De grote goleador is helemaal terug en dat zal iedereen geweten hebben. Omwille van zijn doelpunten, maar ook vanwege zijn disputen met de scheidsrechters. In Anderlecht zijn ze in elk geval overtuigd van zijn waarde voor het team en beloonden ze hem prompt met een nieuw contract.
...

De grote goleador is helemaal terug en dat zal iedereen geweten hebben. Omwille van zijn doelpunten, maar ook vanwege zijn disputen met de scheidsrechters. In Anderlecht zijn ze in elk geval overtuigd van zijn waarde voor het team en beloonden ze hem prompt met een nieuw contract. Nicolás Frutos: "Het gaat om een verlenging met twee jaar want ik had nog een contract tot 2010. Ik denk dat ik mijn nut bewezen heb en me ook heel goed gedragen heb, zowel op het professionele als op het persoonlijke vlak. Omgekeerd heeft de club zich ook heel positief getoond tegenover mij. Er was dus een wederzijdse wil om samen door te gaan." "Ja, absoluut. Op die manier kan ik officieel, zwart op wit, laten zien dat ik me heel goed voel in België. Al denk ik wel dat men dat al wist." "Inderdaad, maar ook al heb ik nu die zekerheid op lange termijn, dat wil niet zeggen dat ik me niet heel erg bezighoud met de onmiddellijke toekomst. Te beginnen met de volgende wedstrijd, tegen Standard. We hebben in de competitie immers al genoeg punten verspild." "Ik hoop het. Na de stage tijdens de winterstop zouden we ons niveau van zes maanden geleden weer moeten halen." "Omdat we de enige Belgische ploeg zijn die nog meedoet op het Europese toneel! Zo simpel is het, ook al schijnen sommigen dat niet te begrijpen. In één week tijd moesten we bijvoorbeeld AA Gent, Hapoel Tel Aviv en Cercle Brugge bekampen, drie erg taaie tegenstanders. Die eerste twee matchen wisten we nog wel te winnen, maar in het Jan Breydelstadion verloren we twee punten omdat de ploeg wat vermoeid was. De grootste ploegen in Europa hebben een goed gestoffeerde kern, die de trainer toelaat om te roteren, maar Anderlecht staat nog niet zover. Als we erin slagen om te overwinteren in de UEFA Cup - wat iedereen toch hoopt - dan riskeert dat onze jacht op de titel serieus te bemoeilijken. Ik denk dat het bestuur in de komende transferperiode wel een inspanning zal doen." "Jazeker, maar het is door hard te werken dat ik dat respect verdiend heb." "Misschien toch wel, ja. Het is voor het eerst in mijn carrière dat ik het shirt draag van de grootste club van een land. De eerste keer ook dat ik twee jaar bij dezelfde club blijf ... Ik moet bekennen dat het me een beetje in de war brengt. Ik was het gewend om elk seizoen een nieuwe ervaring aan te gaan, bij een nieuwe club, in een nieuwe omgeving. Ik moest me voortdurend aanpassen, maar dat stoorde me niet. Ik ben iemand die van verandering houd: vreemde landen en andere culturen ontdekken. Ik roest niet graag vast in een routine. Maar in België voel ik me prima en ik wen eraan om wat honkvaster te worden. Misschien niet zo slecht nu ik door de geboorte van mijn dochtertje Sofía extra verantwoordelijkheden gekregen heb." "Ik zou met Anderlecht graag iets groots realiseren op Europees niveau. We zijn bezig een stevige basis te leggen, met jonge spelers, en ik hoop dat we binnen één of twee jaar enkele mooie bladzijden geschiedenis kunnen schrijven. Een of ander exploot waar men jaren nadien nog over praat." "Daar droomt elke speler van. Natuurlijk zou ik het fijn vinden dat ik in de herinnering voortleef als een speler die zijn stempel gedrukt heeft op de geschiedenis van de club. Maar op dit ogenblik is mijn doel gewoon elk weekend spelen. Als dat lukt, dan zal men nog van mij spreken." "Als dat zo is, dan zou dat een slechte evolutie zijn. We moeten vermijden dat het rendement van de ploeg afhangt van twee of drie spelers. Ik stel wel vast dat mijn terugkeer samenvalt met een zeker herstel van het team." "Wanneer een voetballer langs de lijn moet toekijken, dan begint het te kriebelen, dan wil hij spelen. Dat was bij mij niet anders. Het is voor een sporter moeilijk om het hele seizoen topfit te zijn. Je krijgt altijd wel eens een trap of je hebt kleine blessures. Sommige genazen niet zo snel als verwacht. Misschien heb ik het ook wat geforceerd door zo snel mogelijk te willen terugkeren. Ik wil altijd op het veld staan, voor mezelf, maar ook om de ploeg te helpen." "Als sommigen zo over mij denken, wat kan ik dan zeggen? Denk je echt dat ik het plezant vond om naast het veld te moeten staan? Ik heb heel moeilijke momenten gekend. Die mensen hebben waarschijnlijk nooit aan sport gedaan en weten niet wat een sportman voelt wanneer hij zich niet aan zijn passie kan overgeven. Er zijn spelers die even lang geblesseerd waren als ik en voor wie men geen belangstelling had. Ach ja, dat is misschien de keerzijde van het succes." "Ongetwijfeld pech. In Argentinië ben ik nooit onder het mes gemoeten, maar sinds ik in België speel, ben ik al twee keer geopereerd. Eén keer aan de knie, waar ik een schop tegen gekregen had, en één keer aan de hiel, een soort compensatieblessure omdat ik vijf, zes keer met pijn op een andere plaats gespeeld had. Op dit moment behoort dat allemaal tot het verleden. Ik beschouw het als faits divers, want blessures vormen nu eenmaal de risico's van het vak." "Minder dan ik had gehoopt, maar het belangrijkste is dat ik in elke match mijn streng getrokken heb en een impact op de ploeg heb gehad." "Die cijfers helpen me om het vertrouwen van de trainer en van mijn ploeggenoten te winnen. Daardoor kan ik ook sereen werken wanneer ik geblesseerd ben, want ik weet dat ik bij mijn terugkeer een plaats in het team heb. Eerlijk gezegd had ik bij mijn aankomst uit Argentinië nooit verwacht dat ik zulke cijfers zou kunnen voorleggen. Ik mag dus niet klagen." "Dat was bijna niet normaal. Ik had verwacht om wat speelminuten te krijgen tegen Gent, Hapoel Tel Aviv en Cercle, of in het beste geval twee volledige matchen en enkele minuten in de derde. In plaats daarvan speelde ik drie keer negentig minuten en niet eens zo slecht, denk ik. Drie volledige wedstrijden wanneer je net terugkomt uit blessure, dat is verbazend. Nadien was ik wel moe, maar ik was blij dat het zo goed gegaan was." "Dat verrast me, want ik heb zelf helemaal niet die indruk. In mijn eerste seizoen heb ik wedstrijden gespeeld in een 4-4-2 en andere in een 4-3-3. Idem vorig seizoen, met Mémé Tchité of met het duo Tchité-Boussoufa. In beide systemen voelde ik me prima en ik verstond me met beide spelers heel goed. Ik heb echt geen voorkeur." "Met statistieken kan je alles bewijzen. Ik denk dat we op het veld bewezen hebben dat we samen kunnen spelen. We hebben beiden een pak goals gemaakt. Van mijn vijftien doelpunten vorig seizoen geloof ik dat er zeven of acht op voorzet van Mémé kwamen. Ik heb hem ook assists gegeven wanneer ik maar kon. De ploeg draaide heel goed wanneer we allebei speelden. Geloof me: ik vind het jammer dat hij hier niet meer rondloopt." "Dat zou kunnen. Serhat is een ander type speler. Mémé is in de eerste plaats een goalgetter, terwijl Akin ongetwijfeld beter samenspeelt met een diepe spits. Serhat en ik zijn echt complementair en dat weerspiegelt zich zowel op als naast het veld. Maar ook met Mémé kwam ik goed overeen." "Nog zo'n mythe die de laatste tijd opduikt. Net zoals die van de blessures. Dat begint echt op mijn zenuwen te werken. Een deel van de pers heeft alleen dáár nog oog voor. Ik heb alle matchen die aanleiding gaven tot die polemiek nog eens teruggezien en na het bekijken van de beelden heb ik een gerust geweten. Tegen Westerlo was ik geschorst, maar in tegenstelling tot wat men beweert, kreeg ik geen enkele van die drie gele kaarten voor protest. Wie kritiek wil leveren, moet dat maar doen. Het was mijn eerste schorsing en net als mijn blessures niet meer dan een fait divers. Iedereen loopt wel eens een schorsing op na drie gele kaarten." "Ja, dat werd natuurlijk breed uitgesmeerd in de kranten. Nochtans heb me ik nooit op een gemene manier uitgelaten tegen een scheidsrechter of een tegenstander. Ik heb hen telkens met veel respect mijn mening gegeven. Het stelt me teleur dat ik daardoor een kwalijke reputatie krijg. Ik daag je uit om een wedstrijd te vinden waarin ik een speler een doodschop verkocht heb of een tegenstander of arbiter beledigd heb. Ach, laat ik maar lachen om al wat ik lees en hoor, want anders zou ik me er nog over opwinden." "Ik hoop van niet. Bekijk de beelden. Op het gevaar af dat ik in herhaling val: geen enkele gele kaart kwam er voor protest. De eerste, op Roeselare, kreeg ik omdat ik mijn mening had gezegd tegen een speler die mij aangetrapt had. Ik heb het nog eens teruggezien: een huizenhoge strafschop! Tegen Gent kreeg ik geel onder de neus geduwd omdat ik bij de aftrap na het doelpunt van de Buffalo's geprobeerd had om de doelman te verrassen met een verre lob en ik daarbij niet besefte dat ik op het fluitsignaal van de scheids moest wachten. De derde, op Cercle, was het gevolg van een duel waarbij mijn tegenstander en ikzelf mekaar bij de arm vast hadden. We vielen op de grond en het had evengoed een overtreding van mijn tegenstander kunnen zijn als van mij. Toch floot de arbiter tegen mij en hij gaf me nog geel ook. Dat snap ik niet." "Veel scheidsrechters zijn allerminst flexibel. Ze staan niet toe dat je hen op welke manier dan ook aanspreekt omdat ze de indruk hebben dat je hen aanvalt. Normaal gezien is Nzolo niet zo. Hij fluit meer in de stijl van de Argentijnse arbiters, die meer open zijn en dialoog toelaten. Meer wil ik daar niet over kwijt. Ik zal nooit tegenover de pers kritiek geven op een scheidsrechter omdat ik er nog steeds van overtuigd ben dat iedereen zijn job zo goed mogelijk tracht uit te voeren. Bovendien hecht ook de club veel belang aan respect voor de arbitrage. Van mijn kant hoop ik dan ook dat de pers ermee ophoudt om zich te fixeren op mijn gele kaarten en dat men stopt met mij een slechte reputatie te bezorgen. Vorig seizoen kreeg ik in de hele competitie slechts twee keer geel. Ik ben dus niet zo'n kwaaie als sommigen willen laten uitschijnen." "Ja, uiteraard, maar ik ben niet verantwoordelijk voor het beeld dat men van mij schetst in de pers. Op het veld en in de kleedkamer toon ik mijn ware gelaat. De beste indruk die ik kan nalaten bij die jonge gasten, is een loyale voetballer te zijn die knokt voor zijn team en nooit vuile fouten maakt op de tegenstander. De dag dat ik over de schreef ga of iemand een doodschop geef, kan de arbiter mij zonder probleem van het veld sturen, want ik zal de eerste zijn die zich daarover schaamt. Ik weet dat ik rechtuit ben en het hart op de tong heb, maar steeds met de beste bedoelingen. Ik weet ook dat ik een leidersrol te vervullen heb en als ik ga praten met de scheidsrechter, dan is dat altijd op een beleefde manier. Was dat niet zo, dan zou ik Nicolás Frutos niet zijn." S door daniel devos