'La Serie A torna prima', titelde La Gazzetta dello Sport fier op haar voorpagina van 29 juni. 'We kunnen weer geld uitgeven', luidde de onderkop. Geen enkel ander topland had op dat moment zo veel geïnvesteerd in nieuwe sterspelers als de Italiaanse topclubs, die al 266 miljoen euro hadden uitgegeven. Een jaar eerder bedroeg de totale investering op hetzelfde moment amper de helft (126 miljoen). Dit jaar overtrof de Serie A eind juni zelfs Spanje, dat op dat moment 231 miljoen had uitgegeven. Na jaren van uitleenbeurten, aantrekken van eindcontractspelers die elders ontevreden waren (Paul Pogba om er maar één te noemen), wordt eindelijk weer geïnvesteerd in de Serie A. Inter dokte 30 miljoen voor Geoffrey Kondogbia van Monaco, AC Milan betaalde 30 miljoen aan FC Sevilla voor Carlos Bacca en betaalde in eigen land zonder verpinken 20 miljoen voor de beloftevolle aanvaller Andrea Bertolacci van Genoa, terwijl Juventus bij Palermo voor 32 miljoen Paulo Dybala haalde. De ene dag zag het ernaar uit dat Milan kans maakte om Zlatan Ibrahimovic los te weken bij PSG, een paar weken later meldde Juventus' algemeen directeur Beppe Marotta droog dat Paul Pogba deze zomer niet verkocht wordt, al boden Barcelona en Manchester City tot 85 miljoen euro. Een statement van jewelste in een competitie die de laatste jaren verworden was tot het arme broertje van de topcompetities, verworden tot een transitcompetitie, waar toppers de neus voor ophalen en talent meteen wordt weggekocht.
...

'La Serie A torna prima', titelde La Gazzetta dello Sport fier op haar voorpagina van 29 juni. 'We kunnen weer geld uitgeven', luidde de onderkop. Geen enkel ander topland had op dat moment zo veel geïnvesteerd in nieuwe sterspelers als de Italiaanse topclubs, die al 266 miljoen euro hadden uitgegeven. Een jaar eerder bedroeg de totale investering op hetzelfde moment amper de helft (126 miljoen). Dit jaar overtrof de Serie A eind juni zelfs Spanje, dat op dat moment 231 miljoen had uitgegeven. Na jaren van uitleenbeurten, aantrekken van eindcontractspelers die elders ontevreden waren (Paul Pogba om er maar één te noemen), wordt eindelijk weer geïnvesteerd in de Serie A. Inter dokte 30 miljoen voor Geoffrey Kondogbia van Monaco, AC Milan betaalde 30 miljoen aan FC Sevilla voor Carlos Bacca en betaalde in eigen land zonder verpinken 20 miljoen voor de beloftevolle aanvaller Andrea Bertolacci van Genoa, terwijl Juventus bij Palermo voor 32 miljoen Paulo Dybala haalde. De ene dag zag het ernaar uit dat Milan kans maakte om Zlatan Ibrahimovic los te weken bij PSG, een paar weken later meldde Juventus' algemeen directeur Beppe Marotta droog dat Paul Pogba deze zomer niet verkocht wordt, al boden Barcelona en Manchester City tot 85 miljoen euro. Een statement van jewelste in een competitie die de laatste jaren verworden was tot het arme broertje van de topcompetities, verworden tot een transitcompetitie, waar toppers de neus voor ophalen en talent meteen wordt weggekocht. Het euforische artikel van 29 juni bevatte al een waarschuwing dat na de massale uitgaven een omgekeerde beweging zou volgen, om de budgetten in evenwicht te houden. Het duidelijkste voorbeeld daarvan betrof een speler die in België goed bekend is. Tot 13 juli stond het zogoed als vast dat de Bosnische verdediger Ervin Zukanovic de kleuren van Inter zou verdedigen. De voormalige speler van KV Kortrijk en AA Gent maakte het afgelopen seizoen indruk als aanwinst van het bescheiden Chievo Verona en prijkte boven aan het verlanglijstje van Intertrainer Roberto Mancini.Maar toen de zaak afgerond leek te worden, kreeg de sportief directeur van Inter vanuit Djakarta clubeigenaar en hoofdaandeelhouder Erick Thohir aan de lijn. Niet om hem te feliciteren met de nieuwe aankoop, maar om hem woedend te melden dat de zaak niet doorging. Voor Inter nog één euro uitgaf aan nieuwe spelers, moest het eerst maar eens werk maken van het verkopen van dure en overbodige vedetten. Op dat moment telde de kern van Inter 30 kernspelers, terwijl Mancini er op zijn minst nog vier versterkingen bij wilde om zijn statement kracht bij te zetten dat Inter voor komend seizoen mee wil strijden voor de titel. Alleen heeft Thohir, sinds hij bijna twee jaar geleden de club overnam, van een gezond financieel beleid een absolute prioriteit gemaakt. Daarom was de nieuwe patron not amused toen zijn mannen maar bleven inkopen, terwijl elke Italiaanse club komend seizoen maximaal 25 spelers in de kern mag hebben, waarvan acht opgeleid in Italië zelf. Woedend was Thohir toen een tiental spelers op overschot in eerste instantie neen zeiden tegen een nieuwe eigenaar: het neen van Xherdan Shaqiri tegen Stoke en Schalke of van Fredy Guarin tegen Besiktas gijzelt de titeldromen van hun huidige club. Toch heeft Inter die topspelers nodig wil het volgend jaar weer op zijn minst Champions Leaguevoetbal spelen. Daar bleef het afgelopen seizoen van verstoken en ook dit seizoen zal de CL-hymne niet weerklinken in het Giuseppe Meazzastadion. Met een achtste plaats kon Inter zich niet eens kwalificeren voor de Europa League, terwijl iedereen weet dat de club dringend het geld van Europees voetbal nodig heeft om het budget op te vijzelen. Hetzelfde probleem heeft stadsgenoot AC Milan, die afgelopen seizoen pas tiende werd en evenmin Europees voetbalt. Ook Milan zit in dezelfde spagaat: het moet besparen omdat het budget door het wegvallen van de inkomsten uit de Champions League niet rond geraakt, en anderzijds geraakt het zonder investeringen ook volgend jaar niet in die Champions League. Net als Inter een jaar eerder moet Silvio Berlusconi daarom zijn toevlucht zoeken tot investeerders uit Azië, nadat Milan in 2014 nog een verlies liet noteren van 91 miljoen euro. Terwijl Thohir bij Inter meerderheidsaandeelhouder is, beperkt Bee Taechaubol uit Thailand zich - omdat Berlusconi de controle over zijn speeltje wil behouden - tot 48 procent van de aandelen waarvoor hij een dezer weken 480 miljoen euro zou overmaken. Daarmee kan Milan 80 miljoen euro vrijmaken om te investeren op deze transfermarkt. Dat geen van beide Milanese clubs Europees voetbalt, is veelzeggend voor het Italiaanse topvoetbal vandaag. Enkel kampioen Juventus, dat na vier opeenvolgende landstitels opnieuw de enige titelkandidaat is, kan met de Europese top wedijveren. Maar ook de finalist van de Champions League zag zijn beste spelers vertrekken. Andrea Pirlo vond het op zijn 36e tijd voor iets anders, Carlos Tévez wilde weer naar huis en Arturo Vidal wou absoluut naar Bayern. Het betekent wel dat Juventus in één maand de makers van de helft van het aantal doelpunten van afgelopen seizoen verloor. Toch is Juventus, samen met Napoli, de enige Italiaanse topclub die zich op financieel vlak geen zorgen moet maken. Door de extra inkomsten van het nieuwe stadion en de Champions League (afgelopen seizoen alleen al goed voor 80 miljoen euro!) steeg het budget de afgelopen vijf jaar van 154 naar 320 miljoen euro. Daarmee hijst Juve zich in de top vijf in Europa. Op Juventus en Napoli na moet zowat elke Italiaanse club de broeksriem aanhalen. Alleen al de moeite die AS Roma moest doen om Radja Nainggolan los te weken van Cagliari (dat de helft van de eigendomsrechten bezat) toont hoe beperkt de financiële ruimte is van Juventus' belagers in de Serie A. Ook AS Roma, dat drie jaar geleden werd overgenomen door een buitenlandse eigenaar en sindsdien tegelijk werkt aan de bouw van een nieuw stadion én de gezondmaking van de financiën, moet de komende weken eerst verkopen vooraleer het geld kan besteden. Dat geldt ook voor de andere club uit Rome die Champions League speelt, Lazio, waar men nog niet weet of men sterspeler Lucas Biglia kan houden. Hoe erg het gesteld is, bleek uit de afloop van de strijd om de laatste Europese plaats die recht geeft op deelname aan de Europa League, een herhaling van het scenario van vorig jaar. Toen dwong Parma op de slotdag Europees voetbal af, maar zag het zich vervolgens dat recht ontnomen omdat het niet voldaan had aan zijn financiële verplichtingen tegenover de bond, de staat en de spelers. Daardoor moest Parma zijn Europese ticket afstaan aan Torino. Een halfjaar later ging Parma failliet met zo veel schulden dat geen enkele overnemer gevonden werd en de lokale ondernemers liever een nieuwe club opstartten in de amateurrangen. Dit jaar pakte FC Genoa verrassend het laatste Europese ticket, maar net als Parma werd het teruggefloten omdat het niet voldeed aan de financiële eisen voor een Europese licentie. Voorzitter-eigenaar Enrico Preziosi,een speelgoedfabrikant die de club al sinds 2003 leidt, schoot uit eigen zak een deel van het tekort bij en werkte de schulden tegenover derden weg, maar dat kostte de club een Europese licentie. Preziosi verontschuldigde zich bij de woedende tifosi, maar voegde eraan toe dat de financiële gezondmaking nodig was om te overleven. Uiteindelijk speelt Genoa met een jaaromzet van 57 miljoen euro in een andere financiële divisie dan Juve met zijn 320 miljoen euro omzet. Van Genoa's Europese forfait profiteerde stadsgenoot Sampdoria, een jaar geleden overgenomen door de excentrieke filmproducent Massimo Ferrero. Sampdoria, dat met 44 miljoen een nog kleiner jaarbudget hanteert dan de stadsrivaal, kreeg pas op 19 juni van de UEFA in Nyon groen licht, waardoor het vorige week na vijf jaar afwezigheid in Europa terugkeerde. Eind juni kwam er, na het failliet van Parma en het gemiste Europese ticket van Genoa, nog slecht nieuws, met het omkoopverhaal van tweedeklasser Catania, waar voorzitter Antonino Pulvirente (53) met enkele medewerkers de laatste vijf wedstrijden gekocht zou hebben voor 100.000 euro per stuk, om de degradatie van de voormalige eersteklasser uit Sicilië af te wenden. Zijn spelers waren niet op de hoogte: Pulvirente was bang dat, als hij hen zou betrekken in zijn plannen, ze met hun voorkennis massaal aan het gokken zouden slaan op de uitslagen van de eigen ploeg. Wat procureur Roberto Di Martino - die operatie Last Bet (het Italiaanse gokschandaal dat nog steeds loopt) volgt sinds het gerecht van Cremona in juni 2011 de eerste aanhoudingen verrichtte - de voorbije jaren opviel bij tal van ondervragingen van profspelers is dat ze vaak overtuigd waren dat ze niets verkeerds hadden gedaan: 'Er is een verkeerde mentaliteit in het voetbal geslopen, die heerst vanaf jonge leeftijd. Ze geloven dat het de normaalste zaak van de wereld is dat er een afspraak voor een resultaat wordt gemaakt tussen twee ploegen. Een proces dat over enkele jaren plaatsvindt, schrikt spelers niet af.' Wat hem verrast, is dat niet alleen spelers in de lagere afdelingen maar ook in de topklasse omkoopbaar zijn. 'Wie niet betrokken is, wil zijn ploegmaats niet aanwijzen. Zwijgplicht, de omerta, is de regel, en als de club er ook nog eens rechtstreeks bij betrokken is, wordt het nog erger. Wie praat, isoleert zichzelf.' Naast het gokprobleem blijft het Italiaanse profvoetbal gegijzeld door supportersgeweld en de bijna maffiose druk van de Ultra's op hun teams. Het afgelopen seizoen alleen al waren er in de marge van het profvoetbal 1757 arrestaties en vielen er 267 gewonden, waaronder 27 stewards en 132 politiemensen. Zo'n 30 tot 40 procent van de aangehouden personen bij voetbalwedstrijden waren al bekend voor andere criminele feiten. Spelers van profploegen worden aangemaand zich te schikken naar de eisen van de fans. In november 2013 werd een wedstrijd van derdeklasser Nocerina na twintig minuten stopgezet omdat er maar zes spelers van het team op het veld overbleven. Vijf verlieten uit angst 'geblesseerd' het veld. Eerder hadden zo'n 200 Ultra's de spelers in hun hotel belaagd en aangemaand niet te spelen - en hen met de dood bedreigd als ze toch zouden spelen - om zich zo solidair te tonen met supporters die niet mee op verplaatsing mochten uit vrees voor rellen. Toen de sterke man van AS Roma, de Amerikaan James Palotta,in april niet protesteerde tegen de sluiting van de Curva Sud, nadat de Ultra's kwetsende spandoeken hadden opgehangen, keerden de fans zich tegen hem en regende het bedreigingen. Het was niet de eerste keer dat fans zich gewelddadig tegen het eigen bestuur keerden. In april 2012 gaf de voormalige voorzitter van Atalanta Bergamo, Alessandro Ruggeri,die op zijn 21e de club overnam van zijn zwaar zieke vader, aan dat hij Atalanta na een jaar verkocht had voor een veel te lage prijs, uit angst voor de Ultra's. 'Ik kreeg te veel bedreigingen. Zonder de aanhoudende intimidaties van de Ultra's had ik de club nooit verkocht.' Half april pakten zo'n dertig Ultra's de spelers van Cagliari aan in hun trainingscentrum, om de voetballers te laten voelen wie de echte baas is in het Italiaanse topvoetbal. Op hetzelfde moment gaf voormalig Realtrainer Carlo Ancelotti aan wat volgens hem het grote probleem is in het Italiaanse voetbal: 'In Italië voelen spelers zich gegijzeld door supporters zonder verstand.' De angst om met vrouwen en kinderen naar het stadion af te zakken leidde tot een daling van het gemiddelde aantal toeschouwers voor een wedstrijd in de Serie A tot 23.000. In Spanje bedraagt het gemiddelde 27.000, in Engeland 36.000 en in de Bundesliga 43.000. In vijf jaar tijd passeerden in de Serie A 1,2 miljoen toeschouwers minder langs de kassa. Dat er ook hoop is voor het Italiaanse voetbal toont het verhaal van Parma. Op 23 juni zag de lucht boven die stad nog inktzwart toen geen enkele overnemer zich meldde, waardoor de laatste kans verkeken werd op een nieuwe doorstart in tweede klasse. Eerder was op 19 maart de club failliet gegaan met een totale schuld van 218 miljoen euro, waaronder 74 miljoen sportieve schulden. Na maanden onderhandelen met schuldeisers en spelers hadden de curatoren die schuldenlast die bij een overname zeker moest terugbetaald worden, gereduceerd tot 22,6 miljoen, maar nog meldde niemand zich aan. Dus kwam er een eind aan de activiteiten bij de club die de afgelopen 25 jaar na Juventus, Milan en Inter de meeste prijzen won namens het Italiaanse voetbal (twee UEFA Cups, één Europabeker voor bekerwinnaars en drie Italiaanse bekers). Het laatste jaar speelde een noodploeg de competitie uit met de steun van supporters, sympathisanten en de federatie, waarbij ze verrassend nog Inter klopten en gelijkspeelden tegen kampioen Juventus. Begin juli werd een nieuw team opgestart, dat in de Serie D, de hoogste reeks van het amateurvoetbal, een nieuwe start wil nemen. Voorzitter wordt Nevio Scala (67),die met Parma de grote successen beleefde en zijn trainerscarrière in 2004 bij Spartak Moskou beëindigde, na omzwervingen langs Dortmund, Besiktas en Sjachtar Donetsk. Technisch directeur wordt ex-kapitein Lorenzo Minotti, hoofdtrainer Luigi Appolini.In het bestuur komt de 53-jarige Guido Barilla van de gelijknamige pastagigant. Barilla is een van de vele lokale ondernemers die van onderen uit op een gezonde basis een voetbalclub wil oprichten. 'Ons doel is biologisch groeien, zonder toegevoegde middelen', zegt Scala. Parma wil stap voor stap gaan, met een team samengesteld uit jong talent - de plaatselijke beloften verloren de finale van het Italiaanse kampioenschap van Inter - en een paar routiniers, onder wie kapitein Alessandro Lucarelli,die maanden geleden al aangaf dat hij, ongeacht in welke reeks, bij de club zou blijven: 'Ik ben gestorven met Parma en met Parma wil ik verrijzen.' ?DOOR GEERT FOUTRE - FOTO'S BELGAIMAGEDat geen van beide Milanese clubs Europees voetbalt, is veelzeggend voor wat het Italiaanse topvoetbal vandaag nog voorstelt.