Santos. De gemiddelde Braziliaan die houdt van voetballen, zal veel sneller week worden bij het horen van namen als Corinthians, Flamengo of Vasco, allemaal echte volksploegen, dan bij een vermelding van Santos FC. Wij niet. Voor ons is Santos FC jeugdsentiment, een mythe. O time que mais marcou gols no futebol, de ploeg die in de geschiedenis van het voetbal de meeste goals maakte. Zo staat het er, in het museum, waar een teller elke dag meetelt. Het museum van de club bevindt zich in het aftandse Vila Belmiro, waar de tijd is blijven stilstaan, en Mané, die destijds voor Pelé koffie haalde, nog steeds ronddwaalt en klusjes uitvoert. Beerschot heeft zijn Jos, Santos zijn Mané. Amper tanden, maar een schat van een man, die voor ons graag zijn catacomben opent. Even gaan we zitten in de tribunes en zuigen we de sfeer op.
...

Santos. De gemiddelde Braziliaan die houdt van voetballen, zal veel sneller week worden bij het horen van namen als Corinthians, Flamengo of Vasco, allemaal echte volksploegen, dan bij een vermelding van Santos FC. Wij niet. Voor ons is Santos FC jeugdsentiment, een mythe. O time que mais marcou gols no futebol, de ploeg die in de geschiedenis van het voetbal de meeste goals maakte. Zo staat het er, in het museum, waar een teller elke dag meetelt. Het museum van de club bevindt zich in het aftandse Vila Belmiro, waar de tijd is blijven stilstaan, en Mané, die destijds voor Pelé koffie haalde, nog steeds ronddwaalt en klusjes uitvoert. Beerschot heeft zijn Jos, Santos zijn Mané. Amper tanden, maar een schat van een man, die voor ons graag zijn catacomben opent. Even gaan we zitten in de tribunes en zuigen we de sfeer op. Santos. Dé ploeg waar Pelé zijn leven doorbracht. Een held en tegelijk ook wat gegijzeld toch door de militairen, die ten tijde van de dictatuur in dit land de beste speler ter wereld niet lieten vertrekken. Zijn ploeg mocht dat wel, op tournee. Ze wonnen toen alles, in Zuid-Amerika, in Europa. Het leek toen op voetbal van een andere planeet, vanuit stand. Vier jaar geleden waren we in São Paulo toen Santos er kwam voetballen. Een unieke kans, in een stadion van niets, bij Portuguesa, dezer dagen verwikkeld in een degradatieschandaal waaruit vooral de 'grote' ploegen uit Rio, Fluminense op kop, profijt halen. Bescherming der groten, het is van alle landen. Vier jaar geleden nog een tweedeklasser, die toen op een zondagmiddag het grote Santos op bezoek kreeg. Groot, want in de rangen telde het Robinho, die die middag onder een blakende zon een zeer flauwe partij zou spelen. Dan deed een andere spits het veel beter: Neymar. Zeventien en in die periode nog gesignaleerd als de nieuwe aankoop van Chelsea. Hij dribbelde zich aan de linkerkant in onze bewondering. De sfeer was fenomenaal, te midden van de torcida van Santos, de harde kern. Dansen, zingen, blije mensen overal. Heel even waren we van de wereld. Anno 2014 zijn we terug. Niet in São Paulo, maar nu écht in Santos, een havenstad op zo'n zeventig kilometer van de grootstad. Het is februari, hoogzomer. De sfeer is uitgelaten, carnaval komt eraan. In São Paulo nemen we de metro naar Jabaquara en stappen daar de bus op, anderhalf uurtje rijden naar het oosten. Dwars door een gebergte, wat maakt dat op het hoogste punt, waar vrachtwagens en bussen traag in colonne beginnen aan een gewaagde afdaling, het zicht majestueus is: in de verte de glinsterende oceaan, slingerende wegen, een azuurblauwe hemel en heel kleine stippen die steeds groter worden. Schepen, in alle maten, groot en klein. Klaar liggen ze, voor de rede van de stad, om elk op zijn beurt aan te meren. Santos blijkt een eiland. Niet van rust, daarvoor wonen te veel mensen - een half miljoen - op een te kleine oppervlakte. Het is letterlijk een eiland voor de kust, al moet je er niet met de boot naartoe, bruggen maken de stad bereikbaar. Dwars door die stad snijden kanalen. Daar waar in andere steden boulevards - Fifth Avenue in New York, de Champs-Élysées in Parijs - ijktekens vormen, zijn dat hier kanalen. Wie aan de strandboulevard rendez-vous geeft, doet dat bij kanaal 3, 4 of 5. Stel u evenwel geen Venetië voor. Het zijn smalle waterafvoeren, die rechtstreeks in zee uitmonden. Vandaag staan ze zogoed als droog, want regenen heeft het hier al even niet meer gedaan. Het is een hete zomer, zo'n honderd dagen voor het WK. Dat WK doet straks ook Santos aan. Niet om er te voetballen, daarvoor is Vila Belmiro te klein en weegt de stad politiek niet genoeg in Brasilia, de hoofdstad. Hier verblijven straks twee teams: Costa Rica, dat in het stadion zal trainen, en Mexico, dat het oefencomplex van Santos afhuurde. Als de bus ons afzet bij Canal 4, snappen we waarom. Een breed strand, palmbomen en aan een tentje verse kokosnoten waar een Braziliaanse schone in een niemendalletje de dorst lest. Niet de typische doordeweekse zonneklopper, maar als verwelkoming is het leuk. Aan de bushalte wacht Sergio Dutra ons op. Sergio Dutra Senior welteverstaan. De spits van Sporting Lokeren draagt dezelfde naam, maar is Junior. Sergio is 62 en een gewezen militair. In deze stad bekend als 'de kolonel', zullen we later merken. Een hartelijk man. Inmiddels met pensioen, maar daarom niet minder actief. Hij geeft nu veiligheidsadvies bij voetbalwedstrijden en volgt intensief bijscholing. De dag na ons gesprek moet hij in São Paulo zijn, op een symposium, en de dag daarna vliegt hij naar Buenos Aires, waar hij bij het Argentijnse Olympische Comité nog een andere cursus gaat volgen. Al 26 jaar, bijna evenveel als zijn zoon oud is, is Santos het centrum van zijn leven. Hij is van Santos, maar zijn werk bracht hem op veel plaatsen in de staat São Paulo. Eén maand voor zijn tweede zoon zou worden geboren, streek hij hier neer, definitief dit keer, al zullen ze nog een paar keer verhuizen, steeds naar iets mooiers. Sergio Junior is zijn tweede zoon, uit een tweede huwelijk. Het leeftijdsverschil tussen de twee kinderen is groot, zestien jaar. Het gaf hem de kans om ze allebei met veel liefde te omringen. Hij voetbalt zelf ook nog, maar alleen ter ontspanning. Het buikje verraadt dat er veel van dat laatste bij komt kijken. Elke zaterdag verzamelen ze, de vrienden. Ook hij, als hij in de stad is. In hun ploegje zit van alles: ex-voetballers van Santos, mannen van veertig tot zeventig, occasioneel een tachtiger, lacht hij. Sergio neemt ons mee naar zijn appartement langs de strandboulevard. Elf hoog, smaakvol gedecoreerd, met een zicht waar je even stil van wordt. Voor het raam heeft hij een werkplekje. Om de hoek woont zijn zoon, als hij in Brazilië is. Ook mooi, maar dit slaat toch alles. "Santos", legt Sergio uit, "is een beetje het strand van São Paulo. De hoofdstad van deze kuststreek, naast haven ook verblijfplaats, oord van ontspanning. De voorbije decennia is Santos veel veranderd, uitgebreid ook. Meer ziekenhuizen, meer appartementen, er is hier ter plaatse een echte gemeenschap ontstaan. Uiteraard leven we van de toeristen en de haven, maar inmiddels is het ook een stad waar men woont. Santos heeft drie à vier winkelcentra, een eigen economisch leven, en een intensieve busdienst met de stad São Paulo." Vroeger trokken de inwoners uit Santos voor hun werk een week naar de stad. Je zag ze alleen terug in het weekend, zegt Sergio. "Tegenwoordig pendelen ze elke dag en met het verkeer valt dat eigenlijk nog wel mee. Op het punt waar de grootste files beginnen, start de metro. Ook bedrijven komen hier rekruteren. Volkswagen, Mercedes Benz,... Zij leggen bussen in en komen hun werkvolk hier ophalen." Veel voetballers in Zuid-Amerika groeien op in precaire omstandigheden. Sport is voor hen dé weg naar een beter leven. Vaak is het ook een uitleg voor latere ontsporingen en uitwassen. Wie nooit luxe heeft gekend, moet sterke benen hebben, eens de reals binnen rollen. Maak dan maar eens het onderscheid tussen echte en valse vrienden. Anders was het bij Sergio Dutra. Pa was een hoog aangeschreven militair, ma had een functie op directieniveau bij Carrefour. Strenge opvoeding, veel normen en waarden. Een sporter was hij, gefascineerd door voetbal, zwemmen (in zee), basketbal,... Sergio: "Ik denk niet dat er een sport is die hij niet heeft beoefend." In een van de kamers van het appartement houdt hij een knipselmap bij. Prachtig ingebonden, perfect geordend. De ontwikkeling van een kind tot man in beeld. Altijd sportend, soms in duel met bekende namen. Tegen Neymar, tegen Willian,... Junior blijkt ook een voor ons onbekend talent te hebben. Er komt een cavaquinho op tafel, op het eerste gezicht een klein gitaartje. Ergens uit de archieven van het internet duikt senior een filmpje op, met beelden van een zingende en gitaar spelende zoon. "Hij heeft ook muziek gestudeerd." Maar sport was toch zijn passie. "En vooral voetbal, de passie van elke Braziliaan." Begonnen op zijn tweede, voor het eerst in competitie rond zijn zesde. Wel futsal, of zoals ze dat hier noemen: futebol de salão. Het zaaltje waar Junior uren sleet, ligt vlak bij het stadion van Santos, om de hoek waar de kapper van Pelé - zo adverteert de man toch - nog zijn shop heeft. Voetballen bij Santos is de droom van iedereen, zegt Sergio. "Zowel hier in de stad, als in de rest van de staat." Zijn zoon deed het, in de buurt van het stadion wordt hij er duidelijk nog voor gerespecteerd. Iedereen spreekt hem aan, vraagt hoe het in Lokkeren gaat. Hij is een trotse vader, maar tegelijk ook een vader met regels en wetten. Sergio senior: "Tot zijn vijftiende speelde hij hier, altijd in de spits. Junior is een zeer verantwoordelijke jongen. Hij doet de dingen met zeer veel ernst. Houdt van zijn familie, heeft een groot hart. Hij heeft vrienden die hij al kent sinds hij klein is en die hij ook helpt als er een probleem is. Het zijn de waarden die wij hem hebben meegegeven. Niet dat wij de hele tijd thuis waren. Mijn vrouw en ik hebben altijd hard gewerkt. Nu nog studeert ze: economie, talen,... Ze is in Europa, niet om voor hem te zorgen, maar om te studeren." Nadenkend: "Junior heeft zich in het zeer moeilijke milieu dat het Braziliaanse voetbal is, goed staande weten te houden. Hij heeft nooit van zijn afkomst, die toch anders is, geprofiteerd, zich beter gevoeld. Junior schoot met iedereen goed op. Voor ons was voetbal een vak als een ander. Geen makkelijke job, maar wel een job. Eentje waarvoor hij meer talent had dan voor studeren. Daar had hij - laat het ons zo zeggen - geen talent voor. (lacht luidop) Voor hem stond de bal centraal en daarin hebben we hem gesteund." Maar wel op één voorwaarde: hij moest er dan wel helemaal voor gaan. Senior: "Hij moest niet de beste worden, maar hij moest wel zijn uiterste best doen. Zijn lichaam respecteren, zijn voorbereiding,... Letten op eten en drinken, niet roken. Hij deed ook altijd dingen extra. Uit zichzelf, na de training. Fysiek werk, op medisch vlak. Mijn vrouw was op dat vlak onvermoeibaar: ze las van alles en toonde dat dan aan hem. Soms zocht ze oefeningen op, of meer informatie over voeding, en gaf ze hem dat te lezen." Hun pad liep niet altijd over rozen. Toen hun zoon vijftien was, moest Santos hem niet meer. Onvoldoende, aan de ingang stonden ze toch te dringen, jongens die droomden van een kans. Ze keken dan maar uit naar wat anders, en dat leidde hen vele honderden kilometers zuidelijker, naar Curitiba, waar straks wél voor het WK wordt gespeeld. Sergio: "Curitiba is ver van hier. Andere staat, in de winter veel kouder, overdag haal je er geen tien graden. Het was een zeer moeilijke periode, ook voor ons. Oké, hij kon er wonen op de club, min of meer begeleid, maar toch... Tegelijk vonden we het noodzakelijk. Een mens moet groeien, pa en ma zullen er niet altijd zijn. Je moet er soms wat op steunen, maar niet te vaak en niet te lang. Je moet leren omgaan met moeilijke omstandigheden. "Alles wat Junior heeft bereikt, heeft hij zélf gedaan. Dit is zijn overwinning. Wij waren er, altijd, maar op de achtergrond." Hoe raakt een mens in Curitiba? Sergio: "Via een test. Santos wilde hem niet meer en Atlético Paranense zag wél wat in hem. We zijn er vijftien dagen geweest en hij mocht blijven. Het trainingscentrum was van topkwaliteit, zelfs de nationale ploeg heeft er een paar keer getraind." Na twee jaar keerde hun zoon terug. Het was tijd voor voetbal in een eerste elftal. Hij belandde bij Santo André, niet zo ver van Santos, ook weer na een test. Daar tekende hij een eerste profcontract. Sergio: "Junior is met de ploeg gepromoveerd van twee naar een, en nadat hij vertrok naar Japan zijn ze weer gedegradeerd." Japan... Ook dat was moeilijk. Heel andere cultuur. Ze zijn er zelf ook een paar keer geweest en waren onder de indruk van het land. Zijn vrouw leerde zelfs, samen met haar zoon, een mondje Japans, om zich verstaanbaar te maken. Sergio: "Japanners zijn zeer behulpzaam, vond ik. Door hun accent zijn ze wel moeilijk te verstaan, ook in het Engels." Sergio wil me absoluut beelden tonen van de samoerai, de zwaardbeweging die zijn zoon er maakte als hij scoorde. Hij vindt ze niet direct en vloekt binnensmonds. Neen, zijn zoon koos niet voor de makkelijke weg, de veilige luxe van thuis, de zon, het strand. "Junior is zeer onafhankelijk. Dat heeft hij van zijn moeder. Hij kiest al jaren zelf zijn kleren, zijn auto, zijn eten, zijn appartement. Hij is opgevoed om zijn plan te trekken. Eerst trok hij alleen naar Japan, daarna is mijn vrouw een paar keer geweest. Vriendinnen waren er, een vaste relatie nooit. De vriendinnen gingen wel langs, maar woonden nooit permanent bij hem." Zijn droom bleef al die tijd dezelfde: spelen in een grote competitie in Europa. Japan was voor Junior, ondanks het succes dat hij er genoot, slechts een weg naar Europa. Sergio: "Voor hem als mens een zeer mooie ervaring, die hem ook hielp bij zijn eerste maanden in België." Zeer moeilijk noemt Sergio die. "Vandaag is hij gelukkig en speelt hij, maar daarvoor was het zeer moeilijk. Hij sloeg zich erdoor, dankzij zijn onafhankelijke geest. Het is niet iemand die bij de eerste tegenslag zegt: 'Ik kom terug, naar pa en ma.' Zijn karakter is sterk. Hij heeft doelen, zet ze uit en gaat die dan zoeken. In België heeft hij het zeer moeilijk gehad. Hij heeft er nooit met iemand over gepraat, maar ik was triest voor hem. Ik dacht: zou hij niet beter terugkeren? Er waren contacten met Vasco en Palmeiras, maar hij wilde niet terug. En hij beslist. "Lokeren is weer een etappe in zijn droom. Een zeer belangrijke, dat wel. Play-off 1, de bekerfinale. Met een goeie trainer, een zeer veeleisende. Ik ben een militair, ik hou wel van die aanpak. Vooruit, discipline, wat geschreeuw. Junior zal niet gaan lopen bij de eerste schreeuw. 'Ik ga winnen', zegt hij dan." Een paar keer per jaar keert hij terug. Een paar dagen in de zomer, elke dag op het strand voetballen met de vrienden. En iets langer in de zomer, hun winter. Sergio: "Dan is het feest, dan is het druk." Zijn ogen glinsteren. DOOR PETER T'KINT IN SANTOS"Junior is zeer onafhankelijk. Dat heeft hij van zijn moeder." vader Sergio "In België had hij het zeer moeilijk, maar hij wilde niet terugkeren." vader Sergio