Hij heeft een patent op onoverwinnelijkheid. Een geheim recept voor succes. José Mourinho, kampioenensmeder uit Setúbal, kan niet verliezen en als hij wel verliest, ligt dat vooral niet aan hem. Zijn formule voor de goede uitslag klopt tenslotte. Wie The Special One inhuurt, weet één ding zeker: de ophaalbrug gaat omhoog, de luiken dicht en daarna daalt als vanzelf een prijzenregen neer. 'Ik ben een fantastische manager als ik verlies en ik ben een fantastische manager als ik win', stelde Mourinho zelf vast na de 4-0-zege op Maccabi Tel Aviv in de Champions League. Het was bedoeld als kritiek op de berichten in de media dat hij er ineens niets meer van kon, maar vreemd is het wel om dat juist uit zijn mond te horen.
...

Hij heeft een patent op onoverwinnelijkheid. Een geheim recept voor succes. José Mourinho, kampioenensmeder uit Setúbal, kan niet verliezen en als hij wel verliest, ligt dat vooral niet aan hem. Zijn formule voor de goede uitslag klopt tenslotte. Wie The Special One inhuurt, weet één ding zeker: de ophaalbrug gaat omhoog, de luiken dicht en daarna daalt als vanzelf een prijzenregen neer. 'Ik ben een fantastische manager als ik verlies en ik ben een fantastische manager als ik win', stelde Mourinho zelf vast na de 4-0-zege op Maccabi Tel Aviv in de Champions League. Het was bedoeld als kritiek op de berichten in de media dat hij er ineens niets meer van kon, maar vreemd is het wel om dat juist uit zijn mond te horen. José Mourinho heeft nooit in voetbal gedacht, de gein van het spel zelf, maar in resultaat. Zijn aura bestaat uit zijn palmares, het is zijn schild. Begin september poseerde de Chelseatrainer in zijn werkkamer met vier ingelijste certificaten van het Guinness Book of Records. In de nieuwste editie, die van 2016, blijkt de Portugees vijf wereldrecords toebedeeld te hebben gekregen (zie kader). De meest tot de verbeelding sprekende statistiek is een serie thuiswedstrijden die negen jaar aanhield. Met FC Porto, Chelsea, Inter en Real Madrid bleef hij precies 150 duels op rij ongeslagen. Apetrots is Mourinho op die mijlpaal getuige de zelfvoldane blik in de camera. Terecht ook wel misschien. Winnen is natuurlijk niet verboden. Hij doet heel zijn trainerscarrière niet anders, zijn reputatie is erop gebouwd. Winnen is zijn beroep, zijn levensdoel. Het is bovendien makkelijk, heeft hij eens gezegd in een overmoedige bui. Vandaar dat hij zijn verliezersmedaille twee maanden geleden na de strijd om het Community Shield in de handen van een jonge Arsenalsupporter wierp. Die was het namelijk gewend zijn ploeg te zien verliezen. Mourinho wilde er maar mee aangeven: straks, als de echte prijzen worden verdeeld, zal hij gewoon weer vooraan staan. Toch veranderde er die zondagmiddag iets wezenlijks. Arsenal won van Chelsea, maar méér nog: Arsène Wenger won na dertien pogingen eindelijk van José Mourinho, zijn plaaggeest en tegenpool. Een verliezer werd winnaar en andersom veranderde een winnaar in een verliezer. Voor grote conclusies is het te vroeg, maar het verval van Chelsea liet zich aankondigen. Tegen Arsenal op Wembley openbaarde zich iets wat je maar zelden ziet bij ploegen met het Mourinhokeurmerk: een kwetsbare achterhoede. De titel van afgelopen seizoen kwam mede tot stand na achttien clean sheets. John Terry kende een van zijn beste jaren in het blauw en vormde met Nemanja Matic, Gary Cahill en Thibaut Courtois het uit gewapend beton opgetrokken verdedigingsblok van de kampioen. Er was altijd wel een hoofd, hand, been of teen die erger voorkwam. Die defensieve zekerheid is compleet verdwenen. Geen club kreeg in de eerste vijf speelronden van het nog prille Premier Leagueseizoen meer doelpunten tegen dan Chelsea. Swansea City, West Bromwich Albion en Crystal Palace scoorden allemaal twee keer, Manchester City en Everton zelfs drie keer. Voor Mourinho is dat onverteerbaar en behoorlijk zorgwekkend voor de nabije toekomst. Het laten verdwijnen van ruimte ligt aan de basis van al zijn triomfen, de tegenstander het voetballen onmogelijk maken is zijn specialiteit. Een mysterie lijkt het, de huidige chaos achterin. Dezelfde voetballers, dezelfde trainer, dezelfde stadions, maar elke bal richting de keeper van Chelsea verdwijnt tegen de touwen. Bijna alsof een onzichtbare hand het noodlot moedwillig een beetje tart. Komisch is het televisiebeeld vlak na zo'n goal, zoals na de 1-0 van Steven Naismith van Everton anderhalve week geleden. Dan zie je Mourinho zijn hoofd chagrijnig en niet begrijpend naar links wenden, naar zijn assistent Rui Faria, die vervolgens ook maar zijn schouders ophaalt. Zo hadden ze het inderdaad niet bedoeld de voorbije dagen tijdens besprekingen en trainingen. Het puntenverlies in de openingsweken heeft Mourinho in een ongewone situatie gebracht. De onderkant van de ranglijst is voor hem onbekend terrein, net als hij zelden een serie wedstrijden achter elkaar heeft verloren. 'Degraderen zullen we waarschijnlijk niet', grapte Mourinho voor aanvang van de clash met Arsenal. Om vervolgens weer een defensieve houding aan te nemen. Op momenten dat het met zijn ploeg niet draait, kiest de Portugees vaak voor de frontale aanval. Een journalist die opperde dat hij opnieuw in zijn derde seizoen bij een club de regie dreigde kwijt te raken, adviseerde hij op Google te kijken. Naar zijn erelijst. Om vervolgens de wapenfeiten in het derde seizoen van zijn eerste dienstverband op Stamford Bridge op te sommen. Halve finale Champions League, winst van de FA Cup en League Cup, kaatste hij terug. Daaraan toevoegend dat er eigenlijk geen betere manager op aarde bestaat om de situatie bij Chelsea om te keren dan hij, José Mourinho. Zijn staat van dienst is boven elke discussie verheven. Toch kan hij zich daaraan niet vastklampen. Hoezeer Mourinho ook tracht de sfeer van crisis buiten te houden, hij zal een forse inspanning moeten leveren om de kampioensploeg van vorig seizoen weer iets van haar glans terug te geven. De overige clubs beseffen dat er iets te halen valt tegen The Blues, terwijl het afgelopen jaar vanaf de eerste speelronde duidelijk was dat de titel naar West-Londen ging. De tegenvallende start heeft parallellen met een eerder crisisjaar van José Mourinho bij Chelsea. Namelijk het seizoen 2006/07, destijds zijn vierde jaar bij Chelsea. Toen bekritiseerde de coach in aanloop naar het Champions Leagueduel met Rosenborg BK het aankoopbeleid van zijn club in cryptische woorden. 'Het zijn omeletten en eieren', sprak Mourinho destijds medio september. 'If you have no eggs, you have no omelette.' Dezelfde week nog kreeg Mourinho zijn ontslag na een 1-1-gelijkspel tegen de kampioen van Noorwegen. Een machtskwestie tussen de Portugees en clubeigenaar Roman Abramovitsj had tot een onvermijdelijke splitsing geleid. Dergelijke problemen met de leiding spelen nu niet. Abramovitsj en Mourinho communiceren regelmatig en met wederzijds respect. Onvrede over het transferbeleid is er wel, al is het de vraag naar wie gewezen moet worden. Mourinho was tevreden met de kwaliteit van zijn selectie, logisch als kampioen, maar had wel duidelijk aangedrongen op de komst van een centrumverdediger en dan met name gehoopt op John Stones. Ondanks verwoede pogingen bleef de 21-jarige Engelsman, die volgens experts de potentie heeft uit te groeien tot aanvoerder van de Engelse nationale ploeg, Everton trouw. Stones had graag naar Londen gewild, maar Everton bleef vasthouden aan een vraagprijs van ruim vijftig miljoen euro. Bewijzen hoeft Mourinho zich niet meer, vertelde hij afgelopen week. Voor wie dan? En waarom? Ook zegt hij geen druk te voelen. Op de vlucht slaan voor oorlog, dat is pas druk, meende hij. In gezelschap van journalisten heeft Mourinho altijd een antwoord paraat. Hij weet persconferenties spannend te maken, de aandacht slim af te leiden en bezit net als Louis van Gaal het talent zichzelf op een gigantisch voetstuk te plaatsen. José Mourinho kan over José Mourinho praten alsof hij het over een ander heeft. Maar hoe harder hij beweert dat het wel goed komt met Chelsea, hoe ongeloofwaardiger hij wordt. Natuurlijk heeft hij een probleem als hij met zijn ploeg drie van de eerste zes competitieduels verliest. Het moet nog oktober worden en de titel is al uit zicht. Thibaut Courtois is geblesseerd, Petr Cech staat bij Arsenal onder de lat, Branislav Ivanovic is uit vorm, Nemanja Matic ook, John Terry op leeftijd, Cesc Fàbregas heeft nog geen assist geleverd, Eden Hazard komt, geïsoleerd als hij staat, geen tegenstander meer voorbij en Diego Costa heeft steeds meer moeite zijn temperament in bedwang te houden. Of zoals Alex Ferguson ooit zei over Dennis Wise: hij is nog in staat om in een leeg huis een vechtpartij te beginnen. Twee Champions Leagues gewonnen of niet, alles bij elkaar opgeteld zit je dan als trainer in de moeilijkheden. Mourinho's relativerende toon kan te maken hebben met trieste privéomstandigheden. Zijn vader is ernstig ziek, een situatie die hem logischerwijs aangrijpt, al weet hij dat goed te verbergen op het trainingsveld. De Portugees zit zijn spelers op de huid, is gefocust als altijd, maar op de een of andere manier heeft Chelsea ergens onderweg zijn kampioensjas uitgedaan. Sommigen spreken voorzichtig over de vloek van Eva Carneiro. Zij was geliefd bij de spelers, niet vanwege haar verschijning, maar als vertrouwenspersoon van de selectie. Fysiotherapeuten en teamartsen monitoren de gezondheid van de voetballers, maar in die momenten van contact gaat het uiteraard over meer dan voetbal. De wijze waarop Mourinho de medische staf vernederde in de slotminuten van het duel met Swansea City en daarna in de media is slecht gevallen binnen de spelersgroep. Volgens insiders verloor Mourinho in vijf seconden een deel van zijn geloofwaardigheid. Met elkaar, voor elkaar. Het is de doctrine van Mourinho, de spiegel die hij zijn spelers constant voorhoudt, maar die niet altijd voor hemzelf geldt. Bij Chelsea draait het als het erop aankomt toch vooral om José Mourinho. Bij het uitblijven van resultaten wreekt zich dat. DOOR SÜLEYMAN OZTÜRK - FOTO'S BELGAIMAGEDe spiegel die Mourinho zijn spelers constant voorhoudt, geldt niet altijd voor hemzelf.