Eén keer om de twee weken wordt het kranige Olympisch Stadion, in de volksmond 't Kiel, tot leven gewekt door duizenden eigenzinnige Ratten.
...

Eén keer om de twee weken wordt het kranige Olympisch Stadion, in de volksmond 't Kiel, tot leven gewekt door duizenden eigenzinnige Ratten. Veel is er niet veranderd sinds het faillissement van Beerschot AC in 2013 en de doorstart van KFCO Beerschot Wilrijk in eerste provinciale. De spionkop zit nog steeds in een uithoek van het stadion, de geuzennaam 'Kielse Ratten' rolt even enthousiast van de tribunes als destijds en het repertoire aan ludieke gezangen is niet opgedroogd. 'Vamos a la placca' is er zo eentje. Het is een ode aan de Togolese publiekslieveling Fessou Placca. Op den Beerschot houden ze van artiesten met een kleurtje. In het vorige decennium waren Kpaka, Dosunmu, Víctor en Luciano hier halfgoden. Wanneer het hele Beerschotcircus is vertrokken, kan de wijk rond het stadion haar ware gelaat tonen. Het Kiel is meer dan die duizenden vooral blanke voetbalfans die de Turnerstraat, Atletenstraat, Stadionstraat, Hockeystraat of de VIIde-Olympiadelaan inpalmen op matchdagen. Voor de buurtbewoners heeft het Kiel een andere betekenis. De postcode 2020 is niet zomaar een nummer, het is een lidmaatschap van de buurt. De jongeren identificeren zich vooral met het land waar hun ouders geboren zijn en met de buurt waar ze zijn opgegroeid. De potenblokken of Braemblokken, de befaamde hoge wooneenheden uitgetekend door architect Renaat Braem, en de vele camera's die de bewoners een vals gevoel van veiligheid geven, nemen ze er gewoon bij. In de Julius de Geyterstraat, op enkele honderden meters van het stadion, ligt het laatste stukje Spanje van het Kiel. Café Andalucia, het enige overgebleven Spaanse café in de buurt, houdt dapper stand. Een decennium of drie geleden kleurde de straat nog volledig Spaans. Overdag werkten de mannen zich kapot bij Umicore in Hoboken, het vroegere Union Minière, of bij Bekaert in Hemiksem, 's avonds gaven ze hun duur verdiende centen uit in een van de Spaanse kroegen. Aan een job geraken was lachwekkend eenvoudig: je kwam op zondag aan met de boot in de haven van Antwerpen en je stond bij wijze van spreken 's maandags al in de fabriek. Op het hoogtepunt van de migratiestroom telde de Sinjorenstad 12.000 Spanjaarden, nu is dat teruggevallen naar 2500. 'Een deel is teruggekeerd naar Spanje of is zich buiten Antwerpen gaan vestigen', vertelt Rafael Señorans, terwijl hij aan zijn koffie nipt in Café Andalucia. Señorans is de verpersoonlijking van de doorsnee-Kielenaar: vlot meertalig, volbloed Spanjaard en trotse Antwerpenaar. Hij heeft de afmetingen van een Amerikaanse catcher, maar zijn sappig Antwerps accent doet hem er op slag sympathieker uitzien. Met een paar vrienden stampte hij supportersclub Andalucia uit de grond. Voor de match werken ze friet met vol-au-vent naar binnen en dan gaat het richting Kiel. 'Twee keer per jaar organiseren we een uitstap naar Bernabéu. Wij zijn in de eerste plaats fan van Real Madrid, dan komt Beerschot Wilrijk. Paars en wit zit in ons bloed, hé. Toen Juan Lozano hier voetbalde in de jaren zeventig, was het voor ons Spanjaarden een evidentie om voor Beerschot te supporteren. In die tijd trokken we met honderd man naar het stadion om Lozano te zien spelen. Na de wedstrijden kwam hij ons opzoeken. Hij was kind aan huis in de Spaanse cafés.' De demografische verschuiving van de bevolking in het Kiel is zeer goed voelbaar in de Abdijstraat, vroeger bijgenaamd 'de Meir van het Kiel' omdat kledingwinkels als Hugo Boss en Levi's hier gevestigd waren. Nu wordt de winkelstraat smalend de Rue de Brabant van Antwerpen genoemd. Bakkerij Esra, die koffie, koffiekoeken en Turkse pizza aanbiedt, Emirdag Köftecisi, Ankara Café en Café Konak vechten om de gunst van de gekleurde Belg. De kaalslag van de Belgische middenstand is vooral te wijten aan de socio-economische verarming van de lokale bevolking. Tot zestig procent van de Belgen van Turkse en Marokkaanse afkomst is financieel behoeftig. Vaak gaat het om alleenstaande ouders of mensen met een vervangingsinkomen. Op school is de armoede zeker zichtbaar. Leraars kijken allang niet meer op van kinderen die zonder lunch de schoolpoort binnenwandelen, onaangepaste kleding dragen bij vriestemperaturen en van wie de ouders de schoolrekeningen niet betalen. Vroeger was het Kiel een mix van Marokkanen, Belgen en een paar Turken. De laatste jaren zijn er veel zwart-Afrikanen bijgekomen. Na schooltijd is aan de tramhalte Schijfwerper de halve wereldbevolking vertegenwoordigd, 130 nationaliteiten wonen er op een zakdoek. Die diversiteit weerspiegelt zich niet in de tribunes van het Olympisch Stadion. Nog niet. 'De oudere generatie meekrijgen in het Beerschotverhaal wordt moeilijk. De lichting die nu in haar tienerjaren zit, kan de club wel voor zich winnen', zegt Sebastien Rodriguez, Spaanse Belg en materiaalman bij Beerschot Wilrijk. 'Op voorwaarde dat die jongeren hier geboren zijn of bij Beerschot gevoetbald hebben. Onze jeugdploegen zijn heel multicultureel - van de 600 spelertjes is bijna de helft allochtoon - dus daar valt iets mee te beginnen. Als de ouders weten dat hun kinderen het veld oplopen om voorgesteld te worden aan het publiek, dan komen ze al eens kijken. Na negentig minuten voetbal moeten ze denken: het is hier plezant, we gaan nog eens terugkomen.' Er is geen telraam nodig om tot de vaststelling te komen dat het Kiel onder de allochtone bevolking veel sympathisanten telt, maar weinig echte supporters. Rodriguez: 'Stel dat ik morgen naar Moskou verhuis. Dan zal ik niet zomaar voor Dinamo Moskou beginnen te supporteren omdat het stadion toevallig op wandelafstand ligt van waar ik woon. Je moet een emotionele band hebben met een club. Dat kun je niet verwachten van mensen die hier tien of vijftien jaar wonen.' De stap maken naar het Olympisch Stadion is vaak te groot. Het is een combinatie van schroom, onwetendheid en wellicht ook angst. In de jaren tachtig en negentig was de angst gerechtvaardigd. Vak 13 was een begrip op Beerschot en ver daarbuiten. Het was een samenraapsel van hooligans, Vlaams Blokkers en andere nozems die uit waren op een confrontatie met de ordediensten of mensen die toevallig hun pad kruisten. Wie een getaande huidskleur had, bleef het best binnen. 'Ik heb weet van één incident met supporters van Beerschot de voorbije jaren', aldus Señorans. 'Een Turkse speler van de veteranen van onze voetbalploeg en zijn ouders werden in het ziekenhuis geslagen toen ze terugkwamen van een trouwfeest. Rotte appels heb je overal, ook bij ons in de wijk. Als er hier een bus met bezoekende supporters passeert, gaan ze die ook provoceren. Dat is voor niets nodig, maar ze zijn jong en ze weten niet beter.' Sinds de invoering van de nultolerantie zijn de racistische uitspattingen in het stadion een uitzondering. 'Zodra iemand onnozel begint te doen in de tribune, wordt hij teruggefloten. Ik herinner mij een match waarin enkele supporters een donkere speler van de bezoekende ploeg begonnen uit te schelden. Heel dat blok heeft zich tegen hen gekeerd. Daarmee wilden ze zeggen: dat past niet, jongens! Waar zit de logica als je gasten als Mo Messoudi en Youssef Boulaouali in de ploeg hebt? Mo is de grootste Rat die hier rondloopt. Maar je hebt altijd een kleine hoeveelheid die denkt dat alles wat donker of bruin is, slecht is.' Mo Messoudi haalt even de schouders op wanneer het woord racisme valt. 'Op Beerschot choqueren ze graag. Het is hun manier om de tegenstander uit evenwicht te brengen. Dat hoop ik toch... Bij de jeugd was ik hier ballenjongen en vanaf mijn twaalfde ging ik mee op verplaatsing met de ouders van mijn ploegmaats. In al die jaren heeft niemand mij met een scheef oog bekeken.' Messoudi, opgegroeid in het naburige Hoboken, zou in theorie het uithangbord moeten zijn van de zogenaamde hangjongeren van het Kiel. Maar spelers van Beerschot Wilrijk zijn niet de rolmodellen waar jongens uit de buurt naar opkijken. De echte helden heten Salahdine, Yahya, Mike en Said. Die vier vormen het hiphopcollectief NoMoBS - de speelse afkorting voor no more bullshit. Geen gezever. Zij hebben het Kiel op een positieve manier op de kaart gezet. In 2012 werden ze ook tot Kielenaar van het Jaar uitgeroepen. De jongeren steken figuurlijk hun middelvinger uit naar Beerschot Wilrijk. Fuck Beerschot, 2020 for life. 'Dat wij-zijgevoel moet eruit. De mensen hebben meer met elkaar gemeen dan ze denken. Maar als je weinig mensen kent van de 'andere' groep, merk je niet dat je dezelfde problemen hebt. Uiteindelijk zijn we allemaal met hetzelfde bezig: in België een toekomst uitbouwen voor onze familie. Weet je wat ik denk? Dat het in eerste klasse gemakkelijker zal zijn om de jeugd uit de directe omgeving naar het stadion te lokken. Maar dan moet de club er ook werk van maken.' Alle betrokkenen zijn het erover eens: de club moet haar sociale rol opnemen. Het is de enige manier voor Beerschot Wilrijk om door de buurtbewoners niet gepercipieerd te worden als een brutale kolonisator. Op matchdagen denken veel supporters te vaak: de straat is van ons. 'Je kan de huidige situatie niet vergelijken met wat we in het verleden hebben meegemaakt. Toen was de spanning tussen allochtonen uit de buurt en een deel van de supporters om te snijden', vertelt Marc Steenackers, algemeen directeur van Beerschot Wilrijk en en zelf dertig jaar woonachtig op het Kiel. 'Een of twee keer paar jaar waren er hier zware rellen. Honderd man tegen honderd. Ik baatte vroeger Café Stadion uit, dat in de onmiddellijke buurt van het stadion ligt, en ik was er zelf niet gerust op. Met de hulp van vertrouwensmensen aan beide kanten hebben we de zaken kunnen kortsluiten voor het echt kon escaleren. Iedereen heeft er zich intussen bij neergelegd dat we met elkaar verder moeten.' Om de afgedwongen wapenstilstand om te zetten in een harmonieuze twee-eenheid heeft Beerschot Wilrijk nood aan een bruggenbouwer tussen de club en de buurt. Het bestuur beseft dat het niet aan zijn sociale rol mag verzaken, maar na het sportieve en financiële bankroet kon het niet anders dan het communitywerk te ontmantelen. 'Het buurtwerk is wat doodgebloed na het vertrek van de vorige communitymanager (Paul Beloy, nvdr)', moet Steenackers toegeven. 'Vooral het gebrek aan personeel speelt ons parten. We komen nu al handen tekort om de dagelijkse leiding te verzekeren, de zitjes proper te houden, sponsors te zoeken, de catering te verzorgen en noem maar op. Je mag een ding niet vergeten: we hebben slecht één persoon vast in dienst en voor het overige wordt de club gerund door vrijwilligers die na hun werkuren bijklussen. Zetten we straks een stap vooruit, dan kunnen we ons engagement ten opzichte van de buurt nieuw leven inblazen.' Een stadion midden in een woonwijk is niet meer van deze tijd, klinkt het bij sommige buurtcomités. Toen in 1919 het huwelijk tussen Beerschot en het Kiel werd bezegeld met de bouw van het Olympisch Stadion voor de Spelen van 1920, stond niemand daarbij stil. Maar wegtrekken uit het Kiel is geen optie. De aderlating zou groot zijn. Wat met de vrijgekomen ruimte? 'Een nieuw stadion delen met Antwerp? Begin nu niet...!' JosVan Hout, Joske, de bekendste materiaalman van België, huivert bij het idee. 'Ik heb totaal niets tegen Antwerp, wat mij betreft mogen ze zelfs kampioen spelen, maar laat die mensen maar op de Bosuil blijven. Ver van hier. Wij zullen ons plan hier wel trekken en dat moeten zij ook doen. En ze moeten ons gerust laten. Ze hebben ons een paar keer een kloot afgetrokken... Er mag strijd zijn, maar het moet deftig blijven. De boel in brand steken en al dat gezever hoeft niet voor mij. Waarom zouden wij trouwens moeten verhuizen? Ik zal je iets zeggen: zonder Beerschot zou de buurt hier doodgaan. Het zou een dode mus zijn.' DOOR ALAIN ELIASY - FOTO'S BELGAIMAGE - CHRISTOPHE KETELSOp het Kiel wonen 130 nationaliteiten op een zakdoek. Die diversiteit weerspiegelt zich (nog) niet in de tribunes van het Olympisch Stadion.