In het begin van de vorige eeuw kampte Club Brugge met interne problemen. Op het einde van het seizoen 1900/01 waren er elf spelers gestopt, het gevolg van een dispuut binnen de club dat ertoe leidde dat een wedstrijd tegen Beerschot met forfaitcijfers werd verloren omdat de spelers niet kwamen opdagen.

Op dat cruciale kruispunt in de blauw-zwarte geschiedenis koos het bestuur resoluut voor de jeugd. Zo kwam bijvoorbeeld de 17-jarige Charles Cambier in de eerste ploeg, een middenvelder die zich al snel tot de architect zou opwerpen. Hij was een meester in het kopspel, met veel zin voor acrobatiek en clowneske invallen, waarmee hij de lachers op zijn hand kreeg. En op hetzelfde moment maakte de amper 16-jarige Hector Goetinck (1887) zijn opwachting. Hij zou 27 seizoenen voor Club spelen, tien als linksbuiten en zeventien als rechtsbuiten. Het stadion liep voor iedere thuiswedstrijd barstensvol en daar hield de sfeergevoelige Goetinck van. Het publiek stond toen altijd tot tegen de zijlijn geplakt, Goetinck voelde de adem van de supporters tot in zijn nek. Ze schreeuwden hem als het ware vooruit. Dat waren de omstandigheden waarin hij boven zichzelf uitgroeide.

Flitsende demarrages

Hector Goetinck, die Torten werd genoemd, was een aanvaller met flair en een turbomotor. Hij liep met de bal aan de voet even snel als zonder bal en kreeg de bijnaam 'de hinde'. Goetinck groeide op in Heist-aan-Zee, waar hij zich bij de plaatselijke club aansloot. Hij werd ontdekt door een bestuurslid van Club Brugge toen hij op het strand met enkele badgasten een balletje trapte. Op zijn tiende maakte hij de overgang naar Club.

Het was het begin van een sprookjesachtige carrière. Goetinck speelde op zijn vijftiende als rechtsbinnen in de scholierenploeg, maar maakte een dusdanige indruk dat hij al gauw naar het tweede elftal doorstroomde. Omdat hij op de twee teams zijn stempel drukte, draafde hij 's ochtends met het ene en 's namiddags met het andere elftal op. Op zijn zestiende werd hij rijp geacht voor de eerste ploeg. Een jaar later debuteerde hij in de nationale ploeg waarvoor hij in totaal zeventien keer zou uitkomen.

Torten Goetinck groeide in een mum van tijd uit tot de meest populaire Clubvoetballer. Met zijn flitsende demarrages scheurde hij verdedigingslinies open. Hij snelde langs de flank voorbij drie man om dan de bal in volle loop te centeren, iets wat niet veel voetballers nog beheersen. Met zijn snelheid en mobiliteit was hij een meester in het ontwijken van tackles. Torten Goetinck was een spektakelvoetballer die het spel bepaalde. Hij had een stalen wilskracht en een ijzeren zelfdiscipline. Goetinck beoefende nog tal van andere sporten. Zo werd hij bij de militairen nationaal kampioen op de 100 en de 200 meter.

Wilde konijnen

Zijn absolute topjaar beleefde Goetinck tijdens het seizoen 1919/20. In het elftal stonden toen negen spelers die van het oorlogsfront waren teruggekeerd en gewend waren aan het harde en rauwe leven. Toch verwachtte het bestuur heel weinig van het seizoen. Het pessimisme bleek zo groot dat op de algemene vergadering van de bond werd voorgesteld om dat jaar geen elftal te laten degraderen.

Maar de dirigenten hadden de kracht van het elftal onderschat. Club pakte uit met mannelijk en geëngageerd voetbal, met de snelheid van Goetinck en het organisatietalent van Charles Cambier als wapens. Als een pletwals raasde het over de tegenstand, met een kick-and-rush dat zo kenmerkend zou zijn voor deze vereniging. Op 21 maart 1920, na een wedstrijd tegen RC Mechelen, pakte Club het eerste naoorlogse kampioenschap.

De periode van hoogconjunctuur duurde niet lang. Club Brugge zakte weg en in 1928 werd Goetinck, die het seizoen daarvoor was gestopt, zelfs teruggeroepen om de ploeg van degradatie te redden. Hij was toen 42 jaar en wist dat hij quasi voor een onmogelijke opdracht stond. Als een bezetene ging Goetinck aan zijn conditie schaven, iedere avond scheurde hij door de duinen van Heist, hij beklom trappen om het uithoudingsvermogen te vergroten en hij daalde dezelfde trappen af om de snelheid aan te scherpen. In Heist circuleerde in die dagen het gerucht dat Goetinck gek was geworden en in de duinen achter wilde konijnen liep die hij nooit te pakken kreeg.

Ondanks alle inspanningen zou Goetinck de degradatie van Club Brugge, de eerste uit de geschiedenis, niet kunnen verhinderen. Vier clubs eindigden met een gelijk puntenaantal en moesten een bijkomende eindronde spelen om de tweede daler aan te duiden. Club verloor alle drie zijn matchen en degradeerde naar tweede. Samen met ... Sporting Anderlecht.

Gymnastiek op het dek

Na zijn voetbalcarrière knipte Torten Goetinck, die intussen in Heist een hotel runde, de band met het voetbal niet door. Hij werd trainer van Club Brugge én van de nationale ploeg en hield er voor die tijd vooruitstrevende trainingsopvattingen op na: zo laste hij individuele conditietrainingen in en liet hij de jonge voetballers van Club lopen in de duinen om hun kracht en explosiviteit te verhogen. Hij leidde de Rode Duivels op het WK van 1930 in Uruguay en liet de spelers tijdens de drie weken durende bootreis naar dit Zuid-Amerikaanse land gymnastiekoefeningen doen op het dek van het schip. Toch bleken ze bij aankomst zes kilo te zijn bijgekomen.

Bij Club Brugge zette Goetinck een punt achter zijn trainerscarrière met een degradatie. Hij trad toen wel toe tot het bestuur. In 1937 schreef Torten Goetinck het boek Voetbalanecdoten. Dat jaar werd de man die altijd de blauw-zwarte kleuren had gedragen trainer van AS Oostende, waar hij drie seizoenen zou blijven. Hector Goetinck overleed tijdens de Tweede Wereldoorlog toen op 25 juni 1943 een bom zijn hotel trof. Hij werd 56 jaar.

door jacques sys - beelden: gf

Goetinck was een meester in het ontwijken van tackles.

CLUB BRUGGE IS ... "Gemakkelijk, toegankelijk en aanspreekbaar, volks, ludiek." {Filips Dhondt, ex-general manager}

In het begin van de vorige eeuw kampte Club Brugge met interne problemen. Op het einde van het seizoen 1900/01 waren er elf spelers gestopt, het gevolg van een dispuut binnen de club dat ertoe leidde dat een wedstrijd tegen Beerschot met forfaitcijfers werd verloren omdat de spelers niet kwamen opdagen. Op dat cruciale kruispunt in de blauw-zwarte geschiedenis koos het bestuur resoluut voor de jeugd. Zo kwam bijvoorbeeld de 17-jarige Charles Cambier in de eerste ploeg, een middenvelder die zich al snel tot de architect zou opwerpen. Hij was een meester in het kopspel, met veel zin voor acrobatiek en clowneske invallen, waarmee hij de lachers op zijn hand kreeg. En op hetzelfde moment maakte de amper 16-jarige Hector Goetinck (1887) zijn opwachting. Hij zou 27 seizoenen voor Club spelen, tien als linksbuiten en zeventien als rechtsbuiten. Het stadion liep voor iedere thuiswedstrijd barstensvol en daar hield de sfeergevoelige Goetinck van. Het publiek stond toen altijd tot tegen de zijlijn geplakt, Goetinck voelde de adem van de supporters tot in zijn nek. Ze schreeuwden hem als het ware vooruit. Dat waren de omstandigheden waarin hij boven zichzelf uitgroeide. Hector Goetinck, die Torten werd genoemd, was een aanvaller met flair en een turbomotor. Hij liep met de bal aan de voet even snel als zonder bal en kreeg de bijnaam 'de hinde'. Goetinck groeide op in Heist-aan-Zee, waar hij zich bij de plaatselijke club aansloot. Hij werd ontdekt door een bestuurslid van Club Brugge toen hij op het strand met enkele badgasten een balletje trapte. Op zijn tiende maakte hij de overgang naar Club. Het was het begin van een sprookjesachtige carrière. Goetinck speelde op zijn vijftiende als rechtsbinnen in de scholierenploeg, maar maakte een dusdanige indruk dat hij al gauw naar het tweede elftal doorstroomde. Omdat hij op de twee teams zijn stempel drukte, draafde hij 's ochtends met het ene en 's namiddags met het andere elftal op. Op zijn zestiende werd hij rijp geacht voor de eerste ploeg. Een jaar later debuteerde hij in de nationale ploeg waarvoor hij in totaal zeventien keer zou uitkomen. Torten Goetinck groeide in een mum van tijd uit tot de meest populaire Clubvoetballer. Met zijn flitsende demarrages scheurde hij verdedigingslinies open. Hij snelde langs de flank voorbij drie man om dan de bal in volle loop te centeren, iets wat niet veel voetballers nog beheersen. Met zijn snelheid en mobiliteit was hij een meester in het ontwijken van tackles. Torten Goetinck was een spektakelvoetballer die het spel bepaalde. Hij had een stalen wilskracht en een ijzeren zelfdiscipline. Goetinck beoefende nog tal van andere sporten. Zo werd hij bij de militairen nationaal kampioen op de 100 en de 200 meter. Zijn absolute topjaar beleefde Goetinck tijdens het seizoen 1919/20. In het elftal stonden toen negen spelers die van het oorlogsfront waren teruggekeerd en gewend waren aan het harde en rauwe leven. Toch verwachtte het bestuur heel weinig van het seizoen. Het pessimisme bleek zo groot dat op de algemene vergadering van de bond werd voorgesteld om dat jaar geen elftal te laten degraderen. Maar de dirigenten hadden de kracht van het elftal onderschat. Club pakte uit met mannelijk en geëngageerd voetbal, met de snelheid van Goetinck en het organisatietalent van Charles Cambier als wapens. Als een pletwals raasde het over de tegenstand, met een kick-and-rush dat zo kenmerkend zou zijn voor deze vereniging. Op 21 maart 1920, na een wedstrijd tegen RC Mechelen, pakte Club het eerste naoorlogse kampioenschap. De periode van hoogconjunctuur duurde niet lang. Club Brugge zakte weg en in 1928 werd Goetinck, die het seizoen daarvoor was gestopt, zelfs teruggeroepen om de ploeg van degradatie te redden. Hij was toen 42 jaar en wist dat hij quasi voor een onmogelijke opdracht stond. Als een bezetene ging Goetinck aan zijn conditie schaven, iedere avond scheurde hij door de duinen van Heist, hij beklom trappen om het uithoudingsvermogen te vergroten en hij daalde dezelfde trappen af om de snelheid aan te scherpen. In Heist circuleerde in die dagen het gerucht dat Goetinck gek was geworden en in de duinen achter wilde konijnen liep die hij nooit te pakken kreeg. Ondanks alle inspanningen zou Goetinck de degradatie van Club Brugge, de eerste uit de geschiedenis, niet kunnen verhinderen. Vier clubs eindigden met een gelijk puntenaantal en moesten een bijkomende eindronde spelen om de tweede daler aan te duiden. Club verloor alle drie zijn matchen en degradeerde naar tweede. Samen met ... Sporting Anderlecht. Na zijn voetbalcarrière knipte Torten Goetinck, die intussen in Heist een hotel runde, de band met het voetbal niet door. Hij werd trainer van Club Brugge én van de nationale ploeg en hield er voor die tijd vooruitstrevende trainingsopvattingen op na: zo laste hij individuele conditietrainingen in en liet hij de jonge voetballers van Club lopen in de duinen om hun kracht en explosiviteit te verhogen. Hij leidde de Rode Duivels op het WK van 1930 in Uruguay en liet de spelers tijdens de drie weken durende bootreis naar dit Zuid-Amerikaanse land gymnastiekoefeningen doen op het dek van het schip. Toch bleken ze bij aankomst zes kilo te zijn bijgekomen. Bij Club Brugge zette Goetinck een punt achter zijn trainerscarrière met een degradatie. Hij trad toen wel toe tot het bestuur. In 1937 schreef Torten Goetinck het boek Voetbalanecdoten. Dat jaar werd de man die altijd de blauw-zwarte kleuren had gedragen trainer van AS Oostende, waar hij drie seizoenen zou blijven. Hector Goetinck overleed tijdens de Tweede Wereldoorlog toen op 25 juni 1943 een bom zijn hotel trof. Hij werd 56 jaar. door jacques sys - beelden: gf Goetinck was een meester in het ontwijken van tackles.CLUB BRUGGE IS ... "Gemakkelijk, toegankelijk en aanspreekbaar, volks, ludiek." {Filips Dhondt, ex-general manager}