Wat ga ik na mijn carrière doen?" Zodra ze de dertig naderen of hun lichaam voelen aftakelen, stellen alle sporters zich die vraag. Sommigen anticiperen tijdens hun sportcarrière op het zwarte gat door al te beginnen werken bij een bedrijf, anderen hopen dat ze de overstap naar het trainerschap kunnen maken zodat ze hun kennis en ervaring kunnen doorgeven. Maar je hebt natuurlijk ook een kleine minderheid van sporters die tijdens hun carrière zo goed verdiend hebben dat ze daarna kunnen rentenieren.
...

Wat ga ik na mijn carrière doen?" Zodra ze de dertig naderen of hun lichaam voelen aftakelen, stellen alle sporters zich die vraag. Sommigen anticiperen tijdens hun sportcarrière op het zwarte gat door al te beginnen werken bij een bedrijf, anderen hopen dat ze de overstap naar het trainerschap kunnen maken zodat ze hun kennis en ervaring kunnen doorgeven. Maar je hebt natuurlijk ook een kleine minderheid van sporters die tijdens hun carrière zo goed verdiend hebben dat ze daarna kunnen rentenieren. Tia Hellebaut begon op 2 mei aan haar tweede carrière. "Ze zal zich bij Golazo in eerste instantie bezighouden met alles wat met de Memorial Van Damme te maken heeft", bevestigt men ons. En Justine Hénin? De jonge moeder houdt zich voornamelijk bezig met haar eigen tennisacademie. Hetzelfde geldt voor Kim Clijsters. De Limburgse is in verwachting van Jada's broertje en heeft haar eigen tennisclub in Bree. Een overgrote meerderheid van voormalige sporters wil maar wat graag in het wereldje blijven, hetzij als coach, hetzij als manager of spelersmakelaar. Anderen breken dan weer helemaal met het milieu waarin ze zich jarenlang in het zweet hebben gewerkt. Sommigen storten zich zelfs op een volledig andere sport - ongetwijfeld in een poging om het gevreesde zwarte gat te ontlopen. Zo ook Hanna Mariën. De voormalige atlete probeert zich dit keer te kwalificeren voor de Olympische Winterspelen van Sotsji met de meisjes van het bobsleeteam. We zitten op de campus van de KUL waar ze vroeger zo vaak trainde, maar Hanna Mariën werpt geen blik op de piste waar ze samen met onder anderen Kim Gevaert urenlang heeft gezwoegd. Dat zwoegen en zweten zorgde er nochtans voor dat Mariën samen met Kim Gevaert, Olivia Borlée en Elodie Ouedraogo een van de mooiste pagina's uit onze Belgische atletiekgeschiedenis kon schrijven. De meisjes van de 4x100 meter wonnen brons op het WK in Osaka (2007) en pakten zilver tijdens de Olympische Spelen in Peking (2008). "Nadien liep het evenwel minder vlot en volgde de ene teleurstelling na de andere", aldus Mariën. "Toen ik in 2012 stopte met atletiek was ik triest en teleurgesteld. Dat was niet het gevoel waarmee ik uit de sportwereld wilde stappen." De 30-jarige Antwerpse voelde dat ze nog een sportieve prestatie in zich had. "Ik merkte meteen dat ik het sporten miste. Ik voelde me nog net zo sterk en explosief als tijdens mijn carrière." En dus ging Mariën in op het voorstel van Eva Willemarck, die haar al twee jaar probeerde te overtuigen om de overstap naar het bobsleeën te maken. "Ik dacht bij mezelf: waarom niet? Het feit dat Rudi Diels, mijn vroegere atletiekcoach, bij dit project betrokken is, speelde een belangrijke rol in mijn beslissing." Mariën stortte zich afgelopen herfst in het avontuur en voelde meteen dat ze met haar snelheid en explosiviteit haar steentje kon bijdragen in een sport die zeker voor de nodige adrenalinestoten zou zorgen. Extra motivatie: het feit dat Mariën de eerste vrouw kan worden die zowel op de Olympische Spelen als op de Olympische Winterspelen zal aantreden. "Dat was inderdaad een extra reden om dit te doen. De zin om naar de Olympische Winterspelen in Sotsji (van 7 tot 23 februari 2014, nvdr) te gaan, is enorm groot." Na een tiende en twaalfde plaats op de twee WK-manches afgelopen winter voldoen de bobsleemeisjes al aan de selectiecriteria van het BOIC. "Aangezien de Belgische kwalificatienormen strenger zijn dan de internationale selectiecriteria zijn we 99 % zeker dat we naar Sotsji kunnen. We beogen een plaats in de top tien op de Spelen." Hanna Mariën wilde meer dan gewoon nog een paar jaartjes topsportster blijven en ze smijt zich dan ook vol overgave in een sport waarvan ze niet wist hoe veeleisend die was. "Laat ik duidelijk zijn: afgezien van mijn explosiviteit, die ik kan aanwenden voor de start, heeft bobsleeën in de verste verte niets te maken met atletiek. Het zijn twee compleet verschillende werelden. En dat heb ik al doende ondervonden", lacht Mariën. Al tijdens haar eerste afdaling, in oktober 2012, werd het Mariën duidelijk hoe zwaar bobsleeën is. "Ik dacht aanvankelijk dat het zou volstaan om de bob in gang te duwen, me neer te zetten en te wachten tot we beneden waren. Bleek dat even verkeerd. Die eerste afdaling duurde amper vijftig seconden, maar het waren wel de ergste vijftig seconden uit mijn hele leven. Door al die G-krachten die op je inwerken, leek het wel alsof er honderd kilo op mijn schouders kwam te liggen. Ik kwam dan ook waggelend en zwalpend uit de bob gekropen na de finish. Mijn nek zat volledig vast na die eerste afdaling en dat vonden ze in mijn omgeving natuurlijk grappig. Ik had al snel door dat ik me voor de volgende afdaling beter moest voorbereiden. Ik begon de verschillende parcours te bestuderen en begreep meteen dat ik me best geen millimeter kon bewegen zodra ik in die bob sprong, want anders..." Anders gaat de bobslee over kop. Hanna herinnert het zich alsof het gisteren gebeurde. "Ik ben nu al twee keer gecrasht en ik kan je verzekeren dat je de adrenaline dan door je lijf voelt razen. Ze zeggen dat je je geen echte bobsleeër kunt noemen zolang je niet gecrasht bent. Ik mag me dus met recht en reden deel van de familie noemen nu." Eric Struelens, de grootste Belgische basketter van het begin van de 21e eeuw, had nooit durven denken dat het zwarte gat zo groot zou zijn. Hij maakte het mooie weer bij zowel Racing Mechelen als Spirou Charleroi en profiteerde vervolgens van het Bosmanarrest om naar PSG te trekken. Hij schitterde twee jaar in de Franse hoofdstad en stootte daarna via een transfer naar Real Madrid door tot de absolute baskettop in Europa. Vier jaar bleef hij bij de Spaanse grootmacht en net zo veel jaar leefde hij in luxe en weelde. Dan doet het pijn wanneer je daarna je droom niet kunt waarmaken. "Ik wilde inderdaad graag coach worden, maar mijn pogingen bleken een slag in het water", baalt Struelens nog na. "Ik heb mijn kandidatuur nog gesteld bij Pepinster in de hoop dat ze hun licentie kregen. Ik vraag me eerlijk gezegd af wat ik verkeerd gedaan heb om zo weinig respect te krijgen in de sport die ik in België toch mee op de kaart heb gezet. De enige club die iets tegen me zou kunnen hebben, is Charleroi omdat ik na amper een seizoen al wegging, terwijl ik een contract voor vijf jaar had ondertekend. Voor de rest zie ik geen enkele club die me het licht in de ogen niet zou gunnen." Na twee jaar lang assistent-coach bij Kangoeroes Boom in tweede klasse te zijn geweest, dacht Struelens dat hij op de goede weg was toen hij Melsele naar de wachtkamer van eerste klasse liet promoveren. "Ook daar werd ik evenwel teleurgesteld. Het bestuur vertelde me dat ze me niet konden houden wegens budgettaire redenen. En ook wel omdat ze liever een Vlaamse coach wilden." Ondertussen werkt Struelens al een jaar of drie in een sportwinkel in Eigenbrakel, samen met zijn vrouw Isabelle. "Ik schaam me daar niet voor want zo ontdek ik eindelijk het normale leven. Ik ben niet de enige ex-topsporter in dit geval. Ik werk voltijds en ik kan je zeggen dat ik na acht uur werken in de sportwinkel soms vermoeider thuiskom dan na een trainingsdag met twee trainingssessies. Ik heb deze job aanvaard omdat ik het beu was om thuis te zitten niksen. Maar ik aas nog steeds op een job in de basketbalwereld." Je zou kunnen denken dat iemand met de carrière van Eric Struelens genoeg verdiend heeft om zich van een stevig appeltje voor de dorst te voorzien, maar "dat is niet het geval. Ik heb niet genoeg verdiend tijdens mijn carrière om erna nooit nog te moeten werken. Weet je wat mij opvalt? Dat er behalve JacquesStas bij Charleroi, FrankVan Impe bij Aalst en PhilipDebaere bij Oostende geen enkele speler uit mijn generatie is die aan het hoofd staat van een Belgische eersteklasser." Daniel Goethals proeft van het succes aan het hoofd van een vrouwenteam en Jean-Marc Jaumin is na zijn periode bij Oostende naar Nederland gevlucht. Mede dankzij een mooi getaande huid ziet Christophe Impens er scherper dan ooit uit. Hij sport dan ook nog steeds regelmatig. "Achteraf bekeken vraag ik me wel af waarom ik atleet ben geworden terwijl zowat mijn hele familie bezeten is van wielrennen", aldus de Belgische recordhouder op de 1500 meter (3m34s13h). "Tegenwoordig hou ik dan ook meer van wielrennen dan van atletiek. Het wielrennen draagt meer heroïek in zich." Dat betekent evenwel niet dat Impens spijt heeft van het parcours dat hij heeft afgelegd. Hij werd niet alleen elf keer Belgisch kampioen, hij behaalde ook zilver op het EK indoor (1996) op de 3000 meter. Voeg daar nog een halvefinaleplaats op de 1500 meter van de Olympische Spelen in Atlanta aan toe en je weet dat Impens terecht trots kan zijn op zijn carrière. Als hij het nu nog over zijn sportcarrière heeft, lijkt het wel alsof hij het over een compleet ander leven heeft. Hij moest op zijn 27e stoppen met atletiek na drie zware enkeloperaties en flink wat complicaties. Impens had toen al een marketingdiploma op zak en was al volop bezig met een loopbaan na zijn bestaan als topsporter. "Ik werkte tijdens mijn sportcarrière al deeltijds voor een bedrijf." Eenmaal hij de spikes aan de haak had gehangen, kwam alles in een stroomversnelling terecht. "In 2000 zat ik samen met BobVerbeeck(de grote baas van Golazo, nvdr) en Jos Van Rooy(de organisator van de Cross Cup, nvdr) op een vlucht naar Milaan." Verbeeck peilde meteen naar de interesse van Impens. "Ik wilde niet per se van job veranderen want ik zat goed waar ik zat, maar na rijp beraad besloot ik de uitdaging toch aan te gaan. Vandaag kan ik zeggen dat dat de beste beslissing uit mijn leven was." In 2001 kwam de voormalige specialist op de middellange afstand in een bedrijf in volle groei terecht. Zeven jaar later promoveerde hij naar de functie van algemeen directeur bij Golazo Sports, een van de drie takken van het bedrijf, die zich bezighoudt met sportmanagement en die gespecialiseerd is in organisatie van sportevenementen. Anno 2013 heeft Impens zestig werknemers onder zich. "Ik denk wel dat ik mag zeggen dat ik meer voldoening en plezier haal uit dit werk dan uit mijn carrière als atleet. De felicitaties die je krijgt van mensen na een geslaagd evenement doen telkens geweldig veel deugd. Die mensen gelukkig maken, daarin schuilt het echte plezier voor mij." DOOR DAVID LEHAIRE - BEELDEN: IMAGEGLOBE