarige Deen, ex-pistier die het op de weg waarmaakt : Deens kampioen, ritwinnaar in de Tour van 2003 en ook al twee keer tweede in zo'n Tourrit. Jens Voigt, een 32-jarige Duitser, een door Telekom vergeten allrounder die vooral in Frankrijk successen oogst : twee keer het Internationaal Wegcriterium, de Grand Prix des Nations en een rit in de Tour van 2001. Die met aankomst in Sarrin, voor het riante optrekje van monsieur le présidentJacques Chirac. Wat Mary Pierce is in het tennis, is Voigt in de koers : The Body. Verontschuldig me voor het overbodige werk in de inleiding. U kent de erelijstjes van bovengenoemden al langer uit het hoofd. Maar u begrijpt dat ik het gewoonweg niet kan laten. De macht der gewoonte. Een onstuitbare drang, die ook de heren Piil en Voigt te pakken heeft. Want zeg nu zelf, wie in de eerste toerhelft zijn televisie aanzet, stuit onvermijdelijk op één van deze twee CSC- baroudeurs. De rosse van Odense en de lange van Gravesmühlen hebben de ongelukkige gewoonte te beuken tot ze er bij doodvallen. Om vervolgens te herrijzen en daags nadien weer aan de klus te beginnen. En bijgevolg ook iedere commentator met een syndroom op te zadelen. Het CSC-syndroom. Respectievelijk zes uur en vier uur en half over dezelfde mensen vertellen. Ik lig er wakker van en betrap me zelf erop dat ik zelfs op toilet Piil- en Voigt-verhalen verzin. Een gevoel van lichte wanhoop bekruipt me bij het besef dat ze ook in de resterende dagen nog een keer of vier zullen uitpakken. "Wat levert al dat aanvalswerk dan op ?", stel ik de zich opdringende vraag. Voorlopig niets. Tenzij ploegleider Bjarne Riis drie keer tevreden is met de prijs van de strijdlust. "En ten koste van wie hervallen ze steeds weer in dat uitzichtloze geram ?" "Van zichzelf" reageert José De Cauwer bliksemsnel. Klinkt ook logisch. Hun kopmannen Ivan Basso en Carlos Sastre schieten er geen donder mee op. Wel integendeel. Straks, in de slotweek door de Alpen, is het afgepeigerde tweetal al blij nog net bus veertig te halen. De allerlaatste naar de terminus in Parijs. Ik begrijp er echt geen snars van. Het zo geroemde tactisch brein van meneer Riis moet danig beneveld zijn. Aan het koppel Voigt-Piil heeft hij na L'Alpe d'Huez niets meer. Tenzij oplapwerk. Niet dat ik die agressieve instelling niet waardeer. Wel integendeel. Eén keer heb ik zelfs de volgende overweging gemaakt : waren Piil en Voigt maar Belgen. Maar toch nog even logisch nadenken, in de plaats van Riis dan. De sfinx van Herning heeft natuurlijk al voor de Tour in de mot dat hij voor het eindpodium tekortschiet. Ook met Michele Bartoli, Nicki Sörensen, Andrea Peron en zelfs Bobby Julich heeft hij voor de steile Pyreneeën en de hoge Alpen onvoldoende kwaliteit in huis. Basso en Sastre moeten het daar met andere woorden zelf maar uitvlooien. Overleven in het wiel van The Boss om uiteindelijk zesde en achtste te worden. Voor de tussendooretappes moet die Scandinavische nuchterheid dan weer wijken voor de aanvallende huisstijl. Aan Julich en Bartoli om het middengebergte in de overgangsritten voor hun rekening te nemen. Wie zich goed voelt, mag het proberen. Maar moet eerst wel communiceren. Wederzijds respect, loyauteit en communicatie zijn de ordewoorden in het huis Riis. Ze zijn er ingepompt op de overlevingsstage op Lanzarote. Teambuildingsessies : Bjarne verzamelt zijn strijdkrachten op een rotspunt en beveelt ze vervolgens 25 meter dieper in zee te springen. Als blijkt dat een van zijn kopmannen past, krijgt die een niet mis te verstaan lesje in bescheidenheid. "Vergeet niet dat je de jongens die wel sprongen, straks in de koers broodnodig hebt. Respecteer ze", aldus Riis. Andere activiteit : met een zeilboot anderhalve mijl in zee, om dan in zee gekieperd te worden en op eigen kracht het strand te bereiken. Met zwemvest uiteraard. Ruim een kwart past, een tiental anderen wordt noodgedwongen weer aan bord getrokken en een stuk of zeven sneuvelt op een halve mijl van de kust. Twee zetten door, hardnekkig hun laatste krachten aansprekend. Liever verzuipen dan afgaan. Zij halen het strand. Hun namen ? U raadt het al : Piil en Voigt. Driewerf hoera voor de rosse van Odense en de lange van Gravesmühlen. En alle respect ! door Michel Wuyts'Piil en Voigt hebben de ongelukkige gewoonte te beuken tot ze er bij doodvallen.'