Anderhalve week geleden zat Jan Ceulemans voor het eerst op de bank van Cappellen voor de thuiswedstrijd tegen Geel-Meerhout. Hij viel nauwelijks op. Dat past bij Ceulemans, die bij de Antwerpse derdeklasser daar toeft waar hij zich het best voelt: in de luwte. Daarom ook bleef hij veertien seizoenen Club Brugge trouw. En liet hij een vorstelijke aanbieding van AC Milan schieten. Terwijl hij altijd liet horen nooit geïnteresseerd geweest te zijn in een overgang naar Anderlecht. In een onbewaakt moment wilde Ceulemans zich wel eens afvragen tot welke voetballer hij bij paars-wit zou zijn uitgegroeid, wat hij met zijn specifieke stijl aan deze academie van het voetbal had kunnen toevoegen. Maar voor Ceulemans was het belangrijk dat ze hem met rust lieten, dat hij mocht voetballen in een sfeer van rust en s...

Anderhalve week geleden zat Jan Ceulemans voor het eerst op de bank van Cappellen voor de thuiswedstrijd tegen Geel-Meerhout. Hij viel nauwelijks op. Dat past bij Ceulemans, die bij de Antwerpse derdeklasser daar toeft waar hij zich het best voelt: in de luwte. Daarom ook bleef hij veertien seizoenen Club Brugge trouw. En liet hij een vorstelijke aanbieding van AC Milan schieten. Terwijl hij altijd liet horen nooit geïnteresseerd geweest te zijn in een overgang naar Anderlecht. In een onbewaakt moment wilde Ceulemans zich wel eens afvragen tot welke voetballer hij bij paars-wit zou zijn uitgegroeid, wat hij met zijn specifieke stijl aan deze academie van het voetbal had kunnen toevoegen. Maar voor Ceulemans was het belangrijk dat ze hem met rust lieten, dat hij mocht voetballen in een sfeer van rust en sereniteit. En dat kon bij Club Brugge. Dat hij na zijn spelerscarrière niet bij Club kon blijven, ontgoochelde hem, ook al weet hij dat sentiment in het leven niet bestaat. Dat hij later ook als trainer werd doorgestuurd, kwetste hem nog meer en zorgde voor wonden die nooit helemaal zullen helen. Zijn blauw-zwarte gevoel verdween. Misschien is Ceulemans niet echt een man voor het trainerschap aan de top. Bij Club Brugge heette het dat hij niet gedreven genoeg was. Hij ging bijvoorbeeld weinig naar jeugdwedstrijden kijken. Sommigen roemden dan weer zijn tactisch inzicht, wat anderen op hun beurt weer tegenspraken. Zeer veel tegengestelde oordelen en vooroordelen bestonden er over Jan Ceulemans. Maar misschien is het ook allemaal een kwestie van perceptie: Ceulemans gaf nooit de indruk het trainerschap te ambiëren. Ook al analyseerde hij alle trainers onder wie hij in zijn carrière werkte zeer scherp en sloeg veel bevindingen in zijn geheugen op. Hij zei bijvoorbeeld zeer veel te hebben geleerd van het organisatievermogen van George Kessler omdat je onder hem wist: alles is geregeld, er kan echt niets verkeerd lopen. En hij stak ook veel op van de manier waarop Henk Houwaart met de spelers omging, heel dicht bij de spelers staan om goed de polsslag van de groep te voelen. Hij vond het alleen jammer dat Houwaart niet wat harder trainde, waardoor de ploeg in sommige wedstrijden conditioneel te kort kwam. Dan moet je als trainer het vuur weer aansteken, vindt Ceulemans. Maar Houwaart deed dat niet, als er problemen kwamen, liep hij weg, dat was zijn karakter en dat werd toen binnen de sterke groep die Club Brugge had door iedereen aanvaard. Nee, dan had Jan Ceulemans het toch meer begrepen op de rechtlijnigheid van Georges Leekens die zijn opvattingen altijd trouw bleef. Ook en vooral in mindere tijden. Leekens bracht lijn in het spel van Club Brugge, ook al werkte hij toen vaak met lange ballen en werd het middenveld soms overgeslagen. En hoe zou Jan Ceulemans zelf als trainer functioneren? Hij streeft altijd naar aanvallend voetbal, hij geniet van de schoonheid van het spel. En: hij ziet alles, maar krijgt het niet altijd uitgelegd. Wel onder vier ogen, maar voor een hele groep is het alsof hij dichtklapt. Hij geeft spelers veel verantwoordelijkheid en gaat ervan uit dat ze aan aantal dingen zelf merken en weten. Zoals in de tijd van Club Brugge toen hij het boegbeeld was van een groep die zichzelf constant corrigeerde. Misschien is Jan Ceulemans te veel in die tijd blijven steken. Graag grasduinde hij in interviews in het verleden, altijd rustig en bezadigd, zonder stemverheffing. Slechts één enkele keer had hij zich in zijn carrière kwaad gemaakt. Toen Henk Houwaart enkele zaken die intern moesten blijven toch aan de pers had gelekt. Een jaar of vijf geleden liet Ceulemans horen niet lang als trainer te willen fungeren. Maar steeds weer schoof hij de beslissing om te stoppen voor zich uit. Ook nu, op zijn 55e, kwam hij na een paar werkloze maanden tot de consta- tering dat hij het veld niet kon missen. Liever een derdeklasser dan niets. Ceulemans heeft zich nergens te groot voor gevoeld. Benieuwd of hij Cappellen weer in de juiste richting krijgt. En of hij er lang blijft. Honkvastheid is iets wat bij de recordinternational past: in 20 jaar trainerschap is FC Cappellen amper zijn vijfde club.