De schijnwerpers waren in La Doyenne natuurlijk op Andy gericht, die in Luik zijn eerste écht grote zege binnenhaalde, maar niet minder opmerkelijk was de verrijzenis van Fränk, die in de eerste achtervolgende groep eindigde. De oudste Schleck werd een week eerder, in de Amstel Gold Race, nog voor dood van de weg opgeraapt na een zware val. Het bleek uiteindelijk slechts om een lichte hersenschudding te gaan en dus zat Fränk luttele dagen later alweer op de fiets. En als Fränk zijn hersenen schudt, dan staat er wat te gebeuren, zo bleek drie jaar geleden al. Voor we daarover uitweiden, gaan we even terug in de tijd.
...

De schijnwerpers waren in La Doyenne natuurlijk op Andy gericht, die in Luik zijn eerste écht grote zege binnenhaalde, maar niet minder opmerkelijk was de verrijzenis van Fränk, die in de eerste achtervolgende groep eindigde. De oudste Schleck werd een week eerder, in de Amstel Gold Race, nog voor dood van de weg opgeraapt na een zware val. Het bleek uiteindelijk slechts om een lichte hersenschudding te gaan en dus zat Fränk luttele dagen later alweer op de fiets. En als Fränk zijn hersenen schudt, dan staat er wat te gebeuren, zo bleek drie jaar geleden al. Voor we daarover uitweiden, gaan we even terug in de tijd. Op sinterklaasdag 2005 overlijdt Charly Gaul, de legendarische Luxemburger die in 1958 de Ronde van Frankrijk won. Gaul was een monument, heel het land is er het hart van in, Fränk Schleck incluis. Een halfjaar later, op 18 juli 2006, zegeviert diezelfde Schleck in de koninginnenrit van de Tour op Alpe d'Huez. Het is alsof de geest van zijn overleden landgenoot in hem is gevaren. Een nieuwe Charly Gaul staat op, blokletteren de kranten in het Groothertogdom. De uitspraak was behoorlijk voorbarig, maar gaf aan dat de wielerminnende Letzeburgers weer naar hoogdagen snakten. En die kwamen er ook, niet alleen met de Schlecks, maar ook met Kim Kirchen, de voorbije jaren onder meer winnaar van de Waalse Pijl, de Ronde van Polen en Parijs-Brussel. Toch sprongen Fränk en Andy Schleck altijd meer in het oog, niet in het minst omdat het broers zijn. Een broederpaar in het peloton, dat spreekt tot de verbeelding, kijk maar naar Marc en Yvon Madiot, het trio Willy, Walter en Eddy Planckaert of het kwartet Pascal, Régis, Jérôme en François Simon, al reden die nooit allemaal samen. Ook bij de Schlecks hadden het er drie kunnen zijn, want het succesverhaal van Fränk (29) en Andy (23) begint bij Steve (32), de oudste broer. Zoals zo vaak is het ook bij de Schlecks de oudste die het eerst de voetsporen van zijn pa drukt. Vader Johnny (66) was in zijn tijd een heel behoorlijke coureur, die ten dienste reed van onder meer Jan Janssen, Luis Ocaña en Jacques Anquetil. De familie Schleck ademt dan ook wielrennen. Wanneer Steve zijn eerste koersen rijdt, staan vader en broertjes langs de kant te supporteren. Voor Fränk is dat vaak een frustrerende bezigheid. Niet dat hij wielrennen vervelend vindt, alleen ... zijn broer wint nooit, leeft en traint er ook niet genoeg voor. Fränk - enkele jaren jonger, maar dat deert hem niet - geeft zijn broer meer dan eens een flinke veeg uit de pan. Tot die dat beu wordt en op een dag zegt: "Luister makker, als je denkt het beter te kunnen, doe het dan zelf eens." De rest is geschiedenis. Nu, denk vooral niet dat het allemaal van een leien dakje liep vanaf het ogenblik dat Fränk zich in het smalle zadel hees, zijn profcarrière heeft aan een zijden draadje gehangen. Niemand scheen geïnteresseerd in het ranke talent uit Mondorf-les-Bains, Patrick Lefevere had alleen een plaatsje voor hem bij de beloften. Uiteindelijk nam Bjarne Riis hem aan boord, zij het op het nippertje. Fränk vertelt hier zelf over: "Ik was 21 en het was toen of nooit. Kreeg ik geen profcontract, dan schreef ik mij in aan de universiteit om mechanica te studeren. CSC, met Riis, had interesse, maar ze hadden ook een voorstel gedaan aan Jan Ullrich. Het was de dag voor de ploegstage van CSC en ik had besloten om tot 17 uur te wachten. Hoorde ik niks van CSC, dan stapte ik naar de unief. Iets voor 16 uur ging de telefoon. Ullrich had het bod afgeslagen. Had hij toegehapt, dan was ik nu misschien ingenieur Schleck." Het typeert de gang van zaken in het gezin Schleck. De school was minstens zo belangrijk als het wielrennen, het middelbaar onderwijs afmaken een must. Geen verwennerij ook: Johnny Schleck kan het goed vinden met Eddy Merckx en haalde ook bij hem de fietsen voor zijn zoons, maar geen drie per jaar. Integendeel: fietsen die toch niet meer gebruikt werden, zonder computers of andere snufjes. Johnny Schleck: "Ze moesten trainen zoals ik vroeger deed: kilometers afmalen. Ze zijn daar trouwens nuchter genoeg voor. Fränk was een goede student: was hij geen prof geworden, dan had hij het elders wel gemaakt in het leven." Maar dat bleek dus niet nodig, met dank aan Bjarne Riis. Na zijn opleiding bij een Italiaanse amateurploeg en een stage bij Festina, komt Fränk in 2002 bij een profploeg terecht. In zijn eerste koers, Parijs-Brussel, maakt hij meteen indruk. Riis is overtuigd van zijn talent, maar laat hem rustig rijpen. Voor Fränk is het een droom die uitkomt. Hij zegt het letterlijk zo: koersen is voor hem dromen, doelen stellen en ernaartoe werken. Prof worden, daarin is hij geslaagd. Rest nu: grote koersen winnen. In 2006, het jaar na de dood van Charly Gaul, krijgt de droom gestalte. Tijdens de Ronde van Zwitserland valt hij nog net naast het podium, maar in de Ronde van Lombardije wordt hij derde en in de Grote Prijs van Zürich tweede. Aan zijn eerste klassieke podiumplaats, in Lombardije, houdt hij een talisman over: zijn rugnummer 215. Hij zal het bijhouden tot aan zijn eerste grote zege, zo zegt hij. Die komt heel snel: op 15 april, exact op zijn 26e verjaardag, is het raak. Fränk Schleck wint de Amstel Gold Race. Een verrassing voor velen, maar een bevestiging voor degenen die hem van nabij volgen. Het rugnummer 215 mag al de prullenmand in. Aan die overwinning zit trouwens een anekdote vast: een week voor de Amstel maakt Fränk een doodsmak in het Baskenland. Hij raakt buiten bewustzijn en wordt met een hersenschudding een nacht in het hospitaal opgenomen. Men vreest zelfs voor zijn deelname aan de Waalse klassiekers. De scan wijst evenwel geen ernstig letsel aan en dus laat Riis zijn poulain een week later maar starten in Maastricht. Met het gekende resultaat. Na het bedwingen van de Limburgse heuvels zorgt Fränk Schleck datzelfde jaar nog voor een huzarenstukje door ook de "hoogste Nederlandse berg" te veroveren: Alpe d'Huez. Door de schorsing van CSC-boegbeeld Ivan Basso mag hij voor eigen rekening rijden en hij doet dat met verve. In de laatste beklimming schudt hij Damiano Cunego af om de eerste Luxemburgse winnaar ooit op de alp te worden. Het Groothertogdom heeft een nieuwe Engel van het Gebergte, hij sluit het jaar 2006 af als Sportman van het Jaar in zijn land en met een derde plaats in de eindstand van de ProTour, na Alejandro Valverde en Samuel Sánchez. Ondertussen is ook Fränks jongere broer Andy beginnen te koersen. Voor hem verloopt het allemaal wat gemakkelijker, gegangmaakt als hij is door het voorbeeld en de ervaring van zijn grotere broer. Zoals het vaak te lezen valt in sprookjes of parabels waarin broers figureren, zijn ook de twee Schlecks elkaars tegenbeeld. Dat ze verschillen als dag en nacht zou wat te sterk uitgedrukt zijn, maar toch. Vader Johnny heeft er in elk geval weinig moeite mee om een aantal verschilpunten op te sommen, die eigenlijk allemaal te herleiden zijn tot datgene wat de broers echt onderscheidt: hun karakter. Niet karakter in de betekenis van doorzettingsvermogen - dat hebben ze allebei te over - maar wel van: aangeboren aard. Fränk is de eeuwige twijfelaar. Hij zegt van zichzelf dat hij op de wereld gekomen is zonder een normale dosis zelfvertrouwen. "Ik heb nooit het gevoel dat ik in vorm ben of een goed renner ben. Anderen, ploegmaats, sportdirecteurs moeten me daarvan overtuigen. En dan nog geloof ik hen niet." Fränk denkt na over de dingen, aarzelt, piekert ... Andy daarentegen is zorgeloos. "Hij is cool," zegt zijn vader, "problemen bestaan voor hem niet." Misschien is hij een tikkeltje minder ambitieus dan zijn broer, maar hij heeft zelfvertrouwen te koop. "Enkele jaren geleden raadde ik hem af om de Flèche du Sud te rijden", gaat Johnny verder. "Hij had net zijn diploma gehaald en amper getraind. Andy reed toch, als 'training'. Hij won de koers met minuten voorsprong. In 2007 idem: ik stelde voor om de cols van de Giro te gaan verkennen, maar hij vond dat niet nodig, het zou zo ook wel lukken ..." En zie: in zijn eerste Ronde van Italië wordt Andy meteen tweede, na Danilo Di Luca. Want één ding mag duidelijk zijn: de jongste Schleck is zeker zo begaafd als zijn oudere broer. Sommigen zagen in hem vorig jaar al een potentiële Tourwinnaar. Vader Johnny hoopte toen vurig van niet. Het zou te vroeg zijn, te veel druk en mediabelangstelling met zich meebrengen. De vrees bleek ongegrond: het wás ook nog te vroeg. Maar dat een Tourzege, of toch een podiumplaats, er voor een van beide Schlecks wel inzit, is duidelijk. Bovendien versterken ze elkaar door samen te koersen. Het is wonderwel een puur positieve relatie, zonder een spatje jaloezie. Of zoals Andy het uitdrukte: wint er één Schleck, dan zijn er twee tevreden. Na Andy's zege vorige zondag bolde Fränk breed glimlachend over de meet. Vorig jaar was het al mooi om te zien hoe ze met hun tweeën Luik-Bastenaken-Luik kleur gaven. Op La Redoute stak Andy toen het vuur aan de lont. In het achtervolgende drietal hield Fränk Valverde en Rebellin in bedwang. Maar Andy redde het niet en in de sprint kon Fränk het ook niet rooien. Het werd plaatsen drie en vier. Pakkend was het om Fränk nadien te horen zeggen: "Zo jammer voor Andy, hij verdiende meer." Terwijl Andy een eindje verderop ook de pers te woord staat met de verzuchting: "Zo jammer voor Fränk, hij was de beste man in koers." Voor eeuwig en een dag willen ze in dezelfde ploeg blijven rijden en dat lijkt voorlopig geen probleem te vormen want beiden liggen nog enkele jaren onder contract bij Bjarne Riis, ongeacht hoe de ploeg heet of wie de sponsor is. De verknochtheid aan Riis, de enige die in hen geloofde, is groot. Helaas zit er ook een keerzijde aan de medaille. Wie Riis zegt, zegt dopingzondaar met een grote D. In het najaar van 2008 bleek dan ook nog eens dat Fränk 7000 euro had betaald aan de beruchte dopingarts Fuentes. Trainingsadvies voor de eeuwige twijfelaar of was er meer aan de hand? Fränk Schleck werd een tijdje op non-actief gezet, maar kroop na zijn vrijspraak weer gewoon op de fiets. De kiem van de argwaan was in elk geval gezaaid en na Andy's buitenaardse prestatie in Luik zal de geruchtenmolen ongetwijfeld weer op gang komen. De toekomst zal moeten uitwijzen of de groothertogen uit het sprookje geen gepimpte kikkers zijn. S door peter mangelschots