Hij doet nog wat pr-werk voor voetbalclubs, maar liever dan rentenieren gaat Laszlo Fazekas morgen weer aan de slag als trainer. Na bij Antwerp te zijn opgestapt in 1996 trainde hij geen club meer. Zijn oude Hongaarse club, Ujpest Dosza, vroeg hem nog eens en er was ook een aanbieding uit Saudi-Arabië. "Was ik vrijgezel, dan nam ik zo'n avontuur aan. Maar voor mijn gezin blijf ik liever hier." Hij investeerde ook in zijn trainersopleiding. Behaalde eerst zijn Heizeldiploma met onderscheiding, later ook de Pro Licence. Gaat nog naar het voetbal kijken, "maar kort voor het eindsignaal ben ik weg. Ik ga me niet op recepties mengen".
...

Hij doet nog wat pr-werk voor voetbalclubs, maar liever dan rentenieren gaat Laszlo Fazekas morgen weer aan de slag als trainer. Na bij Antwerp te zijn opgestapt in 1996 trainde hij geen club meer. Zijn oude Hongaarse club, Ujpest Dosza, vroeg hem nog eens en er was ook een aanbieding uit Saudi-Arabië. "Was ik vrijgezel, dan nam ik zo'n avontuur aan. Maar voor mijn gezin blijf ik liever hier." Hij investeerde ook in zijn trainersopleiding. Behaalde eerst zijn Heizeldiploma met onderscheiding, later ook de Pro Licence. Gaat nog naar het voetbal kijken, "maar kort voor het eindsignaal ben ik weg. Ik ga me niet op recepties mengen". Laszlo Fazekas kwam naar België in 1980. Tot dan had hij nog nooit van Royal Antwerp FC gehoord. "Voor het eerst sinds de jaren vijftig besliste de Hongaarse bond dat verdienstelijke spelers het land uit mochten, als een soort van ambassadeurs. Ik was één van de eersten, samen met Sandor Müller, die mee naar Antwerp kwam, en Balint, die naar Club Brugge trok. Net voor ik naar hier afreisde, kwam de voorzitter van FC Nantes me thuis opzoeken. Maar een sfeerbezoek aan België beviel zozeer, dat we de voorkeur gaven aan Antwerp. Waarom België ? Simpel : omdat de toonaangevende internationale managers van toen vooral Hongaren waren die in België woonden. Bedoeling was dat we na twee jaar terugkeerden, maar inmiddels wonen we hier tweeëntwintig jaar." Antwerp was ook zijn voorlopig laatste club als trainer. "Ik versta me goed met de voorzitter. Nooit zegde hij dat iemand wel of niet moest spelen. Wel gaf hij me vooraf één goeie raad : dat ik met een luie spelersgroep zou werken. Eén keer heb ik me kwaad gemaakt : toen ik Stojic wegstuurde. Het klikte niet tussen hem en de vier verdedigers. Wat me vooral stoorde, was dat hij niet correct was in zijn uitlatingen naar de buitenwereld. Weet je, ik heb één gevoelig punt : ik verdraag geen onrechtvaardigheid. Ik ben correct tegenover anderen, en verwacht dan ook omgekeerd hetzelfde. Ik heb toen Yves Van der Straeten in de goal gezet - hij werd later opgeroepen voor de nationale ploeg." Antwerp was erg afhankelijk van Cisse Severeyns in die tijd . "Ik zei tegen Cisse : ik verbied u nog te verdedigen, u moet fris zijn om te kunnen scoren." Toen Severeyns uitviel, stelde Fazekas de onbekende Owolabi op in de spits. "Mijn criterium voor een goeie speler is snelheid. Ik hou niet van trage spelers, Ronald Koeman zou het moeilijk gehad hebben bij mij. Bij Harelbeke had ik met Hein Vanhaezebrouck een goeie libero die heel snel was en nauwelijks te passeren in één-tegen-één-situaties. Waren we met tien in de aanval, ik was nooit ongerust. Ik wist dat Hein het wel oploste. Owolabi was snel. Op de eerste training liep hij de honderd meter in een goeie tien seconden. Direct pakken, zei ik tegen voorzitter Wauters. Met Owolabi als vervanger voor de geblesseerde Severeyns zetten we een goeie reeks neer. Wauters feliciteerde me daarvoor. "Na een 0-3-thuisnederlaag tegen Cercle in de halve finales van de beker ben ik opgestapt. Wat doe je als je je assistent-trainer ( Ratko Svilar, nvdr) moet vragen waarom hij na de trainingen liever met de spelers gaat douchen ? Dat is toch niet normaal ? De voorzitter zei me dat hij geen probleem met mij had, maar dat de spelers niet content waren. Zo ontgoocheld was ik, dat het me niet eens interesseerde dat ik door zelf weg te gaan mijn geld misliep. Wat ben jij een ezel, zegden anderen me." "Het ontslag bij Antwerp was een klap, maar dat bij Aalst kwam het zwaarst aan. Ik voelde me daar thuis, voetbalde altijd heel aanvallend hoewel we geen wereldelftal hadden. In de eindronde moesten ze extra tribunes bijbouwen. De voorzitter zei : u bent helemaal niet duur, u betaalt zichzelf terug met al dat extra volk. Toen we promoveerden op het veld van Turnhout, was er niets voorzien om dat te vieren in de kleedkamer. Ik ben in mijn auto gestapt en naar huis gereden. Geld om in de ploeg te investeren was er niet, men zou eerst het stadion uitbouwen. Toen ik om versterking vroeg, zei de voorzitter : Laszlo, je hebt al twee keer getoverd, waarom zou je dat geen derde keer kunnen ? Toen hij me nadien triomfantelijk vertelde dat hij Dieter Schwabe en Philippe Desmet een contract had gegeven, riep ik dat zij opgebruikt waren. Hij was het met mij eens, maar Desmet zal extra volk naar het stadion lokken. "Mijn ongeluk was dat een nieuwe man op de club ( Patrick Orlans, nvdr) alle macht naar zich toe trok. Ik bejegende hem met respect, tot ik merkte dat hij het conflict zocht. Op een dag werd ik gebeld dat hij achter mijn rug zélf training aan het geven was. Een commercieel verantwoordelijke die zich trainer waant, stel je voor ! En de voorzitter nota bene, die stond langs de lijn toe te kijken ! Bij wie kon ik mijn beklag nog gaan doen ? Toen hij me na een scherp artikel in de pers op straat zette, stonden we één punt achter de derde laatste; op het eind van de rit was het verschil vijftien punten." "Als kenners zeggen dat ik geen goede trainer ben, is dit mijn antwoord : in tien jaar trainerschap haalde ik drie eindrondes in tweede klasse, werd ik twee keer kampioen en bereikte ik met Antwerp de halve finales van de beker. Er zijn trainers aan de slag die niet eens de helft van die palmares kunnen voorleggen. Ik behandel mijn spelers als volwassenen, als profs. Als we om drie uur trainen, staan we om drie uur op het veld. Wat ze daarvoor en daarna doen, moeten ze zelf weten. Ik wéét dat ik een goed oog heb - ik heb bijna 800 wedstrijden in eerste klasse gespeeld, won olympisch goud, maakte twee WK's mee - en dat ik uit elke speler waar ik mee werkte het maximum heb gehaald. Beperkte spelers speelden onder mij hun beste seizoen, omdat ik zie wat iemand kan en niet kan. En dan vraag ik alleen dat ze doen wat ze kunnen. Zo simpel kan het zijn."door Geert Foutré'De voorzitter van Aalst zei : u betaalt zichzelf terug met al dat extra volk.'