Hulptrainer Pierre Denier, vanaf dag één verbonden met Racing Genk en voor de fusie in 1988 voetballend voor Winterslag, kan zich als zoon van een mijnwerker goed voorstellen wat de getroffen gezinnen nu doormaken.
...

Hulptrainer Pierre Denier, vanaf dag één verbonden met Racing Genk en voor de fusie in 1988 voetballend voor Winterslag, kan zich als zoon van een mijnwerker goed voorstellen wat de getroffen gezinnen nu doormaken. "Ik kan je verzekeren dat het drama bij Ford ook binnen de spelersgroep leefde. In de eerste plaats bij Jelle Vossen, die er het dichtst bij staat omdat zijn vader zijn job kwijt is. Maar ook de buitenlandse spelers waren onder de indruk en ik merkte dat ook zij het er vaak over hadden. Alles hangt hier aan elkaar, veel fans werken bij Ford en voor hen neemt dat abonnement een flinke hap uit het gezinsbudget. "Jelle heeft voor de wedstrijd tegen Sporting de groep toegesproken in de kleedkamer en iedereen opgeroepen om tot het uiterste te gaan, om alle getroffenen te helpen om even hun miserie te vergeten. "Veel van onze supporters hebben ooit in de mijnen gewerkt, of daarna bij Ford Genk. Harde werkers allemaal en die bezieling willen ze ook terugzien op het veld. Dat leefde nog sterker bij Winterslag, de mijnwerkersploeg waar ik speelde met mijn broer Thieu. In die tijd viel er nog niet veel geld te rapen met het voetbal, dus werkten wij overdag: hij bij Ford, ik zestien jaar lang als magazijnier bij voedingsbedrijf Yoko. 's Morgens vertrok ik met drie tassen: één om te werken, één om me om te kleden en één om te trainen. Het waren lange dagen toen, om half acht 's morgens beginnen en dan na je uren nog gaan trainen. Ik ben 's avonds meer dan eens in slaap gevallen achter mijn bord soep. "Vroeger zijn we een paar keer met de voltallige spelersgroep afgezakt naar Ford Genk voor een bedrijfsbezoek. De jongens van de streek wisten wel wat dat was, maar de anderen trokken grote ogen toen ze daar hun collega Wilfried Delbroek aan het werk zagen als puntlasser en merkten wat voor zwaar werk hij daar deed. En als hij 's avonds kwam trainen, ging Wilfried altijd voorop in de strijd. Ook Mike Origi werkte toen bij Ford. Ik kan er zelf van meespreken: als je de andere kant hebt meegemaakt, is iedere dag als profvoetballer een feest. Hopelijk beseft elke voetballer hoe uitzonderlijk het is dat je van je hobby je job kunt maken. "Het is niet de eerste keer dat deze regio getroffen wordt door zo'n drama. Mijn vader moest iedere dag naar de mijn van Zwartberg en vertrok voor dag en dauw. Toen die mijn dichtging, vertrok hij met een bang hart. Er was heel veel woede en agressiviteit bij die kompels. Elke dag waren er zware rellen met rookbommen en vechtpartijen en er zijn toen helaas ook een paar doden gevallen. Eigenlijk is ook KRC Genk een indirect gevolg van de sluiting van de mijnen. Zowel Winterslag als Waterschei waren mijnwerkersploegen en zolang het daar nog draaide, wilden ze allebei van geen fusie weten. Pas toen de mijnen één voor één sloten en overleven niet meer lukte, is dat er- van gekomen. "We waren met zevenen thuis en hadden niets te veel, maar ook niets te weinig. Verder studeren zat er toen nog niet in, dus zijn mijn broers en ik vrij vroeg beginnen te werken. Luxe heb ik als kind nooit gekend. Ik vrees dat we nu weer naar die tijden terugkeren. Ik heb een buurman van tegen de zestig die bij Ford werkt. Voor hem is het erg, maar er valt nog mee te leven. Voor de jonge mensen, die aan het begin van hun loopbaan staan, wordt het erg zwaar. " Jan Vandermeulen lag als voorzitter van Winterslag mee aan de basis van de fusie met Waterschei in 1988. Hij werd afgevaardigd bestuurder van Genk tot zijn ontslag in 1994. "Op 1 november zal het 50 jaar geleden zijn dat ik aan de slag ging bij Ford. In Genk stond toen enkel een aanwervingsbureau. Ik had vier jaar in de mijn gewerkt, van 1958 tot 1962, maar wij wisten toen al dat de mijnen een aflopend verhaal waren. Daarom solliciteerde ik bij Ford. Ik kreeg er stamnummer 31 als een van de allereerste werknemers. De eerste maanden werkte ik nog in Keulen, in het weekend kwam ik naar huis. Mijn eerste job was in het onderhoud, later werd ik productiemanager in Hal C. "Eerst begon het in een 'kartonnen doos' in Zutendaal, met 300 man. Veel technische mensen kwamen over van Antwerpen. Wij waren mijnwerkers die moesten leren hoe een auto gemaakt werd. Ik heb de eerste auto's van de band zien rollen. Toen werkten er al 2000 à 3000 man. Op het hoogtepunt waren dat er 13.000 en werden er 2000 wagens per dag gemaakt. "Toen Winterslag kampioen werd in derde klasse, belde voorzitter Robert Raes of de kampioensviering niet op Ford kon plaatsvinden. De directeur accepteerde, op voorwaarde dat ik dat organiseerde. We zijn toen de spelers met rood en zwart geschilderde auto's gaan halen om ze naar het stadhuis te voeren en gaven een groot feest voor 300 man. Later vroeg Raes me of ik niet mee wilde in het voetbal stappen. Zo werd ik pr van Winterslag. Toen shirtsponsoring officieel toegelaten werd in eerste klasse, begin jaren zeventig, kwam de vraag of Ford dat niet wilde doen. De directeur vond dat interessant om de maatschappelijke betrokkenheid te vergroten en vroeg wat dat zou kosten. Ik had geen idee en zei: 750.000 frank per jaar (18.500 euro) plus kledij en ballen. Vier weken hoorde ik niets. Toen ik daarop de directeur suggereerde om het project af te blazen, zei hij: 'Als jij mijn zoon was, kreeg je nu een klap. Want ik kwam je net vertellen dat het in orde is.' Ik was zo blij dat ik hem antwoordde: 'En als u mijn vader was, zou ik u nu kussen.' Zo werd Ford de eerste shirtsponsor van Winterslag. Wij hebben nog een speler of acht tewerkgesteld bij Ford. Pier Denier heeft zijn stage bij Ford gedaan, maar is later bij Yoko gaan werken. Rudi Vossen is een van de laatsten die ik bij Ford aan een job hielp. Die spelers kregen de vroege shift om zes uur, en stopten om twee uur, zodat ze om vier uur konden gaan trainen. "Toen we met Winterslag Arsenal uitschakelden, werd ik bij aankomst in de fabriek in een taxi geduwd. Op de luchthaven in Zaventem lag een ticket klaar, in Londen bracht een taxi me naar de hoofdzetel van Ford. Bill Hayden, als CEO van Ford Europe ( van 1973 tot 1990, nvdr) een van de voorgangers van Stephen Odell, was een hevige fan van West Ham, de aartsvijand van Arsenal. Die ontving me hartelijk, troonde me mee naar een volle zaal en zei: 'Leg deze mensen eens uit hoe je Arsenal hebt gepakt.' Dat was een prettige middag. Daarna werd ik teruggevoerd naar de luchthaven en met de taxi weer mooi in Genk afgezet. "De sluiting van de mijnen was een drama, maar heeft wel de fusie in Genk mogelijk gemaakt. Genk werd meteen een profclub, dus moest Ford geen spelers meer tewerkstellen. Ik ben in 1988, het jaar van de fusie, met pensioen gegaan, zodat ik voltijds kon werken voor de fusieclub. "De sluiting van de mijnen heeft Limburg nooit helemaal verteerd, maar dit is minstens zo erg. Toen de mijnen sloten, breidde Ford Genk net uit. Ik zei tegen iedereen die nog bij de mijnen zat: 'Schrijf u maar in, want wij hebben mensen nodig.' Nu is er in Limburg geen groot bedrijf meer dat zo'n opvang biedt. "Toen ik het nieuws van de sluiting hoorde, was ik op bezoek in een ziekenhuis. Ik ben naar mijn auto op de parking gelopen ( krijgt een krop in de keel) en ben daar gaan zitten huilen. Wij waren Fordmannen, hé!" Ex-Genkspeler Wilfried Delbroek werkte bij Ford voor hij prof werd: "Ik moet maar naar mijn eigen familie kijken om te zien wat voor een impact dit heeft. Mijn broer, mijn zus, mijn schoonbroer, enkele neven en nichten werken allemaal bij Ford, net als veel goede vrienden. Dat Ford dicht zou gaan in 2020, hadden ze wel kunnen vatten. Maar zo plots en zo drastisch, dat komt enorm hard aan. Vooral ook omdat het de laatste tijd weer beter leek te gaan. En wat iedereen heel goed beseft: als ze een nieuwe job vinden, zal het sowieso een stuk minder betaald zijn dan bij Ford. Daar was het hard werk, maar je verdiende er wel een mooie boterham. Zelf heb ik er van 1991 tot 1998 gewerkt. Op het einde moest ik helpen om de auto's op een trein te zetten, daarvoor was ik jarenlang puntlasser. Ik heb er altijd heel graag gewerkt. Dat was een van de redenen waarom ik lang getwijfeld heb om profvoetballer te worden en het voetbal dan maar met mijn job combineerde, tot we met Racing Europees begonnen te spelen en die combinatie niet meer lukte. Het had er ook mee te maken dat dat bestaan als profvoetballer maar iets vluchtigs leek. Bij Ford zat je voor het leven. "Zo'n groot bedrijf, ik kon me gewoon niet voorstellen dat dat ooit overkop zou gaan. Dit is erger dan destijds bij de mijnen. Toen had je nog werkgelegenheid, onder meer bij Ford. Als je toen aan de slag wilde, lukte het wel. Nu slabakt de economie en zijn er al zo veel werklozen. Maar Limburgers zijn harde werkers die niet bij de pakken blijven zitten. We komen dit wel weer te boven." Tony Greco, al jaren ploegafgevaardigde bij RC Genk, maakte nog de bloeiende jaren in de mijnstreek mee en werkte zelf bij Ford. "Ik heb er nog twee zonen en een schoondochter werken", zegt hij. "De ene zoon werkt al 17 jaar bij Zender, een toeleverancier van Ford, en de oudste werkt al 25 jaar in de fabriek zelf. Mijn schoondochter Sarah werkte zich op tot een managersfunctie. Al die jaren hebben zij keihard gewerkt om op te klimmen tot waar ze nu staan. Nu moeten ze weer vanaf nul herbeginnen. "Met Racing zijn we een aantal keren met de ploeg op bezoek geweest in de fabriek. Wilfried Delbroek had met moeite tijd om even dag te zeggen aan zijn ploegmaats. De laatste keer dat we er kwamen, was met Hein Vanhaezebrouck. "Ondanks het feit dat je met veel jonge gasten in de kern zit, merkte ik toch dat het nieuws van Ford de spelers iets deed. Iedereen in Genk kent wel iemand die bij Ford werkt. Of zoals Rudi Vossen, de pa van Jelle: die man is 54 jaar, waar moet die nog werk vinden?" Rudi Vossen (54), voetballer bij Winterslag en in het eerste seizoen bij fusieclub RC Genk, werkte 25 jaar voor Ford: "Dit nieuws van de sluiting is een catastrofe voor zo veel mensen, niet enkel voor mij. Het is niet omdat ik toevallig de vader ben van Jelle dat alle aandacht naar mij moet uitgaan. Ik hoop dat de mensen Jelle niet te veel zullen lastig- vallen met vragen, want zoals hij zelf al aangaf: het gaat niet enkel om zijn vader, het gaat om duizenden mensen. "Dit is iets dat zo veel mensen treft, niet enkel de mensen van Ford, maar ook de bakker, de slager en de krantenwinkel die speciaal om vijf uur 's ochtends opende om de fabrieksarbeiders hun krant aan te bieden. "Ik vind het prima dat de spelersgroep van Racing Genk betrokkenheid toont maar life goes on. Uiteindelijk staan al die mensen die hun job verliezen de volgende ochtend gewoon weer op met een leeg gevoel. "Toen de mijnen sloten, was er Ford Genk als een soort opvangnet. Dat is er nu niet. Er is in Genk geen industrie meer aanwezig en bovendien is de economische situatie ook een pak slechter dan toen." Op het veld had Vossen senior niet verwacht dat de puzzel zo snel in elkaar zou passen. "Vorig jaar had je met De Bruyne en Benteke twee spelers die individueel het verschil konden maken. De inbreng van De Ceulaer is belangrijk. Benjamin is iemand die ook heel hard wil werken. Vorig jaar moest Jelle heel veel vuil werk opknappen, nu doet ook Benji een deel van die 'vuile meters', waardoor Jelle frisser voor doel kan verschijnen. Het klikt wonderwel tussen die twee. Het zijn bovendien jongens van de streek, die weten wat het volk van Genk wil zien: enthousiasme en spelers die hun truitje nat willen maken. Dat Jelle en Benji daarvan de exponenten zijn, doet mij als vader deugd. "Er wordt nu ook anders gevoetbald dan vorig seizoen: meer in de combinatie en over de grond. Ik merk daarbij dat Jelle toch ook weer een stap vooruitgezet heeft. Hij is dat tikje volwassener geworden. Balvaster, slimmer in de beweging. Het was nochtans niet makkelijk: hij zag veel ploegmaats vertrekken. Buitenland blijft een ambitie van hem, maar het is belangrijk dat hij bij de kern van de Rode Duivels kan blijven." "Zoals Genk nu speelt en gezien het feit dat Anderlecht en Club Brugge toch ook makkelijk met punten morsen, zie ik hen een heel eind komen. Het zou fantastisch zijn mocht Racing Genk erin slagen kampioen te worden, ja. Dat zou een hele regio deugd doen." door Geert Foutré, Jens D'Hondt en Matthias Stockmans - beelden: Imageglobe"Het bestaan als profvoetballer leek me vluchtig. Bij Ford zat je voor je leven." Wilfried Delbroek