Minister van Sport Bert Anciaux heeft zijn eerste grote vis beet. Bruggeling Stefaan Obreno is als eerste uitverkoren om topsporttrainer te worden, zeg maar de eindverantwoordelijke voor zijn discipline, in dit geval : heel het Vlaamse zwemmen. De minister wil voor eind dit jaar nog negen andere sporten aan een goeroe helpen. Maar of ze allemaal dezelfde allure zullen hebben als de vierenveertigjarige Obreno, valt sterk te betwijfelen. Obreno is een man van naam en faam die eerder al Stefaan Maene en Brigitte Becue coachte. In 1998 trad de Bruggeling in dienst van de Nederlandse zwemfederatie. Het zou een geslaagd huwelijk worden dat de Nederlanders op de Spelen van Sydney vijf keer goud, één keer zilver en twee keer brons bezorgde.
...

Minister van Sport Bert Anciaux heeft zijn eerste grote vis beet. Bruggeling Stefaan Obreno is als eerste uitverkoren om topsporttrainer te worden, zeg maar de eindverantwoordelijke voor zijn discipline, in dit geval : heel het Vlaamse zwemmen. De minister wil voor eind dit jaar nog negen andere sporten aan een goeroe helpen. Maar of ze allemaal dezelfde allure zullen hebben als de vierenveertigjarige Obreno, valt sterk te betwijfelen. Obreno is een man van naam en faam die eerder al Stefaan Maene en Brigitte Becue coachte. In 1998 trad de Bruggeling in dienst van de Nederlandse zwemfederatie. Het zou een geslaagd huwelijk worden dat de Nederlanders op de Spelen van Sydney vijf keer goud, één keer zilver en twee keer brons bezorgde. In 2002 gaf de toptrainer er de brui aan. Hij had even genoeg van het zwemmen. "Ik ben dan een fitnessclub gestart, samen met mijn vrouw. Een bijzonder leerrijke ervaring was dat", vertelt Stefaan Obreno. "In feite is een fitnesscentrum een verzameling van honderden individuele topsporters die zichzelf doelen opleggen : spieren kweken, trainen voor een marathon of zelfs gewoon wat gewicht verliezen. Uiteindelijk besefte ik dat ik hetzelfde deed als wat ik heel mijn trainerscarrière gedaan heb : planning, trainingsopbouw en mensen motiveren. Honderden kleine sporters helpen met hun doel te bereiken. Nu keer ik terug naar het zwemmen, maar die drie jaar uit het bad had ik echt wel nodig om mezelf weer op te laden. Iedere job wordt afstompend als je niet op tijd en stond eens wat anders doet."Stefaan Obreno : "Tweehonderd procent zelfs. Ik heb niks meer te verliezen. De resultaten die ik al geboekt heb, blijven de rest van mijn leven op mijn palmares. Niemand kan me ooit nog die acht Nederlandse medailles van Sydney afpakken. Ik begin hier dus niet aan omdat ik vind dat ik nog iets te bewijzen heb. In eerste instantie doe ik deze job omdat het zonde is dat mijn kennisbibliotheek thuis zit te verkommeren. En ik vond ook dat ik iets terug moest doen voor het Belgische zwemmen, dat mij uiteindelijk toch ook veel heeft gegeven." "O, maar talent is er altijd al geweest. Daar zal het niet aan liggen. Zoals ik het zie, heb ik een groot nadeel en een groot voordeel. Nadeel is : er zijn geen gevestigde toppers die de jonge generatie naar een hoger niveau kunnen tillen. Die luxe mis ik. Maar mijn grote voordeel is dat iedereen heeft gezien dat de werkwijze van het verleden niet tot resultaten leidt. Daarom gaan nu de neuzen makkelijker in dezelfde richting en staat iedereen veel meer open voor vernieuwing. De talentvolle jongeren van vandaag zullen daar de vruchten van plukken. Nog niet in 2008, dat komt voor hen te vroeg.""Ja, maar dit is niet het moment voor verwijten. We moeten nu de knop omdraaien, want het is geen vijf voor twaalf, het is twaalf uur. Het was een schande dat we geen enkele vertegenwoordiger op de Olympische Spelen hadden, het was een schande dat maar één Belgische zwemmer mocht deelnemen aan het WK. In een niet-olympisch nummer dan nog. Slechter dan dat kan niet. Dit was het dieptepunt en vanaf nu kan het alleen maar beter. Dat zal zeker niet alleen mijn verdienste zijn ; het talent dat we nu hebben, komt voor een groot deel uit de uitstekende nieuwe topsportscholen.""Dat maakt het inderdaad niet makkelijk. In één jaar tijd vorm je geen toppers. Ik moet een structuur opbouwen, een visie lanceren en iedereen op hetzelfde spoor krijgen. Zoiets duurt zijn tijd. Toch vind ik het niet slecht dat we met een deadline werken. Er moeten in 2008 vertegenwoordigers naar Peking, omdat we in 2012 finales verwachten. Het één is nodig voor het ander. Over medailles spreek ik niet, want die krijg je nu eenmaal niet op bestelling. Toppers kan je kweken, voor uitzonderlijke toppers heb je ook altijd nog wat geluk nodig. Ik hoop dat heel de zwemfederatie door deze deadline wakker wordt geschud. Anders bestaat het gevaar dat men op zijn lui gat blijft zitten tot na de volgende Spelen.""Laat ik eerst wat zeggen over Bri-gitte. Ze heeft de kans gegrepen om met modder te gooien en ik laat in het midden of die modder bestemd was voor mij, voor de beleidsmensen of voor de Vlaamse gemeenschap. Op een bepaald niveau begrijp ik haar uitval wel. Ze heeft met veel bombarie een contract gekregen bij het ministerie van Sport en Cultuur en toen dat afliep, is ze gewoon aan de deur gezet. Ik zie in dat zij daar veel meer van had verwacht. Op een gegeven moment aasde Becue op de plek van topsportmanager, die nu naar Ivo Van Aken is gegaan. En dan gaat ze nu kritiek geven ? Het is een beetje vreemd dat je het systeem van de topsportcoaches gaat aanvallen, wanneer je zelf nog maar enkele maanden geleden solliciteerde naar een plaats binnen dat systeem. Maar belangrijker nog : de kritiek die ze spuit, is volkomen onterecht. Natuurlijk heeft ze gelijk als ze zegt dat idealiter alle clubtrainers prof zijn. Maar waar vind je bekwame profs ? Door de huidige mensen beter te gaan betalen worden het geen betere trainers. Daarom heb je iemand nodig die daarboven staat, iemand die het overzicht bewaart en de trainers bijstuurt. Op termijn wil ik nog een stap verder gaan en met een trainersschool beginnen, waarin je alle beloftevolle elementen drie jaar lesgeeft in voedingsleer, bewegingswetenschap, techniekanalyse... Dan pas heeft het zin dat de overheid die afgestudeerde trainers betaalt als professionals." "Zeker. Ik wil dat dan ook veranderen. Oud-sporters zijn misschien niet noodzakelijk goede trainers, maar hun ervaring blijft van goudwaarde. Ik wil dat mijn kernploeg bijvoorbeeld leert van oude kampioenen, zoals Fred Deburghgraeve en Brigitte, hoe ze moeten omgaan met de stress van een toptoernooi. Het zou dom zijn om die kennis weg te gooien." "Behoorlijk zwaar. Maar ik heb niet het gevoel dat ik er alleen voor sta. De zwemfederatie is erg goed gestructureerd, de fundamenten staan er. Anders zou ik er niet aan beginnen. Want mijn opdracht is niet van de poes : minstens één Vlaamse zwemmer moet de Olympische Spelen van Peking halen.""Dat getal heeft men achteraf gelanceerd, in mijn contract is enkel sprake van 'één of meer'. Nu gaan we er wel van uit dat drie Vlamingen de Spelen halen. Dat is een uitdaging, maar geen onmogelijke opgave. Ik heb er ook geen problemen mee dat er van mij snel resultaten worden verwacht. Want de structuur staat er, dankzij de herstructureringen van coördinator Lode Grossen. Het huis is af, ik moet nu nog zorgen dat er mensen in gaan wonen. En wat mij betreft, is er haast bij want er is in het nabije verleden al veel te veel talent verloren gegaan." "Ik selecteer een kernploeg van een tiental beloftevolle elementen. Die bied ik een gefundeerde jaarplanning aan, inclusief buitenlandse trainingskampen en stages in het mooie 50-meterbad van Wachtebeke. Door de week blijven de zwemmers trainen bij hun coach, ik hoop dat de onderlinge concurrentie tussen de trainers hun pupillen naar een hoger niveau zal tillen. Iedere maand houden we één centrale training, met alle leden van de kernploeg en hun clubtrainers. Ik sta er ook op dat ik zelf minstens één keer per week alle zwemmers en hun trainers te zien krijg in het bad.""( Glimlacht.) Ik vind het warm water niet uit, nee. Een goed gestructureerde nationale ploeg waar alle talenten zich aan elkaar kunnen optrekken, is een vaak beproefd recept. Pas op, goede trainers mogen voor mij ook totaal onafhankelijk werken. Stel dat iemand het beter weet dan ik en het anders aanpakt... Even goede vrienden en we zullen wel zien op de dag van de wedstrijd wie het verst staat. Voor mij start iedereen vanaf vandaag opnieuw op nul, favorieten heb ik niet." "Ik denk dat het heel moeilijk is om een lokale clubtrainer te promoveren tot bondscoach. Want dan moet je van de ene dag op de andere al je clubbelangen vergeten om chef te spelen over de andere trainers. Zoiets leidt volgens mij altijd tot wrevel. Ik ben een paar jaar uit het zwemmen geweest ; niemand zal mij vriendjespolitiek kunnen aanwrijven.""Dat vond ik heel bizar, ja. In de wandelgangen hoorde ik dat ik financieel niet haalbaar was. ( Na een korte denkpauze :) En misschien had ik een mogelijke baan zelfs geweigerd, want op dat moment had ik nood aan wat anders. Maar dat is het verleden, ik denk liever aan vandaag." "Er spelen een paar factoren mee. Natuurlijk hadden de Nederlanders twee supertalenten met Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn. Dat waren ruwe diamanten waaraan nog geschaafd moest worden, maar iedereen voelde al gauw dat het allerbeste er wel in zat. Die twee vaandeldragers trokken de rest naar een hoger niveau, gestimuleerd door enthousiaste toptrainers als Jacco Verhaeren. Je kan zeggen : dat is de omstandigheden meehebben, maar ook structureel bestaat er volgens mij een verschil, vooral op het mentale vlak. De Nederlandse sportmentaliteit verschilt hemel en aarde van de Belgische. In België zeggen jonge sporters wanneer ze een groot toernooi bereiken : 'Joepie ! Missionaccomplished, we zijn erbij !' En ze gaan in vakantiestemming naar dat toernooi. Een Nederlander denkt : 'Oké, we zijn geplaatst. En nu begint het serieuze werk !' Nederlanders zwemmen op grote toernooien door de adrenaline en de sfeer meteen een stuk sneller, de Belgen staan er met de bibber op het lijf. Dat begint al heel vroeg hoor. Zelfs op de jeugdkampioenschappen zakt 75 procent van de Belgen door het ijs en zwemt er trager dan de selectietijden. Die zwemmers kunnen het wel, maar wanneer dan echt het moment van presteren daar is, blokkeren ze. Een faalpercentage van 75 procent is echt heel slecht hoor. In principe zou iedereen die de strenge Belgische norm haalt, moeten kunnen meedraaien tot de halve finales. Maar dat gebeurt dus niet, waardoor ik denk : er zit structureel iets fout. Wordt er in de trainingsopbouw slecht gepiekt ? Of ontbreekt de topsportmentaliteit, de ambitie ? Geef me enkele maanden de tijd om dat helemaal uit te pluizen. Op de infrastructuur kan men het in ieder geval niet steken. Wist je dat Vlaanderen qua trainingsfaciliteiten veel sterker staat dan Nederland ? Vlaanderen telt betere zwembaden en die zijn voor onze sporters veel makkelijker beschikbaar." (Met fonkelende ogen:) "Ik denk het wel. Maene heeft heel diep gezeten. Hij had familiale problemen zoals ik er niemand toewens, rookte twee pakjes sigaretten per dag en woog op een gegeven moment 135 kilo. Maar Stefaan wist de klik te maken en nu gaat het weer goed met hem. Familiaal is alles uitgeklaard, ik hielp hem aan een nieuwe job... en de laatste tijd straalt Stefaan weer zoals in zijn beste dagen. Hij staat zelfs bijna weer op wedstrijdgewicht. Onlangs vroeg hij me : wat kan ik nog bereiken in het zwemmen ? Een glazen bol heb ik ook niet, maar wanneer Maene op de Europese subtop mikt, dan zeg ik : dat is mogelijk. Stefaan is nog hongerig, hij stopte met topcompetitie voor hij opgebrand kon zijn. Hij gaat nu aan de slag bij Rik Valcke, een van Belgiës beste trainers. Nog een reden waarom ik er een héél goed oog in heb. Bij Stefaan leeft nu vooral het gevoel : ik was een betere zwemmer dan Becue en Deburghgraeve, maar zij zijn sportvedetten en ik heb na mijn carrière niks. Maene haalde wel ooit brons op het EK en op het WK, maar daar ligt nu niemand nog van wakker." "Op achttienjarige leeftijd zwemt hij in Barcelona als eerste Belg in veertig jaar een olympische finale. Als je een normale prestatiecurve zou doortrekken, dan was Maene de gedoodverfde olympisch kampioen 200 meter rugslag voor Atlanta '96. Sterker nog, met zijn tijd van Barcelona zou hij in 2000 zelfs nog vierde geweest zijn. Ik kijk op ieder groot toernooi nog naar de tijden van de rugslag. Om dan telkens te zeggen : 'Shit, Maene zou er hier tussen moeten liggen.' Maar dat behoort allemaal tot het verleden. Wat telt, is het nu en ik hoop echt dat Maene zich nog kan tonen, want hij kan de nieuwe vaandeldrager worden waaraan de jongere generatie zich optrekt. Olympisch kampioen wordt hij niet meer, maar een Europese finale zou toch een prachtprestatie zijn. Zijn leeftijd spreekt misschien in zijn nadeel, maar op het laatste wereldkampioenschap won Mark Warnecke nog de 50 meter schoolslag en da's een arts van 35 jaar. Als ik dat hoor, denk ik : het kan, Stefaan." Jef Van Baelen'Brigitte Becue heeft de kans gegrepen om met modder te gooien.''Toppers kan je kweken, maar voor uitzonderlijke toppers heb je altijd wat geluk nodig.'