In de lente van 2007 staat Denderleeuw op zijn kop wanneer FC Verbroedering Dender Eendracht Hekelgem, een samensmelting van Verbroedering Denderhoutem en FC Denderleeuw, de deur naar eerste klasse open beukt. In de weken voor die tweede promotie op rij is sportief manager Roland Van den Bosch druk bezig met de voorbereiding op het volgende seizoen. Via een Aalsterse makelaaar komt hij in contact met Real Murcia, een Spaanse tweedeklasser die zou promoveren naar de Primera División. Van den Bosch vliegt een paar keer over een weer naar Spanje en tegen de zomer hebben de twee partijen een akkoord: Dender mag uit de B-kern een viertal spelers kiezen en Murcia past een deel van hun salaris bij. 'Ik ging ervan uit dat we een paar Spanjaarden zouden strikken en ik heb dus bewust de Belgische markt links laten liggen', herinnert Van den Bosch zich. 'Op de laatste meeting in Spanje waren voorzitter Patrick De Doncker en trainer Jean-Pierre Vande Velde meegekomen. We zaten daar allemaal rond de tafel en plots stond de trainer van Murcia recht. 'Geen sprake van dat ik spelers afgeef. Die blijven tot eind augustus bij Murica.' Maar wij begonnen de competitie wel in juli. Daar stonden we dus... Op het vliegtuig heeft de voorzitter geen woord tegen mij gezegd. We hebben moeten corrigeren in de winterstop.'
...

In de lente van 2007 staat Denderleeuw op zijn kop wanneer FC Verbroedering Dender Eendracht Hekelgem, een samensmelting van Verbroedering Denderhoutem en FC Denderleeuw, de deur naar eerste klasse open beukt. In de weken voor die tweede promotie op rij is sportief manager Roland Van den Bosch druk bezig met de voorbereiding op het volgende seizoen. Via een Aalsterse makelaaar komt hij in contact met Real Murcia, een Spaanse tweedeklasser die zou promoveren naar de Primera División. Van den Bosch vliegt een paar keer over een weer naar Spanje en tegen de zomer hebben de twee partijen een akkoord: Dender mag uit de B-kern een viertal spelers kiezen en Murcia past een deel van hun salaris bij. 'Ik ging ervan uit dat we een paar Spanjaarden zouden strikken en ik heb dus bewust de Belgische markt links laten liggen', herinnert Van den Bosch zich. 'Op de laatste meeting in Spanje waren voorzitter Patrick De Doncker en trainer Jean-Pierre Vande Velde meegekomen. We zaten daar allemaal rond de tafel en plots stond de trainer van Murcia recht. 'Geen sprake van dat ik spelers afgeef. Die blijven tot eind augustus bij Murica.' Maar wij begonnen de competitie wel in juli. Daar stonden we dus... Op het vliegtuig heeft de voorzitter geen woord tegen mij gezegd. We hebben moeten corrigeren in de winterstop.' Dender is niet klaar voor eerste klasse. Tegen de toppers zakken er tot duizend eters af naar het stadionnetje. Ter vergelijking: vandaag geraakt Dender in de eerste amateurklasse met moeite aan veertig man. De accommodatie is niet voorzien op profvoetbal: spelers moeten tussen twee trainingen dutten in een zetel of in hun auto, containers worden omgebouwd tot kleedkamers en de club laat een paar kranen aanrukken om mobiele lichtmasten aan vast te hangen. 'Het was één groot avontuur', zegt Patrick Asselman, die als assistent-trainer alles van heel dichtbij meemaakte. 'Elke week was het met verwondering uitkijken naar wat ons te wachten stond. Vanaf januari voelden we ons pas een volwaardige eersteklasser.' Het seizoensbegin valt een beetje tegen: Dender verliest drie van zijn eerste vier duels en pakt enkel thuis tegen Anderlecht een punt. Een gelijkspel met nare gevolgen voor Jean-Pierre Vande Velde: hij moet door een weddenschap 25 kilometer te voet, van het stadion naar huis. Tegen het einde van november wordt na een reeks tegenvallende resultaten afscheid genomen van Vande Velde. Johan Boskamp is op dat moment vrij en het bestuur weet tot zijn eigen verbazing de Nederlander te strikken. Tijdens zijn openingsspeech vallen de monden van alle spelers open en met een 10 op 12 tegen Genk, Zulte Waregem, Standard en Gent legt hij meteen de basis voor het behoud. 'Zijn komst was een reclamestunt voor Dender', aldus Sébastien Dufoor. 'Maar het was de club niet alleen om de media-aandacht te doen. Boskamp was gewoon een goede trainer. Voor en na de training kon je met hem dollen, op het veld vroeg hij opperste concentratie.' Boskamp is een controlefreak. De dag na een zaterdagavondmatch vraagt hij de spelers om hem op de wang te kussen om na te gaan wie alcohol heeft gedronken. Door zijn sterke persoonlijkheid moet de Rotterdammer niets zeggen om een kleedkamer het zwijgen op te leggen, het wordt vanzelf stil wanneer hij binnenkomt. De spelers durven hem amper aan te kijken. Fred Vanderbiest, tijdens de winterstop overgekomen van Roeselare, is een uitzondering. 'Ik had geen schrik van Boskamp, want ik kende hem al van mijn vijf jaar. Het café van mijn vader was de stamkroeg van Boskamp. Ik ben dus voor hem naar Dender gegaan. Was hij er niet geweest, dan had ik gepast. Hij heeft niet alleen mij, maar ook jongens als Deflandre, Berthelin en Zewlakow over de streep getrokken om tijdens het tweede deel van het seizoen naar Dender te komen.' Bij zijn komst had Boskamp garanties gekregen dat hij in januari versterking zou krijgen. Hij wilde er absoluut spelers bij met een over-mijn-lijkmentaliteit, mannen met wie hij zonder veel zorgen naar de oorlog kon. 'Ik heb het gala van de Gouden Schoen altijd links laten liggen, maar dat seizoen ben ik er voor het eerst naartoe gegaan', zegt Van den Bosch. 'Ik had maar één doel: spelers benaderen en polsen of ze naar Dender wilden komen. Daar heb ik voor het eerst met Deflandre en Zewlakow gesproken. Het moeilijkste was om Vanderbiest los te weken bij Roeselare.' De transfer van Berthelin is slapstickmateriaal van het zuiverste soort. Hij heeft met zijn club Mons afgesproken dat hij gratis mag vertrekken van 1 tot 30 januari. 'Ik ben uiteindelijk nog mogen vertrekken op 31 januari. Omdat Mons vergeten was de datum te checken... Ik zag Boskamp voor het eerst toen hij in een afgeleefde pluchen zetel zat in de oude tribune. Zijn stem weergalmde door heel het gebouw en ik dacht: wat krijgen we nu? Ik kende hem enkel van naam, maar je kunt niet anders dan luisteren naar iemand met zo'n carrière. Mijn maten vroegen zich wel af hoe ik hem kon verstaan. Kijk, als hij zich enerveerde, dan was zijn Frans best wel begrijpbaar. Maar als hij in het Frans begon, dan was dat nooit een goed teken.' Maar Boskamp kan niet verhinderen dat Dender eind januari klop krijgt van Anderlecht in de kwartfinales van de beker van België. Van den Bosch: 'We verliezen met 3-0 en we zitten met twee geblesseerden. Bij aankomst in Denderleeuw maak ik aanstalten om de bus te verlaten, maar Boskamp houdt hij me tegen. 'Wat doe je nu? Je neemt je agendaboekje en je gaat makelaars bellen. Morgenvroeg wil ik een vergadering met enkele mensen.' Het was al na middernacht, maar ik ben dus makelaars beginnen op te bellen op het parkeerterrein van het stadion.' Het is slechts een van de vele anekdotes waarin Boskamp een rol speelt. Achter de brulsmoel van Boskamp gaat echter een erg zorgzame trainer schuil, die met vriendschappelijke oorvegen zijn spelers begroet en een zwak heeft voor de jeugd. Zeker voor Anthony Cabeke, Daan De Pever en Gil Servaes, drie jongens met een verleden bij RWDM. Boskamp heeft wel een ongewone manier om zijn appreciatie uit te drukken. De jonkies moeten zich omkleden in een aparte kleedkamer en mogen geen voet zetten bij de kinesisten. Volgens Boskamp moeten jonge spelers op hun tanden leren bijten. 'Ik herinner mij ook nog een voorval na een match op Lokeren', aldus Cabeke. 'Servaes, De Pever en ik zaten toen op de bank en de ploegafgevaardigde dacht dat we Boskamp aan het uitlachen waren. Ik weet niet vanwaar hij dat haalde. De dag erna werden we ontboden in het bureau van Boskamp. We zaten met een ei in de broek en hij heeft ons echt afgemaakt. Hij zei: het is de afgevaardigde of jullie, maar de leugenaar zal vliegen! Hij heeft het uiteindelijk zo gelaten.' De aanloop naar de match tegen Club Brugge is een zenuwachtige bedoening. De West-Vlamingen moeten eraan en worden kapot geanalyseerd door Boskamp. Op 22 maart 2008 is het zover: het minuscule maar oergezellige Florent Beeckmanstadion is voor het eerst tot de nok gevuld - het publiek hijgt zelfs in de nek van de spelers. Voor mensen uit de streek is het een speciale match: veel sympathisanten van Dender zijn supporter van Club Brugge en omgekeerd. 'Ik had alle respect voor Club Brugge, maar we wisten op voorhand dat zij ons niet zouden wegspelen', klinkt het bij Asselman. 'De opstelling zei genoeg: Maertens en Simaeys achteraan, een middenveld met Englebert, Geraerts en Leko... Vergelijk dat team met de spelers die nu op het veld staan.' Het kleine veld en de doorregende ondergrond spelen in het voordeel van Dender. 'We voelden ons die dag onoverwinnelijk, er kon ons niets overkomen', zegt Fred Vanderbiest. 'Ik had maar één opdracht: Leko schaduwen. Ik zou hem zelfs gevolgd hebben tijdens zijn plaspauze. Ik vloog er een paar keer stevig in en ik zag de moed in zijn schoenen zinken. Ik wist toen dat ik mentaal de bovenhand had genomen. Ik ben Leko later tegengekomen op de Pro Licence en we zijn blijkbaar nog niet uitgepraat over die match.' Een kwartier voor tijd gebeurt het ondenkbare. Met een schuiver knalt invaller Paco Sanchez, die in januari bij Excelsior Mouscron wordt weggehaald omdat hij pas derde keuze is na Walter Baseggio en Alin Stoica, zich in de geschiedenisboeken. Bij het doelpunt lijkt Stijn Stijnen wel aan de grond genageld. 'Van zodra de bal van mijn voet vertrok, wist ik dat de curve goed zat', beweert Sanchez. 'Ik zag de ontzetting in de ogen van de spelers van Brugge en ik was zelf ook in shock. Had ik Dender net op weg gezet naar een overwinning tegen Club? Dat spookte door mijn hoofd. Ik zou toen duizenden euro's betaald hebben aan de scheids om de match vroeger af te fluiten', lacht hij. Sanchez speelde meer dan 150 wedstrijden in eerste klasse en won de beker van België met Excelsior, maar zijn doelpunt tegen blauw-zwart is naar eigen zeggen de meest tastbare herinnering die hij overhoudt aan zijn carrière. Vreemd genoeg was er haast niemand uit zijn directe omgeving aanwezig in het stadion. 'Ik had mijn familieleden verwittigd dat ik op de bank zou starten en ze vonden het dus niet de moeite om naar Denderleeuw te komen. Na de match stond mijn telefoon natuurlijk op ontploffen. Ik heb eerst mijn vrouw gebeld, daarna mijn ouders en ik moest het hele verhaal nog eens overdoen aan mijn neven. Voor de rest heb ik die avond geen gekke dingen uitgestoken. Ik moest nog 90 kilometer terugrijden naar mijn woonplaats Beaudour in Henegouwen.' De crazy gang, het groepje rond absolute sfeermakers als Dufoor en Berthelin, laat het feestje niet aan zich voorbijgaan. Een deel van de ploeg fuift de hele nacht door en blijft in Denderleeuw overnachten. Terugkeren naar huis zit er niet meer in. Van de vipruimte gaat het rechtstreeks naar de training. Volgens de overlevering meldt Dufoor zich ladderzat aan op training en moet hij een bloedstaal afstaan aan de clubdokter. Boskamp verbiedt Dufoor uiteindelijk om mee te trainen omdat er nog te veel alcohol in zijn lichaam zit en hij krijgt er nog een serieuze boete bovenop. Dufoor staat bekend als Mister Carré: na een overwinning troont hij de jongens mee naar de beruchte discotheek en zorgt hij ervoor dat de bende nooit moet aanschuiven. De Carré is zijn tweede huis. 'Het woord feestje is nog héél zacht uitgedrukt om te beschrijven hoe we een overwinning vierden', aldus Johan Gerets. 'We hadden een groep die tegen een stootje kon. Ik ben zelf een gevoelsmens en voor mij was dat seizoen het mooiste uit mijn carrière. Vooral door de vriendschappen die ik heb overgehouden. We hadden boys met veel pit, maar qua karakter pasten we perfect bij elkaar.' Twee speeldagen voor het einde is het behoud een feit na een 2-1-zege tegen Zulte Waregem. Bij Dender beseft iedereen dat het een klein mirakel is dat de club zich handhaaft bij de elite. 'Vooraf dachten veel waarnemers dat we amper 10 tot 15 punten zouden halen', aldus Timothy Derijck, die na zijn huurperiode bij Dender terugkeert naar Feyenoord. 'Ons seizoen had iets wonderlijks: we wisten dat we negen matchen op de tien onder zouden liggen. Maar alle spelers werkten voor elkaar en we gunden elkaar alles.' Voor de jonge Gil Servaes moet het hoogtepunt van het seizoen nog komen: hij speelt zich in de kijker op Sclessin 'Het was de eerste thuismatch van Standard na het behalen van de titel. Ik stond op vijf meter van Derijck, met de sfeertribune achter mij, maar we konden elkaar niet horen. We verloren met 3-0, maar in sommige kranten werd ik beloond met een 8. De complimenten van Michel Preud'homme kreeg ik er zomaar bij.' Na die match is Servaes het 'slachtoffer' van een transferoorlog tussen Standard en Anderlecht. Manager Van den Bosch vangt op dat de Rouches Servaes willen halen en hij lekt het nieuws naar zijn goede vriend Herman Van Holsbeeck. Een paar maanden later tekent Servaes een contract bij Anderlecht. Opdracht volbracht voor Van den Bosch en hij vertrekt in de zomer met een gerust hart naar Union in de wetenschap dat Dender voor meerdere jaren vertrokken is in eerste klasse. Een jaar later loopt het al fout en degradeert Dender. 'Die degradatie heeft mij een fiets gekost. Ik was zo zeker van mijn stuk dat ik een weddenschap aanging met de zoon van mijn vriendin: 'Als Dender niet bij de eerste negen eindigt, krijg je een fiets.' De zware contracten die de club heeft meegenomen naar tweede klasse en de afbetaling van het stadion waren de doodsteek voor de club.'