DONDERDAG
...

DONDERDAGLomé. Lomé warmte omarmt ons als we in de Togolese hoofdstad het vliegtuig verlaten. In de aankomsthall - waar de jeugd wriemelt om een fooi te kunnen verdienen - worden we als larven in een mierennest recht in de armen van de Togolese bondscoach gedreven, met weggedoken onder een pet Olufade naast zich. Een paar snauwen naar de opdringerige kinderen later scheurt de coach ons met zijn stoffige opel senator de avond in, om vervolgens een paar kilometer verder een halt toe te worden geroepen door een politiepatrouille. Met een zaklamp - het hele jaar door valt om zes uur de duisternis - wordt bij alle chauffeurs gecontroleerd of ze niet met een vuurwapen aan het stuur zitten. Welkom in Togo. In het hotel aangekomen blijkt hoe rood doorlopen de ogen van bondscoach Tchanile Banna zijn. Aan slapen is hij door voorbereiding van de komende interlands de voorbije dagen nauwelijks toegekomen, maar voor een gesprek over Adekanmi Olufade wil hij graag wat tijd uittrekken. Tchanile Banna was voor hij nationaal trainer van Togo werd assistent-coach bij Satellite Abidjan in Ivoorkust, club waar hij Olufade naartoe haalde omdat hij hem in Lomé in het centre de formation en bij FC Dyto had zien spelen. Tchanile Banna : "Dankzij hem is die ploeg naar eerste klasse gepromoveerd en ook daar meteen kampioen gespeeld. Hij was ondanks zijn jonge leeftijd de ster. Niet alleen door zijn snelheid, zijn goed schot, zijn sens de but of zijn dribbels, maar ook door zijn manier van leven. Het is een sobere speler die niet veel praat. Hij praat alleen als hij de bal aan de voet heeft. Zo introvert als jullie hem in België naast het veld kennen, zo introvert is hij hier ook. Maar hij is, ook op het veld, gedisciplineerd. Hij heeft une éducation digne gekregen thuis. Sinds ik de nationale ploeg train, heb ik spelers uit de bocht zien gaan, maar met hem heb ik nooit problemen gehad. Hij laat zich in alle vormen gieten die je wil. Of dat van een gebrek aan persoonlijkheid getuigt ? Mmm, niet echt, hij is toch altijd gerespecteerd geweest en in staat om het goede van het slechte te scheiden. "Ik ben hem hier nu niet aan het flatteren, want dan zou ik hem daar pijn mee doen, maar het is un joueur exceptionnel. Ik kan het weten, want toen hij in Abidjan speelde, woonde hij acht maanden bij mij, net zoals dat wel voor meerdere spelers het geval was. Maar met hem kreeg ik nooit woorden omdat hij te laat thuiskwam. Ik heb zelfs valstrikken gespannen voor hem door veel alcohol in huis te halen om te zien of hij er niet toe te verleiden was. Maar hij lust geen alcohol. Zelfs de geur bevalt hem niet. Soms heb ik hem sigaretten aangeboden of gezien hoe zijn vrienden hem geld aanboden om er te kopen. Hij gaat er niet op in. Meisjes ? Ik heb er al veel naast hem gezet. Hij komt er niet aan. Dáárom heb ik vertrouwen in hem. Je kan hem zonder problemen alleen laten. In mijn vijftien jaar als trainer ben ik die klasse nog niet tegengekomen. "Er zijn jongeren die al Olufades naam overnemen uit bewondering. Ils veulent jouer à son image. Toen hij een paar keer niet werd opgeroepen omdat ik hem niet bij Lokeren wou weghalen, waren er velen niet tevreden. Maar als hij speelt, komen er veel speciaal voor hem kijken. Hij is het laatste ras van aanvaller dat we in zijn generatie konden vinden. Voor meer talent moeten we bij de nog jongere spelers zoeken. Want ook mentaal staat hij sterk. Ik zal een voorbeeld geven : hij heeft ooit in Zwitserland getest, waar hij er zeker van was dat hij een basisplaats verdiende, maar de trainer stelde hem niet altijd op en hij had problemen met de kapitein. Maar hij belde ons telkens om ons op de hoogte te houden en hijzélf zei altijd tegen ons dat hij erbovenop zou komen. Il a une auto-éducation die hem in staat stelt problemen te overwinnen. Ook zonder iemand naast zich kan hij moeilijkheden te boven komen. Het gebeurt zelden dat je bij een zo jong iemand die kwaliteiten ziet." De spits laat het allemaal onbewogen aan zich voorbij gaan. Olufade, bij Lokeren geblesseerd geraakt aan de schouder, is sneller genezen dan voorzien en speelt zaterdag tegen de verwachting in dan toch een met het oog op deelname aan de Coupe d'Afrique beslissende wedstrijd. Daardoor kunnen we hem zondag pas even terugzien, maar ondertussen zullen ValèreYawori Bebli (27) en StanislasAnnani Ganke (20), twee vrienden van Olufade, ons de rest van het verblijf escorteren, zo heeft Alfred Raoul, de raadgever van Olufade, geregeld. Trots steekt Valère ons zijn pas toe : corporaal-chef in de Togolese zeemacht. "Vous êtes en sécurité." Stan, havenarbeider, knikt verlegen. VRIJDAGIn de tweedehands-BMW die Olufade vanuit Europa per boot voor hem en zijn vrienden naar Togo heeft laten overkomen, rijdt Valère ons onder het goedkeurend oog van Stan naar Olufades ouders. Langs de straten woont de bevolking bijeengeklodderd in kleine stenen bouwseltjes, die behalve als woning ook als marktkraam fungeren. Iedereen leeft op straat en is bezig. De een poft maïs, een ander zwaait op een kruispunt met vier telefoons die hij te koop aanbiedt, niet weinigen verhuren het zitje achter op hun scooter als taxi. Verkeerslichten werken soms, maar dat wil niet zeggen dat er rekening mee wordt gehouden. Doorrijden, zwaaien en claxoneren is meer de gewoonte.Pita en Elizabeth, Olufades ouders, hebben het in vergelijking met de andere Togolezen niet slecht : hun huisje heeft een vloer in keurige witte tegels en buiten is een waterput. Ze hebben voor het bezoek hun kleurrijkste gewaad aangetrokken en gaan er eens goed voor zitten. Noah, een broer van Olufade, zal voor ons tolken, want de ouders zijn alleen het plaatselijk dialect machtig. Frans leren op school, zoals hun kinderen, was niet aan hen besteed. Op hun wangen dragen ze de specifieke littekens van hun stam, indertijd aangebracht om in tijden van oorlog de clans uiteen te kunnen houden. Hun kinderen zijn duidelijk van een andere generatie, een generatie die het beter heeft ook. Ze glunderen. Noah : "Onze ouders zijn blij dat God Adekanmi helpt in Europa." Elizabeth : "Ik wacht altijd vol ongeduld als hij komt. Ik ben heel blij dat hij in Europa speelt. Wij bidden dan ook altijd dat hij gezond en levendig mag blijven. En snel." Pita : "Vroeger noemden ze hem hier altijd de locomotief ( lacht). Als je even niet oplette, was hij al gepasseerd. Toen hij klein was, liep hij altijd met een bal rond. Als hij op straat kunstjes uithaalde met een bal, gaven de mensen hem geld omdat hij het zo goed deed. Dus hij besefte dat dáár zijn talent lag, dát was wat hij moest doen. Ik herinner mij dat ik toen voor hem nog een geel voetbaltruitje gemaakt heb ( lacht). Ik heb hem Adekanmi genoemd, wat zoveel betekent als koning van het domein. Een Nigeriaanse naam, want daar kom ik van. Op mijn twintigste ben ik naar Togo gekomen met een broer. Ik speelde ook voetbal." Noah : "Adekanmi heeft zoals ik altijd het voorbeeld van vader gevolgd : die is ook kalm. Vader rookt en drinkt ook niet : wij hebben altijd het goede voorbeeld gekregen..." Pita : "... en daarom eet Adekanmi ook graag pasta ( lacht). Hij is veranderd sinds we hem anderhalf jaar geleden de laatste keer zagen. ( lacht uitbundig.) Hij zag er nogal gezond uit, la forme de combattant. Vroeger was hij magerder, dus hij eet daar waarschijnlijk goed ( lacht). Zijn vel is bleker geworden en we merken dat hij aanpassing nodig heeft als hij terugkomt : zijn maag verdraagt het water van hier niet meer. Hij drinkt niet meer uit onze waterput." Noah : "Zijn geloof heeft hij wel behouden. Dat is altijd belangrijk geweest. Hij betaalt mijn studies geneeskunde die ik in Nigeria doe. Elke vrijdag bidden we hier samen opdat mijn broer het goed doet in België en ons nog meer kan brengen." Hun zoon hebben ze in België nooit zien voetballen en ook andere wedstrijden van hem volgden ze amper. Ook toen hij bij FC Dyto voetbalde. Valère zal ons naar de training van Dyto rijden, waar hij zelf, als militair met een sportstatuut, ook aan zal deelnemen. Dyto is een ploeg die zijn middelen vooral krijgt van het leger en daardoor haar profspelers een paar voetbalschoenen cadeau kan doen, een salaris van ongeveer 1.800 Belgische frank per maand en 50 frank per gewonnen match. Veel is dat niet want wie een taxiscooter moet huren om naar de training te komen, is al gauw 70 frank per dag kwijt. Wie weet dat daarvan meestal ook nog een vrouw en kinderen moeten leven, begrijpt waarom in Togo iedereen zo goed als op straat woont en met om het even wat geld probeert te verdienen. De pakweg dertig spelers die de club rijk is, trainen met vier ballen en wassen zich onder twee verouderde douches. Aruna Fazazi traint ook nog mee. Hij stond vroeger met Olufade in de spits van Dyto. Aruna Fazazi : "We hadden samen ambities om in Europa prof te worden en we waren elkaar waard. Hij en ik, we gaven elkaar de kansen om te scoren. Het was hard om hem te zien vertrekken, want ik was net op dat moment vier maanden geblesseerd aan de kuit. Ik was een vriend van Olufade, maar er zijn grenzen bij hem. Wat hij dacht, je wist het niet. Hij was altijd stil. Als er een feestje was, verontschuldigde hij zich dat hij niet kwam. Of hij kwam, maar dan vertrok hij zodra hij kon. Hij weet wat hij zoekt in het leven, maar hij zegt het niet. Dieu le sait." De truitjes die de spelers dragen, refereren aan voetbalclubs over de hele wereld en Stan weet van elk exemplaar de naam en het land te noemen. Maar gevraagd of hij weet wat er op het onze te lezen staat, blijft hij het antwoord schuldig. " The Rolling Stones ?Ça ne me dit rien, nooit van gehoord." Als na de training een speler hinkend naar de clubdokter komt, kan die niet veel meer dan ter afkoeling wat ether op diens enkel gieten. Het gebrek aan medische middelen is in Togo chronisch. God is dan ook nooit ver weg in het leven van veel Togolezen : niet toevallig noemen sommige kraampjes zich Pharmacie Dieudonné of Pharmacie La Grâce. Vleeswonden worden ter plaatse, op het veld, dichtgenaaid, maar voor erger onheil is het wachten op de sapeur-pompiers. Een paar dagen geleden nog is bij een club uit de buurt een speler verkeerd op zijn nek gevallen. Een halfuur, vertelt Valère, heeft de jongen liggen kermen van de pijn, maar de ambulance kwam te laat. Hij overleed onder de ogen van zijn machteloze vrienden. Un frère est mort.ZATERDAGIn het hotel is Hans Masro, Togolees, sportjournalist en BBC-correspondent komen aanschuiven. Hij heeft de carrière van Adekanmi Olufade van aan de zijlijn gevolgd. Hans Masro : "Olufade komt uit een familie van Yorouba's, commercanten uit Nigeria. Normaal zijn die van moslim-origine, maar hij is christen en dat is een belangrijk gegeven, want daarin is nederigheid heel belangrijk. Als je arrogant wordt, krijg je problemen met succes en gaan veel dingen aan je voorbij in het leven. Als je hier als jongen niet voetbalt, is dat een schande, want je moet kunnen nagaan of daarin geen carrière voor je is weggelegd. Nu kan je er je brood mee verdienen, terwijl men hier voetballers veelal als les ratés zag. Dus pushen de ouders de kinderen meer naar de centres de formation." Straks, nadat we vader Olufade op de markt hebben bezocht, zullen we het centre waar Olufade begon, bezoeken. Op de markt van Lomé, waar vader en dochter hun waar verkopen - stoffen en lingerie bij de ene, cosmetica in de ruimste betekenis van het woord bij de andere - wordt de aanwezigheid van westerlingen, verduidelijkt Valère, zeker als er zoals nu een fotograaf bij loopt, niet altijd gewaardeerd. "Ik zie er nu al die jullie aan het beloeren zijn." Hij zal daarom vooropgaan en Stan zal achteraan blijven. Want voor we bij Olufades vader raken, moeten we door een wirwar van steegjes met plassen en steengruis, kraampjes en volk. Terwijl we de grootste moeite hebben om ons in de chaos overeind te houden, valt de verscheidenheid van het aangebodene op : zeep, onderbroeken, houten lepels, broeksriemen, juwelen, pruiken, spiegeltjes, gerookte vis... En ondanks het gekrakeel liggen hier en daar vrouwen tussen, op of onder de kraampjes te slapen. De drukte wordt almaar pakkender, maar dieper in de ziel van de stad kan een mens niet doordringen, mijmeren we. Maar nieuwsgierigheid kent zijn grenzen. Als we in een verstikkende hitte het centrum van de markt bereiken en in een donker krocht de walmen van hopen bijna rottend vlees onze adem afsnijden, moeten we ons kokhalzend uit de voeten maken. Wie als rijke westerling het hart van Afrika wil zien, moet het als een slag in zijn aangezicht durven aanvaarden. Weer in de buitenlucht gekomen zien we bij zijn marktstalletje vader Olufade met een dik pak bankbiljetten in de hand breed staan grijnzen. De zaken gaan beter nu en hij poseert graag even voor de foto. "Dit jaar draait de commerce een beetje minder, dus het is wat moeilijker. Daarom is het goed dat Adekanmi zijn broers en zusters wat geeft als hij hier komt", vertaalt Valère. Morgen zal hij tijd maken voor de foto's met zijn zoon. Het centre de formation waar Valère en Stan ons naartoe rijden, blijkt een schoolgebouwtje met daarnaast wat men bij ons een braakliggend terrein zou noemen. Drie dagen per week kunnen jongeren uit de buurt er komen voetballen. Alleen twee doelen verraden dat er gevoetbald wordt. Erbarmelijke omstandigheden zijn het waaraan niet veel wordt gedaan, want onder Gnassingbé Eyadema, door dubieuze verkiezingen al vierendertig jaar president van Togo, verandert niet veel. Mawuena Kodjoui is leraar in Lomé en was Olufades trainer bij Dyto FC, de club waar hij na het verlaten van de school en het centre de formation terechtkwam. Hij weet hoeveel geluk Olufade had. Mawuena Kodjoui : "Iedereen wist dat hij elders kon slagen toen hij bij ons vertrok. Als je de vergelijking maakte met sommige profvoetballers die hier terugkwamen uit het buitenland, zag je dat Olufade kwaliteiten had. Olufade kreeg de kans om naar het buitenland te gaan en dat is goed, want wat had er hier van hem kunnen worden ? Maar als ik een kind zie dat nog naar school gaat en goed speelt, zeg ik : geef toch maar die school niet op. We zijn hier in Togo, hé. Naar Europa kunnen, dat is iets anders. Maar ik ken er ook veel die naar ginder gingen, niet slaagden en nu nergens staan. Ofwel slaagden en terugkeren, maar aan wie je nu niet meer kan merken dat ze in Europa speelden. "Er is hier zo'n speler die bij Marseille heeft gezeten, maar een ongeluk kreeg en nu een leven leidt als de andere Togolezen. Je ziet : het voetbal heeft zijn grenzen. Je zou daarom kunnen zeggen dat Olufade een risico heeft genomen. Maar in het leven moet je dat doen en het is hem gelukt. Wat vooral van belang is, is dat dergelijke spelers na hun carrière willen investeren in het voetbal in hun vaderland. Men praat vaak over middelen, maar meestal is het ook een kwestie van organisatie. Le gouvernement, huh, daar zitten mensen die wel middelen hebben, maar... Hier in Togo zijn de trainers niet vergoed en de installaties zijn slecht. Er is niets. Dus het is moeilijk. " Aziz is een kameraad van Olufade, ook snel en technisch goed. Ze zijn in hetzelfde jaar vertrokken bij Dyto, maar hij heeft gewicht gepakt en speelt bijna niet meer. Ik bedoel : je moet als speler ook het geluk hebben dat je een manager achter je hebt die je in moeilijke momenten kan helpen. Want hier verdienen ze niets, absoluut niets. En als ze dan in Europa een klein beetje verdienen, denken ze dat ze dat ze daarvan kunnen voortleven en werken ze niet meer á fond. Dan is het gedaan. Olufade denkt volgens mij niet zozeer aan het geld. Dat is volgens mij het verschil met andere spelers van hier." Adekanmi Olufade, zo wordt ons later gemeld, deed ondertussen met de nationale ploeg twintig minuten mee en maakte het derde doelpunt in de met 0-3 door Togo gewonnen wedstrijd.ZONDAGVandaag keert de nationale ploeg van Togo, les Eperviers du Togo, terug naar het interland. Voor de kleine luchthaven dromt een menigte al ruim op voorhand samen en verdringen de supporters zich met te veel tegelijk op de muur eromheen. Aan de andere kant van de muur maakt de fanfare zich klaar voor de ontvangst. Een politiemannetje met glinsteroogjes raakt maar niet uitgepraat als hij ons geanimeerd zijn bewondering voor Olufade vertelt. " Tu vas voir, als hij uit het vliegtuig komt, gaat iedereen roepen : Olu, Olu, Olu ! Hij is de lieveling van de minister van Sport, want hij animeert altijd de wedstrijden als hij meedoet. Hij dribbelt iedereen !" Op de hete tarmac van de landingsbaan heeft de welkomstfanfare de muziek ingezet en schudden enkele notabelen gretig handen van spelers die het vliegtuig verlaten. Olufade, weggedoken onder zijn pet, ondergaat het gelaten. Geen glimlachje dat een spoor van amusement verraadt. Als de spelersbus zich enige tijd later in beweging zet, wordt hij gevolgd door een kakofonie van vlaggen, geclaxoneer, gezang en het getrompet van een losgeslagen fanfarelid dat achterop een scooter is gesprongen. Valère houdt de BMW met bewonderenswaardige precisie ongeschonden in de stoet, waarin in een wolk van benzinedampen hier twee benen uit een autoraam steken, daar acht mensen achterop de koffer zitten of sommigen behendig tussen de tientallen scooters en fietsen door lopen. De fanfare van honger en dorst eert haar helden. Vijfhonderd meter verder staat de bus stil door pech en moet de chauffeur achteraan onder de motorkap aan een bout komen draaien. " Vous voyez", schreeuwen de omstaanders ons toe, "jullie moeten iets doen voor Afrika !" Radio Appolinaire brengt een live verslag vanuit de stoet horen we in de auto. Als de studio de reporter ter plaatse door het lawaai al vijf keer heeft moeten vragen hoeveel volk er meeloopt, zien we het hem vlak naast ons, gezeten op een scooter, door zijn gsm roepen : minstens tweeduizend man, minstens tweeduizend man ! De studio verstaat het nog steeds niet. Na een kilometer of twee staat de bus weer stil en moet de intussen humeurig geworden chauffeur omringd door de massa opnieuw de bout aandraaien. Plankgas maar met een slakkengangetje trekt het vehikel onder luid gejoel vervolgens verder naar het vroegere stadion van de nationale ploeg. Waarom, weet niemand precies. Als de drukte is opgelost, laat Olufade zich stilzwijgend rondrijden voor een paar fotosessies. Tot meer dan het bevestigend of ontkennend herhalen van vragen is Olufade totnogtoe nauwelijks gekomen, maar nu, aan het eind van de dag, laat hij zich zowaar een bedenking ontlokken. Adekanmi Olufade : "Het leven in Afrika is gemakkelijker dan in België. Je hebt minder geld nodig om meer te krijgen. Maar de aanpassing aan België is niet moeilijk geweest voor mij. In Matongé ( de Brusselse buurt waar Afrikanen samenkomen, nvdr) zien ze mij nooit. Uitgaan interesseert mij niet en er wordt daar te veel slechte business gedaan. Ik hou niet van veel volk om mij heen. Ik wil gewoon leven en later, als ik terug naar Afrika kom, misschien een centre de formation financieren." De tijd van afscheidnemen is aangebroken en op de luchthaven, waar men hem zoals elders in de stad eerst niet eens herkent, krijgt Olufade in tegenstelling tot Stan en Valère als Togolees international per uitzondering de toestemming ons naar de vertrekhal te vergezellen. Maar Olufade wil er niet van weten. Hij wil, benadrukt hij, geen misbruik maken van zijn status. Er zijn grenzen.door Raoul De Groote