Of het nu de B-ploeg was van Saint-Etienne of niet doet er eigenlijk niet toe. Club Brugge speelde donderdag tegen profs van de Franse eersteklasser die allemaal hun contract verdienden. Opvallend daarbij was het verschil in technisch niveau tussen de 'Belgen' en de 'Fransen'. Saint-Etienne voetbalde makkelijker, sneller vooral, liet de bal veel beter rondgaan. Club kreeg zeker voldoende kansen om een gelijkspel te wettigen, maar als je door het resultaat heen kijkt, was dat het meest frappante: het gemak waarmee de tegenstander voetbalde en overeind bleef als er wat druk werd gezet, terwijl het bij de thuisclub 90 minuten zwoegen was. Alle Zuid-Amerikaanse of Afrikaanse import ten spijt blijft dit een nijpend probleem voor onze (top)clubs, met uitzondering misschien van Standard, dat op een moeilijk bespeelbaar veld ...

Of het nu de B-ploeg was van Saint-Etienne of niet doet er eigenlijk niet toe. Club Brugge speelde donderdag tegen profs van de Franse eersteklasser die allemaal hun contract verdienden. Opvallend daarbij was het verschil in technisch niveau tussen de 'Belgen' en de 'Fransen'. Saint-Etienne voetbalde makkelijker, sneller vooral, liet de bal veel beter rondgaan. Club kreeg zeker voldoende kansen om een gelijkspel te wettigen, maar als je door het resultaat heen kijkt, was dat het meest frappante: het gemak waarmee de tegenstander voetbalde en overeind bleef als er wat druk werd gezet, terwijl het bij de thuisclub 90 minuten zwoegen was. Alle Zuid-Amerikaanse of Afrikaanse import ten spijt blijft dit een nijpend probleem voor onze (top)clubs, met uitzondering misschien van Standard, dat op een moeilijk bespeelbaar veld in Belgrado opnieuw bewees dat het fysiek, tactisch én technisch mee kan draaien met de besten. Vanaf volgend seizoen telt de eerste klasse maar zestien clubs meer. Zal het verdwijnen van vier duels tegen de zogenaamde 'mindere goden' het technische niveau van ons voetbal omhoog trekken? We durven het te betwijfelen. Zolang aan de basis niet beter wordt gewerkt met het beschikbare talent, zal die maatregel weinig veranderen. In die zin is de 245 miljoen euro die minister van Sport BertAnciaux in sportinfrastructuur wil pompen, zeer welkom. Uiteraard gaat dat geld niet allemaal naar het voetbal (er komen ook indoorhallen en nieuwe zwembaden), maar de 73 kunstgrasvelden waarvan de aanleg nu al is goedgekeurd, zullen clubs toch in staat stellen de jeugd in betere omstandigheden op te leiden. Overigens lijkt het allemaal plots minder en minder zeker dat de eerste klasse volgend seizoen maar zestien clubs zal tellen. Vrijdag vergadert de profliga over de nieuwe startdatum voor volgend seizoen (zie pagina 15 ) en nu iedereen zich daarover bezint, begint men toch langzaam de nadelen van de competitiehervorming, zoals die vorig seizoen is doorgedrukt, te ontdekken. Minstens zes competitiewedstrijden (40 in plaats van 34) meer, wat druk legt op de spelers én de consument, een groter aantal midweekmatchen waarmee de lokale overheden het moeilijk hebben, voor clubs grotere investeringen in een ruimere spelerskern én in een tijdens de winter ook bruikbare grasmat ... De hele ommezwaai eist meer investeringen, terwijl de return in deze commercieel moeilijke tijden plots veel minder zeker is. Een ploeg als Westerlo, toch goed bezig, raakte de voorbije weken al voor 40.000 euro aan commerciële contracten kwijt, terwijl General Motors Anderlecht al liet weten dat Opel volgend seizoen niet langer sponsor kan zijn. Nu hebben ze daar met Audi wel een kandidaat-opvolger klaar, maar het zijn toch allemaal tekenen. Het was Michel D'Hooghe die eind oktober in een interview met Le Soir voorzichtig een ballonnetje opliet. Dat men hém nog steeds moest aantonen dat bij een reductie en het invoeren van play-offs alles beter zou gaan dan nu. En recent gooide PierreFrançois namens Standard het debat open in de profliga. Luciano D'Onofrio, zijn patron, werkt nu met 17, 18 volwaardige profs, amper meer. Dat werkt, maar veel rek zit er niet meer op. Dus moet D'Onofrio kiezen: een grotere kern of minder wedstrijden. Namens Anderlecht was die dag alleen Herman VanHolsbeeck aanwezig, maar die zweeg. De kleine clubs reageren nu verrast. Verwonderd, omdat het toch de topclubs waren die een jaar geleden absoluut de afslanking wilden, en er nu alvast twee openlijk voor uitkomen dat ze eigenlijk liever de oude situatie in stand zien gehouden. Uiteraard tekenen zij zelf voor het behouden van de huidige toestand. Met enige nieuwsgierigheid wordt nu naar twee spelers gekeken: hoe reageert Anderlecht, de promotor van de afslanking? En hoe bezweert AA Gentvoorzitter DeWitte de hele toestand? Hij verleidde Belgacom-tv tot een verhoging door er een competitiehervorming aan vast te knopen. De lokale overheden hebben al hun bezwaren gemeld, krijgen zij straks de zwartepiet toegespeeld en wordt de hele afslanking alsnog in de koelkast gestopt? Het spook lijkt in elk geval uit de fles. S door Peter T'kint