Op de vooravond van de kwartfinale van dit WK tussen Duitsland en Frankrijk waren de Duitse kranten het roerend eens: er kon in geval van een nederlaag onmogelijk met bondscoach Joachim Löw worden doorgegaan. De machtige boulevardkrant Bild pakte zelfs zonder gêne uit met mogelijke opvolgers en citeerde de namen van onder meer Jupp Heynckes en Jürgen Klopp. Maar ook de kwaliteitskranten wreven de bondscoach blunders aan. Duitsland gaf (te) veel ruimte weg en bracht geen dominant voetbal, niets bleef er over van het sprankelende en creatieve spel waarmee Löw in 2006, als assistent van Jürgen Klinsmann, mee een cultuuromslag had ingeluid. De koppige Löw, zo klonk het in een schier eindeloze reeks aanklachten, had het Duitse voetbal niets meer te bieden, de bondscoach werd net niet terechtgesteld.
...

Op de vooravond van de kwartfinale van dit WK tussen Duitsland en Frankrijk waren de Duitse kranten het roerend eens: er kon in geval van een nederlaag onmogelijk met bondscoach Joachim Löw worden doorgegaan. De machtige boulevardkrant Bild pakte zelfs zonder gêne uit met mogelijke opvolgers en citeerde de namen van onder meer Jupp Heynckes en Jürgen Klopp. Maar ook de kwaliteitskranten wreven de bondscoach blunders aan. Duitsland gaf (te) veel ruimte weg en bracht geen dominant voetbal, niets bleef er over van het sprankelende en creatieve spel waarmee Löw in 2006, als assistent van Jürgen Klinsmann, mee een cultuuromslag had ingeluid. De koppige Löw, zo klonk het in een schier eindeloze reeks aanklachten, had het Duitse voetbal niets meer te bieden, de bondscoach werd net niet terechtgesteld. Juist voor die match tegen Frankrijk besloot Löw tot een frappante wijziging in zijn ploeg: hij hevelde Philipp Lahm vanuit het middenveld over naar zijn vertrouwde positie van rechtsachter en joeg de tot bankzitter gedegradeerde Miroslav Klose weer in de spits. En plots viel de ploeg in de plooi. Eerst zonder glans controlerend tegen Frankrijk en vervolgens als een tornado walsend over Brazilië in een van de meest memorabele WK-wedstrijden uit de geschiedenis. En eensklaps werd Joachim Löw weer in de adelstand verheven. Hij, die tijdens het EK van 2012 nog een gammele tactiek werd aangewreven, leidde zijn team tegen Argentinië naar de wereldtitel. Met veel bloed, zweet en tranen. En met een weergaloos doelpunt van Mario Götze.Het is verbazend dat er voor dit WK haperingen optraden in het gerestaureerde Duitse voetbal. Kracht en loopvermogen namen aanvankelijk weer de bovenhand, terwijl juist die wapens tijdens het WK van 2006 in eigen land waren ingeruild voor creativiteit en inventiviteit. Het was het gevolg van een drastisch gewijzigde jeugdopleiding met balvaardigheid als het absolute credo. Maar het was ook een uitloper van tal van multiculturele invloeden. Löw, als clubtrainer niet echt succesvol en zeker niet vernieuwend, ontpopte zich tot een predikant van aanvallend voetbal. Hij hield tal van lezingen waarin hij vertelde dat de schoonheid van het spel altijd voorop moest staan. Vreemd dat Löw tijdens dit WK voor de haast verpletterende druk van de media bezweek en voor resultaatvoetbal koos. De avonturier werd een pragmaticus. Het getuigt van kwetsbaarheid bij een trainer die zich naar de buitenwereld een aura van onverstoorbaarheid aanmeet. Maar die zich ook intern laat corrigeren. Zo weigerde Löw aanvankelijk op training te werken aan standaardsituaties. Hij vond dat tijdverlies en stak zijn energie liever in het verfijnen van het combinatievoetbal. Slechts vorig jaar veranderde hij onder herhaaldelijke druk van zijn assistenten van idee en constateerde nu dat vijf van de achttien gemaakte doelpunten uit stilstaande fases vielen. Marc Wilmots kan zich eraan spiegelen. Het is een paradox dat Duitsland de wereldtitel pakte terwijl het, op de match tegen Brazilië na, minder flitsend voetbalde dan in 2006 en 2010. Maar het staat model voor een toernooi waarin vele toplanden onder de verwachtingen bleven. Brazilië, dat meer dan ooit nood heeft aan een nieuwe ploeg, imponeerde ook met Neymar amper en Argentinië beet zich in de eerste ronde de tanden stuk op Iran. Van alle Zuid- en Latijns-Amerikaanse landen maakten zij in de groepsfase het minste indruk. Veel aantrekkelijker was toen het voetbal van Chili, Colombia, Costa Rica en bij vlagen zelfs Mexico en Uruguay. Dat Lionel Messi toch door de FIFA werd verkozen tot de beste speler van het toernooi is ronduit bespottelijk. Dit WK frappeerde door de toenemende ruwheid van het spel en het bedenkelijk niveau van de arbitrage. Het was ook niet het toernooi van de mythische voetballers. De ploeggeest nam uiteindelijk de bovenhand op het individualisme. Duitsland bracht het op een perfecte manier in de praktijk. Met vallen en opstaan, maar uiteindelijk met een juiste balans tussen verdedigend en aanvallend denken. En vooral: met het vermogen om snel om te schakelen en het geduld om ook openingen te vinden als de ruimtes worden afgesneden. Vooral dat stond in de aanpak van Joachim Löw centraal toen hij na het WK van 2006 bondscoach werd. DOOR JACQUES SYSVoor de kwartfinale werd Joachim Löw net niet terechtgesteld.