2009, een winderige oktobermiddag in het AZ-stadion. Ajax staat achter. De achterstand op PSV en FC Twente dreigt groteske vormen aan te nemen. "Wat is dit?", bijt kapitein Luis Suárez in de rust zijn medespelers toe. "Dit lijkt nergens naar." Hij kijkt de kleedkamer rond. Ziet de door het publiek agressief bejegende Demy de Zeeuw naar de vloer kijken. Trainer Martin Jol trekt zijn blauwe trainingsjack recht. Dan schreeuwt Suárez het uit: "Jongens, speel meer met het hart!" Na de rust buigt Ajax de situatie om en wint met 2-4. Eens te meer werd duidelijk dat Luis Suárez soms de passie miste bij Ajax. Zelf is hij er zeker van dat hij juist vanwege zijn overtuiging benoemd is tot aanvoerder: "De trainer weet: Luis speelt altijd met het hart. Voetbal zit in ons bloed, wij beleven de sport met meer passie. Die passie heeft ons ook veel gebracht. Ik heb veel te danken aan mijn mentaliteit."
...

2009, een winderige oktobermiddag in het AZ-stadion. Ajax staat achter. De achterstand op PSV en FC Twente dreigt groteske vormen aan te nemen. "Wat is dit?", bijt kapitein Luis Suárez in de rust zijn medespelers toe. "Dit lijkt nergens naar." Hij kijkt de kleedkamer rond. Ziet de door het publiek agressief bejegende Demy de Zeeuw naar de vloer kijken. Trainer Martin Jol trekt zijn blauwe trainingsjack recht. Dan schreeuwt Suárez het uit: "Jongens, speel meer met het hart!" Na de rust buigt Ajax de situatie om en wint met 2-4. Eens te meer werd duidelijk dat Luis Suárez soms de passie miste bij Ajax. Zelf is hij er zeker van dat hij juist vanwege zijn overtuiging benoemd is tot aanvoerder: "De trainer weet: Luis speelt altijd met het hart. Voetbal zit in ons bloed, wij beleven de sport met meer passie. Die passie heeft ons ook veel gebracht. Ik heb veel te danken aan mijn mentaliteit." Nochtans was er net aan Suárez' mentaliteit nogal wat aan te merken in de jaren dat hij voor Nacional speelde. Daniel Enríquez, technisch directeur van de Uruguayaanse eersteklasser: "Hij wilde nooit serieus trainen. Er was geen land met hem te bezeilen. We moesten hem vaak bellen om te zeggen: verslaap je niet, doe geen domme dingen. Vroeger was hij ook erg emotioneel als hij werd gewisseld of als hij niet scoorde." Suárez heeft in Nederland de naam er geen probleem mee te hebben om met schwalbes een wedstrijd te winnen - hij kreeg er al een resem gele kaarten voor. Enríquez: "Bedrog is niet typisch voor Uruguay, het is typisch voor Suárez. Hij wil overal zijn voordeel uithalen omdat hij een extreem slechte verliezer is." Enríquez zag Suárez voor het eerst spelen bij het hoofdstedelijke Urreta FC, een club voor baby futból. Daar spelen de vijf- tot twaalfjarigen. "Luis was een heel dun mannetje, alsof hij niet altijd even goed te eten had gehad. Van ver leek hij wel een verticale lat. Eentje die linea recta naar het doel liep, zonder naar links of rechts te kijken." Vedergewicht Suárez werd in de eerste fase ondersteboven gelopen. "Hij werd al snel weer uit de beste jeugdteams gezet. Een grappige jongen, maar we moesten hem achter de broek zitten. Luis wilde alleen een beetje ballen, terwijl hij zich juist fysiek moest ontwikkelen." Enríquez had niet voorzien dat juist Suárez zou doorbreken in Europa. "Hij was echt geen speler die er met kop en schouders bovenuit stak." De coaches van Nacional hebben heel wat te stellen gehad met de kleine Suárez: "We hebben hem psychologisch moeten helpen. De meeste clubs plukken een jongen van de straat en doen er verder niks mee. Nou, dan had Luis het niet gered." Eén incident staat Enríquez nog helder voor de geest. Suárez zat een jaar of twee bij Nacional toen hij bij een achterstand de rode kaart kreeg. Woedend stormde hij op de arbiter af. Als een katapult bracht Suárez zijn hoofd naar achter om het met hoge snelheid te laten neerkomen op het gezicht van de verbouwereerde scheidsrechter. "Wij dachten: wat gebeurt hier? Hij was zo boos dat hij de scheidsrechter een kopstoot gaf. Die man bloedde als een rund en had een gebroken neus. Suárez was toen vijftien jaar... We hebben hem zwaar gestraft en limieten gesteld. Zo kon het niet langer. Een kind dat een volwassene aanvalt. Het waren enorme toestanden, daar ging ons imago." Gelukkig was er nog de zeven jaar oudere broer van Luis, PaoloSuárez. Die probeerde hem de juiste richting uit te sturen. In 2009 was Paolo zelfs nog even op proef bij Ajax, hij werd afgetest en speelt nu in El Salvador. Ook Paolo speelt een rol in de gedaanteverwisseling van zijn broer. "Toen ik in Amsterdam was, heb ik hem gestimuleerd om in alle vroegte op te staan. We gingen al vroeg naar de club. Luis wilde de eerste speler zijn, een half uur voor de training." Uruguay leed in de jaren zeventig net als Argentinië onder een militaire dictatuur. Ook in het land van Suárez verdwenen mensen. Bij de terugkeer van de democratie was de welvaartsdroom verdwenen. De neerwaartse spiraal was niet te stuiten. Het eens zo welvarende Montevideo werd begin jaren negentig hard getroffen door de gevolgen van de inflatie. Net toen de familie Suárez was komen verhuizen uit de grensplaats Salto. Paolo omschrijft de periode met veel familieleden in een woninkje van één verdieping in Salto als "zwaar". Maar het was de beste optie. Vader Suárez zat in het leger. "Hij verdiende te weinig om de familie te laten eten." In Salto probeerde de familie bij te verdienen via de verkoop van fruit. "Rond onze kleine boerderij stonden drie sinaasappelbomen. We verzamelden het fruit, laadden het op een kar en gingen daarmee de winkels langs." Ook de zelfgemaakte kleding die oma Suárez vanuit het 500 kilometer verderop gelegen Montevideo opstuurde, werd verkocht. "Wij vonden het niet mooi, dus we gebruikten het om geld verdienen." Een toekomst opbouwen op die manier was niet te doen. "Daarom zijn we met de familie per bus naar Montevideo gegaan. Onze moeder kon daar wel drie of vier huizen per dag schoonmaken. Mijn vader kreeg een baan in een pastafabriek. Nog verdienden we niet genoeg voor een busticket. Soms hadden we geluk. Tot zeven uur mocht je gratis met de bus als je het schooluniform aan had." Giovana, de zus van Luis, herinnert zich uit hun jeugd vooral Luis' obsessie voor het voetbal. "Op zijn kamer hing een foto van Nacional. Hij heeft mij altijd gezegd dat hij daar zijn carrière wil eindigen. Maar eerst zijn echte droom: Barcelona. Toen hij vijf jaar was, wist hij al dat hij naar Europa wilde. Dat kreeg je zijn kop niet meer uit. Zijn idool was eerst Enzo Francescoli, maar later kon hij geen groter compliment krijgen dan een vergelijking met Rubén Sosa." De broers Paolo, Diego en Max kregen ook het voetbal-DNA mee. "Maar", zegt Paolo, "alleen Luis heeft het doorzettingsvermogen om Europa te halen. Soms speelde hij dagen op straat zonder te eten." Toen Luis hem belde over het aanbod van FC Groningen, spraken de broers uit wat ze altijd samen hadden gedacht: "Gaan." En dat doet hij nu ook in Zuid-Afrika... door tom knipping & steve van herpe"Soms speelde hij dagen op straat zonder te eten.Paolo Suárez"