Er is een tijd geweest dat Hein Vanhaezebrouck zelf graag over 3-4-3 praatte. Dat was toen KV Kortrijk de tweede klasse domineerde, in de beker eersteklassers elimineerde en daarna met dezelfde manier van spelen ook opzien baarde in de eerste klasse. Het leverde hem een transfer naar Racing Genk op. Maar sinds hij in de Cristal Arena ten val kwam, praat hij er níét meer over. Hoogstens zal hij nog eens suggereren dat een bestuurder, een journalist of zelfs een speler niet weet waarover hij het heeft. "4-3-3, 4-4-2, wat maakt men daar toch allemaal van?", zei hij onlangs in De Morgen. "Een cijfer kan je daar niet opplakken." Twee cijfers misschien wel. Minstens.
...

Er is een tijd geweest dat Hein Vanhaezebrouck zelf graag over 3-4-3 praatte. Dat was toen KV Kortrijk de tweede klasse domineerde, in de beker eersteklassers elimineerde en daarna met dezelfde manier van spelen ook opzien baarde in de eerste klasse. Het leverde hem een transfer naar Racing Genk op. Maar sinds hij in de Cristal Arena ten val kwam, praat hij er níét meer over. Hoogstens zal hij nog eens suggereren dat een bestuurder, een journalist of zelfs een speler niet weet waarover hij het heeft. "4-3-3, 4-4-2, wat maakt men daar toch allemaal van?", zei hij onlangs in De Morgen. "Een cijfer kan je daar niet opplakken." Twee cijfers misschien wel. Minstens. Als de keeper van de tegenpartij de bal uittrapt, staat KV Kortrijk doorgaans in een duidelijke 4-2-3-1-veldbezetting. Het is een compact blok, met kleine afstanden tussen linies en spelers onderling, dat schuift, kantelt en stapelt volgens de principes van het zonevoetbal. Anders is het als Glenn Verbauwhede, de eigen doelman, aan de bal is. Dan gaat een van de twee backs hoog staan, start de opbouw bij de drie overblijvende verdedigers en gaan de centrale offensieve middenvelder en de flankmiddenvelder aan de zijde van de doorgeschoven back, meestal Davy De Beule en Ilombe Mboyo, in steun van diepe spits Giuseppe Rossini spelen. Een 3-4-3 wordt dan vaak zichtbaar. Op dat moment staat het elftal heel open. Dat vergemakkelijkt de opbouw, maar het houdt eveneens risico in: bij snel balverlies kan KV Kortrijk erg kwetsbaar zijn. In nood wordt de lange bal op Rossini (1 meter 92) of Mboyo (1 meter 90) gebruikt. Meestal kiest Hein Vanhaezebrouck voor een offensieve back en een defensieve back. De defensieve back is bijna altijd Chemcedine El Araichi. De Marokkaanse Belg trekt op rechts én op links zijn plan. Als er gekozen wordt voor een offensieve back op de rechterkant, omdat de trainer van oordeel is dat hij de tegenstander zo het meest in de problemen kan brengen, dan wordt die rol vervuld door Brecht Capon (zie rechtervariant). Wordt er voor een offensieve back op de linkerkant geopteerd, dan is Mustapha Oussalah gewoonlijk linksachter (zie linkervariant). De kracht van een ingetrainde en goed uitgevoerde '3-4-3', die in de omschakeling 3-6-1 en 3-5-2 kan zijn, is de overtalsituatie die op het middenveld geschapen wordt en die de balcirculatie en de dominantie bevordert. Het is de aard van de trainer: hij domineert graag. De kunst is dan het evenwicht niet te verliezen. Vóór de driemansverdediging waken daar met Sven Kums en Nebojsa Pavlovic twee slimme controlerende middenvelders over. Diepgang kan er in het 'systeem-Van-haezebrouck' afwisselend gecreëerd worden door de flankmiddenvelders, onder wie dus de doorgeschoven back, en de twee spelers die in de overgang van 4-2-3-1 naar 3-4-3 vanuit het middenveld in steun van de spits komen spelen. Daar alludeerde Hein Vanhaezebrouck onlangs op in volgend citaat uit een interview met Het Nieuwsblad: "Ik ben voor balbezit en ik wil van achteren uit opbouwen en zo snel mogelijk aanvallen en scoren. Mag ik Bölöni citeren in mijn eerste jaar in eerste klasse met Kortrijk tegen de latere kampioen? Ze vroegen hem waarom hij met zes verdedigers speelde, waarom Witsel en Dalmat eigenlijk achterin stonden en niet in het middenveld. Bölöni antwoordde heel eerlijk: 'Dat klopt, maar heeft u gezien hoe Kortrijk speelt? We moesten wel teruglopen.' Dat voetbal wil ik opleggen aan onze tegenstander." Het gaat over de momenten waarop er met vijf man wordt aangevallen: drie 'spitsen' die het centrum van de verdediging dreigen te overspoelen en twee opkomende flankmiddenvelders die druk zetten op de rechter- en de linkerkant. Het gebeurt vaker thuis dan op verplaatsing, maar dat is dan meer een kwestie van psychologie van de spelers dan van tactiek van de trainer. De trainer wil het liefst ook baas zijn op Anderlecht. door christian vandenabeeleHet is de aard van de trainer: hij domineert graag.