Anderlecht begon fors aan het seizoen. Het won drie keer op rij, in Westerlo, tegen Mechelen en bij Standard. Gezien de waarde van die drie tegenstanders vermoedden alle waarnemers dat paars-wit vertrokken was voor een schitterende campagne. Het bleek een grove vergissing : de drie geciteerde teams spartelden later door het seizoen en ook Anderlecht raakte van de weg. Het gelijkspel dat de Brusselaars op de vierde speeldag thuis moesten toestaan tegen AA Gent was al een vingerwijzing en ...

Anderlecht begon fors aan het seizoen. Het won drie keer op rij, in Westerlo, tegen Mechelen en bij Standard. Gezien de waarde van die drie tegenstanders vermoedden alle waarnemers dat paars-wit vertrokken was voor een schitterende campagne. Het bleek een grove vergissing : de drie geciteerde teams spartelden later door het seizoen en ook Anderlecht raakte van de weg. Het gelijkspel dat de Brusselaars op de vierde speeldag thuis moesten toestaan tegen AA Gent was al een vingerwijzing en werd gevolgd door de eerste nederlaag, op Antwerp. Ook trainer Hugo Broos leek in die periode het noorden te verliezen. Tijdens de voorbereidingsperiode had hij tal van varianten uitgeprobeerd, maar bij het begin van de competitie gaf hij de indruk een vast idee in het hoofd te hebben. Maar zodra de resultaten uitbleven, sloeg hij opnieuw aan het experimenteren. Broos voerde tal van veranderingen door, maar geen enkele kende het succes dat hij verhoopte. In die periode verkwanselde Anderlecht zijn kansen op de titel. Enige troost in deze doffe ellende vormde de Europese overwintering. Nadat het tegen het Noorse Stabaek op de rand van de uitschakeling had gestaan en ook tegen het Deense Midtjylland weinig overschot had, zette Anderlecht in de Uefacup het prestigieuze Bordeaux opzij. De volgende Europese opdracht zette de Brusselaars opnieuw met beide voeten op de grond. In Athene liepen ze tegen Panathinaikos tegen een droge 3-0 aan. Toen vervolgens voor de competitie in Moeskroen verloren werd (wat Anderlecht voordien nog nooit was overkomen), was de paniek in het Astridpark tastbaar. De kentering kwam er in de terugwedstrijd tegen Panathinaikos. Anderlecht raakte dicht bij een stunt (2-0) maar, vooral, met een 4-4-2 en de inbreng van een aantal jongeren ( Olivier Deschacht, Goran Lovre, Martin Kolar en de later zo onfortuinlijke Junior) vlotte het ineens wel. Ook de koppeling van Aruna Dindane aan Nenad Jestrovic voorin bleek een geslaagde ingreep. Anderlecht vatte zijn beste episode van het seizoen aan, met riante overwinningen tegen Club Brugge (5-1) en op Lokeren (0-5) als uitschieters. Waardoor ze in Brussel finaal achterblijven met het fel begeerde ticket voor de Champions League op zak, maar ook met een flinke dosis wroeging in het hart. Met een minder lamentabele herfst en winter - toen er zwaar aan de toekomst van de ploeg en de trainer werd getwijfeld - had er voor Anderlecht veel meer in dit seizoen gezeten. door Bruno Govers