Wie René Vandereycken als trainer binnenhaalt, weet dat de Limburger een garantie is voor koppigheid en eigenzinnigheid. Qua professionele beleving reiken slechts weinig trainers in dit land tot aan de enkels van de Limburger, maar zijn voetbalfilosofie heeft hij in de loop van de jaren nauwelijks bijgestuurd. Vandereycken is een koele analyticus, met een extreme neiging naar voorzichtigheid. Zelf ziet hij dat anders. Vandereycken vindt dat georganiseerd verdedigen een vorm van kunst is, hij is van mening dat voetbal niet werd gemaakt om de tegenstander ruimte te geven. Op de trainersschool vroeg hij zijn collega's eens of er geen namiddag gediscussieerd kon worden over dat wat zij als aanvallend voetbal aanzien. Niemand ...

Wie René Vandereycken als trainer binnenhaalt, weet dat de Limburger een garantie is voor koppigheid en eigenzinnigheid. Qua professionele beleving reiken slechts weinig trainers in dit land tot aan de enkels van de Limburger, maar zijn voetbalfilosofie heeft hij in de loop van de jaren nauwelijks bijgestuurd. Vandereycken is een koele analyticus, met een extreme neiging naar voorzichtigheid. Zelf ziet hij dat anders. Vandereycken vindt dat georganiseerd verdedigen een vorm van kunst is, hij is van mening dat voetbal niet werd gemaakt om de tegenstander ruimte te geven. Op de trainersschool vroeg hij zijn collega's eens of er geen namiddag gediscussieerd kon worden over dat wat zij als aanvallend voetbal aanzien. Niemand ging erop in. Voor Vandereycken is die definitie simpel : in balbezit zoveel mogelijk spelers mee de vrijheid geven om op een constructieve manier mee offensieve acties op touw te zetten. Met welke veldbezetting dit gebeurt, is voor hem van minder belang. Die visie is al bijna twintig jaar zijn handvest. Vandereycken hoort bij die mensen die vasthouden aan hun principes. Ook als hij onder druk staat. Hij leeft niet met de waan van de dag en ergert zich gruwelijk aan clubs die na een paar nederlagen van een eerder uitgetekende lijn afwijken. Na de ronduit beschamende voorstelling van de nationale ploeg tegen Kazachstan moeten er daarom geen revolutionaire tactische veranderingen worden verwacht. René Vanderecycken zal zichzelf niet verloochenen. Dat hoort iedereen die met hem werkt te weten. De bondscoach verbaasde achteraf op de persconferentie door uit te leggen waarom hij de tegenstander niet meteen naar de keel greep : met een nog niet op mekaar ingespeelde ploeg mag je niet te offensief starten omdat je de tegenstander anders vertrouwen en energie geeft als je niet meteen scoort. Het is een redenering die weggeplukt lijkt uit het rauwe Italiaanse voetbal. Maar die de filosofie van Vandereycken perfect samenvat : hij is geen trainer die een tegenstander onder druk wil zetten, hij wacht liever af om fouten af te straffen. Zelfs tegen de nummer 141 van de FIFA-wereldranglijst. Het heeft gewoon te maken met de manier waarop hij over voetbal denkt. Tegen die achtergrond vindt Vandereycken het vanzelfsprekend om aan de EK-kwalificatie tegen de zwakste tegenstander uit de groep te beginnen met één spits en veel defensief vermogen op het middenveld. Hij zal in de toekomst nog naar dat realisme grijpen. Los van het gegeven of dit land wel over voldoende offensieve stootkracht beschikt. De Rode Duivels hebben in het verleden bewezen dat er vanuit een solide organisatie veel mogelijk is. Maar in de wedstrijd tegen Kazachstan bleek dat de kwaliteiten daarvoor niet aanwezig zijn. Het rapport is ronduit ontluisterend : er is geen opbouwend vermogen, geen voetbal over de flanken, geen creativiteit, geen tempo en geen opportunisme. Dat is niet de schuld van René Vanderecycken. Hij heeft nauwelijks andere spelers om het technisch vermogen op te krikken. En hij zag afgelopen weekend dat een aantal in buitenlandse loondienst voetballende internationals ( Buffel, Dembele en Pieroni) op de bank begonnen, ook al spelen ze niet bepaald bij Europese topclubs. Dat is veelbetekenend. Met veel mankementen reist de ploeg op zes september naar Armenië. Een nieuwe nederlaag betekent dat men zich al op het WK van 2010 in Zuid-Afrika moet richten. Dat zou rampzalig zijn voor het voetbal in dit land en voor een federatie die er een prioriteit wil van maken om zijn imago te verbeteren. Maar het is vooral aan het voetbalproduct op zich dat er moet gewerkt worden. Dat is niet nieuw. Verbazend blijft het alleen maar dat er met die vaststelling telkens weer niets wordt gedaan. DOOR JACQUES SYS