Roger Lespagnard is trouw op post. Enkele dagen na de olympische kroning van zijn beschermelinge verzorgt hij nog altijd met hetzelfde enthousiasme de trainingen van de atletiekafdeling van Club Liège. 'Iedereen moet het zand weer effenen na zijn sprong', werpt hij zijn leerlingen toe, meisjes en jongens die zich toeleggen op het verspringen en hinkstapspringen. Zijn stem blijft het belangrijkste geluid op het trainingscomplex van Naimette-Xhovémont, op de hellingen van Luik in een verstikkende zomerse hitte.
...

Roger Lespagnard is trouw op post. Enkele dagen na de olympische kroning van zijn beschermelinge verzorgt hij nog altijd met hetzelfde enthousiasme de trainingen van de atletiekafdeling van Club Liège. 'Iedereen moet het zand weer effenen na zijn sprong', werpt hij zijn leerlingen toe, meisjes en jongens die zich toeleggen op het verspringen en hinkstapspringen. Zijn stem blijft het belangrijkste geluid op het trainingscomplex van Naimette-Xhovémont, op de hellingen van Luik in een verstikkende zomerse hitte. 'Ik kijk eerst hoe die mooie, jonge Griekse atleten lopen en daarna bekijk ik hun sprongen.' Vanaf de zandbak strooit Lespagnard ook kwistig tips voor de sprinters in het rond. De overgrote meerderheid van het twintigtal aanwezigen staat onder leiding van de voormalige Belgische kampioen tienkamp. Net op het moment dat het land van de Olympus ter sprake komt, neemt Nafissatou Thiam vlak bij ons plaats. De perfecte samenloop van omstandigheden. Gehuld in een jasje met grijze kap op haar rug profiteert ze van de schaduw om een blik te werpen op haar gsm. De aanvragen lopen als een trein sinds Rio. De olympische kalmte die ze ademt en die haar omhult, zou ondanks alles kunnen bedriegen. Nafi klinkt duidelijk niet als een olympisch kampioene. 'Ik heb me wel geamuseerd, ik was graag nog enkele dagen gebleven', glimlacht ze. 'Maar ik hou echt van Luik, het voelt goed hier te zijn. Ik heb binnenkort een nieuw appartement, ik zal dus eindelijk kunnen zeggen dat ik een echte Luikse ben.' Thiam, op haar veertiende op haar tenen aangekomen, wordt nu de adoptiedochter van de Vurige Stede. Het meisje dat de vlam laat branden. 'Ze was me opgevallen in Seraing', spoelt Lespagnard met een doordringende blik de film terug. 'Ik zag dat meisje met de lange benen... Een jaar later kwam ze zich voorstellen, ik heb natuurlijk toegestemd.' Het is winter 2008 en Nafi is pas overgestapt naar de cadetten. 'Tot dusver is zij zeker de meest getalenteerde die ik al getraind heb. Ik had erg getalenteerde jongens, maar zij hadden niet dezelfde mentaliteit. Ze hadden niet dezelfde wil, waren meer verstrooid.' Precies het omgekeerde van het meisje dat in Rhisnes woont, bij Namen, en heen en weer reist naar Luik om te gaan trainen. Terwijl ze vandaag goed 1,87 meter meet, steekt ze destijds niet boven haar jonge collega's uit, hoewel ze al blijkt geeft van de juiste fysieke kwaliteiten en vooral opvalt door haar lange benen. 'We trainden twee keer per week en het belangrijkste was dat ze veel leerde, spelenderwijs. Ik zag wel dat ze potentieel had, maar je kunt op die leeftijd nooit zeggen of iemand een grote kampioene gaat worden', vervolgt Lespagnard, die door een paar clubleden onderbroken wordt voor felicitaties. De voormalige conditietrainer van Standard, die drie Olympische Spelen op zijn cv heeft staan, zegt zelfs dat hij 'gegroeid' is met Nafi: 'Heel vlug deed ze vrij indrukwekkende dingen van nature. Mensen denken dat atletiek iets van nature is, maar dat is helemaal niet waar. Over een plas water springen is één ding. Maar verspringen is heel wat anders!' In die discipline heeft Nafi eerst enige moeite om de juiste lichaamshouding aan te nemen en vertoont haar aanloop wat gebreken. Helemaal anders vergaat haar het hoogspringen, vanouds haar lievelingsonderdeel. Hoe dan ook, ze werkt hard en boekt op alle onderdelen vooruitgang, 'op gelijke wijze' volgens haar geestelijke vader, aangezien de zevenkamp altijd haar ware liefde was. 'Mijn vroegste herinnering aan haar is dat ze een superdapper meisje was', vertelt Elsa, twee jaar ouder en haar trainingsmaatje vanaf het begin in Luik. 'Ze reisde van Namen naar Luik alleen maar om te komen trainen. We zagen allemaal veel af op training, maar wij waren vlug thuis, terwijl zij niet voor tien uur 's avonds aan tafel zat om te eten.' Een parcours dat haar een stalen wil bezorgd heeft, aldus haar broer Ibrahima: 'Ze had altijd al die drang om het zo goed mogelijk te doen, die vechtlust. Alleen al de trein nemen naar Luik zou voor veel kinderen te lastig zijn geweest.' Ibrahima weet waarover hij spreekt. Hij ziet Nafi vanaf haar zesde de trein nemen naar Namen om te trainen. Danièle, de mama, heeft geen wagen en gaat iedere keer met haar mee. Ze vertelt: 'Er werd twee uur getraind en er was geen trein tussendoor. Er was ook geen cafetaria om te schuilen, ik stond dus vaak kou te lijden of me te vervelen. Ik keek naar de meisjes die aan het hoogspringen waren en merkte dat ik even hoog kon springen als zij. Ik heb de trainer gevraagd of ik bij hen kon aansluiten en zo ben ik met atletiek herbegonnen, op mijn 36e.' Danièle Denisty had in zo'n twintig jaar geen piste meer betreden. De passie slaat zo snel over dat ook Ibrahima ermee besmet raakt. De 'twee kleintjes' van vier kinderen volgen daarop hun moeder, die toetreedt tot de nationale seniorenploeg vanaf 2002, en nemen aan dezelfde wedstrijden deel. De meeste vinden plaats in Vlaanderen. 'Er is in het Nederlandstalige landsdeel meer concurrentie en dat heeft hen goed gedaan. Dat was te merken, want al heel vlug deden we het niet meer in functie van mijn wedstrijden maar voor die van Nafi', herinnert Danièle zich, die daarna verschillende Europese en wereldtitels in de zevenkamp en de tienkamp zou pakken bij de 35-, 40- en 45-plussers. En dat wil wel wat zeggen. Heel vlug ook lijkt Nafi zich te vervelen op haar atletiekschool. Ze heeft al goed de basis opgepakt en mengt zich niet echt in de massa kinderen die naar de training zijn gekomen als naar de kinderopvang. Na een geïmproviseerd partijtje hockey vraagt ze haar moeder zelfs om het voor bekeken te houden. Geen sprake van. Danièle zorgt ervoor dat Nafi de school één jaar vroeger verlaat dan voorzien. 'Onze trainer ging akkoord, omdat ze al even hoog sprong als wij. Ze belandde dus bij de volwassenengroep op haar twaalfde.' Om professionele redenen neemt haar moeder haar mee op training in Hannuit, waar Nafi balanceert tussen de horden en ... basketballen. 'We speelden één jaar in dezelfde ploeg', werpt Ibrahima op. 'Ik ben erg close met mijn zus, zo brachten we heel onze jeugd samen door: heerlijke tijden.' De twee Thiamtelgen spelen gemengd bij Belgrade, in het Naamse, waarna Nafi alleen verder gaat met de meisjes van Bouge. 'Toen ze nog uitsluitend met de meisjes speelde, vond ze dat minder leuk, ze was niet meer gemotiveerd', verklaart Danièle. 'Ze besloot te stoppen vlak voordat ze naar Luik ging.' Het is daar dus, in het prinsbisdom, dat Nafi Thiam met het serieuze werk kan beginnen en zich uitsluitend op de zevenkamp zal toeleggen. Maar haar moeder, die haar beter kent dan wie ook en als haar sparringpartner dienstdoet voor het speerwerpen, blijft vastberaden. 'Indertijd waren de Vlamingen beter. Zij heeft zich langzaam ontwikkeld, niet op een extreme manier. Ik wist wel dat ze iets had, ze had die 'arm' zoals we zeggen. Veel meisjes kunnen goed lopen maar niet werpen. Het enige mogelijke probleem was of ze wel al die opofferingen zou willen maken. Maar toen ze telkens dat traject begon af te leggen, begreep ik het wel.' Nafi wil onder geen beding haar trainingen missen. Ze maakt plezier en boekt progressie, zelfs al kan ze niet met haar vriendinnetjes naar de bioscoop, zelfs al moet ze trainen in de ijskoude regen. Paradoxaal genoeg, bekent ze uit zichzelf, heeft ze er nooit aan gedacht een profcarrière uit te bouwen: 'Dat was nooit echt het doel. Ik wilde plezier maken, ook al heb je altijd de drang te presteren. Ik probeerde alleen maar ernstig te trainen, vooruitgang te maken.' Voor Elsa, die amicaal zegt haar te 'haten' omdat ze haar clubrecords in het hinkstapspringen heeft afgepakt, is Nafi eenvoudigweg iemand met beide voeten op de grond: 'Het is een supereenvoudig meisje. Ze is zich er altijd van bewust geweest dat je niet echt kunt leven van een carrière in de zevenkamp. Als je de zevenkamp doet, is het niet zoals in het voetbal, en niemand is Usain Bolt.' Ibrahima treedt haar bij: 'Ze was altijd nogal bescheiden over haar carrière, zelf zal ze er niet over komen praten. Ze had zelf geen idee van wat ze kon verwezenlijken.' Een omschrijving van haar persoonlijkheid die vandaag nog blijkt te kloppen, zozeer dat haar olympische medaille geen enkel effect op haar gedrag lijkt te hebben gehad, tenzij misschien dat ze er bijna beschaamd over lijkt. Voor Thiam komt de klik uiteindelijk in Rijsel. Pas zeventien eindigt ze net naast het podium in de zevenkamp op het WK voor scholieren in 2011. Het betreft haar 'mooiste herinnering', samen met die aan de European Youth Olympic Days die in het verlengde daarvan in Turkije plaatsvinden. Het is op dat moment dat ze definitief besluit een atletiekcarrière uit te bouwen. 'Ze kreeg er echt de smaak van de competitie te pakken', legt haar ma uit. 'Ze werd behandeld als een prof, je had de nationale hymnes, een groot stadion, een hele organisatie die de grote meetings doet. Terwijl ze vóór haar vertrek ontgoocheld was dat de wereldkampioenschappen plaatsvonden in Rijsel, ze wou een ticket om wat verder weg te vliegen...' Eenzelfde geluid bij Ibrahima: 'Het was de eerste keer dat we ons met het gezin verplaatsten om haar aan het werk te zien in een competitie van dat formaat. Het was ook daar dat ik dacht dat haar carrière gelanceerd was, omdat er een Amerikaanse meneer op haar afgestapt was om een studiebeurs aan te bieden. Zelf dacht ik meteen dat dit iets uit de films was, ik vond dat compleet geschift.' Zijn zus gaat ondanks alles de mist in bij het verspringen. Maar ze laat zich niet van haar stuk brengen en vecht terug om juist na Marjolein Lindemans te eindigen, die haar altijd overklast heeft in de jeugdrangen. Thiam houdt niettemin het hoofd koel. 'Ik ben altijd iemand geweest die op korte termijn denkt', beweert ze tussen twee slokjes frisdrank in. 'En zelfs al was ik vierde, dat wilde niets zeggen. Het is niet omdat je goed presteert bij de jeugd dat je het sowieso daarna gaat maken, en ook niet omdat ze me vergeleken met Carolina Klüft dat ik dezelfde carrière zou uitbouwen.' En toch wordt ze nogmaals met haar vergeleken in 2013, wanneer ze in Gent het juniorenwereldrecord op de vijfkamp breekt, dat dan al elf jaar op naam staat van de Zweedse. Een record dat uiteindelijk niet gehomologeerd wordt door administratieve chaos (zie kader). De fout belet Nafi en haar gezelschap van de Luikse atletiekclub niet om haar krachttoer waardig te vieren. Maar met mate uiteraard. 'Toen ze in Gent het wereldrecord had verbeterd, gingen we allemaal plat tegen de grond, we kwamen niet meer bij', lacht haar vriendin Elsa nog. 'Ze is niet iemand die drinkt, ik heb haar toen voor de gelegenheid haar eerste fles Kidibul gegeven. Daar heeft ze erg van genoten. Sindsdien heeft ze, telkens als ze een medaille behaalt of een record breekt, recht op haar fles. Toen ze terug was van Rio, heeft ze er dus zes gekregen (zes persoonlijke records, waaronder één wereldrecord in het hoogspringen, nvdr).' Een ritueel dat ook aantoont hoezeer haar vriendengroep, met wie ze ook traint, rond haar samenhangt. Al is Nafissatou Thiam misschien zelfs te vlug groot geworden, met de rugproblemen die ze kende door haar snelle groei en haar olympisch goud op amper 21-jarige leeftijd, volgens coach Roger Lespagnard kan ze nog progressie boeken. Haar trainer is helemaal niet vreemd aan haar succes, aangezien hij heel goed luistert naar het lichaam van zijn pupil. Elsa: 'Zodra ze haar lichaam wist te beheersen, was ze niet meer te houden. Maar tussen dat en de gouden medaille... Dat was nooit door ons hoofd gegaan. We dachten dat ze eerst ervaring ging opdoen in Rio.' Meer nog dan een bekroning lijkt Nafi in Brazilië gemoedsrust te zijn gaan halen. De tranen van het podium zijn vervangen door een brede glimlach. Hetzelfde bij haar kleine broer. 'Ze heeft me erg trots gemaakt. Toen ze haar elleboogblessure had opgelopen, was het erg moeilijk voor haar', zucht hij. 'Ik twijfelde er niet aan dat ze naar de Spelen zou gaan, maar ik had echt niet verwacht dat ze zou winnen.' Vooral omdat ze, voor ze in het strijdperk trad, zich afvroeg of ze tot het uiterste mocht gaan, met Tokio 2020 in het achterhoofd. Nafi blijft uiteindelijk heel haar wereld verbluffen, met haar indrukwekkende karakter en maturiteit. Alvorens van een welverdiende rust te genieten keert ze vrijdag naar de atletiekbaan terug voor de Memorial Van Damme. 'Er zijn altijd periodes dat je de indruk hebt inspanningen voor niets te leveren', zegt ze zonder kapsones. 'En ik weet dat het op een bepaald moment minder goed zal gaan. Ik heb al prestaties geleverd die niet zo slecht waren, vrij normaal zelfs, en dat de mensen toch kritiek hadden. Ik weet wat me te wachten staat.' Ongetwijfeld een weekend en dan een vakantie vol bubbels. DOOR NICOLAS TAIANANafi wil geen training missen. Ze maakt plezier en boekt progressie, zelfs al kan ze niet met haar vriendinnetjes naar de bioscoop. Volgens coach Roger Lespagnard kan Nafi Thiam nog progressie boeken.