Het ligt al zo ver achter ons dat het vandaag moeilijk is zich nog voor te stellen hoe Schotland tijdens het WK van 1974 door de hele wereld werd gevreesd. De Schotten hadden toen spelers als Billy Bremner, Peter Lorimer, Kenny Dalglish en Joe Jordan, die een voor een de lakens uitdeelden bij grote Europese ploegen. Bremner, Lorimer en Jordan waren de sterren van het grote Leeds van Don Revie, dat in 1974 de Engelse titel won en het volgende jaar de finale zou halen van Europacup I. Dalglish zat - toen nog - bij Celtic. Later namen spelers als Archie Gemmill (Europacup I met Nottingham Forrest in 1979), Graeme Souness (Liverpool) en Gordon Strachan de fakkel over bij de wereldbekers van 1978, 1982 en 1986. Tussen 1990 en 1998 heetten de vedetten John Collins, Paul Lambert en Gary McAllister. "Schotland had een angstaanjagende ploeg, maar werd tegelijkertijd altijd een beetje uitgelachen", zegt Joe Jordan. "Op een bepaald moment hadden we veel technisch vaardige spelers, en vond je geen Engels team zonder dat er een Schot bij zat, maar we slaagden er nooit in om tactisch gedisciplineerd te spelen. Thuis werden we door ons publiek opgehitst om altijd aan te vallen, en dat heeft ons soms parten gespeeld." Tussen 1974 en 1998 speelden de opeenvolgende generaties het klaar om slechts één WK te missen, dat van 1994. Het verbazende is dat het Tartan Army er in al die jaren altijd wel bij was, maar er niet één keer voorbij de eerste ronde raakte.
...

Het ligt al zo ver achter ons dat het vandaag moeilijk is zich nog voor te stellen hoe Schotland tijdens het WK van 1974 door de hele wereld werd gevreesd. De Schotten hadden toen spelers als Billy Bremner, Peter Lorimer, Kenny Dalglish en Joe Jordan, die een voor een de lakens uitdeelden bij grote Europese ploegen. Bremner, Lorimer en Jordan waren de sterren van het grote Leeds van Don Revie, dat in 1974 de Engelse titel won en het volgende jaar de finale zou halen van Europacup I. Dalglish zat - toen nog - bij Celtic. Later namen spelers als Archie Gemmill (Europacup I met Nottingham Forrest in 1979), Graeme Souness (Liverpool) en Gordon Strachan de fakkel over bij de wereldbekers van 1978, 1982 en 1986. Tussen 1990 en 1998 heetten de vedetten John Collins, Paul Lambert en Gary McAllister. "Schotland had een angstaanjagende ploeg, maar werd tegelijkertijd altijd een beetje uitgelachen", zegt Joe Jordan. "Op een bepaald moment hadden we veel technisch vaardige spelers, en vond je geen Engels team zonder dat er een Schot bij zat, maar we slaagden er nooit in om tactisch gedisciplineerd te spelen. Thuis werden we door ons publiek opgehitst om altijd aan te vallen, en dat heeft ons soms parten gespeeld." Tussen 1974 en 1998 speelden de opeenvolgende generaties het klaar om slechts één WK te missen, dat van 1994. Het verbazende is dat het Tartan Army er in al die jaren altijd wel bij was, maar er niet één keer voorbij de eerste ronde raakte. Vandaag zou elke Schot al ruimschoots tevreden zijn met een eerste ronde op het WK. Sinds 1998 maakt het Schotse voetbal een diepe crisis door. Het wist zich voor geen enkel groot toernooi meer te plaatsen. In de kwalificatiecampagnes van 2006, 2008, 2010 en 2012 strandden de Schotten telkens op de derde plaats. De hoofdschuldige? Een schreeuwend gebrek aan talent. De spelerslijst van bondscoach Strachan voor de wedstrijd tegen België spreekt voor zich. Zoals hun verre voorgangers, spelen enkele Schotten bij Nottingham Forrest (Jamie Mackie) en bij Leeds (Ross McCormack), maar die twee ooit roemrijke clubs zitten al lang niet meer in de Premier League. Ikechi Anya, net voor het eerst opgeroepen, speelt bij Watford (ook al in de Championship) en de discussie voor de match tegen Kroatië ging er vooral over wie in de aanval moest starten: Leigh Griffiths, van het bescheiden Schotse Hibernian, of Jordan Rhodes, actief bij Blackburn in de Championship. De anderen spelen in de beste gevallen bij Hull, Stoke, Aston Villa, Everton, WBA en Norwich (en dus in de Premier League), in het slechtste geval bij Brighton of zelfs Wolverhampton (in de Engelse derde klasse). Met de afwezigheid van de geblesseerde Steven Fletcher is de balans snel gemaakt: geen enkele van de vijf aanvallers van Strachan speelt in de top van het Engelse voetbal! "In 1998 hadden we ook niet verschrikkelijk veel talent, maar er was wel een zekere maturiteit", erkent Collins. "We speelden bovendien nog bij Arsenal, Blackburn, Everton en Tottenham, ploegen die het aan de top uitvochten." "We hebben heel lang gedacht dat we onoverwinnelijk waren. De Schotten waren er lange tijd van overtuigd dat ze minstens de gelijken waren van de Engelsen. Terwijl Schotland zes keer een groot toernooi bereikte, lukte dat de Engelse buren in die periode slechts drie keer", verklaarde Graham Spiers, in zijn column in de Herald Scotland. "Daarna is er langzaamaan een ander type spelers naar boven beginnen te komen, met veel minder techniek en subtiliteit. De revolutie voltrok zich in het midden van de jaren negentig, toen alle Schotse ploegen op zoek waren naar groot en sterk, niet naar snel en creatief. De toenmalige bondscoach, Craig Brown, draagt een deel van de verantwoordelijkheid. Tien jaar lang hield hij vast aan een erg solide 3-5-2, die van Schotland een versterkte burcht moest maken." Het toenmalige referentiepunt was Craig Burley, een speler die niet aan de enkels van Bremner of Dalglish kwam, en op het veld eerder een soldaat dan een poëet was. De Schotse supporters zagen deze kwalificatiecampagne vooral als een nieuwe start. Maar na een slecht begin moest bondscoach Craig Levein in oktober van vorig jaar al het veld ruimen. Schotland stond op dat moment laatste in de groep, zelfs achter Macedonië en Wales. Een aanfluiting, heette het. "De tijden zijn veranderd en we hebben dat te laat beseft. Waar was het succes van vroegere generaties aan te danken? Het land was arm en alle jongeren speelden op straat. Het is daar dat Souness en Dalglish hun techniek verfijnd hebben", zegt Jordan. "Vandaag is de Schotse maatschappij geklommen op de ladder en is het straatvoetbal verdwenen." Daar komt bij dat Schotland met vijf miljoen inwoners al een beperkt reservoir aan spelers heeft, en dat er weinig middelen naar opleiding gingen. Meer dan twintig jaar lang verkozen de twee voetbalreuzen Celtic en de Rangers om buitenlandse sterren te kopen, zonder jonge Schotten speelkansen te geven. "Na die grote namen kwamen er echter buitenlanders van de tweede rang", zegt Collins. "Vroeger hadden de Rangers Brian Laudrup en Paul Gascoigne, Celtic had Hendrik Larsson. Vandaag hebben we het over Giorgios Samaras. Kunnen we zo'n type speler niet zelf opleiden? Twintig jaar lang heeft de voetbalbond nagelaten om te investeren in goede coaches in de jeugdopleiding." Maar het is vooral de Schotse speelstijl die met de vinger gewezen wordt. "We stelden hier geen vertrouwen meer in technisch vaardige spelers", beweert Collins, die er inmiddels zijn stokpaardje van heeft gemaakt. Volgens de ex-trainer van Charleroi moet Schotland zich zelfs richten op... Spanje. "We moeten investeren in techniek. Jaren aan een stuk gingen aanvallen hier rechtstreeks van de doelman richting aanvallers. De verdedigers en de middenvelders kwamen niet meer aan de bal en boekten dus ook geen vooruitgang meer. We moeten zorgen dat we in de eerste plaats onze spelers helpen ontwikkelen, daarna pas de ploegen. Vroeger werden de kleintjes hier stelselmatig opzijgeschoven omdat ze kracht te kort kwamen. Enkel kleerkasten konden het maken in het Schotse voetbal. Langzaamaan begint die tendens gelukkig om te slaan. De bond koos voor een Ne- derlander als technisch directeur: Mark Wotte." Er wordt ook vaker een beroep gedaan op ex-spelers om de jongerenteams te coachen. Collins houdt zich op deeltijdse basis bezig met enkele jeugdploegen, terwijl Scott Gemmill de U18 onder handen neemt. Laatste deeltje van de verklaring voor het afzakken van het Schotse voetbal: het terugvallen van Celtic en de Rangers. Het is een half mirakel dat Celtic de Champions League haalde, nadat het in de voorronde met 2-0 ging verliezen bij de kampioen van Kazachstan. De Bhoys hebben in eigen land geen rivaal meer sinds de degradatie van de Rangers, en zonder de Old Firm laat heel het kampioenschap van zijn pluimen. Celtic is dit jaar de enige Schotse ploeg die in Europa te bewonderen zal zijn. "Het is duidelijk dat de competitie lijdt onder het ontbreken van de Rangers," stelt Collins, "maar je moet de zaken positief bekijken. Tegenwoordig vechten de anderen voor de tweede plaats: dat kan een nieuwe dynamiek teweegbrengen en hen sneller laten groeien." Eén man staat symbool voor de vernieuwde Schotse hoop: Gordon Strachan. Sinds hij in november het Schotse elftal overnam, heeft hij niet nagelaten er zijn stempel op te drukken. Met de uitoverwinning op Kroatië (0-1) en het spektakelstuk in de oefenwedstrijd tegen Engeland (een 3-2-nederlaag), trekt het Tartan Army tegenwoordig weer met de glimlach naar het stadion. "Strachan is geen tovenaar, maar hij heeft ons elftal wel een nieuwe voetbalvisie gegeven", legt Collins uit. "Vroeger speelden we veel te defensief. Levein was zelf een typische voorstopper en dat was eraan te zien in zijn opstellingen. Veel te voorzichtig. We moeten, zeker thuis, aanvallen en de tegenstander zo onder druk zetten. Strachan, zelf een aanvallende middenvelder, heeft dat begrepen. Hij heeft dan wel vastgehouden aan de 4-5-1 van zijn voorganger, bij hem staan er wel vier aanvallend ingestelde middenvelders op het blad. En we zien ook weer technisch sterke spelers op het voorplan, zoals Scott Brown (Celtic), Shaun Maloney (Wigan), James Morrison (WBA) en James Forrest (Celtic). In balverlies is het een 4-5-1, maar een die zich dankzij snel uitbrekende spelers als Maloney en Forrest heel vloeiend omzet in een 4-3-3." Met een elftal dat 'niet jong en niet oud' heet te zijn, bestaat de hoofdtaak van Strachan eruit zijn formatie een zeker vertrouwen mee te geven. "Hij heeft zijn immense ervaring als speler en trainer mee", zegt Collins. "Hij hamert op een goed georganiseerd elftal dat met veel honger speelt en de bal ook vaker zelf in de ploeg wil houden dan onder Levein." De kracht van Schotland schuilt nu in zijn samenspel. Maloney is een pocketspeler met veel techniek, Forrest is een snelle dribbelaar met een goede voorzet. Brown is dan weer de man die het tempo regelt en alle ballen opeist. De andere linies zijn beduidend minder uitgerust. De aanval is onthoofd sinds het recente afhaken van Kenny Miller als international en de blessure van Fletcher. Griffiths is een echte afmaker, maar hij heeft nog nooit op het hoogste niveau gespeeld en houdt er naar verluidt een nogal liederlijke levenswandel op na. De verdediging is dan weer niet altijd even sterk in het uitvoetballen. Ze vormt bovendien een rariteit onder Angelsaksische ploegen door kwetsbaar te zijn op stilstaande fases en bij luchtduels. Tegen Engeland kwamen twee tegengoals voort uit hoekschoppen. "Maar ik ben er zeker van dat Strachan dat er voor België wel uit zal krijgen", zegt Collins. ?DOOR STÉPHANE VANDE VELDE - BEELDEN: IMAGEGLOBE"Strachan is geen tovenaar, maar hij heeft ons elftal wel een nieuwe voetbalvisie gegeven." John Collins