Als we eerlijk zijn, moet dit worden gezegd: alhoewel we veel (zo vaak mogelijk) lezen, zijn we geen fan van biografieën, en al zeker niet van sportfiguren. Een verklaring is er niet, tenzij deze - om dezelfde redenen als waarom Herman Brusselmans, een notoir sportliefhebber, niet over voetbal schrijft: het is vaak een beetje saai, zo'n opeenvolging van feitjes en op papier herspeelde wedstrijden waar een mens achteraf nog weinig boodschap aan heeft. Al zijn er uitzonderingen, als het leven hen niet heeft gespaard en ze daarover openlijk durven te getuigen. Het boek van Zlatan was er zo eentje.
...

Als we eerlijk zijn, moet dit worden gezegd: alhoewel we veel (zo vaak mogelijk) lezen, zijn we geen fan van biografieën, en al zeker niet van sportfiguren. Een verklaring is er niet, tenzij deze - om dezelfde redenen als waarom Herman Brusselmans, een notoir sportliefhebber, niet over voetbal schrijft: het is vaak een beetje saai, zo'n opeenvolging van feitjes en op papier herspeelde wedstrijden waar een mens achteraf nog weinig boodschap aan heeft. Al zijn er uitzonderingen, als het leven hen niet heeft gespaard en ze daarover openlijk durven te getuigen. Het boek van Zlatan was er zo eentje. Vorige week hebben we er nog een andere met smaak gelezen: de eerste biografie van Carlo Ancelotti, Geef mij maar de beker. Opgetekend door een vriend, Alessandro Alciato - Ancelotti was getuige op diens huwelijk. Als vrienden de loftrompet over je afsteken, kan dat soms tenenkrullend zijn, zeker in het voetbal. Hagiografisch, bewierokend... Maar de toon die Alciato aanslaat, is de juiste. Heerlijk relativerend, wat Engels tongue in cheek. Hij zet Ancelotti, die als trainer drie keer de Champions League won en kampioen werd met Milan, Chelsea, PSG én Bayern, neer als levensgenieter, humorist en groot psycholoog. Als sympathiek dikkerdje ook, dat houdt van eten, goeie wijn en fijne restaurants, dé rode draad in het verhaal. 'Als ik kan schransen als een paard, ben ik gelukkig', zoiets verzin je toch niet over jezelf? Ancelotti zegt het. Of de frase dat de voorzitter van Parma hem het liefste 'per kilo' zou hebben verkocht. 'Hij zou nog een mooie deal gesloten hebben ook. Eet ervan zolang de voorraad strekt!' Vandaar de titel boven dit stuk. Smakelijk! Hij komt uit een boerenfamilie - dat kan moeilijk anders - in Reggiolo, de Povlakte, dat oneindig lange, rechte vlakke stuk landschap tussen Milaan en de heuvels rond Bologna en Firenze. Tortellini is er de specialiteit, die hoort bij de zondag, de warme familiedag. Huis en kerk, normen en waarden, zo zien de Ancelotti's het. Tortellini, wijn en varkensvlees, 365 dagen per jaar, en zeker op zondag. Het varken was het vlees van de boeren, arm maar beschaafd. Wanneer Ancelotti aan varkens denkt, is het wat een Indiër zich voorstelt bij een koe. Of een fan van PSG bij Zlatan: heilig. Het leven op de boerderij was hard, in zijn jeugd nog zonder machines. Zijn familie bewerkte, zaaide en wachtte. Als ze geluk hadden was er oogst, als de melk werd verkocht was het wachten tot ze werd verwerkt in de zuivel om betaald te krijgen. In zijn biografie noemt hij zijn werk als trainer niets anders: je bewerkt (trainingen), je zaait (ideeën) en je wacht en hoopt dat je oogst (bekers). Het leven blijft boeren, tortellini en varkensvlees. Voor zijn spelers is hij liever een vriend en een psycholoog die liever samen met hen lacht dan ruzie met hen maakt. Zijn carrière als voetballer (en later ook als trainer) wordt bepaald door twee mensen: Nils Liedholm, de man die hij trof bij AS Roma, en Arrigo Sacchi, de man die hem beter liet voetballen bij AC Milan. Van de baron (Liedholms bijnaam) leerde hij rust en theater. De Zweed, die hem bij toenmalig tweedeklasser Parma weghaalde, maakte de Romeinse kleedkamer aan het lachen, maar verhief tegelijk nooit zijn stem. De spelers kregen veel vrijheid, maar presteerden. In de tijd van Ancelotti speelde (en won) AS Roma vier bekerfinales en werd het één keer kampioen. Ze noemden hem er il bimbo (de baby) en ooit komt hij er terug als trainer, zegt Ancelotti. Dat is hij Rome verschuldigd, hij kan er door het winnen van de Scudetto nog altijd in restaurants gaan eten zonder te betalen. Toen bleek al wel zijn zwakte. Of zoals het in de bio staat: 'Achilles had zijn hiel, Pinokkio en Mauro Tassotti hun neus, ik mijn knieën.' Twee zware blessures kostten hem veel tijd om terug te komen. Tijd die hij besteedde aan revalideren en - uiteraard - eten. Fettucini ai funghi, om middernacht. Toen hij één keer als Italiaans international te laat terug was op hotel en bondscoach Bearzot hem opwachtte, was het omdat hij, Tardelli en Gentile te lang hadden getafeld. Toen Roma hem wegstuurde - hij was de enige van wie ze geld konden maken - ving Sacchi hem op. Ondanks zijn slechte knieën wilde Milan hem. Het werd niet alleen sportief een geslaagd huwelijk (twee Europabekers, twee titels), maar ook eentje met het oog op de toekomst. Ancelotti ontdekte in de jonge Sacchi iemand die gek leek, maar in realiteit een genie bleek! Een leermeester wiens werkwijze compleet vernieuwend was. Uren waren ze bezig met de revolutie van Milan. Fysiek beulswerk tot ze dachten dat ze echt niet meer konden, waarna nog wat extra werk volgde. Tactische besprekingen, later ook psychologische. Met als les: het brein is tot veel in staat. Alles had een waarom en werd uitgelegd, zodat iedereen er uiteindelijk in geloofde. Zelfs Marco van Basten, de laatste weerstander, die zo graag op instinct speelde. Ancelotti leerde er ook over ontspanningstechnieken, vaak op muziek van Chariots of Fire. Over die achtergrondmuziek praatten de psychologen heen: ontspan je lichaam, luister naar je hartslag. Mindfulness nog voor het een modewoord werd. Die techniek van toen gebruikt hij nog steeds in perioden van grote stress. De helft van de ploeg viel er toen bij in slaap, maar het werkte. Al mocht Sacchi dan geen Engels spreken: indien dat gebeurde tegenover de buitenlanders, klonk dat zo afschuwelijk slecht dat iedereen in een deuk lag. Sacchi vervalste Ancelotti's fysieke tests, vooral die op dertig meter. Om hem vertrouwen te geven, want 'in een sprintduel met tweeën eindigde ik steevast als derde'... Met afstand. Veel voetballers zoiets over zichzelf horen zeggen? Ancelotti wel. Maar Sacchi geloofde in Ancelotti. Zo hard dat hij hem in 1991 zelfs meenam naar de nationale ploeg. Zo startte de trainerscarrière van de huidige baas van Bayern, mee ingegeven door het feit dat brombeer Fabio Capello, die op het veld het spel uitstekend las, maar ernaast niet hield van dialoog, de eerste trainer was die in Ancelotti geen vaste basisspeler zag. Albertini had zich gemeld. Ancelotti hing dan maar zijn schoenen aan de haak en verhuisde in 1991 definitief naar de bank, naast zijn grote voorbeeld. Leuk detail: bij zijn eerste interland als bondscoach riep Sacchi Ancelotti nog op als speler, maar in werkelijkheid bracht hij zijn tijd op het veld door als trainer. Samen bereikten ze in 1994 de finale van het WK, waar ze de match te veel verloren. Fysiek was het op. Bij iedereen, ook bij de staf, want Sacchi stelde ontzettend hoge eisen aan zijn assistent, die elke beweging van de tegenstander moest scouten en noteren. Daar leerde Ancelotti te letten op alle details, het kwam hem later ten goede. Een jaar na het WK ging Ancelotti op eigen vleugels verder, eerst bij Reggiana, vervolgens bij Parma. Soms met geknipte vleugels, want geregeld kreeg hij hete billen op de bank, speelde hij wedstrijden met het mes op de keel: 'Vandaag niet winnen, coach, betekent: buiten!' Opvallend in die periode: als coach hoefde hij niet noodzakelijk zijn hele staf mee te nemen en stelde hij qua transfers niet al te veel eisen. Vaak werden spelers hem opgedrongen. Wat hij wél in eigen hand hield, was de opstelling. Altijd de zijne, waar ook hij kwam, hoe 'enthousiast' ook de directie, zoals die van Juve, of Berlusconi bij Milan. Of de kenners in het bestuur van Bayern. In de beginfase was er geen succes, omdat zijn ploegen niet sterk genoeg waren voor een prijs. Succes was er evenmin bij Juve, waar hij Marcello Lippi opvolgde en twee keer vicekampioen werd. Dat diezelfde Lippi hem tweeënhalf jaar later ook weer van de bank zou verdringen, moest hij van journalisten horen. Tussen Juventus (en zijn directie) en Ancelotti klikte het nooit écht, hij voelde er zich 'een varken dat niet kan trainen'. Ancelotti was Roma of Milan. Nooit Juventus, ondanks de aanwezigheid van Deschamps, Henry, Trezeguet en Zidane, of Davids, Del Piero... Zijn doortocht in Turijn leverde hem de bijnaam van anti-fantasie op. In de 4-4-2 waar hij in de beginfase nog bij zweerde, was er geen plaats voor een dilettant op de 10. Tenzij die Zidane heette. De 'droomspeler', die hem ondergeschikt maakte. Als de directeurs van Juve in de kleedkamer kwamen, gaven ze iedereen wel beleefd een hand, maar stapten ze vooral recht op Zizou af. 'Een komeet neergedaald uit de hemel, een poster die van de muur was gestapt. Onze Heer van de Bal', zo omschrijft Ancelotti hem. Gek dat uitgerekend Zidane zijn assistent en later zijn opvolger bij Real zou worden (niet linea recta, Rafa Benítez was een paar maanden tussenpaus). En dat het Zidane was die hem en zijn Bayern dit seizoen uit de Champions League kegelde. Alsof er een complex mee is gemoeid. Maar: wél bewondering. Ancelotti noemt Zidane 'de speler van wie hij het meeste heeft genoten. Een levend spektakel dat geen enkele dag teleurstelde. Of, zoals een oud-speler José Altafini het stelde: Zidane beweegt zijn voeten alsof hij er boter mee op een snee brood smeert.' De 4-4-2 is dan allang zijn vaste systeem niet meer. Bij Milan ontwikkelde hij gaandeweg de 'kerstboom'. Een keeper, vier verdedigers, drie middenvelders, twee man achter één spits. Per toeval kwam het tot stand, na samenspraak met Andrea Pirlo, die hem vroeg of hij niet centraal voor de verdediging mocht spelen. Ancelotti was er bang voor, hij vond Pirlo te balverliefd, maar probeerde het toch. En zie: Pirlo ging eenvoudiger voetballen en plots kon Milan de wens van Berlusconi inwilligen: aanvallen, naar de filosofie van de club. Laat genieten, dan geniet je zelf. En genieten deed in die tijd iedereen, van Pirlo en Gattuso tot Kaká, een van de slimste spelers die hij ooit trainde, qua kwaliteit maar net onder Zidane en Cristiano Ronaldo. Zijn Milan was nog het bekendst door de twee Europese finales die het speelde. Die stuntmatch tegen Liverpool in 2005 (van 3-0 naar 3-3 in zes dolle minuten en vervolgens verlies met strafschoppen) en de heruitgave in 2007 van dezelfde affiche. Liverpool schakelde dat jaar Chelsea uit in de halve finales. In zijn biografie kun je lezen dat Ancelotti tijdens de return tussen die twee Engelse ploegen als een gek aan het supporteren was voor de Reds. Omdat hij wist: als zij opnieuw de finale halen, zijn we nu al gewonnen. Zo sterk voelde hij zich psychologisch. Het klopte ook, Pippo Inzaghi maakte er die avond in Athene twee. In totaal zou Ancelotti Milan acht jaar coachen, van 2001 tot 2009. Wetende dat Silvio Berlusconi in zijn twintig jaar als voorzitter dertien trainers aanstelde, is dat een hele toer. Een eigen smoel, een eigen filosofie, het bracht hem ook naar Londen, waar Roman Abramovitsj eens wilde genieten van zijn Chelsea. In 2010 werd Ancelotti er kampioen. Een jaar later was het voorbij. Er volgde een korte passage bij PSG, met een titel, en bij Real, waar hij la décima won en de Copa del Rey. Geen titel. Toen Ancelotti Gareth Bale eens op de bank zette, zei voorzitter Florentino Pérez, met wie hij vreemd genoeg nooit sprak toen hij met Real over een contract onderhandelde, dat de manager van Bale hem had gebeld om het probleem aan te kaarten. En wat hij aan dat probleem met de dan duurste speler ter wereld zou doen? 'Niks, voorzitter', antwoordde Ancelotti. Even later mocht hij gaan, décima of niet, smeekbeden van de spelers of niet. 'Ancelotti gaat hier zijn trainerscarrière beëindigen', zei Cristiano nog. Het bleek niet waar. Opvallend: elke speler die met de Italiaan werkte, zegt veel lovende dingen over een trainer met veel gevoel voor humor, veel zin voor psychologie en iemand die alles altijd rustig probeert op te lossen, wat toekijkend vanaf de zijlijn. Toen Didier Drogba in Engeland te veel kritiek kreeg voor fopduiken, liet Ancelotti het aan John Terry om de Ivoriaan duidelijk te maken dat zoiets niet paste in de Engelse voetbalcultuur. Zelden verliest hij zijn kalmte. Gebeurt het toch, dan gebeurt het in het Italiaans. Abramovitsj, zo zei hij na zijn korte Chelseaperiode, wilde dat hij strenger was met zijn spelers, en bij Real vond de top dat hij vergeleken met andere topploegen te weinig trainde en te meegaand was met de sterren. Toen Cristiano zei dat hij geen zin had om naast een andere aanvaller in een 4-4-2 te spelen, reageerde Ancelotti met: 'Wie ben ik om in discussie te gaan met een speler die er 60 per seizoen binnen trapt? Dan ga ik beter op zoek naar een andere oplossing.' Voetballers houden van hem. Ibrahimovic over Ancelotti: 'José Mourinho weet hoe hij een voetballer moet behandelen. Carlo hoe hij moet omgaan met een mens.' Toen David Beckham aangaf voor Milan te willen spelen, nam Ancelotti hem mee uit eten, naar een toprestaurant. Hij dacht met een verwende vedette vol grillen te maken te hebben, maar ontdekte een warme, professioneel ingestelde mens. Directies waren het wel niet altijd met Ancelotti eens. In een andere biografie (Rustig leiderschap) zegt de Italiaan daarover: 'Het vreemde is: clubs vragen me om rust in de tent te brengen en een goeie relatie met de spelers op te bouwen. Maar vervolgens blijkt dat niet meer voldoende en gaat de relatie met de directie aan het verslechteren.' Na Milan vond Ancelotti dan ook nooit meer dat familiale terug binnen zijn topclubs. Intens leiderschap à la Mourinho of Pep of Simeone: neen. Het is een 'klacht' die je ook bij Bayern dit seizoen kon optekenen. Thiago werd een sleutelfiguur, Robben kwam opnieuw tot leven, Lewandowski scoorde geregeld, Neuer hield vaak genoeg de nul, maar Bayern was niet die 'intense' veelvraat die het was onder Guardiola of Van Gaal of Heynckes, zijn voorgangers. Tegenover The Guardian zei Neuer hierover: 'Tegenstanders in de competitie zijn dit seizoen tegen ons gaandeweg met wat meer vertrouwen gaan spelen. Ze voelen dat er misschien wel wat te rapen valt.' Meestal gebruikte Ancelotti een 4-3-3, soms greep hij terug naar zijn favoriete kerstboom, met de twee buitenspelers wat dichter bij de spits, om ruimte te maken op de flank. Kritiek was er ook op de inhoud van zijn trainingen, én op het feit dat hij vooral voor de ouderen koos en de jeugd wat minder aan voetballen toekwam. Renato Sanches, Joshua Kimmich, Kingsley Coman, ze raakten allemaal aan wat minder speelminuten. De gemiddelde leeftijd in de Bundesliga is 25,8. Die van Bayern op de laatste speeldag 29,4. Hij werd er kampioen, maar dat was niet wat Bayern absoluut wilde. In Beieren willen ze de Champions League. Maar in de kwartfinales kwam die dekselse Zidane... DOOR PETER T'KINT - FOTO'S BELGAIMAGEZijn werk als trainer vergelijkt hij met boeren: je bewerkt (trainingen), je zaait (ideeën) en je wacht en hoopt dat je oogst (bekers). In Rome kan Ancelotti wegens het winnen van de titel nog altijd in restaurants gaan eten zonder te betalen. Onder Sacchi bereikte Ancelotti in 1994 de finale van het WK, waar ze de match te veel verloren. Voetballers houden van Ancelotti, maar directies waren het niet altijd met hem eens. Bij Bayern was er kritiek op de inhoud van zijn trainingen en op het feit dat hij vooral voor oudere spelers koos.