De eerste competitieronde van het seizoen 2002/2003 leverde twee opvallende vaststellingen op. "Iedereen kan van iedereen winnen", was een vaak gehoorde opmerking. En inderdaad, het verschil tussen de derde en de laatste in de stand was qua niveau misschien zelden zo klein. Maar, en dat is dan de tweede vaststelling, de nummers één en twee, Noliko Maaseik en Knack Roeselare, staken nóg meer dan de voorbije jaren met kop en schouders boven de rest uit.
...

De eerste competitieronde van het seizoen 2002/2003 leverde twee opvallende vaststellingen op. "Iedereen kan van iedereen winnen", was een vaak gehoorde opmerking. En inderdaad, het verschil tussen de derde en de laatste in de stand was qua niveau misschien zelden zo klein. Maar, en dat is dan de tweede vaststelling, de nummers één en twee, Noliko Maaseik en Knack Roeselare, staken nóg meer dan de voorbije jaren met kop en schouders boven de rest uit.De landskampioen veroorloofde zich op de openingsspeeldag nog een schoonheidsfoutje door met 3-2 te gaan verliezen bij Par-Ky Menen, maar sindsdien verloor Maaseik nog slechts een set, op de tweede speeldag tegen Go Pass Brabant-Lennik. Knack Roeselare moest voor de topper van zaterdag zelfs maar een setje prijsgeven in zijn acht vorige competitiewedstrijden.De roep om tegenstanders van een ander kaliber was dan ook groot met de nakende Champions League in het vooruitzicht. Zowel Roeselare als Maaseik zochten en vonden in die optiek buitenlandse sparringpartners om zich te meten. En in die oefenwedstrijden konden beide coaches vaststellen dat hun respectieve ploegen stilaan klaar waren voor de Europese uitdagingen. Knack zette in eigen zaal onder meer vlotjes Paris Volley, twee jaar geleden nog winnaar van de Champions League, opzij, terwijl Noliko tijdens zijn Italiaanse oefencampagne indruk maakte tegen Sisley Treviso, leider in de A1.Tien dagen voor het debuut in het kampioenenbal kregen Maaseik en Roeselare nog een laatste waardemeter voorgeschoven. Maar een onderling duel tussen beide eeuwige rivalen betekent - zelfs al heeft puntengewin of -verlies geen enkel belang - natuurlijk nog iets meer dan alleen een waardemeter. De wil om de andere te verslaan, geeft het altijd geladen treffen tussen Maaseik en Roeselare sowieso een extra pigment.Dominique Baeyens was voor de wedstrijd blij dat hij de topper op verplaatsing mocht spelen. "Zo zou", volgens de coach van Roeselare, "blijken hoe deze ploeg met druk kan omgaan." De conclusie die hij na afloop moest trekken, was niet bepaald positief. In een erg hoogstaande eerste set hield Knack nochtans gelijke tred met Maaseik. Meer zelfs, pas bij 18-17 konden de Limburgers voor het eerst op voorsprong komen. Maar vreemd genoeg brak toen meteen de mentale veer bij Roeselare. Enkele services van Vital Heynen later stond de onoverbrugbare kloof 22-17 op het bord. De eerste set verloren, maar so what ? Dat zou je toch denken, vond ook Baeyens. "Maar dan blijkt dat er een klein Maaseik-complexje waart in sommige hoofden. Ik kan begrijpen dat we hier verliezen, maar niet dat ons spelpeil in set twee en drie zo spectaculair daalt." Terwijl Maaseik op hoog niveau bleef spelen, moest Roeselare onherroepelijk de rol lossen. Een knack in het vertrouwen ? Een mentale kwestie in elk geval volgens Baeyens. En dat is toch wel opmerkelijk, gezien de leeftijd en de ervaring van zijn spelersgroep. De vervangingen van spelverdeler Frank Depestele door Josip Josipovic en vooral van receptieaanvaller Ivan Contreras door Bram Van Ghelue waren in die zin tekenend. Depestele heeft al veel ereklasse-ervaring, maar kan als excuus inroepen dat hij nog nooit naar Maaseik kwam in de waan er iets te rapen. Contreras daarentegen volleybalt nu toch al voor het derde seizoen bij Roeselare. De nederlaag van Knack en de manier waarop lagen in het verlengde van wat er zich vorig seizoen in de play-offs afspeelde. Toch bleef Baeyens na afloop bij zijn standpunt. "Wij beschikken over een sterkere ploeg dan vorig seizoen." Daarin zullen weinigen hem tegenspreken. Hoofdaanvaller Guillermo Falasca is een jaartje rijper en sterker en was in Maaseik de enige speler van zijn ploeg die een constant niveau kon aanhouden; het middencompartiment met José Luis Moltó en Ralph Bergmann, die zaterdag evenwel door de mand viel, is gestoffeerd met klasse en ervaring; Depestele kan veel meer dan hij in Maaseik liet zien en dat geldt zeker voor de receptie-aanvallers, waar een fitte Marc Schalk weer over al zijn aanvallende mogelijkheden beschikt, en voor libero Denis Van Calster. Maar toch. Toch lijkt Noliko Maaseik weer bijzonder moeilijk van de troon te stoten. Zaterdag was het team van coach Anders Kristiansson werkelijk onwrikbaar. Maaseik speelde een haast perfecte partij, zo constateerde ook een opgewekte Kristiansson. "Eerder speelden we al fantastisch tegen het Duitse Mendig, misschien niet meteen de belangrijkste waardemeter, maar de controle op de wedstrijd die we toen hadden, was vergelijkbaar met vandaag. Ook tegen Treviso volleybalden we bijzonder sterk." Het wegvallen van Jussi Heino en Jesper Hansen zou Noliko in receptie en verdediging pijn doen, klonk het voor het seizoen. Wie ondertussen nog niet van gedacht veranderde, deed dat zeker na de topper tegen Roeselare. Hiroyoshi Hanano is zonder meer een fenomeen als libero. De vliegensvlugge Japanner brengt elke bal op een schoteltje tot bij Vital Heynen. Niet dat de kapitein dat nodig heeft, want Vital is nog altijd even vitaal als vroeger. Misschien extra gemotiveerd met Nederlands international Nico Freriks in de wachtzaal ? Aanvallend heeft Maaseik evenmin aan kwaliteit ingeboet. Veel minder dan vorig seizoen is het afhankelijk van één man. Niet dat Martin Lébl Maaseik op zijn eentje stuurde, maar niemand zal ontkennen dat het spelconcept voor een groot deel op de Tsjech was afgestemd. Noliko legt dit seizoen veel meer variatie in zijn aanvallen. Petr Plátenik kon zich niet doorzetten tegen Roeselare, maar was, dixit Kristiansson "onhoudbaar" tegen Treviso. Kristof Hoho viel bij het begin van de tweede set tegen de West-Vlamingen in en hamerde zich een plaats in de basis. Maar dé aanvallende sensaties heetten zaterdag Steve Roelandt en Joao Paulo Bravo. Noliko gaat nog veel plezier beleven aan de Antwerpenaar en de Braziliaan. In het middencompartiment halen de youngsters Matias Raymaekers (20) en Georg Wiebel (25) het momenteel van bijna dertiger Jan-Willem Roex. Vooral de progressie van Wiebel maakt indruk. Tegen Roeselare zette hij in de derde set drie kill-blocks op rij. Conclusies na de topper ? "Daarvoor is het nog te vroeg", klonk het bij beide trainer is koor. Terecht, maar Noliko Maaseik zal allicht met iets meer vertrouwen de Champions League aanvatten dan Knack Roeselare. door Roel Van den broeckMaaseik legt dit seizoen veel meer variatie in zijn aanvallen.