Voor wie wat langer in het vak zit, had de kleedkamer van Anderlecht jaren geen geheimen. Tenminste uiterlijk niet. Elke journalist die tijdens de week of in het weekend na een match op Anderlecht kwam, wandelde mét toestemming zonder problemen in en uit. Je zag wie waar zat, wie naast wie kon overleggen over tactiek, en vooral na een wedstrijd was het makkelijk om reacties te verzamelen.
...

Voor wie wat langer in het vak zit, had de kleedkamer van Anderlecht jaren geen geheimen. Tenminste uiterlijk niet. Elke journalist die tijdens de week of in het weekend na een match op Anderlecht kwam, wandelde mét toestemming zonder problemen in en uit. Je zag wie waar zat, wie naast wie kon overleggen over tactiek, en vooral na een wedstrijd was het makkelijk om reacties te verzamelen. Met de intrede van de Champions League en zijn strikte timing voor en na een wedstrijd kwam er tijdens de jaren 90 een eerste restrictie. De UEFA verbood onder meer journalisten de toegang tot de neutrale zone en de kleedkamer na de wedstrijd. Om de spelers toch te kunnen spreken, installeerde men een zogenaamde mixed zone, naar het voorbeeld van de grote toernooien. De Brusselaars breidden dat systeem snel uit naar de nationale competitie. De andere clubs volgden, zelfs de kleinere. Tegenwoordig kom je na een wedstrijd nergens nog de kleedkamer in. Meer nog, kleedkamers zijn definitief verboden terrein, ook tijdens de week, zelfs voor fotografen. Zo probeerde een fotoagentschap niet lang geleden op Anderlecht toestemming te krijgen voor een reportage in de opgefriste kleedkamers. Het kreeg groen licht om die van de bezoekers te fotograferen, maar niet de verfraaiing van de kleedkamers van de thuisploeg. Reden: het beschermen van de intimiteit van de groep. Vandaar dat u bij deze reportage een maquette ziet, en geen echte foto. Overigens was de club aanvankelijk verre van opgezet met deze reportage, vanwege juist de intimiteit die hier wordt onthuld. De kleedkamer, een rechthoekige ruimte, is langs alle kanten voorzien van kastjes die elk aan een speler zijn toegewezen. De deur, die uitgeeft op de tunnel die leidt naar het A-veld, deelt de kleedkamer min of meer in twee. Links zitten Arnold Kruiswijk, Jelle Van Damme, Silvio Proto (hierover later meer) en Nemanja Rnic, rechts Hernán Losada, Mbark Boussoufa, Olivier Deschacht en Michaël Cordier. Links tegen de muur heeft ook teammanager José Garcia zijn kastje. Naast hem zitten Marcin Wasilewski, Davy Schollen, Jan Polák en Daniel Zítka. Naast de doelman hangt een mededelingenbord, waarop de club de verplichtingen van de spelers en hun afspraken kan uithangen. Een beetje verder leidt een gang naar de douches en het sanitair. Daarnaast is er weer een hoekje voor de spelers. Zitten daar gegroepeerd bij mekaar: Stanislav Vlcek, Tom De Sutter, Victor Bernárdez, Jonathan Legear, Nicolás Frutos en Sébastien Bruzzese, de derde doelman. Een nieuwe gang, die leidt naar de wasserij en het binnenzwembad, scheidt dit groepje van de jongeren Bakary Bouba Saré en Reinaldo. Aan de rechterkant is er langs de muur plaats voor de volgende spelers: Lucas Biglia, Matías Suárez, Ronald Juhasz, Thomas Chatelle, Sascha Iakovenko, Guillaume Gillet en Dmitri Bulykin. Opvallend: de opdeling heeft dus niks te maken met de drie grote sectoren van een ploeg, verdediging, middenveld en aanval. Iedereen zit door mekaar. Mag iedereen zomaar gaan zitten waar hij wil? Neen. Bij een eerste blik valt op dat spelers van dezelfde nationaliteit hooguit in groepjes van twee bij mekaar zitten. Zítka zit naast Polák, Biglia aan de overkant naast zijn Argentijnse landgenoot Suárez. Geen toeval. Zítka, op Anderlecht sinds 2002, en Biglia, toch ook al sinds 2006 in Brussel, werden beiden gevraagd om zich te ontfermen over een landgenoot die later kwam, de ene in 2007, de Argentijn vorige zomer. Maar: die nieuwelingen kregen automatisch aan de andere kant een speler naast zich die niet dezelfde taal spreekt. Schollen in het geval van Polák, Juhasz in het geval van Suárez. De bedoeling is tweevoudig: vermijden dat er door een te grote concentratie van nationaliteiten sprake is van clanvorming, en het vergemakkelijken, via direct contact, van het aanleren van een andere taal. Is er eigenlijk een algemene voertaal in de kleedkamer van Anderlecht? Thomas Chatelle daarover: "Eigenlijk zijn er drie voertalen: Engels, Nederlands en Frans. Het is heel uitzonderlijk dat één speler die drie beheerst." Duidelijk is wel dat bij Anderlecht geen enkele buitenlander aan zijn lot overgelaten wordt. In de mate van het mogelijke is er een landgenoot in de buurt en elk kan rekenen op een Belg om zijn integratie te vergemakkelijken. Het is teammanager José Garcia die, desgevallend in samenspraak met trainer AriëlJacobs, de plaatsen aan de spelers toewijst. Eens je plaats gekregen, is dat voor altijd. Dat is, over het algemeen, de stelregel van het huis op Anderlecht. Geen kastjeswissel tijdens de zomer. Zo zit Olivier Deschacht, bezig aan zijn negende seizoen in de hoofdmacht, al die tijd al op dezelfde plaats. Opvallend: Silvio Proto heeft zijn kastje op Anderlecht behouden, ook al voetbalt de doelman sinds vorige zomer voor Germinal Beerschot. Dat is de normale procedure voor spelers die worden uitgeleend. Pas als je definitief wordt verkocht, zoals Bart Goor, sluit achter je rug het kastje. Op de plaats van Goor zit nu Bernárdez. Omdat praten met een groep van 27 niet eenvoudig is, werd een spelersraad opgericht. Daarin zetelen zeven spelers: de Vlamingen Deschacht (aanvoerder) en Van Damme, de Franstalige Chatelle en vier buitenlanders met een lange staat van dienst: Zítka, Biglia, Polák en Boussoufa. Op Chatelle na zijn het allemaal basisspelers. Het zijn ook de leiders van de groep, de mannen die bijvoorbeeld tijdens de rust van Anderlecht-Bergen hard op de tafel klopten. Ook Nicolás Frutos roert zich geregeld, maar hij is vanwege blessures vaak out. Bij Anderlecht is er ook een vaste volgorde om het veld op te komen. Omdat hij aanvoerder is, betreedt Olivier Deschacht altijd als eerste de grasmat. De vaste tweede is doelman Davy Schollen. Mbark Boussoufa staat er op als laatste het veld te betreden. Ook de voorlaatste ligt vast: dat is Roland Juhasz. Bijgeloof. Sdoor bruno govers