De identiteitscrisis van KRC Genk, die in 2014 en 2015 uitmondde in een diepe en langdurige malaise, lijkt achter de rug. Met CEO Janssens, sportief directeur De Condé en hoofdtrainer Maes kwamen er nieuwe leidersfiguren in de club. Zij gingen vorig jaar met een grove borstel door de kleedkamer en ze namen ook de technische en medische staf onder handen. Die opruimactie miste haar effect niet; KRC Genk krabbelde weer recht. Op het veld zag Maes eerst wel nog veel jongens vooral risicoloos vanuit hun eigen positie voetballen, maar gaandeweg kon de Limburger een elftal smeden dat er stond, ook op offensief vlak. Het resulteerde in een vierde plaats en een ticket voor de tweede voorronde van de Europa League. KRC Genk wil nu met min of meer dezelfde spelersgroe...

De identiteitscrisis van KRC Genk, die in 2014 en 2015 uitmondde in een diepe en langdurige malaise, lijkt achter de rug. Met CEO Janssens, sportief directeur De Condé en hoofdtrainer Maes kwamen er nieuwe leidersfiguren in de club. Zij gingen vorig jaar met een grove borstel door de kleedkamer en ze namen ook de technische en medische staf onder handen. Die opruimactie miste haar effect niet; KRC Genk krabbelde weer recht. Op het veld zag Maes eerst wel nog veel jongens vooral risicoloos vanuit hun eigen positie voetballen, maar gaandeweg kon de Limburger een elftal smeden dat er stond, ook op offensief vlak. Het resulteerde in een vierde plaats en een ticket voor de tweede voorronde van de Europa League. KRC Genk wil nu met min of meer dezelfde spelersgroep opnieuw een stap vooruit zetten. Onder de lat kon Bizot vorig seizoen de hiërarchie omkeren: hij werd de nummer een in de plaats van Köteles. Maar De Condé liet al verstaan dat er in het doel nog wijzigingen kunnen komen. Vorig seizoen liet Bizot zich op enkele missers betrappen. Nog een item in de defensie is het vertrek van centrale verdediger Kabasele. Hij was een belangrijke pion, want hij miste vorig seizoen niet één competitieminuut. De afgelopen weken depanneerde Kumordzi op zijn positie en ook Wouters kan aan de zijde van Dewaest spelen, maar Wouters is pas 19. KRC Genk zoekt nog een nieuw type als Kabasele. Ook speurt de Limburgse club na het vertrek van Hamalainen nog naar een linksachter die de concurrentie kan aangaan met Uronen. Aan de overzijde knokken Castagne en Walsh voor een plaats in de basiself. Op het middenveld werd Pozuelo een belangrijke pion. Zodra hij vorig seizoen geacclimatiseerd was, groeide de Spanjaard uit tot dé draaischijf van het Genkse spel. Pozuelo is geen echte nummer 10; hij schuwt het verdedigende werk niet. Dat biedt als voordeel dat Maes Ndidi als enige breker voor de verdediging kan posteren, ten koste van Buyens. Nog centraal wil KRC Genk de gehuurde Malinovski definitief overnemen van Sjachtar Donetsk, maar Malinovski zit wel nog maanden aan de kant met blessureleed. Op de linkerflank ontpopte Bailey zich tot een topaanwinst, al denkt hij nog iets te individueel. Voor de teruggekeerde Trossard, die zich tijdens zijn uitleenbeurt aan OHL in de kijker voetbalde, wordt het straks niet makkelijk om speelminuten te vergaren op links. En op de andere flank lijkt kapitein Buffel, 35 intussen, nog altijd ongenaakbaar. De onvoorspelbare Kebano, die ook op het middenveld een optie is, krijgt van Maes tegenwoordig een plaats in de spits, waar ook de Tanzaniaan Samatta en de Griek Karelis troeven zijn.Samatta, die net als Karelis afgelopen winter naar Genk kwam, verteert zijn vuurdoop in Europa goed. Hoewel Karelis de netten vorig seizoen tien keer deed trillen, krijgen Kebano en Samatta voorlopig de voorkeur. De Camargo, dievorig seizoen niet vaak aan spelen toekwam, vertrok naar FC Apoel Nicosia. Komend seizoen wil KRC Genk opnieuw de top drie induiken. Op zich lijkt dat haalbaar, maar belangrijk wordt wel dat er geen al te grote conflicten ontstaan tussen Maes, Janssens en De Condé. Hun sterke karakters botsen weleens en Maes kreeg vorig seizoen van voorzitter Houben op zijn donder omdat sommige toplui bij KRC Genk vonden dat hij enkele matchen aanvatte met een te defensieve instelling. Ook moet Maes erg wennen aan de soms minder directe manier van werken bij een grote club die nog altijd een vzw-structuur heeft. Vooraf was Maes de droomtrainer van de Genkse achterban, maar een droomhuwelijk is de samenwerking tussen de Limburgse club en Maes nog niet. De vraag is echter vooral of Maes en KRC Genk een modus vivendi kunnen behouden die beide partijen nog vooruit helpt. Je hoeft niet per se beste vrienden te zijn om resultaten te boeken; dat weet Maes als geen ander. DOOR KRISTOF DE RYCK