Dirk Van Oekelen : "Eigenlijk ben ik moleculair bioloog, en dus bezig op celniveau, met een doctoraatsonderzoek naar serotonine, naar wat zich afspeelt in de hersenen bij ziektes als schizofrenie en zo meer. Het doctoraat dat ik schrijf heeft te maken met de ontwikkeling van geneesmiddelen daartegen. Ik heb onder andere depressie bij ratten onderzocht. Een voorbeeld : er zijn van die gedragsexperimenten waaruit je kan zien dat een rat depressief is. Je smijt ze bijvoorbeeld in een bokaal met water, waarna ze van de vijf minuten drie minuten aan een stuk spartelen. Maar een rat die stoffen toegediend heeft gekregen waardoor ze depressief wordt, zal bijvoorbeeld maar een minuut spartelen en vier minuten lamlendig liggen dobberen. Dat kan je dan extrapoleren naar de mens en stoffen uitproberen op die ratten om depressie tegen te gaan.
...

Dirk Van Oekelen : "Eigenlijk ben ik moleculair bioloog, en dus bezig op celniveau, met een doctoraatsonderzoek naar serotonine, naar wat zich afspeelt in de hersenen bij ziektes als schizofrenie en zo meer. Het doctoraat dat ik schrijf heeft te maken met de ontwikkeling van geneesmiddelen daartegen. Ik heb onder andere depressie bij ratten onderzocht. Een voorbeeld : er zijn van die gedragsexperimenten waaruit je kan zien dat een rat depressief is. Je smijt ze bijvoorbeeld in een bokaal met water, waarna ze van de vijf minuten drie minuten aan een stuk spartelen. Maar een rat die stoffen toegediend heeft gekregen waardoor ze depressief wordt, zal bijvoorbeeld maar een minuut spartelen en vier minuten lamlendig liggen dobberen. Dat kan je dan extrapoleren naar de mens en stoffen uitproberen op die ratten om depressie tegen te gaan. "Als je in de research tien projecten hebt, mislukken er negen. Dat is nu eenmaal zo. Dan kom je wel eens met een zwaar hoofd trainen - al die weken voor niks gewerkt - en dan is het wel tof en relativerend als je je met anderen in het voetbal kan uitleven. Als ik op Janssen Pharmaceutica binnenwandel en ik praat met al die professoren of ik kom de kleedkamer binnen en ik zit tussen de spelers : ik voel mij in die twee werelden thuis. Sociaal gezien kan ik mij ook vrij snel integreren, dat is wel een voordeel. Maar nu is het voetbal mijn job geworden en zal men nog meer verwachten van mij dan vroeger en dus zal ik er ook nog meer voor doen. "Research en sport, het zijn eigenlijk twee domeinen waar ze heel veel van je verwachten en dan heb je soms wel moeilijke momenten. In die acht jaar die ik gestudeerd heb, is het soms zwaar geweest, moet ik toegeven. In zekere zin zit er wel een complementariteit in doordat ze zo verschillend zijn. Het ene kan een uitlaatklep of compenserend zijn voor het andere. "Dat ik de combinatie zolang heb kunnen volhouden, zal wel met mijn ambitie te maken hebben. Er zijn zóveel momenten dat je het een of het ander kan opgeven... Als je 16 bent bijvoorbeeld en je vrienden beginnen op stap te gaan, als je op je achttiende naar de universteit gaat, of als je je vriendin leert kennen : het zijn momenten waarop je toch even gaat nadenken over wat de bedoeling van het leven is ( lachje). Ik heb beide carrières altijd veel te waardevol gevonden om een van de twee te laten schieten. Ik vind : als je de talenten en capaciteiten hebt, is het zonde om daar niks mee te doen. Bovendien mag je, vind ik, als je jong bent een zware en drukke periode kennen. Ik weet wel : je kan geen dertig jaar aan een tempo leven van 's morgens acht tot 's avonds tien uur. Zo zit ik ook niet in elkaar. Maar als je in de 20 bent, bouw je aan de toekomst en daar wil ik dan gerust bepaalde zaken voor laten. "Eigenlijk heb ik altijd een beetje de twee wegen bewandeld. De studie was in het begin altijd prioritair, vandaar dat ik iets later in eerste nationale ben terechtgekomen. Nu heb ik het een beetje omgedraaid en is het profvoetbal de hoofdweg geworden. Mijn doctoraat pas ik aan aan het schema dat het voetbal mij voorlegt. Als ik 35 ben, moet ik weer een derde weg bewandelen, maar die laat ik gewoon op mij afkomen. Tegen dan zal ik mijn diploma's bio-ingenieur en doctor in de wetenschappen zeker hebben, dus daar kan ik dan zeker op terugvallen. Maar je weet nooit welke mogelijkheden je in het voetbal nog tegenkomt. Ik ken de voetbalwereld door en door en heb ondertussen toch wel een bepaalde levenservaring opgebouwd door met tijdschema's te moeten werken, speeches te moeten geven, structuren te moeten aanbrengen. Misschien dat dat in de voetbalwereld ook ooit nog van pas komt.""Bij Sint-Truiden zijn ze echt wel goed op weg. De verhalen die ik hoorde van de tijd voor ik er was, waren echt fenomenaal. Maar dat volkse verleden is misschien wel de charme van de club. Met de licentie zijn ze echt wel professioneler aan het werken. Er is een trein aan het vertrekken in het voetbal en daar willen ze op zitten."Het voetbal zit ook tussen de oren, zegt men, en dat is ook wel zo. Tegen de degradatie moeten spelen, daar word je hard van, maar soms is het toch wel zwaar. Knaepen en Mangelschots hebben in de degradatiestrijd vertrouwen en positivisme in de groep kunnen brengen. Als je als groep tegen de degradatie speelt, heb je soms wel eens iemand nodig die zegt : jij kan het, jij gaat het doen vandaag. Iemand als Guy Mangelschots heb ik als heel eerlijk ervaren. Hij ruikt als het ware naar het voetbal ( lachje) en kent er ook veel van. Een man van zijn woord en dat kom je in het voetbal niet altijd tegen. Ik heb heel veel respect voor hem, net als voor de andere trainers met wie ik samenwerkte. "Bijna alle wedstrijden heb ik meegespeeld. Alleen een meniscusoperatie gehad - hoewel dat in het voetbal niet veel meer voorstelt, kan het in het midden van het seizoen wel ongelegen komen - en drie matchen op de bank gezeten. "Er waren een aantal kandidaat-clubs voor mij. Ik was einde contract en had in Sint-Truiden negentig wedstrijden gespeeld : vier Belgische eersteklassers, twee Nederlandse en een Engelse, waarvan die vier Belgische heel concreet waren. Waarom dan RWDM ? Een nieuwe uitdaging vind ik wel plezant, want ik ben altijd al ambitieus geweest in mijn leven. Ten tweede : ik woon in Willebroek, dus het is dichter bij huis. Het financiële is ook belangrijk, die factor hoort er ook bij. En ten slotte zijn ze er heel sterk ingevlogen om een goeie ploeg voor eerste klasse op poten te zetten. Plus dat het van bij het eerste contact klikte. Het buitenland zag ik wel zitten, maar ik vertrok begin juni op vakantie en ik wou vooraf alles afgehandeld hebben. Die Belgische clubs waren concreet, de andere waren geïnteresseerd. Daar ligt een verschil tussen en ik wou niet wachten tot de laatste appel van de boom viel. "Toen ik bij Sint-Truiden zat, was er concrete interesse van Genk en achter de schermen ook van Club Brugge en een andere topclub, maar toen wou Sint-Truiden mij niet laten gaan omdat ze mij te belangrijk vonden voor de uitbouw van de ploeg. Dan moet je je daarbij neerleggen als er geen clausules in je contract staat dat je voor een maximum bedrag weg kan. Ik ben heel gelukkig met mijn leven en met wat ik heb en als je één ding - zoals naar een echte topclub gaan - niet hebt kunnen bereiken, heb je, vind ik, niet het recht om daarover te piekeren. Begrijp me niet verkeerd : ik ben heel ambitieus, maar je moet ook optimist zijn in het leven. "Of ik bij RWDM van de regen in de drop kom ? Meestal, dat blijkt wel uit statistieken denk ik, is het zo dat het eerste jaar in eerste klasse nog relatief gemakkelijk gaat en krijgen pas gepromoveerde ploegen het in het tweede jaar moeilijk. RWDM is toch een ploeg met een verleden en ik krijg de indruk dat er een gezonde wind waait en ze daar echt wel bezig zijn met de uitbouw. Soms praten de Franstaligen Nederlands en antwoorden de Nederlandstaligen in het Frans : daaraan zie je dat er in de groep een heel grote bereidwilligheid is om er iets moois van te maken."door Raoul De Groote