Het was een opvallende statistiek vorige week. Zijn naast PSG, Napoli, Bayern München, Manchester City, Juventus, Atlético Madrid, Borussia Dortmund, Barcelona, Olympique Lyon en Zenit Sint-Petersburg ook nog ongeslagen na twee speeldagen in de Champions League: Ajax en Club Brugge. Van de Amsterdammers kan je dat verwachten na de goeie prestaties vorig seizoen. Er vertrok wel talent, maar er kwam veel geld in kas en dat lijkt wijs geïnvesteerd. Van Club minder. En ook al werd er nog niet gewonnen in deze groepsfase in Europa, het gelijkspel in Madrid kreeg weerklank over de hele wereld, al hadden de Spanjaarden achteraf het gevoel dat zij wat te kort waren gedaan. Op basis van wedstrijdstatistieken ben je geneigd hen gelijk te geven, op basis van wat je zag tijdens de match niet. Club bracht Real aan het wankelen in het eigen Bernabéu, het is lang geleden dat we dat van een Belgische ploeg in de Spaanse hoofdstad nog zagen. Het goeie Anderlecht uit het begin van deze eeuw kreeg er ginds vier om de oren, de Genkse kampioenenploeg in dezelfde periode zes. Twee duels tegen groepsleider PSG kunnen nog wat meer duidelijkheid brengen over de progressie die Club in Europa maakte. Club wil overwinteren, maar in welke beker? Mag het dromen van meer dan de Europa League? Volgende grote test: dinsdag 22 oktober om 21 uur tegen PSG. Als Club een paar dagen eerder over de horde Moeskroen raakt, staat daar opnieuw de ongeslagen status van dit seizoen op het spel. Zestien wedstrijden gespeeld: vijf gelijk, elf gewonnen. Mooi.

Sinds Club in een 3-5-2 acteert, klikt het pas écht goed in elkaar.

Zowel Europees als in de eigen competitie loopt alles op wieltjes. Eén keer slechts zagen we Philippe Clement dit seizoen na een match nijdig. Na de 0-0 thuis tegen een verdedigend ingesteld Eupen. Die dag had Club maar liefst 73,4 procent balbezit, maar scoren lukte niet. Ook dat was een opvallende statistiek: Club onttroonde toen Anderlecht met dat percentage balbezit. Een week eerder had paars-wit tegen KV Mechelen 71,6 procent van de tijd de bal. Maar ook Anderlecht bleef toen steken op 0-0. Balbezit is niet heilig, het is ook wat je ermee doet.

Na Eupen kwam LASK - 0-1 uit, 2-1 thuis - met tussendoor geen lastige want uitgestelde verplaatsing naar Charleroi, traditioneel een moeilijke tegenstander voor Club. Daarop volgde een tweede lastig momentje voor Club: de 1-1 thuis tegen KRC Genk. Het was Sébastien Dewaest die die middag de voorsprong van Club ( Simon Deli) van de tabellen veegde. Opnieuw had het balbezit (62 procent voor de rust, 59 procent na 90 minuten) niet tot winst geleid. De spitsen zetten hun kansen niet om, was de algemene conclusie. Clement pareerde, haalde het beeld van zijn fles ketchup weer boven - als je hard blijft schudden, spuit het er ooit wel een keer uit - en kreeg een paar weken later gelijk: een dozijn kansen tegen Anderlecht, vijf goals tegen Mechelen, twee op Madrid, vier tegen Gent. Elf goals in één week, in de competitie nu al 25 na negen speeldagen. Met slechts drie tegengoals doet Club het uitstekend. Ook op verplaatsing, want anders dan de vorige seizoenen, toen Club steevast de beste thuisreputatie had, is het in die stand met een 11 op 15 slechts vierde. Maar met 12 op 12 is het uit de beste.

Systeemwissel

Ligt het alleen aan de spitsen, die nu plots wel scoren?

Helemaal niet.

Clement finetunede de voorbije weken opvallend zijn aanpak, de komende weken moet hij maar eens in detail uitleggen waarom. Om de spitsen in nog betere omstandigheden in scorepositie te brengen? Omdat ze sterker (sneller) zijn in de omschakeling dan in balbezit en beter zijn als ze wat meer ruimte hebben? Omdat iemand als Clinton Mata beter in een andere rol tot zijn recht komt, een iets defensievere? Of omdat Edoeard Sobol, die het wat tijd kostte om zich aan de Belgische competitie aan te passen, op een andere manier beter rendeert? Of omdat het wat duurde voor Krepin Diatta weer op niveau was na de slopende hitte van de Afrika Cup in Egypte, waar hij lang vertoefde, maar weinig intens trainde en daarvan pas laat herstelde?

Of gewoon, omdat Clement nu een beter zicht heeft op eenieders kwaliteiten dan twee maanden geleden?

Hoe dan ook: het klikt allemaal pas écht in elkaar sinds goed een paar weken, sinds de systeemwissel. Sinds het vleugje Preud'homme en het snuifje Leko aan het strijdplan werd toegevoegd. Sinds Club in een 3-5-2 acteert.

Clement speelde in augustus nog 4-3-3, anders dan Leko, die ook vorig seizoen met drie man achterin uitpakte. Dat kon Clement, omdat Club in zijn rekrutering een lacune dichtte en twee echte linksachters aanwierf: het leende Sobol en kocht Federico Ricca. Leko moest het nog stellen met Stefano Denswil en Dion Cools als alternatief.

Echt werken deed die verandering van systeem niet. Sobol had wat aanpassingstijd nodig en Mata botste net als vorig seizoen op zijn plafond. Verdedigend is hij sterk, zijn loopvermogen is groot, maar de finesse bij de laatste pas ontbreekt. Pas toen Leko in de play-offs Mata als rechterverdediger ging uitspelen en niet langer als flankaanvaller, kwam hij tot volle ontbolstering. Datzelfde deed Clement en de laatste weken is Mata opnieuw een van de sterkhouders.

Clement kon daar naar teruggrijpen, omdat hij Diatta terugkreeg. In zijn rol op de flank, vanaf rechts, bleek hij dodelijk. Hij opende de score in Mechelen en was daar ongrijpbaar, en was zondag tegen Gent opnieuw uitstekend. Hij is snel, schermt de bal goed af en maakt progressie in het kiezen van de juiste oplossingen: een voorzet, een schot op doel.

Hier is de 3-5-2 van Clement anders dan die van Leko. In de play-offs stelde die twee aanvallend gerichte vleugelbacks op, omdat de kloof met Genk gedicht moest worden, maar in de reguliere competitie gebruikte Leko vaak een aanvallende flank op links (Diatta, Dennis, Danjuma), gekoppeld aan een verdedigende rechterflankspeler (Mata, Cools, Vlietinck). Clement veranderde dat. De aanvallen verlopen daarom nu vooral langs rechts (Diatta), de verdedigende man (de laatste weken Sobol, die zich duidelijk beter in zijn sas voelt met de nieuwe vrijheid) staat links. Dat brengt ook Hans Vanaken in de opbouw iets minder en Ruud Vormer iets meer in de picture.

Een tweede verschil is de bezetting van het middenveld. Met Eder Balanta kwam heel even een nieuwe pion op het bord, maar na diens blessure doet Clement het net als Leko weer met het trio Rits-Vanaken-Vormer. Die laatste twee krijgen wel meer bewegingsvrijheid dan vorig seizoen. Je vindt Vormer al een keer op links, en Vanaken op rechts. Maar toch meestal omgekeerd. Percy Tau was tot zijn blessure zondag de Siebe Schrijvers van vorig jaar. De tweede tien naast Vanaken, die de bal in de voet komt vragen (Vormer gaat dan diep), maar anders dan de Limburger is hij nog iets wendbaarder, iets sneller ook in de diepte.

Clinton Mata houdt Marcelo aan de praat., belgaimage
Clinton Mata houdt Marcelo aan de praat. © belgaimage

Het derde verschil is de veel grotere diepgang die Club Brugge heeft. Met Wesley stond er vorig seizoen een kaatsende spits, die vaak het duel opzocht en de bal in de voet vroeg. Net als Schrijvers, wat soms dubbel op was. Met Dennis, David Okereke of Loïs Openda, stelt Clement systematisch diepgaande centrumspitsen op, die de bal in de ruimte vragen. De bal in de voet is voor Tau, Vanaken of Diatta, de bal in de ruimte voor Sobol, Vormer of de negen. Een beetje tot frustratie van Mbaye Diagne zo te zien aan het truitje dat hij zondag neersmeet na zijn goal. De verzamelaar van ploegen is tot dusver een (makkelijk scorende) joker.

En daar zien kenners de touch van Preud'homme, maar ook de touch van Clement. Zijn Genk was vorig seizoen ook de kampioen van de omschakeling. Preud'homme deed het ook graag: snel verticaal. Met Maxime Lestienne, José Izquierdo, en nu en dan Anthony Limbombe had hij ook de wapens. Leko bouwde meer op, voornamelijk omdat hij over ander materiaal beschikte, maar ook als filosofie. Openda en Dennis waren er toen ook al, hun snelheid kon ook worden gebruikt.

Gebrek aan rivalen

Hoe ver Club hiermee kan komen, zal de komende maanden blijken. De concurrentie is groot, maar het aantal wedstrijden ook. De verdediging staat er, maar in Real was wel wat geluk nodig om overeind te blijven. In eigen land was er voorlopig alleen Genk als struikelsteen, met slechts 1,77 aan expected goals was dat aanvallend een van de minste prestaties. Anderlecht thuis was (nog) geen maatstaf, KAA Gent evenmin. Wat Jess Thorup, die over een even grote kern beschikt, ook moge beweren over lichte pijntjes bij Mikael Lustig en Laurent Depoitre: de Buffalo's schoten vooral zichzelf in de voet door ultiem van aanpak te veranderen. Met slechts één training en wat theorie als voorbereiding ga je niet naar de machine die Club werd. Dat is vragen om slaag.

Maar wat tot zondag voor Gent gold, gaat eigenlijk ook op voor Club: voor we kunnen spreken van een gebrek aan rivalen in eigen land, moeten er nog wat serieuze tests volgen. De komende weken zal de nieuwe 3-5-2 intens worden bestudeerd, op zoek naar lacunes. Gent had dat al kunnen doen, met zijn ruit op het middenveld tegenover de drie van Club, maar deed dat pas vanaf minuut 53 (het kreeg meteen wat kansen), toen het al 3-0 stond. Komen er nu aan, naast PSG: RE Mouscron, Standard, Zulte Waregem en Antwerp. Ploegen met kracht, scorend vermogen, maturiteit, leepheid én snelheid. Half november zullen we pas echt een zicht hebben op de sterkte van Club Brugge.

Het was een opvallende statistiek vorige week. Zijn naast PSG, Napoli, Bayern München, Manchester City, Juventus, Atlético Madrid, Borussia Dortmund, Barcelona, Olympique Lyon en Zenit Sint-Petersburg ook nog ongeslagen na twee speeldagen in de Champions League: Ajax en Club Brugge. Van de Amsterdammers kan je dat verwachten na de goeie prestaties vorig seizoen. Er vertrok wel talent, maar er kwam veel geld in kas en dat lijkt wijs geïnvesteerd. Van Club minder. En ook al werd er nog niet gewonnen in deze groepsfase in Europa, het gelijkspel in Madrid kreeg weerklank over de hele wereld, al hadden de Spanjaarden achteraf het gevoel dat zij wat te kort waren gedaan. Op basis van wedstrijdstatistieken ben je geneigd hen gelijk te geven, op basis van wat je zag tijdens de match niet. Club bracht Real aan het wankelen in het eigen Bernabéu, het is lang geleden dat we dat van een Belgische ploeg in de Spaanse hoofdstad nog zagen. Het goeie Anderlecht uit het begin van deze eeuw kreeg er ginds vier om de oren, de Genkse kampioenenploeg in dezelfde periode zes. Twee duels tegen groepsleider PSG kunnen nog wat meer duidelijkheid brengen over de progressie die Club in Europa maakte. Club wil overwinteren, maar in welke beker? Mag het dromen van meer dan de Europa League? Volgende grote test: dinsdag 22 oktober om 21 uur tegen PSG. Als Club een paar dagen eerder over de horde Moeskroen raakt, staat daar opnieuw de ongeslagen status van dit seizoen op het spel. Zestien wedstrijden gespeeld: vijf gelijk, elf gewonnen. Mooi. Zowel Europees als in de eigen competitie loopt alles op wieltjes. Eén keer slechts zagen we Philippe Clement dit seizoen na een match nijdig. Na de 0-0 thuis tegen een verdedigend ingesteld Eupen. Die dag had Club maar liefst 73,4 procent balbezit, maar scoren lukte niet. Ook dat was een opvallende statistiek: Club onttroonde toen Anderlecht met dat percentage balbezit. Een week eerder had paars-wit tegen KV Mechelen 71,6 procent van de tijd de bal. Maar ook Anderlecht bleef toen steken op 0-0. Balbezit is niet heilig, het is ook wat je ermee doet. Na Eupen kwam LASK - 0-1 uit, 2-1 thuis - met tussendoor geen lastige want uitgestelde verplaatsing naar Charleroi, traditioneel een moeilijke tegenstander voor Club. Daarop volgde een tweede lastig momentje voor Club: de 1-1 thuis tegen KRC Genk. Het was Sébastien Dewaest die die middag de voorsprong van Club ( Simon Deli) van de tabellen veegde. Opnieuw had het balbezit (62 procent voor de rust, 59 procent na 90 minuten) niet tot winst geleid. De spitsen zetten hun kansen niet om, was de algemene conclusie. Clement pareerde, haalde het beeld van zijn fles ketchup weer boven - als je hard blijft schudden, spuit het er ooit wel een keer uit - en kreeg een paar weken later gelijk: een dozijn kansen tegen Anderlecht, vijf goals tegen Mechelen, twee op Madrid, vier tegen Gent. Elf goals in één week, in de competitie nu al 25 na negen speeldagen. Met slechts drie tegengoals doet Club het uitstekend. Ook op verplaatsing, want anders dan de vorige seizoenen, toen Club steevast de beste thuisreputatie had, is het in die stand met een 11 op 15 slechts vierde. Maar met 12 op 12 is het uit de beste. Ligt het alleen aan de spitsen, die nu plots wel scoren? Helemaal niet. Clement finetunede de voorbije weken opvallend zijn aanpak, de komende weken moet hij maar eens in detail uitleggen waarom. Om de spitsen in nog betere omstandigheden in scorepositie te brengen? Omdat ze sterker (sneller) zijn in de omschakeling dan in balbezit en beter zijn als ze wat meer ruimte hebben? Omdat iemand als Clinton Mata beter in een andere rol tot zijn recht komt, een iets defensievere? Of omdat Edoeard Sobol, die het wat tijd kostte om zich aan de Belgische competitie aan te passen, op een andere manier beter rendeert? Of omdat het wat duurde voor Krepin Diatta weer op niveau was na de slopende hitte van de Afrika Cup in Egypte, waar hij lang vertoefde, maar weinig intens trainde en daarvan pas laat herstelde? Of gewoon, omdat Clement nu een beter zicht heeft op eenieders kwaliteiten dan twee maanden geleden? Hoe dan ook: het klikt allemaal pas écht in elkaar sinds goed een paar weken, sinds de systeemwissel. Sinds het vleugje Preud'homme en het snuifje Leko aan het strijdplan werd toegevoegd. Sinds Club in een 3-5-2 acteert. Clement speelde in augustus nog 4-3-3, anders dan Leko, die ook vorig seizoen met drie man achterin uitpakte. Dat kon Clement, omdat Club in zijn rekrutering een lacune dichtte en twee echte linksachters aanwierf: het leende Sobol en kocht Federico Ricca. Leko moest het nog stellen met Stefano Denswil en Dion Cools als alternatief. Echt werken deed die verandering van systeem niet. Sobol had wat aanpassingstijd nodig en Mata botste net als vorig seizoen op zijn plafond. Verdedigend is hij sterk, zijn loopvermogen is groot, maar de finesse bij de laatste pas ontbreekt. Pas toen Leko in de play-offs Mata als rechterverdediger ging uitspelen en niet langer als flankaanvaller, kwam hij tot volle ontbolstering. Datzelfde deed Clement en de laatste weken is Mata opnieuw een van de sterkhouders. Clement kon daar naar teruggrijpen, omdat hij Diatta terugkreeg. In zijn rol op de flank, vanaf rechts, bleek hij dodelijk. Hij opende de score in Mechelen en was daar ongrijpbaar, en was zondag tegen Gent opnieuw uitstekend. Hij is snel, schermt de bal goed af en maakt progressie in het kiezen van de juiste oplossingen: een voorzet, een schot op doel. Hier is de 3-5-2 van Clement anders dan die van Leko. In de play-offs stelde die twee aanvallend gerichte vleugelbacks op, omdat de kloof met Genk gedicht moest worden, maar in de reguliere competitie gebruikte Leko vaak een aanvallende flank op links (Diatta, Dennis, Danjuma), gekoppeld aan een verdedigende rechterflankspeler (Mata, Cools, Vlietinck). Clement veranderde dat. De aanvallen verlopen daarom nu vooral langs rechts (Diatta), de verdedigende man (de laatste weken Sobol, die zich duidelijk beter in zijn sas voelt met de nieuwe vrijheid) staat links. Dat brengt ook Hans Vanaken in de opbouw iets minder en Ruud Vormer iets meer in de picture. Een tweede verschil is de bezetting van het middenveld. Met Eder Balanta kwam heel even een nieuwe pion op het bord, maar na diens blessure doet Clement het net als Leko weer met het trio Rits-Vanaken-Vormer. Die laatste twee krijgen wel meer bewegingsvrijheid dan vorig seizoen. Je vindt Vormer al een keer op links, en Vanaken op rechts. Maar toch meestal omgekeerd. Percy Tau was tot zijn blessure zondag de Siebe Schrijvers van vorig jaar. De tweede tien naast Vanaken, die de bal in de voet komt vragen (Vormer gaat dan diep), maar anders dan de Limburger is hij nog iets wendbaarder, iets sneller ook in de diepte. Het derde verschil is de veel grotere diepgang die Club Brugge heeft. Met Wesley stond er vorig seizoen een kaatsende spits, die vaak het duel opzocht en de bal in de voet vroeg. Net als Schrijvers, wat soms dubbel op was. Met Dennis, David Okereke of Loïs Openda, stelt Clement systematisch diepgaande centrumspitsen op, die de bal in de ruimte vragen. De bal in de voet is voor Tau, Vanaken of Diatta, de bal in de ruimte voor Sobol, Vormer of de negen. Een beetje tot frustratie van Mbaye Diagne zo te zien aan het truitje dat hij zondag neersmeet na zijn goal. De verzamelaar van ploegen is tot dusver een (makkelijk scorende) joker. En daar zien kenners de touch van Preud'homme, maar ook de touch van Clement. Zijn Genk was vorig seizoen ook de kampioen van de omschakeling. Preud'homme deed het ook graag: snel verticaal. Met Maxime Lestienne, José Izquierdo, en nu en dan Anthony Limbombe had hij ook de wapens. Leko bouwde meer op, voornamelijk omdat hij over ander materiaal beschikte, maar ook als filosofie. Openda en Dennis waren er toen ook al, hun snelheid kon ook worden gebruikt. Hoe ver Club hiermee kan komen, zal de komende maanden blijken. De concurrentie is groot, maar het aantal wedstrijden ook. De verdediging staat er, maar in Real was wel wat geluk nodig om overeind te blijven. In eigen land was er voorlopig alleen Genk als struikelsteen, met slechts 1,77 aan expected goals was dat aanvallend een van de minste prestaties. Anderlecht thuis was (nog) geen maatstaf, KAA Gent evenmin. Wat Jess Thorup, die over een even grote kern beschikt, ook moge beweren over lichte pijntjes bij Mikael Lustig en Laurent Depoitre: de Buffalo's schoten vooral zichzelf in de voet door ultiem van aanpak te veranderen. Met slechts één training en wat theorie als voorbereiding ga je niet naar de machine die Club werd. Dat is vragen om slaag. Maar wat tot zondag voor Gent gold, gaat eigenlijk ook op voor Club: voor we kunnen spreken van een gebrek aan rivalen in eigen land, moeten er nog wat serieuze tests volgen. De komende weken zal de nieuwe 3-5-2 intens worden bestudeerd, op zoek naar lacunes. Gent had dat al kunnen doen, met zijn ruit op het middenveld tegenover de drie van Club, maar deed dat pas vanaf minuut 53 (het kreeg meteen wat kansen), toen het al 3-0 stond. Komen er nu aan, naast PSG: RE Mouscron, Standard, Zulte Waregem en Antwerp. Ploegen met kracht, scorend vermogen, maturiteit, leepheid én snelheid. Half november zullen we pas echt een zicht hebben op de sterkte van Club Brugge.