In 1912 werd Cercle Sportif Schaerbeek gesticht onder het stamnummer 55. Tijdens de aanvangsjaren voetbalde de club op het Plateau van Koekelberg om in 1930 naar de Avenue Charles Quint te verhuizen. In 1957 belandde Crossing Molenbeek in het Josaphatpark aan de rue Normandie in St-Jans-Molen-beek. Het stadion ontleende zijn naam aan een pelgrim die in 1574 op bedevaart trok naar het Beloofde Land en er aan de poort van Jeruzalem een plein aantrof dat opvallend veel gelijkenis vertoonde met zijn eigen vertrouwde buurt in Schaarbeek. In 1969 werd de ploeg omgedoopt tot Royal Crossing Club de Schaerbeek. Datzelfde jaar mocht de ploeg, bijgenaamd 'De Ezels', uitgebreid feesten. De groen-witten promoveerden naar eerste klasse. Zij sloten het seizoen 1968/69 op de tweede plaats af met evenveel punten als kampioen AS Oostende.
...

In 1912 werd Cercle Sportif Schaerbeek gesticht onder het stamnummer 55. Tijdens de aanvangsjaren voetbalde de club op het Plateau van Koekelberg om in 1930 naar de Avenue Charles Quint te verhuizen. In 1957 belandde Crossing Molenbeek in het Josaphatpark aan de rue Normandie in St-Jans-Molen-beek. Het stadion ontleende zijn naam aan een pelgrim die in 1574 op bedevaart trok naar het Beloofde Land en er aan de poort van Jeruzalem een plein aantrof dat opvallend veel gelijkenis vertoonde met zijn eigen vertrouwde buurt in Schaarbeek. In 1969 werd de ploeg omgedoopt tot Royal Crossing Club de Schaerbeek. Datzelfde jaar mocht de ploeg, bijgenaamd 'De Ezels', uitgebreid feesten. De groen-witten promoveerden naar eerste klasse. Zij sloten het seizoen 1968/69 op de tweede plaats af met evenveel punten als kampioen AS Oostende. Nu crossing naar eerste gepromoveerd was, werd er vooral geld vrijgemaakt om het stadion te renoveren. Er kwamen nieuwe tribunes en een lichtinstallatie. In een tweede fase (1970) werd een zittribune achter het doel bijgebouwd. Hierdoor kreeg het stadion een maximumcapaciteit van 17.000 plaatsen. Met de komst van Anderlecht liep het stadion barstensvol. Paars-wit won de derby met 0-2. De concurrentie was echter bijzonder groot. Met Anderlecht, Union Sint-Gillis, Racing-White en Crossing leverde de hoofdstad vier ploegen in eerste klasse, die alle vier een deel van de toeschouwerskoek opeisten. Voor Crossing werden het vier seizoenen vol van financiële kommer met alle gevolgen vandien. Het eerste seizoen bij de elite (1969/70) was het meest succesvolle en leverde een twaalfde plaats op. De daaropvolgende twee seizoenen eindigde Crossing twaalfde en veertiende. Het seizoen 1972/73 was voor de club het jaar van de waarheid en toen ze als achttiende en allerlaatste met dertien punten de eindmeet bereikten, verdwenen ze naar tweede klasse. Crossing slaagde er niet meer in terug op te klimmen zodat het verplicht was om de meest talentrijke spelers te verkopen en zo de financiële tekorten aan te zuiveren. Achtervolgd door nog meer financiële perikelen volgde een nieuwe degradatie in 1973. In 1980 gleden de Brusselaars zelfs verder weg naar vierde klasse. Het absolute dieptepunt kwam er in 1983. Het elftal eindigde laatste (slechts drie punten) en zakte naar eerste provinciale. Bovendien had de club een conflict met de gemeente. Daardoor moesten ze hun wedstrijden afwerken in een stadion zonder elektriciteit, verwarming en warm water in de kleedkamers. Een jaar later verhuisde de club naar Elewijt en werd de naam gewijzigd in Crossing Elewijt (vierde provinciale). Een schril contrast met het team dat in 1969/70 in eerste klasse voor een vol huis met vaak oogstrelend voetbal het clubs als Anderlecht en Standard moeilijk maakte. Wie waren de elf die dat seizoen de groen-witte kleuren verdedigden en wat is er van hen geworden? Trainer Omer Van Boxelaer. Overleed op 85-jarige leeftijd. Trainde na Crossing ook nog Beveren en SK St-Niklaas. Werkte nadien voor de KBVB en was leraar aan de Heizelschool. Woonde in Herentals. Jos Smolders (68) was een zeer talentvolle doelman die ook een aantal selecties bij de Rode Duivels in de wacht sleepte. Speelde tot 1969 voor Beerschot en trok daarna naar Crossing. Was brandweerman en doet scoutingwerk voor FC Brussels. Woont in Kalmthout. Gerard Sulon (71). Centrale verdediger die tot 1968 bij FC Luik speelde. Veelvuldig Rode Duivel en sterkhouder in de verdediging. Na Crossing speler-trainer bij Herstal. Werkte bij een intercommunale in Luik. Geniet nu van het leven en woont in Luik. Jean-Jacques Degreef (73). Robuuste centrale verdediger die van Anderlecht naar Crossing kwam. Daarna bij Asse en Ganshoren. Woont in Anderlecht. Frank Schrauwen. Middenvelder. Daarna bij Beerschot en Beveren. Overleed op 57-jarige leeftijd in 2005 in tragische omstandigheden: hij gleed uit in bad, verloor het bewustzijn en werd dood gevonden met derdegraadsbrandwonden. Woonde in Middelkerke. Paul Vandenberg (73). Aanvaller. Technisch zeer verfijnde en begaafde voetballer, die heel wat selecties voor de Rode Duivels wist te behalen. Speelde eerst bij Union Sint-Gillis, Anderlecht en Standard, en pas dan bij Crossing. Was tevens tennisleraar bij sportclub Mayfair in Anderlecht en gaf voetbalonderricht aan het Atheneum Jules Bardot in Anderlecht en Henegouwen. Woont in Waver. Francisco Bene(dito) (61). Braziliaanse aanvaller die op zeer jonge leeftijd bij Crossing debuteerde. Stond bekend als de Braziliaan met de elastieken benen. Hij was technisch zeer bedreven en had een speciale techniek, 'een bokkensprong', om ballen uit de lucht te halen en vervolgens binnen te koppen. Speelde nadien ook nog voor AA Gent en Olympic Charleroi. Jozef Masopust (78). Aanvallende middenvelder en veelvoudig Tsjechisch international. Kreeg de Gouden Bal in 1962 omdat hij werd uitgeroepen tot de beste speler op het WK in 1962 in Chili. Speelde voor Dukla Praag en was de allereerste Tsjechische speler die het land mocht verlaten. Kwam toen bij Crossing terecht. Nadien trainer bij Dukla Praag, Sportak Brno, SC Hasselt en de nationale ploegen van Indonesië en Tsjecho-Slowakije. Nog steeds werkzaam bij de Tsjechische voetbalbond. Woont in Praag. Roger de Condé(69). Middenvelder. Eerst bij FC Beringen en FC Luik, dan bij Crossing. Speelde ook nog voor Tubantia. Daarna manager bij Hasselt en RC Genk. Is eigenaar van Banden de Condé, een bandencentrale met 15 filialen over heel België. Hij stelt 200 mensen tewerk en woont in Hasselt. Marcel Lismont (67). Centrale verdediger. Kwam van Sint-Truiden naar Crossing. Vervolgens terug naar STVV en opnieuw bij Crossing. Werkte als vertegenwoordiger voor Rucanor en was agent voor Cruijff-Sport. Is nu eigenaar van een groothandel in sportartikelen en lanceerde het merk Olympic waarop hij een patent heeft. Levert aan diverse sportzaken in België en Nederland en woont in Sint-Truiden. Abdou Louzani (64). Marokkaanse middenvelder die als arbeider naar België kwam en begon te voetballen in de jeugdploegen van Anderlecht en nadien naar Crossing kwam. Trainde na zijn carrière de Marokkaanse nationale ploeg en was zelfs burgemeester van een dorp nabij Casablanca. Woont in Marokko. Guido Mallants (63). Linksbuiten die via FC Beringen en FC Luik bij Crossing terechtkwam. Nadien bij Beerschot. Was na zijn actieve voetbalcarrière manager bij Beerschot en KV Mechelen en werd uiteindelijk voetbalmakelaar. Baat nu samen met echtgenote en dochter de ambachtelijke koffiebranderij Mokapi uit in Veerle-Laakdal, waar hij tevens woonachtig is. Nog heel wat bekende namen droegen ooit het shirt van Crossing Schaarbeek tussen 1968 en 1974 waaronder o.a. Jean Cornelis, Roger Claessen, Georges Leekens, Kenneth Anderson en Karoly Kremer. door danny goyvaerts