122

Het aantal profoverwinningen op Boonens erelijst. In het huidige peloton doen alleen Mark Cavendish en André Greipel beter (145 en 143) In zijn eerste 2 seizoenen won de Kempenaar weliswaar slechts 2 maal, maar vanaf 2004 explodeerde de toen pas 23-jarige renner met gemiddeld 14,5 successen per jaar tot en met 2009. Sindsdien bleef hij op 'slechts' 33 zeges steken (4 in 2010, 2 in 2011, 13 in 2012, 1 in 2013, 5 in 2014, 4 in 2015, 3 in 2016 en voorlopig 1 in 2017).
...

Het aantal profoverwinningen op Boonens erelijst. In het huidige peloton doen alleen Mark Cavendish en André Greipel beter (145 en 143) In zijn eerste 2 seizoenen won de Kempenaar weliswaar slechts 2 maal, maar vanaf 2004 explodeerde de toen pas 23-jarige renner met gemiddeld 14,5 successen per jaar tot en met 2009. Sindsdien bleef hij op 'slechts' 33 zeges steken (4 in 2010, 2 in 2011, 13 in 2012, 1 in 2013, 5 in 2014, 4 in 2015, 3 in 2016 en voorlopig 1 in 2017). Zo veel (of weinig) fietste Boonen in zijn eentje triomferend over de finish, niet toevallig in 3 monumenten: Ronde van Vlaanderen 2005, Parijs-Roubaix 2009 en 2012. In die laatste race schudde hij wel een solo van 53 km uit de benen, toen ook met zijn grootste voorsprong: 1 minuut en 39 seconden. Tornado Tom won daarnaast 93 groeps/massasprinten en 18 spurten in een groepje van minder dan 10 renners. Plus ook 1 tijdrit: de proloog van de Ster Elektrotoer in 2004. Het aantal eendagskoersen dat Boonen op zijn naam schreef, waaronder 5 maal de E3 Harelbeke, 2 keer het BK en 7 monumenten (3 maal de Ronde, 4 keer Roubaix). In die grote klassiekers zit hij, tot nu toe, aan een zegepercentage van 17,5 % (7 op 40 deelnames) en een podiumpercentage van 32,5 % (13 op 40). Daarnaast prijken op zijn palmares nog 7 (weliswaar 'kleinere') rittenkoersen en 83 etappes in grote en kleine rondes (waaronder 6 in de Tour, 2 in de Vuelta en géén in de Giro). Boonens vaste podiumgezellen waren hoofdzakelijk sprinters. Met op kop Erik Zabel, die 16 keer met de Belg in de top 3 finishte, waarvan 11 maal als 2e of 3e ná Boonen, en 5 keer vóór hem. Volgen: Danilo Napolitano, Daniele Bennati en Robbie McEwen (12 gedeelde podiumplaatsen). Opvallend: Fabian Cancellara is met 7 stuks de 1e niet-sprinter in dat rijtje, voor Filippo Pozzato (6), Juan Antonio Flecha, Philippe Gilbert, Alessandro Ballan en Peter Sagan (elk 5). Het percentage van het totale aantal zeges dat Boonen in het voorseizoen (januari-april) boekte (62 op 122). Met februari als topmaand: 23 overwinningen, hoofdzakelijk veroverd in Qatar. Logischerwijs zakt dat zegepercentage in de rest van het jaar. Zo veel seizoenen op rij, in elk jaar als próf dus, won Boonen minstens 1 UCI-wedstrijd. De jongste 25 jaar zette slechts 1 renner een langere reeks neer: Mario Cipollini (17 profseizoenen op rij met een UCI-zege). Drie toppers deden even goed als de Balenaar: Cancellara, McEwen en Zabel (elk 16). In zo veel landen heeft Boonen gekoerst, in de helft ervan zwaaide hij met een bloementuil. De Balenaar behaalde 77,86 % van zijn 122 zeges in slechts 3 landen: België (38,52 %, 47 stuks), Qatar (22,13 %, 27) en Frankrijk (17,21 %, 21). Opvallend: in Italië triomfeerde hij slechts 1 keer: in de 2e rit van Tirreno-Adriatico 2010. Er werd alleen rekening gehouden met officiële individuele UCI-koersen en nationale/wereldkampioenschappen. Niet met ploegen/koppeltijdritten, kermiskoersen of criteriums.