Verdomme

7 maart 2020 was de laatste keer dat er nog gevoetbald werd met fans in het stadion. Liefst 188 dagen geleden was dat, al maakten de 1038 opgedaagde fans in Eupen nog onvoldoende lawaai om AA Gents algemeen manager Michel Louwagie te overstemmen wanneer die bij balverlies van sommige spelers (namen op verzoek te krijgen) luid en voor iedereen duidelijk hoorbaar vloekte.
...

7 maart 2020 was de laatste keer dat er nog gevoetbald werd met fans in het stadion. Liefst 188 dagen geleden was dat, al maakten de 1038 opgedaagde fans in Eupen nog onvoldoende lawaai om AA Gents algemeen manager Michel Louwagie te overstemmen wanneer die bij balverlies van sommige spelers (namen op verzoek te krijgen) luid en voor iedereen duidelijk hoorbaar vloekte. Dat is het lot van alle bezoekende clubbesturen in Eupen, die op de rij voor de persbanken plaats vatten en die je dus bij wijze van spreken een tik op de schouder mag geven of even vragen waarom Roman Jaremtsjoek er niet bij is. Heerlijk toch? Voor de pers tenminste. Jordi Condom, technisch directeur bij KAS Eupen, is een man van zijn woord. Want wat zei hij in volle voorbereiding? 'We willen komend seizoen een kleinere kern. Het mag niet opnieuw gebeuren dat we 28 man in de kern hebben. Liever 15 goeie, omringd door jonge spelers. Wij zijn Standard of Anderlecht niet die zich kunnen permitteren om 28 man in de kern te hebben.' Condom houdt zich aan zijn belofte: vorige week had Eupen 'slechts' 26 kernspelers. Aardige vent, Eupentrainer Beñat San José. Meestal mag je op een persconferentie na een match een trainer maximaal vier à vijf vragen stellen, maar Beñat bleef gewoon zitten tot iedereen al zijn vragen kwijt was. Gevolg? Om kwart voor twaalf naar huis, al had dat natuurlijk ook met het late aanvangsuur te maken. László Bölöni verliet het vragenrondje eerder, maar die moest nog een eind rijden. Leuke woordspeling na de Europese loting van KAA Gent: dat wordt weer Wenen. Wanneer u dit leest, weet u al of het tranen van verdriet dan wel van geluk waren. Op Eupen bracht Michael Ngadeu met een domme rode kaart zijn ploeg in de problemen. Een speler een opzichtige duw geven terwijl de scheids er bij staat: je moet het maar durven. Eeuwen geleden had dit blad, dat in dit land als allereerste met spelersquoteringen startte in 1992/93, naast de Top van de Week ook nog een andere, meer gevreesde rubriek: in Flop van de Week konden redacteurs zich uitleven in het verzinnen van vernietigende commentaren en woordspelingen, die er soms toe leidden dat ouders, vrienden en fans van spelers naar de telefoon grepen (toen was er nog geen mail). Wat verscheen er daar zoal? 'Kwam voor het eerst in beeld toen hij vervangen werd.' 'Werd pas uit zijn lijden verlost toen de trainer hem naar de kant haalde.' 'Liep overal maar vooral in de weg.' 'Verzoop op het middenveld, niemand die hem van de verdrinkingsdood redde.' Soms bleef je als redacteur nadien wel beter enkele weken uit sommige stadions weg. Michael Ngadeu beseft niet hoe gelukkig hij mag zijn dat hij geen twintig jaar eerder is geboren. Geen Didier Lamkel Zé bij Antwerp, omdat hij zijn kat stuurde toen hij hoorde dat Antwerp een bosloop voorzag als voorbereidende training. Lamkel Zé dacht ongetwijfeld aan wat Trond Sollied antwoordde op de vraag waarom hij in de voorbereiding zijn spelers niet af en toe het bos in stuurde, zoals men dat toen gewoon was: 'Omdat ik nog nooit een boom op een voetbalveld heb gezien.'