Men vraagt mij nog geregeld wat de beste herinnering is uit mijn loopbaan. Iedereen verwacht dan dat ik ga zeggen: de twee doelpunten die ik scoorde tegen Austria Wien in de finale van Europacup 2 in 1978. De verbazing is dan ook groot als ik antwoord: de drie doelpunten die ik binnen de 4 minuten en 53 seconden maakte in een uitwedstrijd tegen Beerschot. Een loepzuivere hattrick, nog steeds het absolute record in België. Dat was natuurlijk niet alleen mijn verdienste. Robbie Rensenbrink had een van zijn begenadigde dagen, ik hoefde de ballen er alleen maar in te koppen. Het toppunt was dat we nog verloren met 4-3!
...

Men vraagt mij nog geregeld wat de beste herinnering is uit mijn loopbaan. Iedereen verwacht dan dat ik ga zeggen: de twee doelpunten die ik scoorde tegen Austria Wien in de finale van Europacup 2 in 1978. De verbazing is dan ook groot als ik antwoord: de drie doelpunten die ik binnen de 4 minuten en 53 seconden maakte in een uitwedstrijd tegen Beerschot. Een loepzuivere hattrick, nog steeds het absolute record in België. Dat was natuurlijk niet alleen mijn verdienste. Robbie Rensenbrink had een van zijn begenadigde dagen, ik hoefde de ballen er alleen maar in te koppen. Het toppunt was dat we nog verloren met 4-3! Beerschot lag mij, ik scoorde vaak tegen de Antwerpenaars en het heeft niet veel gescheeld of ik had op het Kiel gespeeld. Als jong manneke tekende ik een aansluitingskaart bij FC Peutie, het was een voor de hand liggende keuze want mijn grootvader was voorzitter van die club en ik wilde niet het risico lopen onterfd te worden ... Maar Peutie had niet genoeg cadetten om een elftal te vormen en ik werd uitgeleend aan Vilvoorde. Die hadden een samenwerkingsverband met Beerschot en het zou niet denkbeeldig geweest zijn dat ik bij de mannekes zou zijn terechtgekomen. Maar ik was eigendom van Peutie, dus had ik de keuze, en ik opteerde uiteindelijk voor Anderlecht. Met Anderlecht wonnen we ooit de Trofee voor Sportverdienste, die op donderdagavond werd uitgereikt op het stadhuis van Brussel. Na het officiële gedeelte had Arie Haan een feestje georganiseerd bij hem thuis. Zijn zolder leek wel een discotheek. Samen met onze vrouwen zijn we tot zeven uur in de ochtend doorgezakt. Op zaterdag moesten we een uitwedstrijd spelen tegen Beerschot, maar nog erger, die vrijdag was er om tien uur nog een training voorzien. Het rook een beetje naar alcohol in de kleedkamer. Niemand had geslapen en we zagen er niet te fris uit - dat is een understatement. Fernand Beeckman, onze verzorger, fronste zijn wenkbrauwen. Raymond Goethals deed of zijn neus bloedde. Beerschot, met onder anderen Juan Lozano, was voor ons altijd al een moeilijke verplaatsing. De jaren voordien werd er steevast verloren, maar niet deze keer! We versloegen de mannekes met 1-2. Het boegbeeld aller tijden van Beerschot is Rik Coppens. Als ik met mijn vader over voetbal praatte, dan sleurde hij er altijd Coppens bij, het was zijn idool, een levende legende voor hem. Coppens was de held van Antwerpen en er deden allerlei straffe verhalen de ronde over hem. Als ik hem vroeg wat er allemaal van waar was, dan begon hij te lachen: "Veertig procent van de prietpraat was verzonnen, veertig procent was overdreven en twintig procent was de waarheid. Men beweerde bijvoorbeeld dat er tienduizend mensen naar de reserves kwamen kijken als ik na een lange blessure weer optrad. Wel dat was niet waar ... het waren er twaalfduizend!" En dan schaterlachte hij. Of het waar was dat Coppens geen trainingsbeest was? "Klasbakken moeten niet te veel trainen. Gij hebt veel getraind zeker?", vroeg hij me lachend. In de glorieperiode van de neus, zoals hij ook wel eens werd genoemd, was er nog geen tv, alles moest via de kranten, soms de radio, maar vooral van mond tot mond overgedragen worden. Vooral bij dat laatste communicatiemiddel werd er duchtig op los gefantaseerd en dat maakte Coppens zo ontzettend populair. Ik heb altijd een zwak gehad voor den Beerschot. Het rommelt er altijd een beetje en daar hou ik van. Vandaag is het niet anders. Hun trainer staat nu weer ter discussie, dat is niet nieuw op het Kiel, maar ik raad hun aan het hoofd koel te houden, want ze hebben volgens mijn bescheiden mening met Glen De Boeck een topper in huis. Ik heb hem wel eens in een krant 'een strijkijzer' genoemd tijdens zijn spelersperiode bij Anderlecht, maar dat was te kort door de bocht en ik ben op mijn stappen moeten terugkeren. Hopelijk maakt het bestuur van Germinal Beerschot niet dezelfde fout als ik ... Ik ga eens een belletje geven aan Carl Huybrechts, een echte 'Kielse rat', misschien helpt dat! "We zakten door tot zeven uur in de ochtend."