Dat Real Madrid 100 miljoen euro - of iets in die orde van grootte - neertelde voor Gareth Bale, vindt André Villas-Boas, trainer van Tottenham, de club die dat immense bedrag incasseerde, niet abnormaal. "De transfermarkt lijkt op elke andere markt", vindt de Portugese trainer. "Een markt waar veel geld omgaat en waar veel geld in spelers geïnvesteerd wordt, volgens mij op een normale manier."
...

Dat Real Madrid 100 miljoen euro - of iets in die orde van grootte - neertelde voor Gareth Bale, vindt André Villas-Boas, trainer van Tottenham, de club die dat immense bedrag incasseerde, niet abnormaal. "De transfermarkt lijkt op elke andere markt", vindt de Portugese trainer. "Een markt waar veel geld omgaat en waar veel geld in spelers geïnvesteerd wordt, volgens mij op een normale manier." In Zuid-Europa, waar de rivier Douro uitmondt in de Atlantische Oceaan, ligt de club waar Villas-Boas in de jaren 2000 werkte: FC Porto. Een club die gespecialiseerd is in het goedkoop aankopen van, bij voorkeur Latijns-Amerikaans, voetbaltalent, om die spelers later voor een veelvoud van de geïnvesteerde sommen van de hand te doen. Op die manier heeft de Portugese club de afgelopen tien jaar voor meer dan 470 miljoen euro aan spelers verkocht (zie kader). "Ze zoeken voetballers aan het begin van hun loopbaan die amper bekend zijn", zegt clubicoon Vítor Baía. De voormalige international won als doelman met Porto tien landstitels én de Champions League in 2004. "Het geheim van deze club", verklapt Baía, "is het potentieel van die spelers correct in te schatten, hen tot toppers te laten ontwikkelen en hen dan voor een astronomisch bedrag te verkopen." Dat proces begon in de jaren zeventig, toen de betere Portugese profs naar het buitenland verhuisden. Ze werden vervangen door Zuid-Amerikanen, vooral Brazilianen, wegens de koloniale banden, de gemeenschappelijke Portugese taal en omdat Brazilianen in die tijd nog betaalbaar waren. Intussen is de Braziliaanse markt te duur voor het Portugese groothandelshuis en heeft men andere inkoopmarkten ontdekt. Het laatste Braziliaanse succesverhaal, meteen dé topverkoop van de club, betreft Hulk, voor zestien miljoen euro weggekocht bij het Japanse Tokyo Verdy, en voor 55 miljoen euro - een record voor 2012 - verkocht aan Zenit Sint-Petersburg. Tegenwoordig mikt Porto op Colombianen. Zo haalde het Radamel Falcao voor 5,4 miljoen uit Argentinië. Hij werd voor 47 miljoen doorverkocht aan Atlético Madrid. Vervolgens verhuisde James Rodríguez (aangekocht voor 7,3 miljoen euro) voor 45 miljoen naar AS Monaco. Vandaag speelt bij FC Porto de twintigjarige Colombiaanse middenvelder Juan Quintero, afgelopen zomer voor vijf miljoen weggehaald bij de Italiaanse degradant Pescara. Hoeveel hij zal opbrengen, is nog niet bekend, maar het voorbeeld van Quintero toont hoe uitgekiend de huisstijl functioneert. "We scoutten Juan al in Colombia toen hij nog jong was", zegt clubvoorzitter Jorge Nuno Pinto da Costa aan het Portugese voetbalblad O Jogo. "En afgelopen seizoen volgden we hem bij Pescara. We wisten hoe hij zich gedroeg op en naast het veld, hoe zijn levensstijl was. We wisten álles." Kortom: kennis is geld waard. "Porto is de club die het best verkoopt," zegt Vítor Baía, "maar om goed te kunnen verkopen, moet je eerst goed alles van tevoren inschatten." Honderden scouts speuren voor FC Porto wereldwijd naar talent, de meesten in Zuid-Amerika. Bij weinig andere clubs is scouting zo belangrijk, aldus André Villas-Boas, die in 2011 met Porto de treble won (titel, beker en Europa League). "De scouting is zo goed dat er elke keer opnieuw een succesvol team opstaat." De vraag of het om eigen scouts gaat dan wel om makelaars die voor de club werken, wordt niet beantwoord. FC Porto is voor niet-leden een gesloten vesting, naar het voorbeeld van het hermetisch afgesloten trainingscentrum Vila Nova de Gaia. Supporters mogen er niet binnen, gesloten trainingen zijn de norm. Uiteindelijk past de handelsclub bij een handelsstad en doet FC Porto vandaag met voetballers precies wat Portugal in de vorige eeuwen deed met de grondstoffen uit de koloniën: goedkoop inkopen, bewerken en vervolgens duur verkopen. Verantwoordelijk voor die politiek is voorzitter Pinto da Costa. Sinds hij in 1982 aan het roer kwam, vergaat het de club, die intussen Benfica inhaalde als vaandeldrager van het Portugese voetbal, steeds beter. In 1984 verliest FC Porto nog de finale van de beker voor landskampioenen, maar in 1987 is het een eerste keer raak, tegen het Bayern München van Jean-Marie Pfaff. In 2003 pakt de Portugese club de UEFA Cup, een jaar later verovert ze met José Mourinho de Champions League. Met nog eens winst in de Europa League in 2011 behoort Porto tot het kransje van de meest succesvolle Europese clubs uit de laatste dertig jaar. "Pinto da Costa heeft de richting aangeduid en een winnaarsmentaliteit ingeplant", zegt Villas-Boas. Dat de voorzitter wel eens verdacht wordt scheidsrechters beïnvloed te hebben of opgepakt wordt op beschuldiging van corruptie (hij kwam op borgtocht vrij), sterkt hem in de keuze van het clubmotto dat te lezen viel bij de opening van het clubmuseum op 26 oktober: 'Tegen alles en allen.' Die leuze is vooral tegen de clubs uit Lissabon gericht, ontsproten uit de eeuwige frustratie van het kleinere Porto, dat opbokst tegen de hoofdstad, waar men wel eens lacht met de hardwerkende mens uit het noorden. "Wij verrichten hier wonderen, als je ziet hoe alles in Portugal op Lissabon gericht is", zegt Vítor Baía ernstig. De wraak komt telkens als Porto kampioen wordt ten koste van een club uit de hoofdstad. Dat werd nog eens getoond op het Gala dos Dragões ter gelegenheid van de 120e verjaardag van de club, een paar weken geleden. Het is een fragment uit de slotfase van de laatste wedstrijd van afgelopen seizoen. Benfica stond met een 1-1-gelijkspel op het punt de titel te pakken, maar in blessuretijd schoot de 19-jarige Braziliaan Kelvin de 2-1 op het bord, waardoor Porto opnieuw kampioen werd. Het was de twintigste titel sinds 1985. DOOR MARTINA FARMBAUER - BEELDEN: IMAGEGLOBE"Porto is de club die het best verkoopt." Vítor Baía