Waar begin je aan een wandeling door de buurt? Voor de gevel van de Bosuil? Dat kan, dat doen we ook. Maar later in dit verhaal.
...

Waar begin je aan een wandeling door de buurt? Voor de gevel van de Bosuil? Dat kan, dat doen we ook. Maar later in dit verhaal. Eerst is er het Rivierenhof, de groene long hier, met in het midden het Schijn, de 'Schelde van Deurne'. Een provinciaal domein, uitstekend onderhouden door mensen met vakkennis. We beginnen bij de twee kastelen, Château Sterckshof en Kasteel Rivierenhof, om later, wanneer het al goed schemert, een paar kilometer verder te eindigen bij een ander domein, Kasteel Ertbrugge. Het Schijn. Schijnheiliger kan de naam niet zijn. Op het eerste gezicht mooi, zo'n rivier door dit park dat Deurne in tweeën snijdt. Aan de ene kant heb je het chique Deurne, waar Bart De Wever een stek vond, en ook Meyrem Almaci. Sporthal, bibliotheek, dansstudio, het is er goed toeven. Aan de rand van Zuid heb je de luchthaven, waar eerder de kop en de staart van de landingsbaan, respectievelijk Borsbeek en Mortsel, de geluidshinder te verwerken krijgen, niet Deurne zelf. De Fransen die ook de luchthaven van Oostende in pacht hebben, proberen hier een zakenluchthaven rendabel te maken, maar hebben ook toerisme nodig. Vaststelling bij een winterse wandeling: het geraas van de E313, die Deurne ook in tweeën snijdt. Aan de zuidkant afgezoomd met geluidsschermen. De kant van het park niet. Om schermen te krijgen is bevolking nodig en in een park woont geen volk. Actiegroepen willen de snelweg hier graag ondergronds, tot de rotonde van Wommelgem, maar dat kost stukken van mensen. Dus is het, zeker in de winter, wandelen of joggen met dat constante gezoem van auto's op de achtergrond. De idylle van het groen met zijn Schijn is slechts schone schijn, weet ook onze gids Wilfried Defillet, gewezen freelancer van de Gazet van Antwerpen en nu burgerjournalist en drijvende kracht achter de website Gazet van Deurne. Geboren en getogen in dit deel van Antwerpen, op een zijsprong naar Rwanda na. Een Antwerpse wereldburger dus. Af en toe droogt de bron op van het Schijn, dat even voorbij dit park in de buurt van het Sportpaleis onder de grond verdwijnt en uiteindelijk overloopt in de Schelde (de monding werd om infrastructuurwerken aan de Ring al een paar keer verlegd). Er moet water worden bijgepompt uit het Albertkanaal. 'Water uit Luik, zou Bart De Wever dat weten?', lachen we. Wel broodnodig, want, zo weet Wilfried: 'Ranst, wat hogerop, is een van die gemeenten die nog niet zo goed zijn aangesloten op het rioleringsnet. Willen we niet dat de drollen van de Ranstenaren hier traag voorbij dobberen, dan moet er wat debiet in het Schijn zijn.' We kijken plots met heel andere ogen naar de idylle. Voor de jonge Defillet was het Rivierenhof de grens van Deurne-Zuid. Verder kwam hij nooit. Ook niet in Noord. 'Ik ben dan ook geen voetballiefhebber', lacht hij. Verder, dat is aan de andere kant van het park, voorbij het districtshuis, waar de N-VA de meeste vertegenwoordigers heeft (12), maar ook Groen (5), de PVDA (3) en SP.a (3) goed zijn vertegenwoordigd. Het Vlaams Belang heeft op districtsniveau zijn stemmenaantal zien terugvallen naar 13,6 procent en 5 zetels, de tijd dat dit de grote wingewesten waren voor die partij lijkt voorbij. Deurne is dan ook aan het veranderen. Nóg maar een keer. De periode dat voorbij het Rivierenhof vooral akkers lagen of weiland, is nog niet zo heel lang geleden. Een eeuw, iets meer. De kastelen hier zijn er oude getuigen van, het waren buitenverblijven van de betere burgers uit de stad. Hoven van 'plaisantie'. Ontspanningsruimtes, eigenlijk veredelde, opgewaardeerde hoeves met grond eromheen. Geen eeuw terug stopte de stad hier. De groei van beton en bebouwing heeft te maken met de uitbreiding van de haven en de toevloed aan mensen uit de Kempen die er een boterham kwamen verdienen. Die vonden eerst onderdak in Noord, maar bouwden dan Deurne vol. Dat hier af en toe een granaat ontploft, en dat hier stoer volk woont, heeft met die haven te maken, of met de bedrijfjes die zich vestigden langs het Albertkanaal, dat Deurne afscheidt van Merksem. Deurne was jarenlang een duffe slaapstad, waar weinig gebeurde. Je moest al naar Zurenborg, Berchem of Borgerhout voor wat beleving. Borgerhout noemt Defillet 'het dorpje van Asterix' in Antwerpen. Wat rebels, opstandig, attractief. En dat, zegt hij, begint Deurne langzaam ook te krijgen. Levenslustig, creatief, met kleine cafeetjes die voor wat ambiance zorgen. Deurne is de laatste jaren een leukere plek geworden. En het Rivierenhof, in betere tijden ook cultureel een hotspot, speelt daar een rol in. Eerst met de organisatie van filmavonden, later met culturele voorstellingen en concerten. Park Groot Schijn, waar nu nog een wirwar is van sportterreintjes, volkstuintjes, kantines en kleedkamers, moet als nieuwe groene zone de brug vormen tussen het Rivierenhof, de Bremweide en het andere deel van Deurne, Noord-Deurne. Wingewest van de Royal Antwerp Football Club, stamnummer 1 en de oudste club van het land. Donderdag actief tegen Tottenham, in het Londen waar het een mooi hoofdstuk uit zijn Europese geschiedenis schreef. En zondag is het gastheer van Club Brugge voor een competitietopper. Dat ze dat in Deurne nog mogen meemaken! Fietsers hebben hier al hun kastelenroute, maar fietsen doen we niet. Wel wandelen, in straatjes waar om de hoek soms een verrassing schuilt. Een Micky die een schoorsteen camoufleert. Een groot Mariabeeld. Twee gouden schoenen tegen een dichtgemetseld raam op de eerste verdieping van een huis aan het Bisthovenplein, dat eigenlijk geen plein is maar een straat. Mousa Dembélé maakte hier naam als talent. Geoffry Hairemans later ook. De straatgevelartistiek van Barix. Matthias Van Milders gidst ons door de straten. Wanneer we op het einde van de wandeling vragen of hij een band heeft met Jean Van Milders, oud-voorzitter van KAA Gent, verrast hij. Jean was zijn opa. Matthias woont niet in Deurne, wel in Berchem, maar hij schreef in opdracht van het cultuurcentrum een boek over Deurne-Noord. Trots in Deurne-Noord wil een genuanceerd beeld van de wijk ophangen. Neen, het is hier niet de Far West waar 's nachts af en toe een (druggerelateerde) granaat ontploft en mensen elkaar naar het leven staan. Of waar de criminaliteit maakt dat je na tien uur (in de zomer) niet meer buiten moet komen. De Hel van Deurne-Noord is er alleen in het voetbal, al stak Van Milders zijn kop ook niet in het zand bij het schrijven van het boek. Grofweg moeten we bij Deurne-Noord denken aan de zone vanaf de gevel van de Bosuil tot die van het Sportpaleis, dat al op grondgebied Merksem staat. De scheidingslijnen zijn grote boulevards: de N12 (Turnhoutse Baan) in het zuiden, de Ruggeveldlaan ten noorden van de Bosuil en de Bisschoppenhoflaan, al is dat maar een symbolische grens, de natuurlijke is het Albertkanaal. Maar de zone tussen de Bisschoppenhoflaan en het Albertkanaal, de wijk Kronenburg, is eigenlijk, zegt Van Milders, 'een eiland' binnen dit gebied. Amper winkels - wie daar woont, moet voor zijn shopping de brede boulevard over. En omgekeerd komt, wie niet in Kronenburg woont, daar nooit. Om de leefbaarheid van dit gebied te vergroten werkt de stad hier 'groene sproeten' uit. Er zijn veel kleine bedrijfjes en loodsen die hier met de kont naar het Albertkanaal liggen (en dat water ook afschermen van het zicht), maar als bedrijfsleiders wegtrekken om zich elders te vestigen, probeert de stad voorzichtig te vergroenen door de binnenpleintjes anders aan te kleden. Op termijn - maar dan hebben we het over dertig jaar - moet hier een aantrekkelijker woonzone aan de boorden van het water verrijzen. Voorlopig is Kronenburg nog een onaantrekkelijke kant van Deurne-Noord. Wie woont hier? Vergeleken bij andere districten in Antwerpen blijkt Deurne-Noord relatief jong, ontdekte Matthias. Vandaar het grote aantal basisscholen, waar we voorbij wandelen. Veel mensen met een migratieachtergrond. Iets lagere werkzaamheidsgraad dan elders in de havenstad, een iets hoger kansarmoederisico ook. Een dichtbevolkte buurt, hier leven ruim 21.000 van de ongeveer 80.000 Deurnenaars. Bijna 12.000 inwoners per vierkante kilometer, dat is dubbel zoveel als het gemiddelde in Deurne. Qua dichtheid kan dat tellen, want met uitzondering van een paar woonblokken in Kerkeveld-Bosuil (zo heet hier de straat, Bosuil) staat in Deurne-Noord geen hoogbouw. Het gevolg: heel veel ruimte voor bewoning, weinig voor groen. De inwoner van deze wijk heeft vier keer minder groen ter beschikking dan de rest van Antwerpen. Het weze duidelijk: het grootste kapitaal van Deurne-Noord zijn de inwoners. Met de grootst mogelijke diversiteit. Zonder in doemdenken te vervallen, maar ook zonder de ogen te sluiten voor de realiteit, bracht Van Milders in zijn boek hun verhalen tot leven. Zeventwintig getuigenissen van buurtbewoners, die klappen kregen, vaak ook uitdelen, maar wel liefde voor de buurt hebben, zich verbonden voelen en dat ook tonen. We wandelen door de Bosuil. De straat, op een paar honderd meter van het stadion. Aan een paar ramen hangt de vlag van Antwerp. Aan de binnenspiegels van geparkeerde auto's vaantjes met de clubkleuren. Een straatveger houdt de groene perkjes proper. Het Rivierenhof is niet ver, maar als echt 'buurtpark' toch té ver, hoorde Matthias, die met zijn getuigen ook vaak de straat op trok, hen zelf een weg liet kiezen en dan luisterde naar hoe zij het hier zagen veranderen. Vandaar het belang van de pleintjes her en der, ook voor jongeren, wat dan weer af en toe conflicten geeft of voor nachtlawaai zorgt. Matthias: 'Van jeugdwerkers vernam ik dat jongeren hangen, ja. Maar hangen is nog wat anders dan het uithangen. Ik kan begrijpen dat het voor sommige mensen bedreigend overkomt, maar dat is niet per se altijd hun bedoeling. Ik sprak hier een vrouw die in het hoogste gebouw woont. Vanuit haar raam ziet ze het MAS, en de kathedraal. Een vrouw op leeftijd. Tot tien uur 's avonds vond ze lawaai op de pleintjes niet erg. Daarna begon ze het lastig te vinden.' En zo botste hij op zeer uitzonderlijke figuren, vertelt hij terwijl we verder wandelen. Julia bijvoorbeeld, die hier heel haar leven woonde. Een ongelooflijk sappige vertelster die dat in rusthuizen deed als entertainster. Zij maakte nog het 'landelijke' Deurne mee. Op een dag kwam haar stiefvader thuis met grind in zijn gezicht. Een rustige man, maar desondanks was hij in een gevecht betrokken geraakt tussen de mannen van het Kerkeveld en de mannen van het Ruggeveld. Samenlevingsconflicten zijn van alle tijden. Matthias: 'Nu zien die flatgebouwen er wat afgeleefd uit, maar toen zij erin trokken, zei Julia, was dat modern. Amerikaans. Voor het eerst in haar leven had ze een badkamer.' Hij schreef het boek in de winter na de terugkeer naar eerste klasse, dus Antwerp was uiteraard een vaak terugkerend onderwerp. Louis Lambert, de oudste overlevende van het wonderteam dat kampioen werd in de jaren 50, woont ook in de buurt, op 250 meter van de Bosuil. Lambert vertelde hem hoe het leven in de hele stad plat lag toen Real Madrid op de Bosuil kwam voetballen. De club had nog geen verlichting, zodat de wedstrijd 's middags werd gespeeld. Opel, Ford en andere grote bedrijven deden gewoon de deuren dicht. In zijn bureau thuis heeft Lambert een klein museumpje ingericht, met foto's van toen. Opvallend op zo'n kleine oppervlakte zijn de visuele contrasten. Op het ene moment sta je tussen hoge woontorens, dan weer heeft Deurne-Noord een volkse aanblik, met een buurtwinkeltje en een school. Via de Confortalaan wandelen we richting Bisthovenplein. We passeren kasteel Te Cauwelaar, in de volksmond 'de drie torentjes'. Een oud station, gok ik. Al vrij lang een soort cohousing, zo blijkt. Iemand onderhoudt de tuin. Opvallend hier: de kleine rijwoningen met een voortuintje, dat vaak is verhard. Om de hoek ligt het plein. Ooit ver buiten Deurne bekend vanwege een bende daar - een van de leden woonde op dat plein. Maar wijken veranderen. Jeugdwerkers proberen, door zeer vaak aanwezig te zijn en jongeren iets aan te bieden, het imago van een inmiddels fraai stukje stad op te krikken. Bisthoven tegen Deynze, slang voor het team dat voetbalde op het Van Deynzeplein, dat we later nog zullen passeren. Soms met elkaar, soms plein tegen plein. Futsal Antwerpen heeft hier een scout-jeugdwerker lopen, die het talent aan de bron kan opsporen. Volgend doel: cinema Rix, een oude bioscoop die nu onderdeel is van een cultuurcentrum. Barix is gesloten vanwege corona. De gevel is aangepakt door een straatartiest en geeft kleur aan veel grijs. Opvallend langs de huizen: bordjes. Wij kenden al de 'Zonder haat'-straat, hier hebben ze daar de 'Zonder granaat'-straat van gemaakt. Een verwijzing naar de recente granaataanslagen. In de straat van Wilfried, kant Deurne-Zuid, ontplofte er ook eentje. De burgerjournalist kon, eenmaal bekomen van de enorme knal, het bijna live op zijn website plaatsen. Matthias: 'Ten tijde van mijn interviews was dat nog vrij sporadisch. Mensen zijn er wel mee bezig.' Het is een schaduw die over de buurt hangt. Ze willen niet meegesleurd worden in havengerelateerd drugsgeweld. Vandaar het protest, vooral hier in de De Gryspeerstraat. Cinema Rix geeft impulsen aan deze buurt. Er worden nog films gespeeld, maar Rix is veel meer. Hier gebeurt ook huiswerkbegeleiding en huizen allerlei organisaties. Matthias: 'De typische Deurnese bomma zit hier naast de hipster.' In het boek getuigen Viviane en Marina over hun leven. De strijd om het einde van de maand te halen met een budget dat vaak veel te krap is, was hun rode draad. Bij de vzw Recht-Op leerden ze daarover te praten. De straat geeft uit op de Ten Eeckhovelei. De 'Meir van Deurne', al moet de politie hier anno 2020 geen telsysteempjes opzetten om overbevolking tegen te gaan. Er zijn amper nog handelszaken. Destijds was dat anders. Alle winkelstraten in de periferie van Antwerpen werden zo genoemd. Hier wordt nu alleen gewoond, op een schaarse uitzondering na. De woningen hier hebben een naam: confortawoningen, naar de firma die ze zette, op hele korte tijd, vijf jaar. Heel smal, de smalste zijn 3m70. De bouwmaatschappij maakte de 1500 woningen die ze hier in Deurne bouwde, bewust zo smal om er wat meer inkomsten per vierkante meter uit te halen. Sommige blijken gebouwd te zijn zonder veel vergunningen of zonder rekening te houden met de drassige ondergrond, met alle gevolgen van dien. Ze zijn dieper dan je denkt, en ooit werd zo'n huis bewoond door drie families, ontdekte Matthias. Wie in de kelder woonde, had ook de tuin. Een andere familie bewoonde het gelijkvloers en de meest gelukkigen kregen de eerste en tweede verdieping. Een huis had drie gasmeters, nu zie je nog vaak drie deurbellen of drie brievenbussen. Zeker waar de eigenaar geen bewoner is, maar verhuurder. Wie geregeld op de Ring het Sportpaleis passeert, rijdend richting Nederland, ziet die woningen rechts, vlak voor het Sportpaleis. Ze geven uit op een vlakte die vroeger groen was, daarna parking voor de evenementenarena werd en waar straks de grote infrastructuurwerken aan de Ring komen. Halverwege de straat ligt een klein boekhandeltje. Marc Vilain is inmiddels met pensioen, maar de zaak is nog open, 'liefst op afspraak' staat er. Marc is gespecialiseerd in strips en sciencefiction. In de crèche naast de deur leest hij elke middag verhaaltjes voor aan de kinderen. Vaak leest hij uit hetzelfde boek en omdat hij het verhaal uit het hoofd kent, houdt hij het boek dan omgekeerd, zodat de kinderen de prentjes kunnen bekijken. Ooit ontdekte hij dat de kleine kinderen, als ze zelf een boek lazen, dat op dezelfde manier vastpakten. Omgekeerd dus... Op de weg terug naar het stadion passeren we in de Van Dornestraat de Heilige-Familiekerk. Drie missionarissen van Scheut - Fabio is Braziliaan, Ghislain komt uit Kameroen en de roots van Thomas liggen in Indonesië - krijgen hier wat ze noemen 'een samenvatting van de wereld'. Hun taak: missionaris zijn buiten hun eigen land. Nederlands hebben ze onder meer geleerd van Martine Tanghe. Na het avondgebed keken ze elke dag naar Het journaal op de VRT. Er rest ons nog één bestemming: Ertbrugge. Voorbij de Bosuil, aan de andere kant van de Ruggeveldlaan. We lopen bijna Deurne uit en Wijnegem in, zien we op een bord in de verte. Aan het begin van een lange rechte kasseiweg staat nog een kasteel. Zwarte Arend, maar dat is het niet. We moeten verderop zijn, signaleert een vrouw die er wandelt: 'Ertbrugge is de moeite waard, ga maar.' Een paar honderd meter verder ligt het. Kasteel Ertbrugge. Voor de poort zit een postbode met rust. Hij geniet van een biertje. De poort is open, signaleert hij: 'Wandel gerust binnen.' We doen het niet. 'Verboden toegang', staat wat verderop. Het kasteel vindt zijn oorsprong in de dertiende eeuw, toen nog onder de naam Goed ter Soene, vonden we op het net. Pas in 1544 werd de naam 'E(e)rtbrugge' voor het eerst gebruikt. Ook een gewezen hof van 'plaisantie', zoals er in de zestiende eeuw in de Antwerpse rand nog werden gebouwd. Het huidige classicistische kasteel dateert uit ongeveer 1800 en is sinds 1994 een beschermd monument. Op het domein bevinden zich ook een koetshuis en enkele garages. De kledingketen WE had hier een tijdje zijn hoofdkwartier, weet de postbode. Tot het bordje plots weg was. Het kasteel kwam op de vastgoedmarkt, voor 5 miljoen euro, en kreeg onlangs een nieuwe eigenaar: Paul Gheysens. Mister Antwerp, Mister Bosuil.