Een paar weken geleden op Tenerife. Langzaam komt Lance Armstrong vanuit het duister van de ondergrondse parkeergarage van het hotel te voorschijn gestapt. Hij stopt even om zijn zonnebril te nemen die in zijn fietshelm steekt. Rondom hem wachten mannen op hun fiets - zijn ploegmaats van het Astanateam. Ze dragen de vrolijk felblauwe teamshirts met de zon van Kazachstan op de borst.
...

Een paar weken geleden op Tenerife. Langzaam komt Lance Armstrong vanuit het duister van de ondergrondse parkeergarage van het hotel te voorschijn gestapt. Hij stopt even om zijn zonnebril te nemen die in zijn fietshelm steekt. Rondom hem wachten mannen op hun fiets - zijn ploegmaats van het Astanateam. Ze dragen de vrolijk felblauwe teamshirts met de zon van Kazachstan op de borst. Het postuur van Armstrong is krachtig en gedrongen. Hij heeft geen shirt van Astana aan, maar draagt de kleuren van zijn kankerstichting, geel en zwart. Daardoor lijkt het dat hij een andere sport beoefent dan zijn ploegmaats. In het gelaat van Armstrong lopen twee diepe groeven naar beneden: ze vertrekken net naast zijn neus en eindigen bij de hoeken van zijn mond.Lance lacht lichtjes, schuift traag en bedachtzaam zijn zonnebril voor zijn ogen. Dan rijdt hij de zonovergoten straat op, achternagezeten door een zwerm van haastig aanzettende wielrenners, politieauto's met loeiende sirenes en fotografen op motoren. Lance Armstrong is terug. Met de Tour Down Under in Australië is de Amerikaan aan zijn eerste koers toe sinds 3,5 jaar. Op 37-jarige leeftijd kruipt hij weer het zadel en probeert de volgende comeback. Hoewel, probeert? In het woordenboek van Armstrong staat op die plaats een ander woord. Het woord slagen. Het verhaal van Armstrong is het verhaal van ziekte en wederopstanding, van teelbalkanker met metastasen in hersenen en longen. En van zeven opeenvolgende zeges in de Ronde van Frankrijk. In de zomer van 2005 stopte Armstrong met wielrennen. Sindsdien stortten almaar nieuwe dopingverhalen de wielersport in een diepe crisis. Ook de Amerikaan ontsnapt(e) niet aan dopingverhalen. De verdachtmakingen vormen een hoofdstuk apart in zijn uitzonderlijke verhaal. In zijn urine werden sporen van epo aangetroffen, hij liet zich door een dubieuze arts begeleiden en vrienden keerden zich tegen hem. Armstrong zelf sprak dreigende taal tegenover al wie hem in verband met dopinggebruik bracht. Maar waarom in hemelsnaam keert hij terug naar de wielersport? Om voor de achtste keer de Tour te winnen? Als 37-jarige tegen een bende jonge wolven? Om de opvolger van zijn opvolger te worden? Om te bewijzen wat hij al lang bewezen had: dat hij kanker heeft overwonnen? Greg LeMond, die andere Amerikaanse Tourwinnaar, zegt: "Als het verhaal van Armstrong waar is, dan is het de grootste comeback uit de geschiedenis van de wielersport. Als het verhaal niet waar is, het grootste bedrog." De sceptici die hem niet geloven en de kanker die volgens hem nog altijd op de loer ligt: dat zijn de vijanden van Lance Armstrong. Hijzelf is: de krijger. Lance Armstong zit op een podium. Het werd opgesteld onder een tentdak van een golfclubhuis enkele weken geleden in Tenerife. Zowat 100 journalisten hebben zich laten accrediteren voor de persconferentie van het Astanateam. Op de ploegvoorstelling van vorig jaar meldden zich welgeteld vier reporters - Armstrong zelf leidde op dat ogenblik nog het leven van een vip op wereldschaal en vertoefde ver van de wielersport. Hij pronkte op modegala's aan de zijde van sterdesigner Tony Burch, hij amuseerde zich met zijn (nu ex-)vriendin Kate Hudson op party's in Monte Carlo en Cannes en hij ging met zijn kompaan Matthew McConaughey halfnaakt joggen in de heuvels van Hollywood. Hij oogt fris, het gezicht lichtjes gebruind. Op zijn T-shirt en kap prijkt Livestrong, het sleutelwoord van zijn Amerikaanse kankerstichting. Armstrong legt de twee redenen uit waarom hij weer wielrenner wordt. "Om te beginnen herontdekte ik mijn hartstocht voor training en competitie. En ten tweede stelde mijn stichting vast dat er op de internationale scène plaats is voor onze boodschap. Dus ga ik aan vrijwilligerswerk doen en gratis trainen en koersen. Als we globaal succes boeken bij de communicatie van onze boodschap en ik eindig 18de in de Tour, dan is dat prima voor mij. Tegenover mijn vereniging van mensen die kanker overwonnen, voel ik me verplicht om hier te zijn." Ergens moet het doelloze leven als ce-lebrity-fitnessfreak Armstrong verveeld hebben. Tachtig minuten duurt zijn persconferentie. Er komen vragen over doping en hij antwoordt dat hij nooit doping heeft gebruikt. Hij vertelt op zachte toon over een Amerikaanse specialist, bij wie hij zich vrijwillig aan controles onderwerpt. Dan vraagt iemand of hij zich nu niet in een verlies-verliessituatie waagt. Wint hij weer wedstrijden, dan zal dat opnieuw verdacht overkomen. Verliest hij, dan zal er worden beweerd dat hij vroeger won op basis van doping. Armstrong: "Dat is mogelijk maar zo zie ik de zaken niet. Ik heb mijn eigen motieven en ik moet eerlijk blijven tegenover mijn eigen argumenten." Na dit laatste antwoord veert hij recht van zijn stoel, trekt zijn kap dieper over zijn gezicht en verlaat de ruimte. Bij het avondeten ziet hij er moe uit, de rode wijn raakt hij niet aan. Een ploegmaat zal later toegeven dat de persconferentie Armstrong heeft afgemat. Lance Armstong houdt niet van situaties die hij niet onder controle heeft. En al evenmin houdt hij van de kleur grijs, die hem te gecompliceerd is. Voor hem is het zwart of wit. Hij splitst zijn wereld op in vaste, extreme polen. Wie niet uitdrukkelijk vóór hem is, moet wel zwaar tegen hem zijn. "Ik geloof dat iedereen angst voor Armstrong heeft," beweert dopingzondaar en gewezen ploegmaat Floyd Landis. "Als je hem niet vreest, ben je onvoorzichtig." Het machtsinstrument van Armstrong is zijn BlackBerry. Crackberry noemt hijzelf het apparaat, om zijn afhankelijkheid ervan weer te geven. Zijn manager Bill Stapleton zegt: "De basisregel is: houd Lance op de hoogte. Niets enerveert hem meer dan iets niet te weten." Hij eist van zijn vertrouwenspersonen dat ze in zijn onmiddellijke nabijheid blijven, terwijl hijzelf tegenover hen een zekere afstand bewaart om niet van hen te moeten afhangen. Zo functioneert het systeem-Lance Armstrong. Maar vandaag kan hij er niet onderuit om dat systeem te wijzigen, te versoepelen. Vroeger was Armstrong de machine die topprestaties afleverde. Toen er hardop aan zijn geloofwaardigheid werd getwijfeld, reageerde hij vaak met luide grappen. Dat kon hij zich ten tijde van zijn topprestaties veroorloven. Maar nu is zijn positie veranderd. Als kankerbestrijder heeft hij de diplomatische benadering nodig, die hij als wielrenner overboord kon gooien. In de twaalf jaar sinds de oprichting van de Lance Armstrong Foundation verzamelde de stichting 300 miljoen dollar aan schenkingen. En in de toekomst zal ze almaar meer poen scheppen. In de Amerikaanse gezondheidspolitiek neemt de stichting van Armstrong een belangrijke plaats in. Zijn uitrustingssponsor Nike ondersteunt de vereniging met een grootschalige publiciteitscampagne, in zijn BlackBerry zitten de telefoonnummers van de families Bush en Clinton, van Nicolas Sarkozy en Silvio Berlusconi. Mogelijk is dát het plan achter de comeback van Lance Armstrong: hij heeft voor zichzelf een toekomst ontdekt. "Lance wil om extrasportieve redenen zijn slechte imago zuiveren", beweert David Walsh, de 63-jarige chef-sport bij de Londense krant Sunday Times. "De mensen zullen op den duur voetstoots aannemen: Armstrong wordt zo dikwijls op doping getest, dus moet hij zuiver zijn. En dus moet hij vroeger ook zuiver geweest zijn." Walsh schreef meerdere boeken over Armstrong. Daarvoor praatte hij met vroegere vrienden van de Amerikaan en analyseerde tal van medische waarden. Hij botste daarbij op zo veel ongerijmdheden en verzamelde een hoop bezwarende gegevens. En voor Walsh blijft er maar één conclusie over: doping." Voor Lance Armstrong is David Walsh zijn grootste vijand: "Walsh is een smeerlap en een leugenaar. Eigenlijk is het heel eenvoudig. Hij haat mij en ik haat hem." "Dat herhaalt hij voortdurend, maar eigenlijk is dat niet waar", weerlegt Walsh. Waarop hij uitlegt dat hij Armstrong aanvankelijk bijzonder graag mocht in diens hoedanigheid van onstuimige, onverschrokken jonge prof die begin van de jaren 1990 helemaal vanuit Texas overvloog om Europa te veroveren. "Zijn geestdrift was wonderbaarlijk." In 1993 spraken de twee urenlang met elkaar. In een boek over de Ronde van Frankrijk wijdde Walsh een heel hoofdstuk aan Armstrong. De toon was ronduit dweperig. Vervolgens verloren Walsh en Armstrong elkaar uit het oog. In 1996 werd Armstrong ziek. Twee jaar later keerde hij, genezen verklaard, terug in de wielersport. In 1999 nam de Amerikaan voor het eerst weer deel aan de Tour. Walsh volgde die Ronde van Frankrijk als aandachtige waarnemer. Het was het jaar ná het Festinaschandaal. De editie van 1999 werd aangekondigd als de Tour van de vernieuwing. In een urinestaal van Armstong werd een corticoïde gevonden. Een geantidateerd recept voor een zalf leidde ertoe dat de dopingtest zonder gevolgen bleef. Maar de spoed waarmee Armstong naar Parijs ijlde, wekte wel de argwaan van Walsh. En dat niet alleen. Toen de Franse renner Christophe Bassons openlijk verklaarde dat er in het wielerpeloton weer gedopeerd werd, liet Armstrong hem verstaan dat hij beter zou zwijgen. "In plaats van Bassons aan te moedigen en principieel achter hem te staan omdat hij zich uitsprak tegen doping, wilde Armstrong de Fransman uit de wielersport stoten", luidde de kritische commentaar van Walsh. "Dat is waanzinnig." Daarmee was tussen Walsh en Armstrong de oorlog verklaard. Op één punt lijken de antagonisten op elkaar als twee druppels water: zoals het voor Armstrong louter pro of contra is, zo deelt ook Walsh de wereld in goed en kwaad in. En voor Walsh hield Armstrong zich vanaf dan op in het kamp van het kwaad. Walsh ging aan de slag om Armstrong te ontmaskeren. Hij onthulde de band tussen de Amerikaan en de omstreden Italiaanse arts Michele Ferrari, die slechts van de beschuldiging van bedrieglijke praktijken was vrijgesproken omdat zijn zaak juridisch verjaard was. Hij ontmoette Emma O'Reilly, de gewezen psychotherapeute van Armstrong. Die beschreef hem hoe ze voor Armstrong een zakje met lege spuiten had weggesmeten en hoe ze hem pillen en schmink had bezorgd om de sporen van de prikken te camoufleren. Walsh zond zijn geschreven weergave van het gesprek door naar O'Reilly, zodat de psychotherapeute de tekst kon nalezen, controleren en corrigeren. Om alle misverstanden te ver-mijden liet hij nadien - en nog vóór zijn boek werd gedrukt - het bewuste hoofdstuk nogmaals door O'Reilly reviseren. Er volgden geen tegen-werpingen (laat staan bezwaren tegen de publicatie) van de psychotherapeute. Getuigen zoals Armstrongs vroegere ploegmaat Frankie Andreu en zijn vrouw Betsy doken op en vertelden Walsh dat ze erbij waren toen Armstong in oktober 1996 - na een kankeroperatie in de universiteitskliniek van Indiana - dopinggebruik toegaf. Of hij in het verleden prestatiebevorderende middelen had genomen, wilden de artsen, van hem weten. Armstrong somde onverstoorbaar op: epo, steroïden, groeihormonen, cortisone, testosteron. Armstrong bestrijdt dit alles. Volgens hem liegt O'Reilly en heeft het gesprek, waaruit de Andreus citeren, nooit plaatsgevonden. Het dichtste bij een bewijs van dopinggebruik door Armstrong raakte de Franse sportkrant L'Equipe in 2005. Een Frans antidopinglaboratorium onderzocht toen ruim 150 uit de Tour afkomstige urinestalen met een nieuwe testmethode. Het lab kende de identiteit van de renners, van wie de urinestalen waren, niet. In twaalf van de gecodeerde urinestalen uit 1999 ontdekten de wetenschappers sporen van epo. L'Equipe slaagde erin de codes van de stalen te ontcijferen. In zes van de twaalf gevallen betrof het Lance Armstrong. Omdat het niet om een officiële dopingtest ging, konden de resultaten echter niet als bewijslast gelden. In reacties op beschuldigingen en verdachtmakingen dreigde Armstrong meermaals met rechtszaken. Maar een zaak concreet bij een rechtbank inleiden, deed hij tot dusver niet. Liever laat hij de betichtingen uit zichzelf doven. Van zijn advocaten bestond trouwens lang het beeld dat ze bang waren om in de tegenaanval te trekken. Walsh meent te hebben ontdekt hoever de macht van Armstrong strekt. Toen hij en coauteur Pierre Ballester in 2004 een uitgeverij zochten om het onthullende boek L.A. Confidentiel, Les secrets de Lance Armstrong in het Engels en in de Verenigde Staten uit te brengen, vonden ze niemand bereid. Vreemd, vindt Walsh. Maar aanwijzingen dat Armstrong achter de weigeringen steekt, heeft de journalist niet. En Walsh' nieuwste boek - From Lance to Landis - verschijnt wél in New York zonder dat Armstrong daartegen actie ondernam. Dus ... Volgens Walsh kreeg intussen weer een hoop belastend materiaal een publiek karakter en hij en Ballester plannen al een volgend boek. Dat Armstrong weer fietst, zet de zintuigen van Walsh op scherp. "Het opent nieuwe kansen voor ons om nog meer zaken te ontdekken", zegt hij. "Ik ben ervan overtuigd dat Armstrong onderschat hoezeer de gebeurtenissen tijdens zijn afwezigheid de perceptie op de wielersport hebben veranderd." Natuurlijk zal Walsh bij Armstrong een interview aanvragen, al gelooft hij niet dat de Amerikaan daarop zal ingaan. Hun laatste vraaggesprek dateert al van acht jaar terug. Om met de buitenwereld te communiceren grijpt Armstrong tegenwoordig trouwens naar zijn favoriete toestel: de BlackBerry. Daarmee beheert en beheerst hij zijn eigen communicatie. Het internet is daarvoor het ideale medium. Armstrong gooit zijn bloedwaarden op het wereldwijde web. Eigenlijk geeft hij via het internet zijn hele leven prijs aan de openbaarheid. Verschillende keren per dag zendt hij korte berichten naar het bloggersnetwerk twitter.com. Doorgaans puilen die berichten uit van de banaliteiten, maar zo vaart Armstrong wel mee met de ongemeen populaire trend van het twitteren. Met een paar vingertoetsen kan elke mens op elk moment de hele wereld in zijn leven toelaten. Dat is de basisfilosofie van Twitter. In de praktijk ontketent die filosofie een dagelijkse stroom van hoogstpersoonlijke nieuwsjournaals. Op zijn BlackBerry tikt Lance Armstrong in: "Ontbijt genomen en me klaargemaakt voor een oefentocht van zes uur." Of: "Vandaag uit een dutje gewekt. Plezant! En raad eens?!? Dopingcontrole nummer 10. Dat is niet meer normaal." Of nog: "Gegeten in Chuys. Een van de beste restaurants in Austin. Ze hebben daar een big as yo face-burrito." Met deze en andere fragmenten schetst Armstrong het beeld van een man die graag een grillrestaurant bezoekt, keihard traint, zich over zijn drie kinderen ontfermt, vrienden feliciteert met hun verjaardag, veel liefdadigheid beoefent, via YouTube geniet van vrolijke video's van mensen die uitglijden en voortdurend aan dopingcontroles wordt onderworpen. Het beeld van een toffe peer die door en door goed en vooral bijzonder eerlijk is. Alleen kan niemand de gegevens van deze berichten op hun waarheidsgehalte controleren. Armstrong kan op Twitter schrijven wat hij wil. Met zijn commentaren op het internet voert hij op die manier zijn eigen tegenaanval. Waarheen zal zijn comeback als coureur hem uiteindelijk leiden? Armstrong programmeert meerdere wedstrijden - in Australië, Amerika, Europa. Hij wil eerst aan de Giro deelnemen en daarna aan de Ronde van Frankrijk, de sleutelkoers uit zijn carrière. De Tour van 2009 kan (en moet?) voor Armstrong uitdraaien op een soort persoonlijke publiciteitskaravaan van drie weken lang. Armstrong vat de Ronde van Frankrijk op als een dagelijkse reclame-stunt, met de apotheose op 26 juli in Parijs. Daar en dan opent Lance Armstrong him-self immers de eerste wereldconferentie over kanker en kankerbestrijding. Enkelen van de machtigsten der aarde zullen aan deze conferentie deelnemen. Bill Clinton zal er zeker bij zijn, waarschijnlijk ook Sarkozy, misschien zelfs Obama. Allemaal zullen ze met het vliegtuig of de limousine in Parijs toestromen. Allemaal behalveLance Armstrong. Want die komt met de fiets. Als 'de wereldpresident van kanker en kankerbestrijding'. Zo wil Armstrong de belangrijkste wielerwedstrijd van de wereld benutten als een oprit voor zichzelf en voor het hogere doel dat hij zichzelf heeft gesteld. Hij wil de Tour ten dienste stellen van zijn eigen conferentie en dus de Tour kleiner maken dan zijn eigen evenement. David Walsh gelooft dat Armstrong een masterplan heeft. Maar het is geen sportief masterplan, het is een politiek masterplan. Volgens Walsh maakt Armstrong zijn sportieve ambities ondergeschikt aan zijn politieke ambities. Hij wil de politiek in, zo simpel is het. Dat heeft hij trouwens al zelf toegegeven. "Dat zit inderdaad in mijn hoofd. Maar je moet het moment grijpen als het voorbijkomt, ik bedoel, het moment dat je eensklaps beseft: dát is het wat ik wil. Bij mijn beslissing over mijn comeback is me zo'n moment ook overkomen. Je kan je ook niet voor een politiek ambt kandidaat stellen zonder dat je door zo'n moment wordt getroffen. Het heeft te maken met je ego. Er moet zich een doorbraak in je bewustzijn voordoen. Zodat je ineens weet: die job, die opdracht, niemand kan die beter invullen dan ik." Gouverneur van Texas worden is iets wat Armstrong aantrekt. Daar kwam hij eerder al openlijk voor uit. In de Verenigde Staten kunnen mensen die van buiten de politiek komen, toch nog sublieme politieke carrières uitbouwen. Het Witte Huis werd al bewoond door een acteur ( Ronald Reagan) en een pindanotenboer ( Jimmy Carter). De huidige gouverneur van Californië is Arnold Schwarzenegger. Een gewezen wereldkampioen bodybuilding die ooit opbiechtte dat hij als bodybuilder steroïden nam om de spieren in zijn lichaam op te pompen. Zou Lance Armstrong aan Schwarzenegger een voorbeeld willen nemen? Sdoor detlef hacke