Het WK voor vrouwen in Frankrijk verpulverde deze zomer alle records. Veel wedstrijden waren uitverkocht en sommige partijen haalden in verscheidene landen betere kijkcijfers dan topmatchen uit het mannenvoetbal. Het truitje van het Amerikaanse team werd het best verkochte replicashirt in de wereld.

Anderhalve maand later is de WK-gekte al voorbij, schrijft de Franse sportkrant L'Equipe. Op de eerste speeldag van de Franse competitie bleek er niets veranderd. Olympique Lyon, dat de dertien laatste Franse titels en vier recentste finales van de Champions League won, stak er met tweeduizend toeschouwers weer torenhoog bovenuit, ook al lokte de training van het mannenelftal op hetzelfde moment evenveel kijkers. Bij het duel tussen Guingamp en Metz kwamen slechts 332 toeschouwers opdagen en voor Paris FC -Dijon waren er dat slechts 253.

Rond Wereldbekers ontstaat telkens weer een hype en niet alleen meer bij het mannenvoetbal. Na de finales is het opnieuw 'business as usual'. Het enige blijvende effect van het WK 2019 zou de rechtszaak van de Amerikaanse ploeg over de eis voor dezelfde verloning als het mannenteam kunnen zijn.

Op clubniveau is dit ondenkbaar. Daarvoor is de belangstelling te gering. Atleten uit andere ploegsporten kunnen ook niet meer geld claimen omdat voetballers rijkelijk worden vergoed. FIFA en UEFA zouden de bonden wel kunnen verplichten om de winstpremies van het vrouwen- en mannenteam gelijk te trekken. De mannen verdienen op clubniveau zoveel dat ze best met wat minder kunnen leven, terwijl het voor hun vrouwelijke collega's een enorme stap vooruit zou zijn.

De UEFA en de FIFA zouden het voorbeeld moeten geven en dat ook met het prijzengeld voor EK of WK doen. De Wereldvoetbalbond wil nu wel de winstpremies voor het WK van 2023 verdubbelen van 27, 2 miljoen naar 54,4 miljoen euro, maar dat is nog altijd slechts een peulschil in vergelijking met de 364 miljoen euro voor de andere sekse. Dezelfde prijzenpot voor het vrouwen- en het mannentoernooi zou de bonden verplichten goed te werken op beide fronten om dezelfde inkomsten te genereren.

Vorige week leerden we echter dat noch van de FIFA noch van de UEFA veel moet worden verwacht. De Belgische voetbalbond had met Emily Shaw en Nadine Kessler de verantwoordelijken van het vrouwenvoetbal van beide internationale federaties uitgenodigd voor een ' summit' op de Heizelvlakte, maar meer dan de professionele organisatie zullen we van dit event niet onthouden. Inhoudelijk was de bijdrage van de vrouwelijke bobo's van een ondraaglijke lichtheid.

Alleen de clubs kunnen het vrouwenvoetbal vooruithelpen.

De KBVB stelt drie miljoen euro ter beschikking van de grassroots en de nationale vrouwenteams, maar het vijfjarenplan had ook op een halfuurtje bij elkaar kunnen gekribbeld zijn door de krulbollenclub uit Achterheide. Het aantal leden verdubbelen van 40.000 naar 80.000 is een mooi voornemen, maar niet meer dan een holle slogan.

Initiatie, een scholenbeker, niets mis mee, maar het vrouwenvoetbal kan alleen met de hulp van de clubs echt van de grond komen. Een bond kan alleen een visie presenteren en impulsen geven, het echte werk moet bij de clubs gebeuren.

In Het Plan komt het woord 'club' echter niet voor, terwijl de bond de verzameling van alle clubs is. In de proflicentie moet de verplichting worden opgenomen een vrouwenteam in lijn te brengen en daarbij volstaat het niet de naam op een of ander team te kleven. De clubs zouden een vast percentage van hun budget ter beschikking moeten stellen van de vrouwenafdeling. Onze profclubs hebben de uitstraling, de knowhow en de trainers in huis om de basis te verbreden en het niveau op te krikken.

Naast een goede jeugdwerking is een sterke clubcompetitie cruciaal. Helaas, daar knelt het schoentje juist. De Super League bestaat uit slechts zes teams en dat is een lachertje. Een terugkeer naar een BeNeliga lijkt voorlopig een droom, omdat de Nederlanders er geen toegevoegde waarde in zien. Het zou al mooi zijn als zij een handvol van onze betere elftallen onderdak willen bieden. Maar in eerste instantie zullen we het zelf moeten doen.

Het WK voor vrouwen in Frankrijk verpulverde deze zomer alle records. Veel wedstrijden waren uitverkocht en sommige partijen haalden in verscheidene landen betere kijkcijfers dan topmatchen uit het mannenvoetbal. Het truitje van het Amerikaanse team werd het best verkochte replicashirt in de wereld. Anderhalve maand later is de WK-gekte al voorbij, schrijft de Franse sportkrant L'Equipe. Op de eerste speeldag van de Franse competitie bleek er niets veranderd. Olympique Lyon, dat de dertien laatste Franse titels en vier recentste finales van de Champions League won, stak er met tweeduizend toeschouwers weer torenhoog bovenuit, ook al lokte de training van het mannenelftal op hetzelfde moment evenveel kijkers. Bij het duel tussen Guingamp en Metz kwamen slechts 332 toeschouwers opdagen en voor Paris FC -Dijon waren er dat slechts 253. Rond Wereldbekers ontstaat telkens weer een hype en niet alleen meer bij het mannenvoetbal. Na de finales is het opnieuw 'business as usual'. Het enige blijvende effect van het WK 2019 zou de rechtszaak van de Amerikaanse ploeg over de eis voor dezelfde verloning als het mannenteam kunnen zijn. Op clubniveau is dit ondenkbaar. Daarvoor is de belangstelling te gering. Atleten uit andere ploegsporten kunnen ook niet meer geld claimen omdat voetballers rijkelijk worden vergoed. FIFA en UEFA zouden de bonden wel kunnen verplichten om de winstpremies van het vrouwen- en mannenteam gelijk te trekken. De mannen verdienen op clubniveau zoveel dat ze best met wat minder kunnen leven, terwijl het voor hun vrouwelijke collega's een enorme stap vooruit zou zijn. De UEFA en de FIFA zouden het voorbeeld moeten geven en dat ook met het prijzengeld voor EK of WK doen. De Wereldvoetbalbond wil nu wel de winstpremies voor het WK van 2023 verdubbelen van 27, 2 miljoen naar 54,4 miljoen euro, maar dat is nog altijd slechts een peulschil in vergelijking met de 364 miljoen euro voor de andere sekse. Dezelfde prijzenpot voor het vrouwen- en het mannentoernooi zou de bonden verplichten goed te werken op beide fronten om dezelfde inkomsten te genereren. Vorige week leerden we echter dat noch van de FIFA noch van de UEFA veel moet worden verwacht. De Belgische voetbalbond had met Emily Shaw en Nadine Kessler de verantwoordelijken van het vrouwenvoetbal van beide internationale federaties uitgenodigd voor een ' summit' op de Heizelvlakte, maar meer dan de professionele organisatie zullen we van dit event niet onthouden. Inhoudelijk was de bijdrage van de vrouwelijke bobo's van een ondraaglijke lichtheid. De KBVB stelt drie miljoen euro ter beschikking van de grassroots en de nationale vrouwenteams, maar het vijfjarenplan had ook op een halfuurtje bij elkaar kunnen gekribbeld zijn door de krulbollenclub uit Achterheide. Het aantal leden verdubbelen van 40.000 naar 80.000 is een mooi voornemen, maar niet meer dan een holle slogan. Initiatie, een scholenbeker, niets mis mee, maar het vrouwenvoetbal kan alleen met de hulp van de clubs echt van de grond komen. Een bond kan alleen een visie presenteren en impulsen geven, het echte werk moet bij de clubs gebeuren. In Het Plan komt het woord 'club' echter niet voor, terwijl de bond de verzameling van alle clubs is. In de proflicentie moet de verplichting worden opgenomen een vrouwenteam in lijn te brengen en daarbij volstaat het niet de naam op een of ander team te kleven. De clubs zouden een vast percentage van hun budget ter beschikking moeten stellen van de vrouwenafdeling. Onze profclubs hebben de uitstraling, de knowhow en de trainers in huis om de basis te verbreden en het niveau op te krikken. Naast een goede jeugdwerking is een sterke clubcompetitie cruciaal. Helaas, daar knelt het schoentje juist. De Super League bestaat uit slechts zes teams en dat is een lachertje. Een terugkeer naar een BeNeliga lijkt voorlopig een droom, omdat de Nederlanders er geen toegevoegde waarde in zien. Het zou al mooi zijn als zij een handvol van onze betere elftallen onderdak willen bieden. Maar in eerste instantie zullen we het zelf moeten doen.